Uitgebreid zoeken
Kerkrecht.nl
Help
Contact

Acta of Handelingen der Nationale Synode, in den naam onzes Heeren Jezus Christus, gehouden door ...


auteur(s): Donner, J.H.Hoorn, S.A. van den
genre: Acta
bundel:
tijdschrift:
jaargang:
uitgever: Donner
plaats: Leiden
jaar: 1883-1886
druk: 1
ISBN/ISSN:
aantal pagina's: 963
Editie ''in de tegenwoordige spelling naar de oorspronkelijke Nederduitsche uitgave" en onder toezicht van J.H. Donner en S.A. van den Hoorn. Een reprint van deze editie verscheen bij uitgeverij Den Hertog, Houten in 1987. Het corrigeren en invoeren van deze Acta is verzorgd door de heer J.A. Meijer te Woudenberg.

  • Titelpagina en voorreden
  • Zitting 1-25
  • Zitting 26-50
  • Zitting 51-75
  • Zitting 76-100
  • Zitting 101-125
  • Zitting 126-150
  • Zitting 101-125
  • Zitting 126-150
  • zitting 151-154
  • zitting 36
  • De Oordelen der Uitheemsche Theologen
  • Het Vijfde Artikel
  • De Oordelen der Uitheemsche Theologen
  • Het Oordeel der Gedeputeerden van de Nederlandsche Kerken
  • Oordeel Nat.Synode Geref.Kerken van Frankrijk
  • Na-handelingen Nationale Synode
  • zitting 155 t/m 180
  • inhoudsopgaven, verwijzingen en verbeteringen
  • Zitting 10


    DE TIENDE ZITTING.

    Den 22en November, Donderdagvoormiddag.

    Gomarus, en D. Deodatus,en sommige andere predikanten, hebben bij geschrifte te kennen gegeven, wat zij, aangaande de overzetting der Apocriefe boeken en aangaande het voegen van deze bij de Canonieke, gevoelen. En, de stemmen van de anderen gevraagd zijnde, is met meerderheid van stemmen besloten, dat de Apocriefe boeken opnieuw uit het Grieksch in de Nederduitsche spraak behooren overgezet te worden; maar dat het nochtans niet noodig schijnt te zijn, in de overzetting
    [21]
    zulke zorgvuldigheid te gebruiken, als wel in de overzetting der Canonieke boeken vereischt wordt.
    En dewijl vanouds deze boeken met de heilige boeken in één stuk zijn samengevoegd geweest, en deze samenvoeging ook in de Gereformeerde Kerken van alle natiën alsnog onderhouden wordt, en dat deze afzondering, noch door het exempel, noch door toestemming van andere Gereformeerde Kerken geapprobeerd was, maar lichtelijk een oorzaak van ergernissen en lasteringen zou kunnen geven, hoewel te wenschen ware, dat al deze Apocriefe boeken nooit bij de heilige Schriftuur waren gesteld geweest, zoo vond men nochtans goed, dat, in dezen tijd, dezelve, zonder medestemming en approbatie van andere Gereformeerde Kerken, van het lichaam des Bijbels niet zouden gescheiden, maar daarbij gevoegd worden, mits dit voorbehoud:
    Dat ze van de Canonieke boeken, door een behoorlijke tusschenruimte, en door een bizonderen titel, onderscheiden zouden worden, waarin nadrukkelijk aangewezen werd, dat deze boeken menschelijke schriften zijn, en derhalve Apocrief.
    Dat ze met andere, mindere letters gedrukt worden;dat aan den kant alle plaatsen aangeteekend en wederlegd worden, die met de waarheid der Canonieke boeken zijn strijdende, en voornamelijk al degene, die de Papisten tegen de Canonieke waarheid uit deze boeken voortbrengen.
    Dat daarbenevens de drukkers dezelve door een bizonder getal van bladzijden onderscheiden, zoodat ze ook afzonderlijk gebonden kunnen worden.
    En hoewel totnogtoe die boeken in het boek des H. Bijbels, in de plaats tusschen de Canonieke boeken des Ouden en des Nieuwen Testaments, gesteld zijn geweest, omdat de gelegenheid van de historie deze plaats hun schijnt toe te wijzen, nochtans, opdat het volk ze des te beter van de Canonieke schriften onderscheiden en onderkennen leere, zoo hebbende Nederlandschen goedgevonden (want de uitheemschen hebben begeerd, hierin verschoond te zijn), dat ze bij het uitgeven van deze nieuwe editie, naar het einde van alle Canonieke boeken, ook des Nieuwen Testaments geschoven worden.
    Tot volbrenging van dit werk der nieuwe overzetting is goedgevonden den arbeid van zes Nederlandsche Theologen, die met uitnemende wetenschap der Theologischezaken en der talen, en ook met godzaligheid begaafd zijn, te gebruiken, waarvan drie de overzetting des Ouden, en drie des Nieuwen Testaments en der Apocriefen bij de hand nemen. En, opdat zij zich ten eenenmale tot dit werk begeven mogen, totdat zij het werk ten einde gebracht hebben, is goedgevonden, dat die overzetters intusschen van alle andere bedieningen en geschriften ontslagen worden, en in een van de vermaardste Academiën van Nederland zich begeven, ten einde zij aldaar, wanneer het noodig zal wezen, den raad en de hulp van de Professoren der H. Theologie, en der talen, en ook de publieke bibliotheek gebruiken mogen. Tot dit einde zullen, uit naam der Nederlandsche kerken, de H. M. Heeren StatenGeneraal gebeden worden, dat hunne H. M., door hun autoriteit, dit heilig werk gelieve te bevorderen, en de noodige kosten daartoe verzorgen.
    Is ook goedgevonden, dat er door deze Synode, uit iedere Nederlandsche Provincie, twee overzieners zullen benoemd worden, de een voor de overzetting des Ouden, de andere voor die des Nieuwen Testaments. Aan deze zullen de overzetters, nadat zij eenig boek ten einde zullen gebracht hebben, zoo vele exemplaren daarvan overzenden, opdat de overzetting door hen overzien en onderzocht mocht worden; en zoo zij iets waargenomen hebben, hetwelk niet al te juist of bekwaam overgezet is, datzelve naarstiglijk aanteekenen. Wanneer nu het gansche werk volbracht is, zal men een bijeenkomst vaststellen, zoowel van al de overzetters als van de overzieners, alwaar, conferentie gehouden zijnde over de waarneming, met gemeene stemmen der bijeenvergaderden, alles waar twijfeling over valt, alzoo beslist worde, dat bij deze vergadering het laatste oordeel zal staan over deze nieuwe overzetting.
    Indien misschien vóór de voleinding van dit werk, iemand der overzetters, intusschen wat menschelijks overkomende of overlijdende, of met een langdurige ziekte of door andere noodzakelijkheid verhinderd zijnde,in dit werk met de anderen niet konde voortvaren, zoo zal 'in de plaats van een zoodanige gesteld worden degene, die bij de verkiezing de meeste stemmen naast hem gehad heeft. En zoo iemand der overzieners intusschen stierf, zullen de particuliere Synoden een ander bekwaam persoon in zijn plaats stellen.