Uitgebreid zoeken
Kerkrecht.nl
Help
Contact


auteur(s): Golverdingen, M
genre: Capita Selecta
bundel: Uit louter genade
tijdschrift:
jaargang:
uitgever:
plaats:
jaar: 1985
druk:
ISBN/ISSN:
aantal pagina's:
Notities over de praktische toepassing van enkele aspecten van artikel 22 van de Dordtse Kerkorde.

  • KANDIDAATSTELLING EN APPROBATIE, 1985 (geheel)
  • Het algemene bijbelse uitgangspunt
  • De leidinggevende taak van de kerkeraad
  • Twee manieren van verkiezen
  • Geen willekeur, maar orde
  • De noodzakelijkheid van een verkiezing
  • De welvoeglijke orde
  • Het recht van approbatie
  • Voorbeelden van concrete bezwaren
  • Informatie over de wijze van handelen bij een appèl
  • Twee manieren van verkiezen

    De Schriftgegevens t.a.v. de verkiezing van de ouderlingen worden in dit artikel op twee manieren uitgewerkt. In de eerste volzin wordt gesproken over de z.g.n. aristocratische wijze van verkiezen. De brede kerkeraad, die wordt gevormd door de ouderlingen èn de diakenen, verkiest hierbij de ouderlingen.9 De uitslag wordt aan de gemeente medegedeeld, die het recht heeft deze verkiezing stilzwijgend goed te keuren of gemotiveerde bezwaren tegen één of meer van de voorgedragen broeders in te dienen.
    In de 17e en 18e eeuw kwam deze wijze van verkiezen vaak voor. De kerken van de Afscheiding of Wederkeer toonden sinds 1834 echter een uitgesproken voorkeur voor de mogelijkheid, die geopend wordt in de tweede volzin van artikel 22.10 Zo geldt voor de Gereformeerde Gemeenten sinds 1925, dat de aristocratische wijze van verkiezen alleen in zeer bijzondere gevallen door de kerkeraden mag worden gebruikt.11 We hebben daarbij o.m. te denken aan tijden van oorlog of nationale rampen, waarin het onmogelijk is om de ledenvergadering bijeen te roepen. Toch moet de gemeente des Heeren ook in zulke tijden worden geregeerd. Dan biedt de aristocratische wijze van verkiezen de mogelijkheid op ordelijke wijze in de ambten te voorzien. Regel is echter de aristocratisch-democratische wijze van verkiezen. Hierbij blijft de kerkeraad de centrale, leidinggevende plaats innemen, die hem krachtens de Schrift toekomt. De kerkeraad draagt immers aan de gemeente de kandidaten voor in een dubbel getal. Een dubbel getal moet nadrukkelijk worden onderscheiden van een dubbeltal. In het laatste geval stelt men tweetallen voor elke vakature. De gemeente kan dan uitsluitend kiezen tussen de ene persoon èn de andere persoon. Daarmede wordt de keuzemogelijkheid van de gemeente echter te zeer beperkt, zoals Bouwman opmerkt.12 Bovendien kan een kerkeraad door het hanteren van dubbeltallen gemakkelijk in de verzoeking worden gebracht om bestaande posities te handhaven.13 Daarom is er in het gereformeerde kerkrecht geen ruimte voor het stellen van dubbeltallen door kerkeraden! Bij een dubbel getal echter stelt de kerkeraad tweemaal zoveel personen als er nodig zijn als kandidaat in alfabetische volgorde aan de gemeente voor. Heeft men drie kandidaten nodig, dan bestaat het dubbel getal uit zes kandidaten, waaruit de ledenvergadering er drie kiest.
    Bij déze wijze van verkiezen komt ook het bijbelse gegeven van medewerking der gemeente veel beter tot zijn recht. Zo lezen we in Handelingen 14:23, dat Paulus en Barnabas in elke gemeente ouderlingen lieten verkiezen 'met opsteken der handen'. Ook op andere plaatsen lezen we, dat de gemeente bij de keuze van de ambtsdragers betrokken dient te zijn (Hand. 6 : 2, 3, 2 Kor. 8 : 19, Titus 1:5). De oude gereformeerden waren in de eerste jaren na de Reformatie erg beducht voor een volkskeuze. Toch hebben zij nog
    enige invloed toe willen kennen aan de gemeente door te bepalen, dat de diakenen aan de aristocratische wijze van verkiezen moesten medewerken. Zij beschouwden de diakenen als mannen die het vertrouwen van de gemeente hadden ontvangen. Als zodanig kon het belang van de gemeente ook bij de verkiezing van ouderlingen aan hen worden toevertrouwd.14 Van enige rechtstreekse medewerking van de gemeente is bij deze benadering uiteraard geen sprake. Die medewerking krijgt naar de Schrift echter wel heel duidelijk gestalte bij de aristocratisch-democratische wijze van verkiezen, die daarom terecht tot blijvende regel is gesteld.

    9 Men zie voor de manieren van verkiezen: H. Bouwman, a. w., blz. 529, 520. Zie ook: K. de Gier, De Dordtse Kerkorde. Een praktische verklaring, Rotterdam z.j. (onuitgegeven dictaat kerkrecht Theol. School der Geref. Gem.), s.v. artikel 22 (Wie verkiest de ouderling?).
    10 H. Bouwman, a.w., blz. 532.
    11 K. de Gier, a. w., s.v. art. 22.
    12 A. w., blz. 533.
    13 K. de Gier, a. w., s.v. art. 22 (Kandidaatstelling door de kerkeraad) zegt van de kerkeraad: 'Hij mag er niet van uitgaan om sommigen serieus te stellen en de anderen slechts voor aanvulling. Hij moet altijd proberen de meest geschikten te stellen, want de verkiezing mag geen wassen neus zijn. Ook in kleine kerkeraden mogen ouderlingen bij de verkiezing geen weinig begeerden tegenover zich stellen, om dan zelf meer kans te hebben om weer herkozen te worden. Het stellen van het dubbel getal is een gewichtige en ernstige zaak, waarbij de kerkeraad uit moet gaan van de gedachte, dat alle kandidaten, zonder onderscheid, geschikt zijn om als ouderling te dienen'.
    14 H. Bouwman, a.w., blz. 532.