|
[22]
DE ELFDE ZITTING.
Den 23en November, Vrijdagvoormiddag.
D Sybrandus Lubbertus,Professor der H. Theologie aan de Academie van Franeker, is in de Synode verschenen, en heeft brieven der E. M. Heeren Staten van Friesland vertoond. Toen deze voorgelezen en door de Synode geapprobeerd waren, is hem een plaats onder de Nederlandsche Professoren verordend en hij tot de Synode toegelaten. Men heeft ook gevraagd, of men den overzetters niet een zekeren tijd zou moeten voorschrijven, binnen welken zij deze voorschrevene overzetting zouden moeten volbrengen, opdat aldus de verwachting der Kerken mocht voldaan worden, en zij in de bevordering van dit werk tot des te meerdere naarstigheid opgewekt mochten worden. De stemmen gehoord zijnde, werd vernis mochten hebben, is besloten, dat zij alle drie maanden hetgeen zij overgezet hebben (als een bewijs van hunne naarstigheid) den H. M. Heeren StatenGeneraal zullen vertoonen, en tot de overzieners zenden. Dezer ambt zal het wezen, indien zij misschien merken, dat zij te traag in het werk voortgaan, tot meerdere naarstigheid ernstiglijk op te wekken. En is ook goedgevonden, dat dit werk drie maanden na het eindigen dezer Synode begonnen zal worden. Men heeft ook gevraagd, dewijl lichtelijk kon gebeuren, dat eenige van de overzetters, voor het eindigen van dit werk mochten komen te sterven, of het niet geraden ware met de zwaarste boeken in het overzetten te beginnen, opdat de kerken ten minste dezen arbeid mochten genieten. Maar, alles aan de getrouwheid en vlijt der overzetters over te laten. Nochtans, opdat van hun voortgang en naarstigheid de Kerken kennis mochten hebben, is besloten, dat zij alle drie maanden hetgeen zij overgezet hebben (als een bewijs van hunne naarstigheid) den H. M. Heeren StatenGeneraal zullen vertoonen, en tot de overzieners zenden. Dezer ambt zal het wezen, indien zij misschien merken, dat zij te traag in het werk voortgaan, tot meerdere naarstigheid ernstiglijk op te wekken. En is ook goedgevonden, dat dit werk drie maanden na het eindigen dezer Synode begonnen zal worden. Men heeft ook gevraagd, dewijl lichtelijk kon gebeuren, dat eenige van de overzetters, voor het eindigen van dit werk mochten komen te sterven, of het niet geraden ware met de zwaarste boeken in het overzetten te beginnen, opdat de kerken ten minste dezen arbeid mochten genieten. Maar, aangezien men deze zwarigheid zou kunnen verhelpen, door middel van anderen in stede te stellen, is goedgevonden, dat daarom de orde niet verbroken behoort te worden, en derhalve geraden geacht de boeken der H. Schriftuur over te zetten, in zulk een orde als die in den heiligen Bijbel staan, en dat des te meer, omdat door overzetting van de lichtste boeken de overzetters bekwamer zullen kunnen worden, om te lichter de zwaarste te vertalen.

|