|
Titelpagina en voorreden
Zitting 1-25
Zitting 26-50
Zitting 51-75
Zitting 76-100
Zitting 101-125
Zitting 126-150
Zitting 101-125
Zitting 126-150
zitting 151-154
zitting 36
De Oordelen der Uitheemsche Theologen
Het Vijfde Artikel
De Oordelen der Uitheemsche Theologen
Het Oordeel der Gedeputeerden van de Nederlandsche Kerken
Oordeel Nat.Synode Geref.Kerken van Frankrijk
Na-handelingen Nationale Synode
zitting 155 t/m 180
inhoudsopgaven, verwijzingen en verbeteringen
|
DE VIJFTIENDE ZITTING.
Den 28en November, Woensdagvoormiddag.
Aangaande een gemeenzamer en nauwkeuriger catechisatie der jongen en der ouden, hebben de uitheemschen zoowel als de inlandschen, allen te zamen, hunne adviezen voorgesteld, en zij, die het hunne alleenlijk bij monde hadden voorgesteld, zijn vermaand geworden, dat zij dit bij geschrift zouden vervatten, en te vier uren na den middag. tot den President brengen. opdat opdat, de Praeses, Assessoren en Scriba's hierover te zamen gehandeld hebbende, dienaangaande een Synodaal besluit gemaakt mocht worden. De adviezen nu der uitheemschen zijn deze geweest.
Het gevoelen der Theologen van Groot-Brittanje, aangaande de wijze van Catechiseeren. Dat deze wijze van catechiseeren gansch noodig is, leert ons de praktijk der Apostelen, de rede en de ervaring. Maar wat aangaat de manier, hoe dit het meest bekwaam geschieden moge, daarop zullen zij het best kunnen order stellen, wien de aard van uw volk wel bekend is.
Dit is ons gevoelen.
Dat er zij tweeërlei catechismus, de een tot gebruik der kinderen, kort en licht, inhoudende de fondamenteele hoofdstukken der Religie, die in de Twaalf Artikelen desgeloofs, 't Gebed des Heeren, de Tien Geboden, en de Sacramenten begrepen zijn, kortelijk en duidelijk verklaard. Deze moet hun ook door hunne schoolmeesters alle weken afgevraagd worden. De andere zij de Paltzgraafsche of Heidelbergsche, die nu in gebruik is, (want in dezen schaadt verscheidenheid niet weinig). in zijne deelen (gelijk de gewoonte mede zal brengen) verdeeld. En aangezien het volk in twee soorten be-staat, of die jong, of die oud van jaren zijn, zoo meenen wij, dat niet ieder oud mensch bekwaamlijk tot dit publiek (dus lang ongewoon) onderzoek zou kunnen geroepen worden, tenware eenigen misschien zich van zelf deze wijze onderwerpen wilden. Maar daar tweeërlei gelegenheid zich presenteert, om van de heilige hoofdstukken des geloofs te handelen, (de eene, die gewoon is, die allen Zondag pleegt gedaan te worden, de andere buitengewoon, als men tot het H. Nachtmaal na behoorlijke voorbereiding is gaande) kunnen de predikanten deze gelegenheid waarnemen om vriendelijk en gemeenzaam ook met deze en niet die be-daagde lieden van de zaken des geloofs in 't bizonder te spreken. Ook is geoordeeld, dat bij het gewone onderzoek wel alle menschen van allerlei jaren tegenwoordig zijn, maar dat nochtans de [26] jonge alleen verbonden zijn zich te onderwerpen. In de heilige bijeenkomst na den middag moet er een zeker getal dezer zijn (te weten, twaalf of twintig), naar de gelegenheid der dorpen en huizen, die gereed zijn op de gezette catechetische quaestiën te antwoorden. Dat het hun onbekend zij van wie men de taak van antwoorden zal afeischen, zoodat zij allen wel bereid zijn. Dat men dikwijls dezelfde vragen repeteere, opdat ze alzoo door menigvuldige instamping te vaster in het geheugen blijven steken. Dat de predikant elk antwoord, zoo klaarlijk als hij kan, verklare, en, zoo dikwijls hij hiermede geëindigd heeft, terstond rekenschap eische van zijne leerlingen over hetgeen gezegd is, opdat alzoo blijke, of hetgeen hij gezegd heeft wel genoeg gevat is. Indien dit uit hun antwoorden is blijkende, zoo heeft hij gerust te zijn; zoo niet, dat hij geen zwarigheid make een klaarder (indien dit mogelijk is) verklaring en repetitie te doen. Het zal ook noodig wezen, tot bevestiging van elk antwoord, eenig getuigenis der heilige Schriftuur, dat het meest bekwaam is, af te vorderen, opdat zij verstaan, dat deze leer van den Catechismus in de heilige Schriftuur gegrond is. En wat aangaat het onderscheid en de keur der dingen, waarvan men zal spreken, daarin moet men veel aan de discretie der leeraren toebetrouwen. Deze moeten nochtans vermaand worden alleenlijk in die dingen, die te weten noodig, en naar het begrip des gemeenen volks zijn, te willen aanhouden. Aangaande hen, die gecatechiseerd moeten worden, zijn wij van gevoelen, dat deze wijze niet moet beperkt worden tot de wetenschappelijke scholen, of tot de jeugd, die eene hoogere opvoeding geniet. Alle zielen zijn Gode even aangenaam, maar hoe minder zij onderwezen zijn in de letteren, hoe meer zij van noode hebben, dat hun wat licht van elders toekome, alzoo dat ook alle gedoopten verstaan de gansche reden van dat geloof, waartoe zij zich bij belofte verplicht hebben. Wat nu de catechiseerenden aangaat, moeten de schoolmeesters hun arbeid bijeen voegen met de leeraars, want beiden komt de zorg toe om de Godzalige onderwijzing van iedere ziel, naar hun vermogen, te bevorderen. Opdat nu beiden die te catechiseeren zijn, en de catechiseerenden hun schuldigen plicht niet nalaten, is van noode, dat daartusschen kome de autoriteit der hooge Overheid, die de nalatigheid der ouders, schoolmeesters en leeraars niet ongestraft late, en ook op geldboete de ouden belaste. dat zij tegenwoordig zijn bij de publieke catechisatie van de jongen.
