Uitgebreid zoeken
Kerkrecht.nl
Help
Contact

Acta of Handelingen der Nationale Synode, in den naam onzes Heeren Jezus Christus, gehouden door ...


auteur(s): Donner, J.H.Hoorn, S.A. van den
genre: Acta
bundel:
tijdschrift:
jaargang:
uitgever: Donner
plaats: Leiden
jaar: 1883-1886
druk: 1
ISBN/ISSN:
aantal pagina's: 963
Editie ''in de tegenwoordige spelling naar de oorspronkelijke Nederduitsche uitgave" en onder toezicht van J.H. Donner en S.A. van den Hoorn. Een reprint van deze editie verscheen bij uitgeverij Den Hertog, Houten in 1987. Het corrigeren en invoeren van deze Acta is verzorgd door de heer J.A. Meijer te Woudenberg.

  • Titelpagina en voorreden
  • Zitting 1-25
  • Zitting 26-50
  • Zitting 51-75
  • Zitting 76-100
  • Zitting 101-125
  • Zitting 126-150
  • Zitting 101-125
  • Zitting 126-150
  • zitting 151-154
  • zitting 36
  • De Oordelen der Uitheemsche Theologen
  • Het Vijfde Artikel
  • De Oordelen der Uitheemsche Theologen
  • Het Oordeel der Gedeputeerden van de Nederlandsche Kerken
  • Oordeel Nat.Synode Geref.Kerken van Frankrijk
  • Na-handelingen Nationale Synode
  • zitting 155 t/m 180
  • inhoudsopgaven, verwijzingen en verbeteringen
  • Zitting 5


    DE VIJFDE ZITTING.

    Den 16en November, Vrijdagvoormiddag.

    De geloofsbrieven, die men aan de Remonstranten zou zenden, zijn voorgelezen, en door de Synode geapprobeerd. Waarvan hier een minute bijgevoegd wordt.

    Eerwaardige en Zeergeleerde N.! De Nationale Synode der Gereformeerde Nederland
    sche Kerken, wettelijk in den naam des Heeren, op last en autoriteit der E. Hoogmog. Heeren StatenGeneraal van het Vereenigde Nederland verzameld, om de twisten, in de voornoemde Kerken gerezen, te onderzoeken en weg te nemen, heeft verstaan, dat het de wil der voornoemde Hoogmog. Heeren is, dat in de eerste plaats de vijf Artikelen der Remonstranten onderzocht en geoordeeld zullen worden; aangezien daaruit de twisten voornamelijk zijn gerezen. Nu heeft de Synode billijk en noodig geacht, uit het getal der Remonstranten, benevens hen, die in deze Synode zijn, naar deze Synode te ontbieden en uit te noodigen: uit Gelderland, Henricus Leo en Bernerus Wezekius; uit het gebied van den Graaf, Henricus Hollingerus; uit ZuidHolland, Mr. Simon Episcopius, Johannes Arnoldi, Bernardus Dwinglonius, Eduardus Poppius en Theophilus Rijckwartius; uit NoordHolland, Philippus Pynackerus en Dominicus Sapma; uit de Provincie van Overijsel, Thomas Goswinius en Assuerus Matthisius, en uit de WaalschNederlandsche Kerken Carolus Niellius, als in deze zaak meest geoefend, ten einde zij in deze voornoemde Artikelen, vrijelijk voorstellen, verklaren en verdedigen, zooveel zij doenlijk en noodig zullen oordeelen. En dat zij meteen aan deze Synode bij geschrift overleveren, al de bedenkingen, zoo zij eenige hebben, over de leer, in de Confessie en Cathechismus dezer Kerken begrepen, en de redenen dier bedenkingen, opdat de voornoemde Synode, alles gehoord en overwogen hebbende, des te rijper van alles in de vreeze des Heeren moge oordeelen. Hierom ontbiedt en noodigt uit de voornoemde Synode, mede op gezag en met goedkeuring der E. Gecommitteerden U. N., bij dezen, opdat gij tot het voorgeschreven einde in de Synode persoonlijk verschijnt, met de anderen, die tot hetzelfde einde ontboden en uitgenoodigd zijn, binnen veertien dagen na de ontvangst van dezen tegenwoordigen brief, zonder eenige weigering of uitvlucht, opdat in u geen schuld van nalatigheid of hardnekkigheid gevonden worde, of dat gij niet schijnt uwe zaak verlaten of verzuimd te hebben.

    Gegeven te Dordrecht in de Nationale Synode, den 16e November, nieuwen stijl.
    De Praeses, Assessoren, en de Scriba's hadden, uit naam der Synode voornoemd, onderteekend.
    [17]
    Het heeft ook den E. Heeren Gecommitteerden beliefd aan hen dezen brief te zenden.


