Uitgebreid zoeken
Kerkrecht.nl
Help
Contact

Acta of Handelingen der Nationale Synode, in den naam onzes Heeren Jezus Christus, gehouden door ...


auteur(s): Donner, J.H.Hoorn, S.A. van den
genre: Acta
bundel:
tijdschrift:
jaargang:
uitgever: Donner
plaats: Leiden
jaar: 1883-1886
druk: 1
ISBN/ISSN:
aantal pagina's: 963
Editie ''in de tegenwoordige spelling naar de oorspronkelijke Nederduitsche uitgave" en onder toezicht van J.H. Donner en S.A. van den Hoorn. Een reprint van deze editie verscheen bij uitgeverij Den Hertog, Houten in 1987. Het corrigeren en invoeren van deze Acta is verzorgd door de heer J.A. Meijer te Woudenberg.

  • Titelpagina en voorreden
  • Zitting 1-25
  • Zitting 26-50
  • Zitting 51-75
  • Zitting 76-100
  • Zitting 101-125
  • Zitting 126-150
  • Zitting 101-125
  • Zitting 126-150
  • zitting 151-154
  • zitting 36
  • De Oordelen der Uitheemsche Theologen
  • Het Vijfde Artikel
  • De Oordelen der Uitheemsche Theologen
  • Het Oordeel der Gedeputeerden van de Nederlandsche Kerken
  • Oordeel Nat.Synode Geref.Kerken van Frankrijk
  • Na-handelingen Nationale Synode
  • zitting 155 t/m 180
  • inhoudsopgaven, verwijzingen en verbeteringen
  • Zitting 8


    DE ACHTSTE ZITTING.

    Op denzelfden dag, namiddag.

    De predikanten en ouderlingen der Nederlandsche Kerken hebben ook hun gevoelen gezegd, op de voorgestelde vragen, en met alle eenstemmigheid is geoordeeld, dat een betere overzetting des Bijbels, uit de oorspronkelijke talen zelven in de Nederduitsche, niet alleenlijk voor onze Nederlandsche Kerken profijtelijk, maar ook gansch noodzakelijk zou zijn, en derhalve, gelijk in de voorgaande Nationale Synoden vroeger geoordeeld en gedaan was, dat men naarstigheid moest doen, dat dit werk van eene nieuwe overzetting, op zijn spoedigst, en op de bekwaamste en kortstewijze, begonnen mocht worden. Is ook bij stemmen der Synode raadzamer geoordeeld, van stonde aan eene nieuwe overzetting voor te nemen, dan de oude Nederlandsche te overzien of te verbeteren; nochtans zoo, dat men, om de ergernis, met het oog op al te groote verandering, te vermijden, uit de oude overzetting alles behouden zoude hetwelk, onverminderd de waarheid, zuiverheid en eigenschap der Nederlandsche taal, zal kunnen behouden worden; voornamelijk in de historische boeken des Ouden Testaments, en in alle boeken des Nieuwen, in welke zoo vele dingen, die verbetering waardig zijn,
    [20]
    bij de oude overzetting niet gevonden worden. Is wijders goed geacht, dat deze vertaling uit de fonteinen of oorspronkelijke talen der H. Schriftuur, de Hebreeuwsche en Grieksche, geschieden moet, nochtans zoo, dat men daartoe tot een behulp gebruike en vergelijke de beste vertalingen, uitleggingen en korte verklaringen, en ook het oordeel van geleerde mannen in de zwaarste plaatsen. Eindelijk is goedgevonden, deze navolgende regelen, den overzetters, die daartoe zullen geordineerd worden, voor te schrijven.
    I. Dat zij altijd bij den oorspronkelijken tekst zorgvuldiglijk blijven, en de manier van spreken der oorspronkelijke talen zoo veel de duidelijkheid en eigenschap der Nederlandsche spraken kan toelaten, behouden. Maar, indien ergens een Hebreeuwsche of Grieksche wijze van spreken voorden tekst gehouden zal kunnen worden, dat zij deze aan den kant naarstiglijk aanteekenen.
    II. Dat zij, om den zin van den tekst, die niet ten volle uitgedrukt is, te vervullen, zoo weinig woorden daarbij doen als mogelijk is, en deze in den tekst met eene andere letter, en tusschen haakjes besluiten, opdat ze van de woorden van den tekst mogen onderscheiden worden.
    III. Dat zij voor ieder boek en hoofdstuk een korten en duidelijken inhoud stellen, en alleszins aan den kant de gelijkluidende plaatsen der H. Schriftuur aanteekenen.
    IV. Dat zij eenige korte verklaringen er bij voegen, waarmede reden gegeven wordt van de overzetting in de duistere plaatsen; maar de waarnemingen der leerpunten daar bij te voegen, is geoordeeld noch noodig,