Het oordeel der Theologen uit den Paltz, over de wijze van Catechiseeren.
Wij verblijden ons en wenschen der Eerw. Synode geluk, dat deze de quaestie van de wijze van catechiseeren, die voornamelijk eene zoodanige plechtstatige vergadering waardig is, goed gevonden heeft te onderzoeken, want er is veel aan gelegen, op wat wijze de ware kennis van God en zijnen waren dienst den onkundigen ingestort worde. Wij twijfelen ook niet, of de grootste oorzaak, waarom zoo vele ketterijen en nieuwe leeringen overal plaats grijpen, is nalatigheid in het catechiseeren. Want waar geen vast fondament der Godzaligheid wordt gelegd, daar is het niet mogelijk, of het volk moet met allerlei wind der leer herwaarts en derwaarts gedreven worde. Derhalve is niet van noode, dat wij naar de noodwendigheid van de catechisatie vragen. Liever wordt er gevraagd naar de wijze. Wanneer hierop behoorlijk acht wordt genomen, zoo moeten de toehoorders des Evangelies in zekere klassen onderscheiden worden. In den Keurvorstelijken Paltz worden ze in drie klassen onderscheiden, de knechtjes en meisjes, de jongelingen en jongedochters en eindelijk de ouden of bedaagden. De catechisatie der knechtjes en meisjes geschiedt in de scholen; die der anderen in de kerken. Maar dewijl de bedaagden de catechisatie bezwaarlijk toelaten, zoo is het dat men voornamelijk de onderwijzing der jongen behartigt. Het is derhalve de schuldige plicht van eene Godzalige overheid, daarin naarstiglijk te arbeiden, dat niet alleenlijk in de steden, maar ook in de dorpen, scholen van knechtjes en dochtertjes aangesteld worden, in de welke zij beide mogen leeren lezen en schrijven, en de fondamenten der Godzaligheid. In betrekking tot deze zaak nu, aangezien de Doorluchtigste Keurvorst van den Paltz, onze genadigste Heer, geen kosten heeft gespaard, is het in weinig jaren tijds geschied, dat in den Paltz, volgens de woorden van Joël, de zonen en dochteren profeteeren, de ouden droomen droomen, en de jongelingen gezichten zien. [27] Maar over deze scholen moeten zoodanige schoolmeesters gesteld worden, die zelf de leer van den catechismus wel weten, en ook eenige bekwaamheid hebben om die anderen te leeren en te verklaren. Om deze reden behooren de herders der plaatsen dikwijls de scholen te bezoeken. Insgelijks behoort naar de verscheidenheid der kinderen ook de catechetische onderwijzing gewijzigd te worden. Den kinderen dan moet men melk te drinken geven, dat is, de vijf hoofdstukken der Godzaligheid, en weinige vragen uit den catechismus getrokken, die de hoofdsom der religie begrijpen. Hun, die wat ouder geworden zijn, zal men vaster spijs voorstellen, dat is, de vragen in onzen catechismus met sterretjes geteekend, welke als een kleine catechismus uitmaken. Anders zal het wezen met hen, die in de scholen ouder zijn van jaren, voornamelijk op de dorpen. Want deze moeten den ganschen catechismus van buiten leeren; met dezen zal men, naar al de wijzen der catechetische onderwijzing, den catechismus moeten beoefenen. Om te doen zien welke die wijzen zijn waarnaar men den Paltzschen catechismus zal leeren, die in de scholen gebruikt wordt, tot dit einde presenteren wij ze der Eerw. Synode. De onderwijzing der volwassenen, die nooit ter school hebben gegaan, zal allerbekwaamst in de kerken op de Zondagen geschieden, en dat des namiddags. Na een korte catechetische predikatie zal de leeraar van den stoel komen, dengenen die tegenwoordig zijn, zoowel de hoofdstukken der godzaligheid, als eenige uitgelezene vragen van den catechismus, die de hoofdzaak der religie bevatten, voorlezen, en met levendige stem, die kortelijk verklaren; in 't eerst zal hij alleenlijk de woorden van de hoofdstukken der godzaligheid en der vragen, maar daarna ook den zin er van, de toehoorders afvragen. En dewijl misschien sommigen deze heilige en loflijke wijze alzoo zullen opnemen, alsof men hen aldus onder een nieuw juk der Spaansche Inquisitie wilde brengen, zoo zullen de predikanten dikwijls en menigmaal danken, dat zij van het juk der Spaansche dienstbaarheid zijn verlost, maar nog grooter oorzaak om God te danken, dat zij onder het juk van Christus gebracht zijn; hetwelk, zooals de Zaligmaker zelf betuigt, gemakkelijk is en licht. Dewijl ook in deze Nederlanden gebruikelijk is, dat wie tot de gemeenschap des Avondmaals toegelaten worden, eerst door een openbare catechisatie onderzocht worden, kunnen de predikanten overwegen, of dat ook niet somwijlen aan eenige anderen, die tegenwoordig zijn, ijverende voor de eere Gods, en voor de belijdenis zijns naams, zou kunnen overgezet worden, opdat alzoo deze zaak allengs tot een exempel getrokken en algemeen worde.
DIT, BEHOUDENS BETERE OORDEELEN.
Het gevoelen der Hessische Theologen over de Catechisatie.
