Overgangsbepalingen bij de artikelen 31, 32 en 32a |
1. De verzoekschriften tot appèl en revisie die op 1 juli 2001 reeds ingediend waren, worden behandeld met inachtneming van de ten tijde van de indiening van het verzoekschrift van kracht zijnde artikelen 31 en 32 K.O.. 2. Degene die voor de datum van de inwerkingtreding van artikel 32a K.O. reeds van enig besluit van een kerkelijke vergadering een revisie- of een appèlverzoek ingediend had en dus aan de oude regels en bepalingen van revisie en appèl onderworpen blijft, is echter met ingang van de datum van inwerkingtreding van art 32a K.O. eveneens gerechtigd om overeenkomstig de bepalingen van dit artikel een verzoek tot het treffen van een spoedvoorziening in te dienen. 3. De leden en plaatsvervangende leden van het particulier deputaatschap voor appèlzaken die voor de eerste maal worden benoemd, zullen voor een zodanige termijn worden benoemd dat een ordentelijk rooster van aftreden gemaakt kan worden. Enkhuizen, art. 98 en 100
|