Uitgebreid zoeken
Kerkrecht.nl
Help
Contact


auteur(s): Deputaten Appèlzaken, GKv
genre: Documentatie
bundel:
tijdschrift:
jaargang:
uitgever:
plaats: Kampen
jaar: 2006
druk:
ISBN/ISSN:
aantal pagina's:
N.a.v. de studiedag generale deputaten appèlzaken op 11 november 2006, een verslag van de werkconferentie van het generaal deputaatschap appèlzaken ad art. 31 KO.

  • 1. Overzicht
  • 2. Lezing prof. M. te Velde
  • 2a. Bijdrage mr. P. Lourens
  • 2b. Reactie Ir. W. Haitsma
  • 3. Bespreking
  • 4. Workshop Revisie van appèluitspraken: huidige praktijk handhaven?
  • 5. Workshop verhouding deputaten / meerdere vergadering
  • 6. Workshop praktische gang van zaken
  • 7. Afsluiting
  • verslag (PDF-versie)
  • 2b. Reactie Ir. W. Haitsma

    Ik heb, anders dan de voorgaande spreker, geen juridische achtergrond. Wel wil ik graag als mediator nog op een aantal punten ingaan.

    Het is goed om vooraf vast te stellen dat we in appèlzaken veelal te maken hebben met conflicten. Binnen zo’n situatie kunnen zich allerlei mogelijkheden voordoen, maar wat je vaak ziet is: verbetenheid, verwijdering, emoties. Om een situatie van conflict goed te kunnen beoordelen is het dienstig om eens te kijken op welke sport van de zogenaamde escalatieladder (die de verschillende fasen in een conflict onder woorden probeert te brengen) we zitten.

    Die ladder telt in principe negen sporten. Maar de belangrijkste fasen zijn de volgende drie:
    - In de eerste fase is er nog sprake van de mogelijkheid van een win-win situatie. Verschijnselen: je ziet een gaan ontbreken van een wederzijds begrip en het onderlinge inlevingsvermogen neemt af. Wel is er nog de bereidheid om naar elkaar te luisteren, ondanks de moeiten waarmee zo’n gesprek gepaard gaat en de weerstand die voelbaar is. Maar centraal is: beide partijen willen tot een oplossing komen.

    - In de tweede fase spreken we van een winner-verliezer situatie. Als fase 1 niet geslaagd is, zo wijst onderzoek uit, vindt die overgang plaats. Je ziet dan dat mensen gaan proberen anderen aan hun kant te krijgen, dingen naar zich toe gaan trekken, bepaalde vormen van paniek worden zichtbaar, er wordt gedreigd. Het is dan geen kwestie meer van er samen uit willen komen, maar van een: ik zal winnen en jij verliezen. Ik krijg h’m onder water!

    - In de laatste fase gaat het van kwaad tot erger. Er zijn dan alleen maar verliezers meer. Er ontstaat een vijandbeeld, versplintering, het interesseert betrokkenen op een gegeven moment ook niet meer wat het met hen zelf doet. In de stukken wordt dat wel genoemd: samen de afgrond in.

    Het is goed als mensen die met conflicten te maken krijgen een inschatting maken van de situatie waarin betrokkenen zitten. Je moet daarbij onderscheid maken tussen bemiddeling en mediation. Bij bemiddeling heeft de bemiddelaar zelf een eventueel beslissende stem, bij mediation worden de partijen bij elkaar gebracht. De taak van de mediator is het de zakelijke geschilpunten boven tafel te krijgen en de onderliggende emoties, en vandaar uit de mogelijkheden te tonen om een opening te creëren waardoor partijen zelf verder kunnen.

    Mediation is geen Haarlemmerolie, ook niet in kerkelijke kring. Daarvoor is een win-win situatie vereist. Het proces kan stapsgewijs o.l.v. de mediator, maar de bereidheid eruit te komen moet er zijn. Dus kun je niet willekeurig deze vorm toe gaan passen. Als partijen al bij de classis zijn geweest en uiteindelijk op de GS zijn aangeland, dan is er meestal geen enkele bereidheid meer om zelf mee te werken aan de oplossing van het conflict.

    Goed bestuur
    Te velde wees er in zijn referaat ook al op: goed bestuur is noodzakelijk. Wees er als kerkenraad op gespitst wanneer bepaalde geschillen zich lijken af te tekenen. Neem dan geen passieve houding aan, maar probeer waar het kan eerder in te grijpen om verdere ellende te voorkomen. Wees bedacht op het feit dat je in de beginfase nog te maken hebt / kunt hebben met een win-win situatie en buit dat uit. Eigenlijk zou kennis over conflicthantering tot de standaarduitrusting van een kerkenraadslid moeten behoren. Ook vraagt het een zekere afstandelijkheid ook van de raad. Vaak zit ze te dicht op en voor ze het weet al gauw zelf midden in de problematiek.

    Juridisering
    Wanneer een geschil eenmaal bij de rechter ligt moet het geperst worden in het keurslijf van bezwaren en een goede formulering van de geschilpunten. Maar wat is de praktijk vaak? Neem twee families die naast elkaar wonen in de straat. Om een of andere reden zijn de verhoudingen ergens door verpest in het verleden. Het is nooit meer goed gekomen, de wrijvingen zijn gebleven. En dan plotseling een heftig conflict over het plaatsen van de afrastering naast de erfgrens. Dát wordt dan voorgelegd aan de rechter (vgl. de rijdende rechter van mr. Lourens). Maar onder deze concrete vraag aan de rechter zit een veel dieper ongenoegen, van veel vroeger. Dat is met welke uitspraak de rechter ook doet helemaal niet weggenomen.

    Bij mediation kun je proberen juist die onderliggende problematiek boven water te krijgen. Dat vormt dan het onderwerp van gesprek, misverstanden kunnen be- en uitgepraat worden: “zo bedoelde ik dat helemaal niet”. Wat partijen zich eerder feitelijk niet realiseerden kan eruit komen. Maar in een juridische setting kun je hier helemaal niks mee. Er heeft een vertaalslag plaatsgevonden. Een abstractie, haast. Je ziet dus vaak, ook binnen de kerken, dat er een uitspraak gedaan is, maar dat het probleem helemaal niet opgelost is en mensen, bijvoorbeeld, zich teleurgesteld ‘in de rechtsgang’ onttrekken aan de kerk.Je zou dieper moeten kunnen gaan.

    Als deputaten-appelzaken van de diverse kerkelijke vergaderingen zullen we recht moeten doen en ook aan het domein van de rechtspraak binnen de kerk. En aan de vereisten van die rechtspraak hoef ik na de vorige bijdragen niets meer te zeggen. Maar laten we, als we met conflicten te maken krijgen, erop bedacht blijven dat rechtsspraak maar een middel is, en vaak niet het eerst aangewezene. Wees daarom tijdens dat proces er op bedacht om open staan voor signalen die de mogelijkheid bieden tot een andere wijze van behandelen. Pak die mogelijkheden met beide handen aan. (Even los van de vraag of deputaten-appelzaken dat moeten oppakken dan of anderen). Er kan dan een ander traject gestart worden wat net een of twee spades dieper steekt.