Opdat de catechetische ondervraging wettelijk en met vrucht der jonkheid moge aangesteld en gedaan worden, meenen wij, dat voornamelijk vier dingen zijn waar te nemen. 1. Dat er een zekere catechismus zij, die met de heilige Schrift niet alleenlijk conform is, maar ook geschikt naar het begrip dergenen, die geleerd moeten worden. 2. Dat er zijn, die dezen catechismus anderen leeren en inscherpen. 3. Dat er zijn, die in de leer van den catechismus onderwezen worden. 4. Dat er een wettelijke onderrichting gedaan worde, en dit op de bekwaamste wijze. Van het eerste zijn de Nederlandsche Kerken deels voorzien, als hierin tot nog toe de Paltzsche Catechismus is aangenomenen geleerd, aangezien nauwelijks een bondiger, bekwamer, volmaakter, en naar het begrip der volwassenen zoowel als der jongen, gesteld kan worden; deels kan er zeer lichtelijk voortaan in voorzien worden, indien men deze, door vragen op den kant ontleed, en met volle getuigenissen der Schriftuur, op iedere vraag gesteld, bevestigd, gelijk hij voor negen jaren in den Paltz gedrukt is geworden, samen met die twintig vragen, die in de Kerken van den Paltz den landlieden plegen voorgehouden te worden, in de Nederlandsche taal overgezet, en bizonderlijk hun toehoorders inscherpen, dat er groote oorzaak is, waarom zij God behooren te uitgeschreven wordt, en alle andere catechismussen door publieke autoriteit uit de scholen geweerd worden. Aangaande het tweede oordeelen wij, dat het ambt, van de jonkheid te onderwijzen in de leer van den [28] catechismus, zoowel bij de dienaars des Woords, als bij de schoolmeesters, en ook bij de ouders zelven behoort. Den leeraren dan des Goddelijken Woords moet naarstelijk belast worden, dat zij op gezette dagen en uren, de catechetische ondervraging, met zulk een vlijt als behoort, doen en aanstellen, zoowel als de predikatiën zelven. Zij, die in dit stuk nalatig bevonden zullen worden, moeten gestraft worden. De schoolmeesters moeten hierover ook vermaand worden, en zoodra zij gesteld zijn om de schoolkinderen in alle godzaligheid te onderwijzen, zullen zij heiliglijk en met onderteekening van hun naam beloven dat zij geen anderen catechismus dan die in de Nederlandsche Kerken aangenomen is, der jeugd zullen voordragen. De ouders zullen, zoowel in de publieke predikatiën, alsook, indien ze nalatig bevonden worden, door den kerkeraad vermaand worden, dat zij in het onderwijzen hunner kinderen en familiën in de leer van den Catechismus behoorlijke naarstigheid en vlijtigheid betoonen. Opdat het des te bekwamer door hen geschieden moge, zullen zij zich in de publieke catechetische ondervragingen laten vinden, opdat zij hetgeen door de dienaren des Woords voorgesteld wordt, thuis repeteeren, en den hunnen inscherpen mogen. Wat ten derde de leerlingen aangaat, daar onder verstaan wij wel voornamelijk de jongen, alzoo nochtans dat wij de bedaagden, te weten, de huisvaders en huismoeders niet ten eenenmale uit deze oefening willen uitgesloten hebben. Derhalve zullen zij, die in den Catechismus onderwezen moeten worden, zoowel jongen als bedaagden wezen. De jongen onderscheiden wij in drie klassen, waarvan de eerste hen omvat, die beneden of omtrent acht jaren zijn, bezig om de eerste beginselen der Christelijke religie te leeren. De tweede is van de knechtjes en meisjes. De derde van de jongelingen en jongedochters. Zoo moet dan geordineerd worden, met toestemming en autoriteit van den Magistraat, en iedereen ernstiglijk, en onder geldboete, den armen te betalen, belast, dat zij in even grooten getale, allen gelijk, jongen en ouden, in deze catechetische onderzoekingen, als in de predikatiën zelven behooren tegenwoordig te zijn. Wij achten dat het voor deze zaak niet onprofijtelijk wezen zal, dat de predikanten en ouderlingen der Kerken, voornamelijk op de dorpen, waar het getal der toehoorders minder is, een zekere lijst hebben van al de familiën, die tot hun vergadering behooren, en deze, in zekere orden verdeeld, in de catechetische ondervragingen onderzoeken. Het vierde heeft zijne onderscheidene leden. 1. Wat uit den catechismus aan iedere klasse der leerlingen geleerd moet worden. 2. Hoe. 3. Wanneer en in wat plaats. Nopens het eerste oordeelen wij, dat neen den leerlingen van de eerste klasse moet instampen de eerste en bloote hoofdstukken der Christelijke religie, de Tien Geboden, de Artikelen des Geloofs, het gebed des Heeren, de instelling van den Doop en van het Nachtmaal, dewelke in die twintig voornoemde vragen kortelijk verklaard worden. Wij meenen, dat de jeugd deze vragen in de eerste zeven of acht jaren lichtelijk zal kunnen leeren, voornamelijk indien bij de huisonderwijzing, ook die der school en de kerkelijke onderwijzing bijkomt. En om dit te verkrijgen, zal zeer nut wezen, dat in het A B C boek, waaruit de kinderen leeren spellen en lezen, die vijf hoofdstukken der Christelijke religie ingevoegd worden. En in deze klasse zal der leeraren en schoolmeesters eerste en voornaamste zorg zijn, dat de jeugd den tekst van de vijf hoofdstukken ten volle en onvervalscht van buiten leeren, en naarstiglijk wacht te houden, dat zij den tekst niet vervalschen, vreemde woorden, die somwijlen een tegenovergestelden en onbekwamen zin baren, in stede stellende. Want zoo dat geschiedt, zullen zij, oud geworden zijnde, nauwelijks, ja in het geheel niet ontleeren, hetgeen zij in de eerste jonkheid kwalijk hebben geleerd. Daarna moet men vlijt aanwenden, dat zij allen den zin van alles wel begrijpen. Opdat dit geschieden moge, zullen de schoolmeesters en predikanten 1. den tekst ettelijke malen met eene klare en duidelijke stem den leerlingen voorstellen; 2. die van hen afeischen, en waar zij eene fout maken, terstond minnelijk verbeteren, en de woorden, die door anderen kwalijk uitgesproken zijn of verhaald, eens, tweemaal of driemaal uitspreken, en alsdan deze van de leerlingen wederom afvragen; 3. De vreemde of duistere woorden, en die den kinderen niet terstond duidelijk zijn in den tekst zullen zij, zooveel mogelijk, ten duidelijkste verklaren. Zoo zal men, bij exempel, in het eerste gebod, opdat de jeugd versta wat