|
Bepalingen bij artikel 5 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 6 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 7 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 9 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 10 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 11 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 12 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 13 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 14 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 15 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 16 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 17 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 18 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 19 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 20 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 21 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 24 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 25 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 26 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 31 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 32 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 32a van de kerkorde
Overgangsbepalingen bij de artikelen 31, 32 en 32a
Bepalingen bij artikel 33 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 34 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 35 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 36 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 39 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 40 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 41 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 42 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 47 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 51 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 52 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 56 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 59 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 68 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 69 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 72 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 74 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 75 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 76 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 78 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 79 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 82 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 83 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 84 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 86 van de kerkorde
Bepaling bij artikel 88a van de kerkorde
Bepalingen bij artikelen 99 en 100 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 102 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 103 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 105 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 108 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 109 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 116 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 117 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 119 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 123 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 125 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 127 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 128 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 129 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 130 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 132 van de kerkorde
Bepalingen bij artikel 135 van de kerkorde
|
Bepalingen bij artikel 32 van de kerkorde |
32.1 Het indienen van appèlschriften
1. Appèl tegen een besluit van een kerkelijke vergadering wordt ingesteld door middel van een appèlschrift en wel binnen zes weken nadat het bestreden besluit genomen is dan wel binnen zes weken na de dag waarop de bezwaarde van dat besluit redelijkerwijs kennis had kunnen nemen. 2. Appèlschriften moeten worden ingediend bij de actuarius c.q. scriba van de vergadering waarop men zich beroept met kennisgeving en toezending van een afschrift van het appèlschrift aan de actuarius c.q. scriba van de vergadering door welker besluit men zich bezwaard acht. 3. Een appèlschrift dient in elk geval te bevatten: a. de naam en het adres van degene die in appèl gaat; b. een vermelding van het besluit waartegen het appèlschrift is gericht en de datum daarvan; c. een toelichting waarom de bezwaarde meent dat het bestreden besluit in strijd is met Gods Woord dan wel met bepalingen van de kerkorde dan wel dat het welzijn van de kerk door het besluit geschaad wordt of dat hem daardoor onrecht aangedaan is; d. de dagtekening en de handtekening van de bezwaarde of zo het een kerkelijke instantie is van de preses c.q. voorzitter en de scriba c.q. actuarius c.q. secretaris van de instantie. 4. Indien een appèlschrift niet voldoet aan het bepaalde in het derde lid van dit artikel stelt de appèlinstantie de bezwaarde in de gelegenheid het appèlschrift binnen een termijn van dertig dagen aan te vullen. 5. Een appèlverzoek kan door de appellant worden ingetrokken zolang de appèlinstantie nog geen beslissing genomen heeft.
32.2 Appèlschriften tegen de leer van Dienaren des Woords die aan een gemeente verbonden zijn c.q. Dienaren des Woords ex art 16 K.O.
Ten deze moge verwezen worden naar artikel 108 K.O. en de bij dat artikel behorende uitvoeringsbepalingen.
32.3 De behandeling van een appèlschrift door de particuliere synode
