Uitgebreid zoeken
Kerkrecht.nl
Help
Contact


auteur(s):
genre: Uitvoeringsbepalingen en jurisprudentie
bundel:
tijdschrift:
jaargang:
uitgever: LDC SoW-kerken
plaats: Utrecht
jaar: 2003
druk:
ISBN/ISSN:
aantal pagina's:
Digitale uitgave

  • Bepalingen bij artikel 5 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 6 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 7 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 9 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 10 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 11 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 12 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 13 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 14 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 15 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 16 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 17 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 18 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 19 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 20 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 21 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 24 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 25 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 26 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 31 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 32 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 32a van de kerkorde
  • Overgangsbepalingen bij de artikelen 31, 32 en 32a
  • Bepalingen bij artikel 33 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 34 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 35 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 36 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 39 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 40 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 41 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 42 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 47 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 51 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 52 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 56 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 59 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 68 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 69 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 72 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 74 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 75 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 76 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 78 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 79 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 82 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 83 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 84 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 86 van de kerkorde
  • Bepaling bij artikel 88a van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikelen 99 en 100 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 102 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 103 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 105 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 108 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 109 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 116 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 117 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 119 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 123 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 125 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 127 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 128 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 129 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 130 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 132 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 135 van de kerkorde
  • Bepalingen bij artikel 135 van de kerkorde

    Uitspraken over christelijke organisaties

    1. Uit de erkenning van het Koningschap van Christus over heel het leven, gelijk dit door de kerk wordt beleden en gepredikt, vloeit voort dat de gelovigen zich bij het licht der Heilige Schrift, gemeenschappelijk hebben te bezinnen op de betekenis van dit belijden voor elk levensterrein.
    2. Het kan niet gerekend worden tot de taak der kerken te behoren zich in haar vergadering over de toepassing van de eis Gods op allerlei praktische levensverhoudingen met het haar van Christus verleende gezag uit te spreken.
    3. Het is niettemin duidelijk de roeping der kerk er op toe te zien, dat haar leden in hun levensopenbaring in de breedste zin des woords zich niet schuldig maken aan het overtreden van enig gebod Gods, zich niet voegen in een levensverband, waarin zij gehinderd worden de Here te dienen naar zijn Woord, en hetwelk hetzij in zijn grondslag, hetzij in zijn doelstelling of arbeidsmethode, uitdrukkelijk of metterdaad de geopenbaarde wil Gods verwerpt.
    4. De kerken erkennen met hartelijke waardering de arbeid van die instellingen en organisaties, die zich ten doel stellen, in gebondenheid aan de Heilige Schrift, de eis Gods voor heel het leven zich in te denken en in praktijk te brengen, waarbij met name gedacht moet worden aan hetgeen op het gebied van christelijk onderwijs, de christelijke barmhartigheid en met betrekking tot de grondslagen van de sociale en de staatkundige levensverhoudingen door de christelijke organisaties op sociaal gebied en door de christelijke partijen op politiek terrein is tot stand gebracht en gepropageerd.
    5. De kerken dienen dienovereenkomstig met de meeste zorg vervuld te zijn, dat de hierin ontvangen en nog in te wachten rijke zegen niet worde prijsgegeven, inzonderheid nu in onze tijd de anti-goddelijke machten zich steeds meer verheffen en de verwereldlijking van het leven toeneemt; en dat zij uit dit oogpunt ook de thans door velen geuite gedachte, als zou het bestaan van zodanige christelijke organisaties niet meer gerechtvaardigd zijn, moeten afwijzen en veeleer haar leden dienen aan te sporen hierin een werkzaam aandeel te hebben.
    6. De kerken dienen tegelijkertijd ook elke gedachte te verwerpen, als zouden zulke christelijke organisaties haar doel in zichzelf hebben, aangezien de gelovigen naar het woord van Christus het licht der wereld en het zout der aarde zijn.
    Zwolle 1946, art. 342;
    (Zie ook Groningen 1963, art. 355, 480)