door de Egyptische dienstbaarheid en verlossing, daaruit verstaan moet worden, op [29] het kortst de historie die in Exodus beschreven staat, verklaren. Alzoo moet in het vierde gebod het woord Sabbat verklaard worden, en de historie der schepping kortelijk den kinderen verhaald. Het zou ook niet buiten reden zijn, dat men in deze afdeeling eenige weinige spreuken der Schriftuur, voornamelijk, die de hoofdzaak van de wet en van het Evangelie inhouden, en het gebruik van beide vervatten, den kinderen van buiten te leeren gave, tenware misschien dat het begrip der leerlingen dezer eerste afdeeling dat nog niet kon dragen. In de tweede afdeeling zullen bij de vorige vragen gevoegd worden degene, die in den Paltzschen catechismus met sterren geteekend zijn. Deze vragen zullen 1. gelijk zij in den catechismus van den Paltz staan, den leerlingen dezer afdeeling voorgehouden, en hun afgevraagd worden; 2. Zij zullen door de kantvragen en antwoorden, eerst door de schoolmeesters en predikers, met klare stemmen voorgaande, daarna ook door de leerlingen zelven, door gegevene antwoorden op de kantvragen, ontleed worden. Hier moet desgelijks, evenals in de vorige afdeeling naarstigheid gedaan worden, dat de leerlingen den zin van hetgeen zij geleerd hebben, vatten. Dit zal te meer geschieden, wanneer de leeraren somwijlen de kantvragen veranderen. Want als dan zal uit de antwoorden der leerlingen (die insgelijks ook, opdat zij hun, die hen vragen mogen antwoorden, door de leerlingen zullen moeten veranderd worden) lichtelijk blijken, of zij den zin der vragen en antwoorden wel genoeg gevat hebben of niet. Waar eenige fout vernomen wordt zal men ze vriendelijk verbeteren. Daarbij moeten nog daarenboven gevoegd en door de leerlingen dezer klasse getuigenissen der Schriftuur van buiten geleerd worden, namelijk die in de kort saamgevatte antwoorden tegenover iedere vraag op den rand of kant gesteld, en aangeteekend staan. Dengenen, die van de derde klasse zijn, zal men al de resteerende catechetische vragen voorstellen, en deze leerlingen zullen ze van buiten leeren, samen met de antwoorden op de kantvragen en spreuken der Schriftuur, in de kort saamgevatte antwoorden aangeteekend. Indien men in de Kerken ten platten lande al die voorgemelde klassen der leerlingen den aanvang dezer oefeningen niet kan hebben, zoo laat naar gelegenheid van den tijd en van iedere plaats de eerste twee klassen genoeg wezen. De wijze van de jonkheid in de scholen en Kerken te catechiseeren zij eenerlei en dezelfde, opdat door de verscheidenheid der catechisatie de jonkheid niet verward en in de studie der Christelijke religie niet verachterd worde. Hoedanig nu deze zijn moet, en in iedere afdeeling moet worden waargenomen, blijkt uit het voorgaande. De tijd van onderzoeken en ondervragen in den catechismus zij gezet en zeker. In de scholen ten platten lande en in de lagere klassen der Latijnsche scholen zal men alle dagen twee uren, het eene voor den middag, het andere na den middag, tot deze oefening besteden met in achtneming van die verscheidenheid, waarvan wij boven gesproken hebben, verscheidenheid der leeringen, in wijze en manier onderscheiden. In de gemeenten der steden zullen iedere week drie catechetische onderzoekingen en ondervragingen gedaan worden, een op de Zondagen, twee in de week. In de dorpen zal genoeg zijn, dat op de Zondagen na den middag de jeugd gecatechiseerd worde, nadat de catechismuspredikatie zal geëindigd zijn. De schoolmeesters zullen hunne discipelen naar deze onderzoeking brengen, de ouders hunne kinderen, die niet schoolgaan, in de week daar heen zenden, en des Zondags zelven brengen. De huisvaders en huismoeders achten wij dat ondervraagd moeten worden, hoewel niet in de tegenwoordigheid van de huisgenooten, voornamelijk, wanneer eerst deze catechisatie opgericht en vernieuwd zal worden, opdat zij in de tegenwoordigheid van de hunnen niet beschaamd gemaakt worden, en eenigszins hun waardigheid en aanzien, die zij met recht bij de hunnen behooren te hebben, niet verliezen, en hunne gemoederen van dit loflijk en heilig gebruik niet vervreemden. Niettemin meenen wij nochtans, dat men nu en dan bekwamelijk hun voortgang in de Christelijke leer zal kunnen onderzoeken, wanneer ze, hunne jonggeboren kindertjes ten Doop brengende, eerst tot de predikanten der Kerken belast worden te gaan, en de bediening des Doops van hen te begeeren. Wij merken, dat dit in onze Hessische Kerken tot nog toe niet zonder vrucht gedaan is. Ook zou hiertoe bevorderlijk zijn, dat de peters en meters zelven (gelijk men ze noemt) hunne namen [30] den predikanten opgaven, hetwelk ook in onze Kerken pleegt te geschieden. Maar, opdat zoowel den leeraren als den leerlingen eenige aansporing gegeven, en beide tot behoorlijke naarstigheid verwekt worden, 1. zal den predikanten der Kerken van een iegelijke plaats bevolen worden het opzicht der scholen en het bezoek er van, ten minste alle maanden eenmaal te doen, waarbij zij zelven den voortgang der discipelen in de leer van den catechismus zullen onderzoeken, opdat zij, eenige gebreken in hen die leeren, in de leerlingen, vindende, deze mogen verbeteren; 2. Eenige zekere predikanten der hoofdsteden zal opgelegd worden, de Kerken, inzonderheid ten platten lande, ten minste eenmaal alle jaar te bezoeken, en in deze visitatie onder anderen te vernemen naar de naarstigheid, zoowel der predikanten en schoolmeesters, alsook der leerlingen; 3. Tot het gebruik van het Avondmaal des Heeren zal niemand toegelaten worden, voornamelijk in de dorpen, dan die de leer van den catechismus wel kent, en voor de gansche Kerk openlijk rekenschap geeft zijns geloofs; 4. De bruidegoms zullen niet worden getrouwd en samen verbonden, tenzij zij hun predikanten genoegzaam hun voortgang in de Christelijke religie zullen hebben doen blijken; 5. Door autoriteit der Overheid zal verzocht worden gestreng alle spelen en oefeningen te verbieden, waardoor de Sabbat ontheiligd, en dit heilig gebruik verhinderd wordt en het volk op de gevoeglijkste wijzen en manieren tot deze catechetische ondervragingen aan te sporen en aan te zetten.