1. Wanneer de particuliere synode een appèlschrift ontvangen heeft, stelt zij dit direct in handen van het door haar ingestelde particulier deputaatschap voor appèlzaken als bedoeld in ubp 32.5. 2. De secretaris van het deputaatschap doet door toezending van een afschrift van het appèlschrift mededeling aan de vergadering welker besluit wordt bestreden en stelt deze in de gelegenheid om binnen een nader vast te stellen termijn schriftelijk daarop te antwoorden, een en ander tenzij het deputaatschap reeds dadelijk van oordeel is dat het appèl niet-ontvankelijk is. De secretaris van het deputaatschap verzoekt tevens de scriba van de vergadering welker besluit wordt bestreden, om toezending van alle op de kwestie betrekking hebbende stukken. 3. Het deputaatschap wijst betrokkenen erop dat zij inzage hebben in alle in het bezit van het deputaatschap zijnde en op de zaak betrekking hebbende stukken. 4. Betrokkenen worden door het deputaatschap in de gelegenheid gesteld in elkanders aanwezigheid hun standpunt mondeling nader toe te lichten. Betrokkenen kunnen zich daarbij laten bijstaan. 5. Het deputaatschap is bevoegd om bijzondere redenen de betrokkenen afzonderlijk te horen, mits een schriftelijke verhandeling wordt opgemaakt en ondertekend door de preses en de secretaris en de inhoud daarvan ter kennis van de andere betrokkene(n) wordt gebracht. 6. Het deputaatschap kan op verzoek van één van de betrokken partijen dan wel op eigen initiatief getuigen en/of deskundigen horen. 7. De zittingen zijn besloten. De voorzitter beslist op een verzoek tot toelating van andere personen dan de hiervoor genoemde. 8. Nadat de behandeling is afgesloten, brengt het deputaatschap zo spoedig mogelijk en in elk geval binnen zes weken advies uit aan de particuliere synode uit over de gegrondheid dan wel ongegrondheid van het appèlverzoek en over de te nemen maatregelen. Het deputaatschap zendt gelijktijdig een afschrift van dit advies aan de betrokkenen. De in dit lid genoemde termijn van zes weken kan eenmaal met eenzelfde termijn worden verlengd. 9. De particuliere synode geeft binnen een termijn van zes weken na ontvangst van het advies van het deputaatschap een beslissing op het appèl. Indien de particuliere synode alle betrokkenen wenst te horen alvorens een beslissing te nemen, dient zij dat betrokkenen binnen een termijn van zes weken mee te delen. De in dit lid genoemde termijnen van zes weken kunnen eenmaal met eenzelfde termijn worden verlengd. 10. De particuliere synode kan in haar beslissing het omstreden besluit bevestigen, dit geheel of ten dele vernietigen en aanvullen en of ter zake een voorziening geven, zoals zij geboden acht. 11. De particuliere synode kan bij geschillen die het gehele kerkverband raken, - na daartoe verkregen toestemming van generale deputaten- het geschil ter beslissing aan de generale synode voorleggen. Het deputaatschap kan in zijn advies op deze mogelijkheid wijzen. 12. Aan de behandeling en besluitvorming in de particuliere synode mag niet worden meegewerkt door ambtsdragers die deel uitmaken van de kerkelijke vergadering wier besluit het betreft of die anderszins bij het geschil zijn betrokken.
32.4 De beslissing van de particuliere synode op het appèlschrift
1. Elke beslissing wordt schriftelijk opgemaakt en dient te bevatten: a. de naam en het adres van degene die het appèlschrift indiende; b. de dagtekening van het bestreden besluit, alsmede de datum waar op het appèl werd ingesteld; c. een feitelijke samenvatting van het appèl; d. de gronden waarop de beslissing rust; e. een duidelijke uitspraak inzake de kwestie en zo nodig een regeling van de rechtsgevolgen van de beslissing; f. de dagtekening van de beslissing, de handtekening van de preses en actuarius of scriba. 2. De particuliere synode zendt binnen zes weken nadat de in het vorige lid bedoelde beslissing is genomen, afschriften van die beslissing naar de appellant(en), de kerkelijke vergadering die het bestreden besluit genomen heeft, het deputaatschap en naar de generale deputaten voor appèlzaken. 3. De generale deputaten nemen de beslissingen, ontdaan van persoonlijke gegevens (en in samenvatting) op in het periodiek verslag en in een centraal door haar daartoe ingesteld register. Dit register is voor een ieder toegankelijk. Deputaten die met de behandeling van bezwaren en geschillen belast zijn, hebben het recht alle uitspraken integraal in te zien en daarvan desgewenst afschriften te ontvangen.
32.5 De instelling van een particulier deputaatschap voor appèlzaken
1. Elke particuliere synode stelt een particulier deputaatschap voor appèlzaken in. Meerdere particuliere synodes kunnen tezamen één particulier deputaatschap voor appèlzaken instellen met dien verstande dat ten hoogste drie aangrenzende particuliere synodes tezamen één deputaatschap voor appèlzaken kunnen instellen. 2. Het deputaatschap bestaat uit vijf leden en vijf plaatsvervangende leden. De voorzitter wordt in functie benoemd. Het deputaatschap wijst uit zijn midden een secretaris en een plaatsvervangend secretaris aan. De voorzitter is een jurist; de secretaris zo mogelijk ook. 3. De leden en plaatsvervangende leden van het deputaatschap worden voor zes jaar benoemd. De secretaris maakt een rooster van aftreden. Een herbenoeming in hetzelfde deputaatschap is één keer mogelijk, voor zover de eerste benoeming bij de instelling van het deputaatschap voor een kortere periode dan zes jaar heeft plaatsgevonden. 4. De leden van het deputaatschap dienen kerkelijk betrokken te zijn en zo mogelijk ervaring te hebben in het verrichten van werkzaamheden voor de kerkelijke gemeenschap. 5. Het deputaatschap stelt een huishoudelijk reglement vast dat door de particuliere synode(s) moet worden goedgekeurd.
