|
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Artikel 12
Artikel 13
Artikel 14
Artikel 15
Artikel 16
Artikel 17
Artikel 18
Artikel 19
Artikel 20
Artikel 21
Artikel 22
Artikel 23
Artikel 24
Artikel 25
Artikel 26
Artikel 27
Artikel 28
Artikel 29
Artikel 30
Artikel 31
Artikel 32
Artikel 33
Artikel 34
Artikel 35
Artikel 36
Artikel 37
Artikel 38
Artikel 39
Artikel 40
Artikel 41
Artikel 42
Artikel 43
Artikel 44
Artikel 45
Artikel 46
Artikel 47
Artikel 48
Artikel 49
Artikel 50
Artikel 51
Artikel 52
Artikel 53
Artikel 54
Artikel 55
Artikel 56
Artikel 57
Artikel 58
Artikel 59
Artikel 60
Artikel 61
Artikel 62
Artikel 63
Artikel 64
Artikel 65
Artikel 66
Artikel 67
Artikel 68
Artikel 69
Artikel 70
Artikel 71
Artikel 72
Artikel 73
Artikel 74
Artikel 75
Artikel 76
Artikel 77
Artikel 78
Artikel 79
Artikel 80
Artikel 81
Artikel 82
Artikel 83
Artikel 84
Doc78-verdwenen_art
|
Artikel 35
Kerkenordening 1905/1933: Artikel XXXVI. ’t Zelfde zeggen heeft de classis over den kerkeraad, ’t welk de particuliere synode heeft over de classis, en de generale synode over de particuliere.
Deputatenrapport 1974: Artikel 37. Bevoegdheid van meerdere vergaderingen t.a.v. mindere: Dit is art.36 (oud), onveranderd.
Commissierapport 1975:
FH vragen: dient hier niet een andere omschrijving te komen? Want slechts weinigen kunnen het “zeggen” begrijpen. Ze wijzen op een heel aantal geschriften, waar over dit “zeggen” in divergerende zin gehandeld wordt. Is de besluitbevoegdheid van meerdere vergaderingen niet voldoende geregeld in art.31, en evenzo de plicht van de mindere vergaderingen om besluiten voor vast en bondig te houden? Als er geen betere redactie kan worden verkregen, zien FH dit artikel liever vervallen. Uw comm. kan er op wijzen dart het hier inderdaad een uitwerking van art.31 betreft. Jansen verliest zich hier in bespiegelingen over het gezag. Maar Meulink/De Wolff (p.83/84) weten te melden dat dit artikel is ingevoerd door Middelburg 1581, waar een particuliere vraag lag in de sector van art.31, nl. of de grote kerken zich niet aan het besluit van de synode en de classis hadden te onderwerpen, zowel als de kleine, en zich daarnaar te reguleren. Het antwoord was, dat alle kerken, zowel grote als kleine, even gelijk aan de classes onderworpen zijn, gelijk de classes aan de particuliere synode, en de particuliere synode aan de generale (zie P. Biesterveld en HH Kuyper, Kerkelijk Handboekje, p.178). We kunnen dit artikel daarom zien als een versterking van art.31 tegenover elke vorm van independentisme. Uw comm. wil het, met depp., handhaven, al is zij zich bewust dat de taalkundige herziening moeite zal kosten.
Artikel 33. ’t Zelfde zeggen heeft de classis over de kerkeraad, ’t welk de particuliere synode heeft over de classis, en de generale synode over de particuliere.
Synodebehandeling 1975: De synode stelt deze artikelen direct na eerste lezing vast. Zij gaat uit van de tekst van de commissie.
36. ’t Zelfde zeggen heeft de classis over de kerkeraad, ’t welk de particuliere synode heeft over de classis, en de generale synode over de particuliere.
Deputatenrapport 1976: Dit rapport behandelt het betreffende artikel niet.
Deputatenrapport 1977:
37. Artikel 36 (acta) T. Voorstel: De classis heeft de bevoegdheid rechtsgeldige uitspraken te doen ten opzichte van de kerkeraad. Dit geldt eveneens voor de particuliere synode ten opzichte van de classis en voor de generale ten opzichte van de particuliere synode.
Commissierapport 1978: Dit artikel wordt conform het concept van deputaten aanvaard.
Artikel 35. Bevoegdheid van de meerdere vergaderingen ten opzichte van de mindere: De classis heeft de bevoegdheid rechtsgeldige uitspraken te doen ten opzichte van de kerkeraad. Dit geldt eveneens voor de particuliere synode ten opzichte van de classis en voor de generale ten opzichte van de particuliere synode.

|