DIT, BEHOUDENS BETERE ADVIEZEN.
Het oordeel der Zwitsersche Theologen over de wijze van Catechiseeren.
Al is het dat in de Gereformeerde Zwitsersche Kerken omtrent de oefening van den catechismus eenige verscheidenheid wordt gevonden, overeenkomstig de verscheidenheid der Republieken, nochtans wordt overal bizondere naarstigheid gepleegd, en de E. Magistraten hebben een zekere en zware boete geordineerd tegen de nalatigen of hardnekkigen. Op de Zondagen worden vele predikatiën in de steden en dorpen gedaan, waarvan ééne catechetisch is. Alle jaren wordt de verklaring van den catechismus ten einde gebracht, opdat de zelve, gerepeteerd wordende, te beter in de memorie blijve. In deze Zondagsche catechetische predikatiën zijn gehouden zich te bevinden, alle die of nu uit de scholen zijn gegaan, of wien het niet gebeuren mag ter schole te gaan, gelijk daar zijn dienstknechten, dienstmaagden, enz. In de week op een werkdag, wordt alle weken een catechetische predikatie gedaan, tot nut der scholieren van beide soorten. In deze is het dat de leeraar in gewone woorden, nu alleenlijk de hoofdstukken der religie, als daar zijn, de Tien Geboden, de 12 Artikelen, en het Gebed des Heeren, en dan de catechetische vragen zelven verklaart; en op zekeren Zondagen beproeft hij, door een publieke ondervraging, de naarstigheid der schoolmeesters, en den voortgang der kinderen. Wanneer een predikant, in twee of ook drie dorpen moet prediken, zoo verwisselt hij de catechetische predikatie. In sommige gewesten, alwaar de lieden om de uitgestrektheid der plaatsen, de beide predikatiën kwalijk kunnen bekomen, wordt alleenlijk een voormiddagpredikatie gedaan, en die nochtans kort. Als deze geëindigd is, zoo wordt de gemeente bijeengehouden, de predikant komt van den stoel, verzamelt tot zich de leerlingen, ondervraagt en onderwijst ze, en schrijft hun voor wat zij verder leeren zullen. Hier neemt hij nauw acht niet alleenlijk op de jeugd, maar ook op lieden van allerlei jaren, zoodat ook hieruit geen kleine vrucht, ook voor de bedaagden, komt. Er worden ook lijsten gemaakt, waarin niet alleenlijk de namen der personen, maar ook den ouderdom en den voortgang aangeteekend staan, opdat de naarstigheid van sommigen door publieken lof opgewekt, somwijlen ook met eenige kleine prijzen, en de nalatigheid van anderen door vermaning of door autoriteit der Overheid verbeterd worde. Niet alleenlijk in de steden, maar ook ten platten lande worden scholen gehouden, waarin de jeugd niet alleenlijk leert lezen en schrijven, maar voornamelijk in den catechismus, in gebeden en Psalmen onderwezen wordt. Daarenboven worden ook op de Zondagen catechetische predikatiën gedaan in de huizen, wanneer het zoo koud is, dat de jeugd in de kerken dit niet kunnen verdragen. [31] In die plaatsen waar deze wijze van catechiseeren eerst is aangesteld, opdat de landlieden des te lichter zich hierin gehoorzaam zouden betoonen, worden de vaders en moeders en ook eenigen van de bedaagsten uitgelaten, en in den aanvang alleenlijk de jongsten gecatechiseerd, totdat men door langheid van tijd meer heeft kunnen verwerven. Opdat de lust van leeren meer en meer opgewekt en gevoed worde, zoo zijn allen, die begeeren dat hun huwelijk openlijk zal gezegend worden, gehouden tot hun predikant te komen, om hem te doen blijken wat zij in het stuk van de religie zijn toegenomen. Het staat ook aan den predikant hun verzoek toe te laten, of op te schorten, en eenen zekeren tijd voor te schrijven, binnen welken zij leeren moeten datgeen, waarvan zij zonder nadeel des geloofs en der goede zeden niet kunnen onwetende zijn. Niemand wordt ook tot de gemeenschap des Nachtmaals toegelaten, tenzij hij eerst ondervraagd wordt, of hij deze heilige verborgenheid wel vast verstaat. Alzoo wordt de jonkheid eene aansporing gegeven, om de Christelijke religie te leeren. Uit de jongeren wordt niemand toegelaten tot getuige des Doops, tenzij hij vooraf ondervraagd wordt, of hij de verborgenheid des Doops, en wat het ambt der getuigen zij, verstaat. Eindelijk is het ambt der predikanten dikwijls de scholen te bezoeken, en met hunne tegenwoordigheid de naarstigheid der schoolmeesters, en den lust der jeugd om te leeren, op te scherpen.
Het gevoelen van Johannes Deodatus en Theodorus Tronchinus over de Catechetische oefeningen.