    Eerwaardige en Zeergeleerde N. Het kan niemand onbekend zijn, dat de E. Hoogmogende Heeren StatenGeneraal der Vereenigde Nederlandsche Provinciën, tegen den eersten dezer maand, eene Nationale Synode hebben beroepen, tot welke zij van de voornaamste Theologen, uit GrootBrittanje, Frankrijk, Paltz, Brandenburg, Hessen, Zwitserland, Geneve, Bremen, Embden en uit andere kerken, die professie doen van de Gereformeerde Religie, een tijd geleden hebben beroepen; ten einde deze droevige, en zoo in 't gemeen als in 't bizonder schadelijke verschillen, in het stuk van de Religie onderzocht, en door dit middel de Republiek haren welstand, en de Kerk hare rust weder toegebracht, de gemoederen, welke aan weerszijden verbitterd zijn, verzacht, en in den toekomenden tijd alles ter eere des eenigen onsterfelijken Gods, en tot welvaart des algemeenen Vaderlands, gericht worde. Alzoo hebben zich in deze vergadering, den 13en dezer maand, wel en ordelijk in de tegenwoordigheid der E. Heeren Gecommitteerden der Hoogmog. Heeren StatenGeneraal gehouden, en ter goeder ure aangevangen, ook de andere uitheemsche Theologen, onaangezien de moeielijkheden en ongemakken van reizen, laten vinden. Maar aangezien alleenlijk de Utrechtsche Remonstranten zich bij deze handeling hebben laten vinden, zoo is het, dat wij, Gecommitteerden der E. Hoogmog. Heeren Staten, opdat alles ordelijk en behoorlijk, en gelijk het in het huis des Heeren behoort, verricht worde, deze hebben doen uitnoodigen, gelijk wij ook bij dezen 11E. uitnoodigen en oproepen) en te verstaan gegeven, dat niet alleenlijk alle, maar ook iedereen uit de voornaamsten en geleerdsten, die wij weten, dat die partij aanhangen, en aangaande de vijf artikelen (zoo men ze noemt), waarvan in de allereerste plaats te handelen staat, iets weten voort te brengen, binnen den veertienden dag, naar bedoeling van dezen, in deze vergadering wettelijk en met volle autoriteit der E.H.M. Heeren Staten, te zamen geroepen, zich vinden laten. Dit geschiedt, opdat zij, in de vreeze des Heeren, hun gevoelen van de voorzegde artikelen vrijelijk voorstellen, verklaren, en naar dat zij achten zullen noodig te zijn, verdedigen, en hetgeen zij verder hebben op de leer, die in den Catechismus en de Confessie dezer Kerken begrepen is, waaraan zij twijfelen, dat, en de redenen daarvan, bij geschrift vervatten, opdat het meer rijpelijk en nauwkeurig onderzocht moge worden, opdat er niets zij wat deze heilige handeling terughouden, en in volgende tijden de gemoederen verrukken, of de rust der Republiek verstoren moge. Gelijk wij zulks den anderen deden, alzoo hebben wij ook goed gevonden in 't bizonder UE. dit te kennen te geven, opdat niemand in toekomende tijden onwetendheid voorwende, of klage dat door ons iets nagelaten zij, hetwelk tot vrede en stichting der gemoederen is strekkende. Degene nu, die deze onze uitnoodiging, binnen veertien dagen na de ontvangst van dezen, niet gehoorzaam zal zijn geweest, die zal voor een verlater en voor hardnekkig gehouden worden, en voor den toekomenden tijd zich zelven alle gelegenheid afsnijden van te disputeeren, te twijfelen, of iets in eenige zaak tot kwetsing en ruïne der Kerk, in twijfel te trekken, en twisten op te werpen, of eindelijk iets, hetwelk op het Woord Gods gefondeerd is, naar believen te bestrijden, nadat alhier iets wettelijk besloten zal wezen. Vaarwel, Eerwaardige en welgeleerde N. Gegeven te Dordrecht 1619, den 16en November. (Was onderteekend:) De Gecommitteerden der Ed. Hoogmog. Heeren StatenGeneraal, en in hun naam, Daniel Heynsius.
    Deze brieven aan een ieder gezonden zijnde, opdat ondertusschen, terwijl de uitgenoodigden verwacht werden, deze tusschentijd niet zonder vrucht zoude doorgebracht worden, zoo zijn de gedeputeerden van iedere Synode vermaand en verzocht geweest, dat zij de bezwaren der Kerken, die zij medegebracht hadden, en die noch de leer, noch de gemeene orde der kerkelijke regeering aangingen, den Praeses overhandigen zouden, opdat hij, samen metde Assessoren en Scriba's, eenige hieruit zoude uitlezen, waarvan men intusschen mocht handelen.
    Is ook geoordeeld, dat tot nut, eer en stichting der Synode zoude dienen, dat somtijds in deze vergadering eenige publieke vermaningen in het Latijn gedaan zouden worden. Derhalve zijn de uitheemsche Theologen verzocht, dat zij zich wilden bereiden tot deze heilige oefening, en dat naar de orde van ieder gestoelte der natie dit mocht voortgezet worden.
    [18]
    Aangaande de inlandsche Theologen, daarvan zou nader beraadslaagd worden.
    En dewijl niemand van de Professoren der H. Theologie uit de Friesche Academie van Franeker was gekomen, zijn de Heeren Gecommitteerden verzocht geworden de E. M. Heeren Staten van Friesland, door brieven te willen vermanen, dat Sybrandus Lu Lubbertus terstond tot deze Synode gezonden mocht worden. Deze hebben geantwoord, dat zij deze zaak zouden behartigen.