Uitgebreid zoeken
Kerkrecht.nl
Help
Contact

Acta of Handelingen der Nationale Synode, in den naam onzes Heeren Jezus Christus, gehouden door ...


auteur(s): Donner, J.H.Hoorn, S.A. van den
genre: Acta
bundel:
tijdschrift:
jaargang:
uitgever: Donner
plaats: Leiden
jaar: 1883-1886
druk: 1
ISBN/ISSN:
aantal pagina's: 963
Editie ''in de tegenwoordige spelling naar de oorspronkelijke Nederduitsche uitgave" en onder toezicht van J.H. Donner en S.A. van den Hoorn. Een reprint van deze editie verscheen bij uitgeverij Den Hertog, Houten in 1987. Het corrigeren en invoeren van deze Acta is verzorgd door de heer J.A. Meijer te Woudenberg.

  • Titelpagina en voorreden
  • Zitting 1-25
  • Zitting 26-50
  • Zitting 51-75
  • Zitting 76-100
  • Zitting 101-125
  • Zitting 126-150
  • Zitting 101-125
  • Zitting 126-150
  • zitting 151-154
  • zitting 36
  • De Oordelen der Uitheemsche Theologen
  • Het Vijfde Artikel
  • De Oordelen der Uitheemsche Theologen
  • Het Oordeel der Gedeputeerden van de Nederlandsche Kerken
  • Oordeel Nat.Synode Geref.Kerken van Frankrijk
  • Na-handelingen Nationale Synode
  • zitting 155 t/m 180
  • inhoudsopgaven, verwijzingen en verbeteringen
  • Zitting 7


    DE ZEVENDE ZITTING.

    Den 20en November, Dinsdagvoormiddag.

    De Theologen van GrootBrittanje hebben bij geschrifte verklaard, hoe en op wat wijze de Grootmachtigste Koning Jacobus het werk van de zeer perfecte Engelsche overzetting had in 't werk gesteld, welke manier gehouden is bij de verdeeling van het werk; welke wetten den overzetters voorgeschreven werden, opdat men daaruit nemen mocht hetgeen men oordeelde ons tot nut te zijn. De copie van dat geschrift wordt hieronder gesteld.
    De wijze, die de Engelsche Theologen gevolgd hebben in de overzetting des Bijbels.
    De Theologen van GrootBrittanje, nietgeraden vindende op een zoo gewichtige quaestie een haastig en schielijk antwoord te geven, hebben geacht hun schuldige plicht te zijn, na rijpe deliberatie, dewijl loffelijke melding gemaakt is van de Engelsche overzetting, die de koning Jacobus met groote zorg en onkosten onlangs in 't licht heeft gegeven, deze Eerwaarde Synode te kennen te geven, hoe en op wat wijze zijne Kon. Maj. dit heilig werk teweeggebracht heeft.
    Ten eerste, in het verdeelen van het werk, heeft hij gewild, dat men deze wijze zou houden:het gansche lichaam des Bijbels is in zes deelen verdeeld; tot overzetting van elk deel zijn zeven of acht der voor naamste mannen, in de talen wel ervaren, geordineerd
    [19]
    Twee deelen zijn opgelegd aan sommige Theologanten van Londen, en de vier resteerende deelen zijn gelijkelijk verdeeld tusschen de Theologen van beide de Academiën.

    Nadat een ieder zijn opgelegd werk had volbracht, zijn uit deze allen twaalf uitgelezen mannen in eene plaats bijeen geroepen, die het gansche werk hebben overzien en verbeterd.
    Ten laatste hebben de Eerw. Bisschop van Winton B i l s o n u s samen met Doctor Smith,die nu Bisschop is van Glocester, een voortreffelijk, en een van den aanvang aan in dit gansche werk geheel wel ervaren persoon, na rijpe overweging en onderzoeking aller dingen, deze overzetting voor het laatst doorzien.
    De wetten, den overzetters voorgeschreven, waren dusdanig.

    Ten eerste, is verzekerd, dat men geen geheel nieuwe overzetting zoude maken, maar dat de oude, die langen tijd door de Kerk was aangenomen, van alle fouten en gebreken gezuiverd zoude worden, en dat, te dien einde men van de oude overzetting niet zoude afwijken, tenzij de oorspronkelijke waarheid van den tekst, of eenige nadruk dat mocht vereischen.
    Ten tweede, dat geen aanteekeningen op den kant gesteld zouden worden, dan alleenlijk de gelijkluidende plaatsen aangeteekend.
    Ten derde, dat, waar het Hebreeuwsche of Grieksche woord een bekwamen dubbelen zin toelaat, als dan de eene in den tekst zelven, de andere op den rand uitgedrukt zoude worden, hetwelk ook geschied is, wanneer eene verschillende lezing in de goedgekeurde exemplaren gevonden is.
    Ten vierde, de zwaarste Hebreeuwsche en Grieksche manieren van spreken zijn op den rand gesteld.
    Ten vijfde, in de overzetting van Tobias en Judith hebben zij, dewijl een groot verschil tusschen den Griekschen tekst en de oude gewone Latijnsche overzetting gevonden wordt, liever den Griekschen tekst gevolgd.
    Ten zesde, dat de woorden, die ergens, om den zin te vullen, noodzakelijk in den tekst hebben moeten tusschen gesteld worden, met eene andere, te weten, mindere letter onderscheiden zouden worden.
    Ten zevende, dat voor elk boek nieuwe argumenten en nieuwe inhoudsopgaven voor elk hoofdstuk gesteld zouden worden.
    Eindelijk, dat een volledig geslachtsregister en beschrijving van het H. Land bij dit werk gevoegd zoude worden.
    De Professoren der Nederlandsche Academiën en Hoogescholen, hebben ook hun gevoelen over de noodwendigheid, nuttigheid en wijze van dit werk wijdloopig verklaard.