Onder een zoo groote menigte van adviezen, en van zeer goede vermaners, in het stuk van catechiseeren, zullen wij weinige dingen, volgens het gebruik en de praktijk der Kerk van Geneve, uitkiezen. De ouders en huisvaders zullen in de predikatiën naarstiglijk en ernstiglijk vermaand worden, dat zij, of zelven, of door gehuurde schoolmeesters, of in de algemeene scholen, in de harten hunner kinderen en dienstboden, de eerste beginselen der Christelijke religie doen inplanten. Voor iedere bediening des heiligen Nachtmaals, zal men allengs ordonneeren, dat door de wijken der stad, in zekere plaatsen, in particuliere huizen, of ook in de kerken, uit den gemeenen hoop van het geringste volk, dienstboden, handwerkslieden en jongeren, een menigte samenkome, en aldaar gemeenschappelijk, door autoriteit van den Magistraat ondervraagd en aangespoord worden, een belijdenis van hun geloof en van hun voortgang in Goddelijke zaken te doen; de tragen en onwetenden zal men eene volgende reis onderzoeken, hen vermanen, en, met een heilige voortvarendheid, tot naarstigheid opwekken. Er zal een kort en duidelijk formulier, voor zoodanige stedelingen en landlieden, op algemeen gezag der Synode beschreven worden. Daarin zullen de Artikelen des geloofs, het gebed des Heeren, de Tien Geboden, de leer der Sacramenten, met hoofdstukken en afdeelingen, klaar en bondiglijk, en voornamelijk tot nut der conscientie, verklaard worden. In de dorpen zullen twee of drie zoodanige gedeelten van dezen korten catechismus met een of twee van de nadrukkelijkste Schriftuurplaatsen, tot een bewijs uitgedrukt, op de Zondagen des namiddags, verklaard worden. Indien de predikanten kwalijk van den gemeenen man kunnen verkrijgen, dat zij in grooten getale tot den catechismus komen, zullen zij dit minstens, naar hun vermogen en naar hun gezag, van de jonge kinderen, knechtjes en meisjes afvorderen, en ook verkrijgen. Zij zullen eenige van hun huisgenooten of kinderen, of van de goedaardigsten uit den hoop uitkiezen, die zij door bizondere en private onderwijzing, bekwaam maken om publiek in de kerk te antwoorden; en zoodra zij eerlijk kunnen die heilige publieke oefening invoeren, en een heilige voortvarendheid onder degenen, die van ééne soort zijn, verwekken. In de steden en dorpen zal men zooveel doenlijk afhouden van een lange en hoogdravende verklaring van den catechismus. Veel liever zal men met vragen de zaak verhandelen, waarmede de meest innige zin van den antwoorder, en de toestemming van het luisterend volk voor den dag gebracht wordt, en allen te zamen van jongs af leeren, oprechte en ware gedachten en bevattingen van God en van [32] Goddelijke dingen in hun gemoed te formeeren, en daarna wel en vrijmoediglijk hiervan te spreken. Men moet de geleerde en nieuwsgierige vragen vermijden, de grondige leer der Godzaligheid, de Theologie der conscientie en die in de praktijk gelegen is, in 't hart indrukken met een naarstige verklaring, hoe men die in leven en in sterven gebruiken zal. In de publieke scholen zal men oefenen en waarnemen, al die schoone zaken, die de andere geadviseerd hebben, en boven al zal men den Heidelbergschen catechismus vast behouden. De studenten der Theologie zullen zich gewennen tot het ambt van catechiseeren, en daartoe gebruikt worden en opgewekt, eer zij een publieke beroeping hebben; zij zullen ook de wetten van soberheid, heilige voorzichtigheid, en Religie uit de monden van het volk zelf leeren. De toekomstige Synoden zullen een noodwendig hoofdstuk van haar orde opnieuw behandelen, en naarstig onderzoek doen, dat het met vlijt onderhouden worde.
Het oordeel der Theologen van Bremen, nopens de wijze van Catechiseeren.
De noodwendigheid.
De catechetische onderwijzing is het fondament van de Kerkelijke opbouwing, zoodat zij matig genoeg wezen kan, om het volk Gods te formeeren. Evenwel moet er nochtans naarstigheid gedaan worden, dat wij in een zoo groote klaarheid der leer, tot eenige meerdere volmaaktheid voortgaan; hetwelk de Apostel vermaant Hebr. 5 en 6. Voorwaar, de noodzakelijkheid om den catechismus in de Kerk te leeren, is zoo groot als de professie der algemeene hoofdstukken is in de Theologische scholen. Dit moet wezen het exempel der gezonde woorden. Aldus wordt elkeen bereid om de predikatiën met vrucht te hooren, en leert allengs oordeelen over de verschillen der Religie. En deze wijze van de Kerk te leeren, zal ons beide de zuiverheid der leer, en ook den vorm van de tucht wederbrengen en doen behouden. De manier. 2. Nu kan de manier van den catechismus te leeren drieërlei wezen. 1. In de school. 2. In de kerk. 3. In de huizen.
In de school.
3. In de scholen worden ze geleerd, of in de moedertalen of in de Latijnsche of uitlandsche talen. 4. Voor de moeder en uitheemsche scholen zal men verkiezen een onderwijzer die een lidmaat der Kerk zij, die de Christelijke leer wel verstaat, die godzalig en arbeidzaam is, en die in zoodanige manier van leven zal volharden, of, zoo hij zichzelven bewijst het predikambt waardig te zijn, hiertoe zal overgaan. Deze zal elken dag ten minste een of twee vragen de discipelen naarstiglijk inscherpen, en aandringen op het gebruik er van in het bidden en in het gansche leven. 5. De opzieners dezer scholen zullen zijn de predikanten, en alle maanden, wanneer de lieden niet zoo overvloedig bijeen komen, den voortgang der leerlingen, den vlijt, de getrouwheid en voorzichtigheid der leerenden onderzoeken, de discipelen, die een goed exempel zijn, prijzen, de tragen matiglijk bestraffen, nochtans met hoop van op een anderen tijd den prijs te behalen. 6. In onze scholen houden wij deze wijze.
Benevens de twee gewone catechetische uren, waarin, zonder onderscheid, door de week allen ondervraagd worden, zijn er bizondere onderwijzingen dergenen, die zich tot het heilig Nachtmaal bereiden. Drie maanden nu voor het Avondmaal maken die leerlingen hunne namen bekend, en al den tusschen komenden tijd worden ze gehoord over de gansche Christelijke leer, en zij, die bij het onderzoek voldoen, worden met een gewone belofte toegelaten.
In de huizen.
