Uitgebreid zoeken
Kerkrecht.nl
Help
Contact


auteur(s): Golverdingen, M
genre: Capita Selecta
bundel: Uit louter genade
tijdschrift:
jaargang:
uitgever:
plaats:
jaar: 1985
druk:
ISBN/ISSN:
aantal pagina's:
Notities over de praktische toepassing van enkele aspecten van artikel 22 van de Dordtse Kerkorde.

  • KANDIDAATSTELLING EN APPROBATIE, 1985 (geheel)
  • Het algemene bijbelse uitgangspunt
  • De leidinggevende taak van de kerkeraad
  • Twee manieren van verkiezen
  • Geen willekeur, maar orde
  • De noodzakelijkheid van een verkiezing
  • De welvoeglijke orde
  • Het recht van approbatie
  • Voorbeelden van concrete bezwaren
  • Informatie over de wijze van handelen bij een appèl
  • Informatie over de wijze van handelen bij een appèl

    De geschetste gevallen uit de praktijk van het kerkelijk leven maken telkens weer duidelijk hoezeer een kerkeraad voor de behandeling van bezwaren wijsheid behoeft. Er zijn geen twee gevallen gelijk!
    Een kerkeraad blijft echter een college van in zichzelf zondige mensen. Men kan zich in de beoordeling van een bezwaar vergissen of zich bewust of onbewust partijdig opstellen. Daarom is er, zoals we zagen, de mogelijkheid om tegen de uitspraak van een kerkeraad in beroep te gaan bij de classis. Nu rijst de vraag of een kerkeraad gehouden is om informatie te verstrekken aan het gemeentelid, dat in beroep wenst te gaan, over de gang van zaken bij een appèl. Een enkele keer kan men wel eens de gedachte horen verdedigen, dat ieder lid geacht wordt de kerkorde te kennen en dat een kerkeraad daarom zeker ongevraagd geen informatie behoeft te verstrekken. Deze gedachte gaat echter voorbij aan het feit, dat vele gemeenteleden niet zo goed thuis zijn in de kerkorde en daarom een gebrek aan inzicht hebben in de weg die zij moeten inslaan. In de praktijk leidt een dergelijke formele opstelling van een kerkeraad nog al eens tot het in eerste instantie afwijzen van het appèl door de classis omdat dit niet volgens de kerkrechtelijke weg of te laat is ingediend.
    Zo'n ervaring is uiterst onbevredigend voor het rechtsgevoel. Daarbij komt nog, dat daardoor - ten onrechte - wantrouwen kan ontstaan t.a.v. de kerkelijke vergaderingen. Men gaat spoedig denken aan het opzettelijk vertragen van de beroepszaak. Het voornaamste bezwaar tegen het niet of niet volledig verstrekken van informatie over de weg die men moet bewandelen bij een appèl, ontlenen we echter aan de Schrift. Een te formele opstelling is in strijd met de eerste eis, die Paulus in 1 Korinthe 14:40 noemt. Alle dingen moeten niet alleen op een ordelijke, maar ook op een eerlijke, betamelijke wijze geschieden. Het is zaak altijd naar een zo gaaf mogelijke vormgeving van het kerkrechtelijk handelen te zoeken.
    Daarom is elke kerkeraad in het licht der Schrift zedelijk verplicht de betrokkene te informeren over de mogelijkheid van appèl bij de classis. Daarbij moet ook duidelijk worden gemaakt dat een dergelijk beroep met redenen omkleed behoort te zijn. Uiteraard moet ook worden medegedeeld wanneer de classis zal vergaderen, alsmede de datum waarop het beroep moet zijn ingediend en de gegevens voor een juiste adressering. Aan het eind van de brief, waarin aan betrokkene wordt medegedeeld dat zijn bezwaren ongegrond zijn verklaard, zou de volgende formulering kunnen worden gebruikt: 'De kerkeraad hoopt van ganser harte dat u zijn beslissing en de motivering die daartoe heeft geleid, zult kunnen overnemen. Indien u onverhoopt toch zou menen dat de kerkeraad uw bezwaren ten onrechte ongegrond heeft geacht, kunt u zich beroepen op de classis..... U dient alsdan een gemotiveerd beroepschrift te zenden aan.......... (adres),.......... (woonplaats). Het beroepsschrift dient uiterlijk .......... aldaar te zijn ingediend. De vergadering van de classis zal D.V........... worden gehouden te .......... in .......... De aanvang is bepaald op .......... uur.'
    Maakt de bezwaarde gebruik van het recht van appèl, dan moet hij of zij dat aan de kerkeraad mededelen.32
    Het is onzes inziens ook zeer wel mogelijk, dat de bezwaarde het aan de classis gerichte appèl tijdig voor de genoemde datum aan de scriba van de kerkeraad laat toekomen met een verzoek om het stuk door te zenden. Het gaat immers naar art. 30 van de D.K.O. om een punt, dat een kerkeraad niet kan afhandelen. Waarom zou een kerkeraad niet bevorderen dat het voorleggen van een bezwaar aan de meerdere vergadering zo goed mogelijk verloopt? Het verlenen van een dergelijke medewerking is een goede zaak in het licht van het paulinisch vermaan om alle dingen op een welvoeglijke en ordelijke wijze te laten geschieden.33
    Wanneer de eerstkomende classisvergadering over geruime tijd zal worden gehouden, dient een kerkeraad bij serieuze bezwaren zeker te overwegen of het niet dienstig is zich te richten tot de roepende kerk met het verzoek de classis vervroegd samen te roepen. Een spoedige uitspraak is in het belang van de rust in de gemeente, komt de gemoedsrust van de verkozene ten goede en bevredigt het rechtsbesef van de bezwaarde. Welvoeglijkheid kenmerke steeds het ordelijke, gereformeerde kerkrechtelijke handelen. Dat is naar de Schrift, tot eer van de Koning der Kerk en tot welzijn van de gemeente.

    32 Joh. Jansen, a. w., blz. 144; K. de Gier, a. w., (Toelichting), blz. 70.
    33 Het verlenen van medewerking door de kerkeraad bij het verzenden van een appèl vindt een parallel in het administratief en fiscaal recht. Daarin komt het voor dat de instantie, die een uitspraak gedaan heeft waarover men bezwaard is, tegelijkertijd de instantie is, die het appèl in ontvangst neemt en voor doorzending zorgdraagt.