Uitgebreid zoeken
Kerkrecht.nl
Help
Contact

Acta of Handelingen der Nationale Synode, in den naam onzes Heeren Jezus Christus, gehouden door ...


auteur(s): Donner, J.H.Hoorn, S.A. van den
genre: Acta
bundel:
tijdschrift:
jaargang:
uitgever: Donner
plaats: Leiden
jaar: 1883-1886
druk: 1
ISBN/ISSN:
aantal pagina's: 963
Editie ''in de tegenwoordige spelling naar de oorspronkelijke Nederduitsche uitgave" en onder toezicht van J.H. Donner en S.A. van den Hoorn. Een reprint van deze editie verscheen bij uitgeverij Den Hertog, Houten in 1987. Het corrigeren en invoeren van deze Acta is verzorgd door de heer J.A. Meijer te Woudenberg.

  • Titelpagina en voorreden
  • Zitting 1-25
  • Zitting 26-50
  • Zitting 51-75
  • Zitting 76-100
  • Zitting 101-125
  • Zitting 126-150
  • Zitting 101-125
  • Zitting 126-150
  • zitting 151-154
  • zitting 36
  • De Oordelen der Uitheemsche Theologen
  • Het Vijfde Artikel
  • De Oordelen der Uitheemsche Theologen
  • Het Oordeel der Gedeputeerden van de Nederlandsche Kerken
  • Oordeel Nat.Synode Geref.Kerken van Frankrijk
  • Na-handelingen Nationale Synode
  • zitting 155 t/m 180
  • inhoudsopgaven, verwijzingen en verbeteringen
  • Titelpagina

    ACTA

    OF

    HANDELINGEN


    DER



    NATIONALE SYNODE,



    IN DEN NAAM ONZES HEEREN JEZUS CHRISTUS,

    Gehouden door autoriteit der Hoogmogende Heeren

    Staten-Generaal der Vereenigde Nederlanden


    TE DORDRECHT,

    TEN JARE 1618 EN 1619.


    Hier komen ook bij de volledige Beoordeelingen van de

    Vijf Artikelen en de Post-Acta of Nahandelingen.
    ____


    IN DE TEGENWOORDIGE SPELLING NAAR DE OORSPRONKELIJKE NEDERDUITSCHE UITGAVE

    ONDER TOEZICHT VAN


    J. H. DONNER en S. A. VAN DEN HOORN.






    DEN HOOGSTEN EN MACHTIGSTEN MONARCHEN KONINGEN DER CHRISTENHEID; DEN DOORLUCHTIGSTE PRINSEN. GRAVEN, STEDEN EN MAGISTRATEN;
    WENSCHEN DE STATEN GENERAAL DER VEREENIGDE PROVINCIňN:
    HEIL EN ZALIGHEID IN JEZUS CHRISTUS, ONZER ALLER EENIGEN ZALIGMAKER EN MIDDELAAR!








    Dat het fondament van deze onze zeer vermaarde Republiek de eenheid is, en van de eenheid, de ware Godsdienst, heeft iedereen welgeweten, zoolang als wij met eenen en denzelfden vijand hebben te doen gehad. Maar zoo haast de vrees weggenomen was, dat de gemeene zaak geene schade van buiten zoude lijden, zoo heeft de vijand van het menschelijk geslacht, die altijd op zijn post de wacht houdt, al het geschut van de muren en vesten tegen de Kerk gekeerd. Hoe minder deze listige praktijken vernomen worden' (want daar is niets, dat den mensch van nature meer behaagt dan onheiligheid) hoe meer kwaad en verderf zij veroorzaken. Dewijl alzoo de Kerk, zoolang als wij hier leven, nauwelijks van de Republiek gescheiden kan worden, zoo merken diegenen, die met de oneenigheden derzelve, of den spot drijven, hoedanigen zeer velen te allen tijden geweest zijn, of geen acht daarop nemen, gelijk zij wel behoorden, nadat de ziekten van heimelijke haat en vijandschap de levende deelen van den geheelen staat bevangen heeft, wel, dat het haar mede geldt. Want allen gevoelen evenzeer den ondergang, ook diegenen, die te voren het gevaar niet vreesden. Hiervan hebben deze Vereenigde ProvinciŽn de gansche wereld eene opmerkelijke proeve tot nog toe gegeven, dewelke; daar zij in tijd van oorlog door Gods hulp altijd onbewogen en vast hebben gestaan, uit de tegenheden moed, uit de gevaren manlijkheid en dapperheid scheppende; den stilstand van wapenen met inlandsche oneenigheid, en zoo zich God niet had erbarmd, met haar eigen ondergang en verderf, schenen gekocht te hebben. In dezen gruwelijke hagelslag en straf, die de verachting of het verzuimen van den Godsdienst op aarde altijd volgt, was dit het ellendigste, dat diegenen, die de oneenigheid ingevoerd hadden, het geneesmiddel van eenheid alreeds weggenomen hadden, overmits het verlangen en zuchten aller vromen, die nu over zoovele jaren naar eene publieke bijeenkomst verlangd hadden (opdat in dezelve de oorsprong van dit jammer ernstiglijk overwogen mocht worden), nu geen plaats meer had; en overmits diegenen, die van ganscher harte den vrede zochten, zagen, dat ze hun publiekelijk door wapenen geweigerd werd, waarmede zij niet van den vijand, maar van de hunnen tegen de waarheid, die zij altijd beleden hadden, in hun Vaderland belegerd werden. Wij; ons verlatende op de kracht Desgenen, die zichzelven hier eenmaal een stoel geplant, die over lang door oneindige weldaden bewezen heeft, dat Hij alzoo niet allen volkeren gedaan heeft, zoo haast wij de hellende Republiek, welker zorg God ons had bevolen, meer zeker dachten gesteld te hebben, hebben geacht onze schuldige plicht te zijn de zaak des levenden Gods, van wiens Majesteit alle autoriteit is vloeiende, die op aarde te vinden is, met groote vrijmoedigheid en de ontallijke onkosten bij der hand te nemen; hebben in de hoofdstad van Holland Dordrecht een Synode beschreven. Tot dezelve hebben wij, benevens onze Professoren en Dienaars en Ouderlingen, mannen van bizondere geleerdheid uit de naburige Koningrijken, JurisdictiŽn en Republieken, door aanraden, inzonderheid van den Machtigsten Jacobus I, door Gods genade Koning van Groot Brittanje, en met advies des Prinsen van Oranje, zeer beroemde Theologen ontboden.
    Deze hebben niet, hetwelk in andere dingen somwijlen pleegt te geschieden, onbedachtelijk of als in 't voorbijgaan, maar; voorhenen zich bij eede aan God, den Heere des Hemels en der aarde verplicht hebbende, dat zij niet anders dan naar zijn voorlichtend Woord en naar hun geweten in deze zoo eerwaardige bijeenkomst hun gevoelen en oordeel van zulke hooge verborgenheden zouden uitspre-