7. Die het voordeel der scholen niet genieten, kunnen van huis tot huis op bekwame en gezette uren, in de tegenwoordigheid der huisvaders gehoord worden; de bloote teksten verhaald, en de zin van ieder deel door klare vragen, familiaarlijk onderzocht zijnde. 8. Voornamelijk zal het de Kerk bevorderlijk zijn, dat in elk dorp schoolmeesters gesteld worden. Maar men zal hen, in een zaak van zoo groot gewicht, zonder welke de publieke dienst der Kerk menigmaal onvruchtbaar wezen zou, eerst voor hun gedurigen en moeielijken arbeid verzorgen, en zij [33] kunnen op de dorpen kerkelijke lezers wezen.
In de kerk.
9. De kerkelijke catechisatie zal gedaan worden, of in plaats van de tweede predikatie (indien men ze niet bekwamelijk kan hebben), of daarna. Hier zullen, op een betamelijk deel der leer, kort te voren gemeld, voornamelijk die personen ondervraagd worden, die nog niet zijn toegelaten tot het H. Nachtmaal. 10. Maar hier is zonderlinge voorzichtigheid van noode, dat de uitdeelers der verborgenheden Gods bezien wat de omstandigheden van iedere plaats lijden kunnen. Om de schaamte te voorkomen, en om een algemeene orde des te lichter te verwerven, achten wij raadzaam, dat ieder toehoorder in zijne plaats blijve, en dat de predikanten de gestoelten rondgaan, eerst de jongsten ondervragen, en ook allengs de ouden. Indien de kerk vrij groot is, zullen de leeraars de ondervraging verdeelen, en de een in de bovenste, een ander in de benedenste kerk dezelve doen. Wij weten, dat dit met voordeel in sommige plaatsen gedaan wordt. Wat deze gewesten lijden kunnen, laten wij de inlandsche broeders bedenken. 11. Waar een grootere catechismus geleerd wordt (hoedanige die dan wezen moge, die de Nederlandsche Kerken aangenaam is) zal men de langste antwoorden gemeenzaam en wijselijk in meer vragen onderscheiden, door een ontleding of ontvouwing er van. 12. Wij geven ook te bedenken, of het niet beter zij voor de kleinen en zwakken eenige voorname vragen uit te kiezen, die ten volle geleerd worden, dan de langste, door uitlating van sommige woorden te verkorten. Wij hebben dit liever. Want het verwart de memorie zeer van hen, die daarna de volle vragen zullen willen van buiten leeren. Altijd moet men zich wachten woorden uit het midden van de zindeelen of regels te nemen. Want uit de antwoorden geheele slotzinnen, die zelfvolzinnen zijn, in het kort begrip uit te laten, zal niemand schadelijk zijn. 13. Die nu wat in de leer zijn toegenomen, kunnen gewend worden beide aan hoogere vragen, en aan bevestiging er van, ten minste door die spreuken, die in het Oude en Nieuwe Testament de voornaamstezijn, en in elke predikatie aan het volk menigmaal worden ingescherpt. De jonge predikanten moeten ook dikwijls vermaand worden, dat zij in alle predikatiën aanteekenen welke deelen van den catechismus daarin het meest verklaard worden. Ook behoort grootelijks tot aanbeveling van den catechismus, dat, of in den beginne, of op het einde in het kort saamgevatte verhaal, om der jongelieden wil, gezegd wordt tot welk hoofdstuk der catechetische leer de verklaarde leer moet gebracht worden.
De kracht.
14. De kracht tot deze wijze van catechiseeren zal wezen de autoriteit van den magistraat, de vriendelijke en vaderlijke vermaningen der predikanten, de exempelen der magistraten en predikanten, ouderlingen, officieren en van hunne vrouwen, kinderen en dienstboden. Wij kunnen toonen, dat dit ook in Duitschland in sommige plaatsen, ook door voortreffelijke personen gedaan is, tot groot voordeel van de Kerk. Men kan ook alle drie maanden een gezet onderzoek instellen, aangaande het gansche lichaam der leer. De ouderlingen der Kerk en andere aanzienlijke lieden zullen het volk tot zich noodigen, en alsdan zal hij een ieder dergenen, die hij zich weet door weldaden aan hem verplicht te zijn, hiertoe godzaliglijk overhalen. Geldboeten, gevangenissen en dergelijke politieke verbetering achten wij niet geraden in de Kerk in te voeren, als strijdende met de Christelijke zachtmoedigheid en in geen van beide de Testamenten eenig exempel hebbende; ja dat het ook schadelijk is, weten wij door ervaring van verscheidene Kerken, hetwelk wij ook van deze gewesten vreezen. Die zich tot den echtelijken staat willen begeven, en daarin bevestigd worden, kunnen bij gelegenheid met bescheidenheid en minnelijk waargenomen (gelijk zulks te lezen is bij A u g u s t i n u s lib. de catechisandis radibus) en bedektelijk, en gelijk als in 't voorbijgaan, van de religie gehoord worden. Desgelijks zal het tijdig wezen Christelijke gesprekken te houden met dengene, die zijn kind ten Doop presenteert, of die tot getuige bij den Doop gebruikt wordt. Maar bovenal behoort niemand zonder behoorlijk onderzoek van zijn geloof en leven, en heilige stipulatie of gedane belofte toegelaten te worden tot het heilig Nachtmaal. [34] Volwassenen.
Is het waar, dat de jongen in den catechismus wel worden onderwezen, zoo zal men voortaan niet zeer bekommerd behoeven te zijn voor de volwassenen.
De wijze van Catechiseeren in de Kerk van Embden.