32.6 De behandeling van een appèlschrift door de generale synode
1. Wanneer de generale synode een appèlschrift ontvangen heeft, stelt zij dit direct in handen van het door haar ingestelde deputaatschap voor appèlzaken. 2. De secretaris van het deputaatschap doet door toezending van een afschrift van het appèlschrift mededeling aan de vergadering welker besluit wordt bestreden en stelt deze in de gelegenheid om binnen een nader vast te stellen termijn schriftelijk daarop te antwoorden, een en ander tenzij het deputaatschap reeds dadelijk van oordeel is dat het appèl niet-ontvankelijk is. 3. Indien een particuliere synode een geschil ter beslissing aan de generale synode voorgelegd heeft, bevestigt de secretaris van het deputaatschap aan alle betrokkenen de ontvangst daarvan. 4. Indien het generale deputaatschap voor appèlzaken een door een particuliere synode in appèl genomen besluit overeenkomstig het bepaalde in artikel 32, lid 5 KO aan de generale synode wil voorleggen, deelt zij dat aan alle betrokkenen binnen zes weken na ontvangst van het betreffende besluit mee. De termijn van zes weken kan eenmaal met eenzelfde termijn worden verlengd. Het naar aanleiding daarvan door de generale synode genomen besluit brengt geen nadeel toe aan door partijen verkregen rechten. 5. In alle voorkomende gevallen verzoekt de secretaris van het deputaatschap de scriba van de vergadering welker besluit wordt bestreden om toezending van alle op de kwestie betrekking hebbende stukken. 6. Het deputaatschap wijst betrokkenen erop dat zij inzage hebben in alle stukken die in het bezit van het deputaatschap zijn en op de zaak betrekking hebben. 7. Betrokkenen worden door het deputaatschap in de gelegenheid gesteld in elkanders aanwezigheid hun standpunt mondeling nader toe te lichten. Zij kunnen zich daarbij laten bijstaan. 8. Het deputaatschap is bevoegd om bijzondere redenen de betrokkenen afzonderlijk te horen, mits een schriftelijke verhandeling wordt opgemaakt en ondertekend door de voorzitter en de secretaris, en de inhoud daarvan ter kennis van de andere betrokkene(n) wordt gebracht. 9. Nadat de behandeling is afgesloten, brengt het deputaatschap zo spoedig mogelijk doch in elk geval binnen zes weken advies aan de generale synode uit over de gegrondheid dan wel ongegrondheid van het appèlverzoek en over de te nemen maatregelen. De termijn van zes weken kan met eenzelfde termijn worden verlengd. Het deputaatschap zendt gelijktijdig een afschrift van dit advies aan de betrokkenen. 10. De generale synode handelt -indien enigszins mogelijk- de door haar geagendeerde appèlschriften af. 11. Bij die beslissing kan de generale synode het bestreden besluit bevestigen, dit geheel of ten dele vernietigen en aanvullen en/of ter zake een voorziening geven, zoals zij geboden acht. 12. Aan de behandeling en besluitvorming mag niet worden meegewerkt door ambtsdragers die op enigerlei wijze bij het geschil betrokken zijn, noch – behoudens in geval van appèl naar artikel 32 lid 7 K.O. – door ambtsdragers die deel uitmaken van de kerkelijke vergadering wier besluit het betreft.
32.7 De beslissing van de generale synode op het appèlschrift
1. Elke beslissing wordt schriftelijk opgemaakt en dient te bevatten: a. de naam en het adres van degene die het appèlschrift indiende; b. de dagtekening van het bestreden besluit, alsmede de datum waar op het appèl werd ingesteld; c. een feitelijke samenvatting van het appèl; d. de gronden waarop de beslissing rust; e. een duidelijke uitspraak inzake de kwestie en zo nodig een regeling van de rechtsgevolgen van de beslissing; f. de dagtekening van de beslissing, de handtekening van de preses en de scriba of de actuarius. 2. De generale synode zendt binnen zes weken nadat de in het vorige lid bedoelde beslissing is genomen, afschriften van die beslissing naar appellant, de kerkelijke vergaderingen die de betrokken besluiten genomen hebben en het deputaatschap.
32.8 Misbruik van het recht van appèl
In de beslissing over gevallen waarin van het recht van appèl kennelijk misbruik is gemaakt, zal bij die beslissing niet met een eenvoudige afwijzing van het ingestelde appèl worden volstaan, doch daaraan worden toegevoegd een ernstige vermaning en bestraffing vanwege dat misbruik. Emmen 1989, art. 78 en 242 Mijdrecht 1991, art. 35 Aalten 1993, art. 144 Enkhuizen 1999, art.98, 100 en 129

|