    IV
    ken; met een wonderbaarlijke en schier ongeloofelijke overeenstemming het verschil, dat zoovele jaren had geduurd, beslist, gelijk de E. M. Mannen, onze Gecommitteerden, die wij belast hebben over de gansche handeling te presideeren, ons hebben gerapporteerd, en wij zelven ook hebben bevonden. Over dit verschil waren sommigen (die te voren veroordeelde dingen wederom ophaalden); niet over de palen en grenzen van akkers, waterleidingen en dakdruppingen, welke dingen laag onder onze gedachten plegen te zijn, maar over de einden of palen van den menschelijken wil en van de Goddelijke genade, onder den naam van praedestinatie, die zij bij het volk gehaat maakten; voor God en hunne medebroeders begonnen moeite te maken. Maar de zaak Gods heeft de overhand behouden, door alle stemmen, naar welke deze twist uitgesproken is, zoodat in toekomende tijden iedereen te verwerpen is, die met zijnen Schepper twist. Deze overeenstemming zullen de over lang uitgegevene Canones, in welke alle de leden der Synode, tot ťťn toe (zooals door eens ieders onderteekening blijkt) overeen gekomen zijn, voor geheel de wereld betuigen, zijnde deze even zoovele handschriften der Kerken. Voorts hebben wij, uit gelijke zorgvuldigheid, opdat in dit ons gebied niets zoude ontbreken aan hetgeen tot rust der Kerk dienen mocht, ook de formulieren onzer eenigheid, namelijk, de Belijdenis en den Catechismus, tot nog toe hier gebruikelijk, naar den regel van Gods Woord naarstiglijk door dezelven doen overzien; dewelke; de gansche zaak naarstiglijk en in de vreeze des Heeren met vreugdegebeden tot God in dezelfde eerwaardige vergadering overwogen hebbende; met een schier onuitsprekelijke blijdschap van velen, die de goedheid des Gods IsraŽls, in eene zoo lieflijke en beminnelijke overeenstemming, in hun hart smaakten, hebben geoordeeld, dat deze leer, gelijk ze in beide verklaard werd, den Woorde Gods gelijkmatig was, en derhalve den nakomelingen zonder eenige verandering moest nagelaten worden. Welk oordeel wij ook begeeren, dat krachtig en bondig zijn. Wijders, opdat elkeen wete, hoe veel wij u,
    KONINGEN,
    PRINSEN,
    GRAVEN,
    STEDEN,
    MAGISTRATEN,

    die in deze zoo Godzalige en hooge zaak ons moediglijk en goedertierenlijk bijgestaan hebt, en hoe veel wij ook de geleerdheid, Godzaligheid, getrouwheid en oprechtheid der voortreffelijkste Theologen, die gij gezonden hebt, zijn toedragende; maar voornamelijk, opdat niemand aangaande onze eenstemmigheid in den Godsdienst twijfele; zoo hebben wij de Acten, gelijk ze aldaar gelezen en goedgekeurd zijn, en daarna door onzen last en ons bevel nauwkeuriglijk bijeen gesteld, onder onze autoriteit, naar het voorbeeld van de machtigste Potentaten, in het licht gegeven. En bidden alle anderen, voornamelijk diegenen, die met ons door een zelfde verbond vereenigd zijn, dat zij menigmaal aan deze onze overeenstemming willen gedenken, en datzelve geloof, hetwelk is de zekere zaligheid der zielen, omhelzen; maar inzonderheid, dat zij naar ons voorbeeld het Rijk Gods in dit leven steeds willen voortplanten, de grootheid van welk Rijk in het toekomende leven blijken zal.
    In 's Gravenhage, Anno 1620, den 27 Maart.