Dewijl er niets noodiger is, om te komen tot een vaste kennis der zaligmakende leer, dan de wijze van catechiseeren, en deze als het fundament is van het geestelijk gebouw, zoo hebben in den eersten aanvang der Reformatie, die geschied is 1520, onze voorzaten vlijtigheid aangewend, dat ook de kinderen en jonge jeugd de eerste beginselen der Christelijke leer geleerd mochten worden. 2. Tot dien einde hebben de predikers eerst gehad een zeker beschreven formulier van catechismus, kort en eenvoudig, die zij allengs de jeugd begonnen zijn in te planten. 3. Toen hun getal allengs toenam te Embden, en in de naburige dorpen, die, het pausdom verlaten hebbende, zich tot de belijdenis van het Evangelie hadden begeven, zoo hebben zij een catechismus, die wat wijdloopiger was, ontworpen, en den toehoorders ingescherpt. 4. Doch mettertijd is die groote en perfecte catechismus van den heer J o h a n n e s a L a s c o, waarvan in de voorrede van den tegenwoordigen catechismus melding gemaakt wordt, in de stad Embden en in de dorpen, die het Evangelie hebben aangenomen, de gemeenten voorgedragen en verklaard. 5. Daarna, in 1554, is de groote catechismus, die nu voorhanden is, in een korteren vorm getrokken, zoodat hij alle drie maanden doorloopen en verklaard kan worden. 6. Maar altijd hebben de predikanten, ouderlingen en opzieners der scholen, aan wie bij ons deze zorg aanbevolen is, daartoe met hun uiterst vermogen gearbeid, en zijn zij als nog arbeidende, dat zij hebben rechtgevoelende, godzalige, getrouwe en naarstige, zoowel Latijnsche als Duitsche schoolmeesters van knechtjes en meisjes. 7. Schoolmeesters van een andere religie, als die geen lidmaten zijn der Kerk, worden geenszins toegelaten. 8. De schoolmeesters worden over hun ambt ernstiglijk vermaand, en verbinden zich heiliglijk, door onderteekening met hun eigen handen, dat zij op hun ambt, voornamelijk op den catechismus, wel zullen letten, en dien hunnen discipelen zonder ophouden, inscherpen, en naarstigheid doen,dat hij door iedereen van buiten geleerd wordt. 9. Tot dien einde bezoeken de predikanten, ouderlingen, en schoolbezoekers, alle drie maanden de scholen, en onderzoeken welke naarstigheid de meesters doen, en wat voortgang de discipelen maken, voornamelijk in de leer van den catechismus. 10. De schoolmeesters brengen alle Zondagen, na den middag, hun discipelen in grooten getale in de Kerk. 11. De knechtjes van vijf of zes jaren zeggen de hoofdstukken der Catechetische leer, en de voornaamste vragen van buiten op. 12. De andere discipelen, 30 of 40 in getal, zeggen elke reize van buiten op de vragen, die in de predikatie verklaard zullen worden. Hierdoor geschiedt het, dat kinderen van 8, 9 en 10 jaren den geheelen catechismus van het begin tot het einde van buiten weten op te zeggen. 13. Daarna, wanneer de kinderen worden gebruikt om andere dingen te verrichten, zoo is het dat de godzalige ouders te huis, voornamelijk op heilige dagen, des avonds den catechismus met hen repeteeren, en hen meermalen den catechismus van buiten doen opzeggen, opdat zij denzelven niet vergeten. 14. Wanneer de jonkheid, knechtjes en meisjes, tot hunnen mannelijken ouderdom zijn gekomen, en andere bedaagde lieden, als zij tot de Tafel des Heeren toegelaten worden, zoo worden ze openlijk voor de gansche gemeente, uit den catechismus ondervraagd, en zeggen dien van buiten op, uitgenomen nochtans die te vreesachtig zijn, met welke in het bizonder wordt gehandeld. 15. De predikanten, als zij den catechismus verklaren, verhalen, na gedane gebeden, de hoofdstukken der Christelijke religie, de Tien Geboden, de 12 Artikelen des geloofs, de instelling van den Doop en van het Nachtmaal, en de kerkelijke tucht, met het Gebed des Heeren. 16. En wijders vragen zij den knechtjes en meisjes af, de vragen van den catechismus, die alsdan verklaard moeten worden. 17. Daarna verklaren zij de opgezegde vragen kortelijk, en naar het begrip des volks, en passen die [35] naar gelegenheid des tijds toe op de practijk, gelijk het toegaat in de verklaring der Bijbelsche teksten. 18. De predikanten repeteeren en eindigen binnen den tijd van drie maanden den geheelen catechismus. 19. De predikanten zullen, wanneer Zondags daarop het Avondmaal des Heeren bediend zal worden, alle maanden repeteeren kortelijk in twee predikatiën, den geheelen catechismus, nadat hij door de nieuwe avondmaalgangers opgezegd is, alzoo dat des voormiddags de hoofdinhoud des geloofs en der werken; en des namiddags de leer van de zegelen des geloofs; insgelijks, van de kerkelijke tucht en van 't gebed; dus ‘t tot oefening des geloofs en der goede "Werken noodig is, uitgelegd wordt. 20. De predikanten bezoeken de lidmaten der Kerk van huis tot huis, eenmaal in het jaar, en vermanen de ouders en kinderen, en al de huisgenooten van hun schuldigen plicht, voornamelijk om voort te gaan in de oefeningen van den catechismus. 21. De bezoekers der kranken, nu wij door Gods groote genade 15 jaren lang vrij zijn geweest van besmettelijke ziekten, bezoeken ook naarstiglijk de gezonden, en brengen aldus velen tot de schaapskooi van Christus. 22. De predikanten op de dorpen, ook daar maar weinig toehoorders tegenwoordig zijn, doen in de lente, herfst en den winter, korte catechetische predikatiën. Want de ervaring leert, dat de toehoorders door lange predikatiën een afkeer daarvan krijgen. 23. De predikers ten platten landen (dewijl de visitatie der Kerken, die in andere plaatsen gebruikelijk, en met groote vrucht ingevoerd is, hier niet kan gedaan worden) worden in de bijeenkomst van Dubden, tot welke omtrent vijftig rechtgevoelende dienaars, des zomers alle week van zelf samenkomen, zoo menigmaal als men de tucht der leer en der zeden is houdende, 't welk alle jaar geschiedt na het Paaschfeest, ernstig vermaand, dit deel van hun ambt niet te willen verzuimen. Deze wijze van catechiseeren in Oost-Friesland, in de rechtgevoelende Kerken aldaar gebruikelijk, deelen wij, onderdaniglijk en behoorlijk, de Eerw: Synode mede, of misschien in dezelve iets ware te vinden, 't welk in de Nederlandsche Kerken konde in 't werk gesteld, en in gebruik gebracht worden.

|