|
Uitvoeringsbepalingen
Bijlagen deel 1 formulieren, reglementen en instrucites
Bijlagen deel 2 richtlijnen, concepten en modellen
Woordenlijst, register, inhoud
PDF
|
Regeling voor de evangelisatie
Art. 1. Naar eis van Gods Woord is de kerk zendingskerk, ook in eigen land, en heeft elke kerkenraad, classis en synode de roeping om de uitbreiding van Gods Koninkrijk te bevorderen door het Evangelie, hetzij door prediking, hetzij door lectuurverspreiding, hetzij door andere middelen, te brengen waar het niet of zeer onzuiver is.
Art. 2. Deze evangelisatie-arbeid dient principieel uit te gaan van de plaatselijke kerken.
Art. 3. Het behoort mede tot de taak van de meerdere vergaderingen om de plaatselijke kerken tot deze arbeid op te wekken, haar in deze desgevraagd te adviseren en te begeleiden en haar ook te steunen, wanneer de evangelisatie-arbeid in omvang en kosten haar krachten te boven gaat.
Art. 4. Voor de uitvoering van de in art. 2 genoemde arbeid kunnen de plaatselijke kerken rekenen op de steun van een deputaatschap. In dit deputaatschap benoemt elke particuliere synode twee deputaten met secundi. De generale synode benoemt bovendien drie deputaten met secundi, onder wie de penningmeester.
Art. 5. Dit deputaatschap heeft tot taak: a. zich te bezinnen op het wezen en de methoden van de evangelisatie; b. het opwekken, adviseren en voorlichten van kerkenraden, classes en classicale deputaten voor de evangelisatie inzake hun evangelisatorische activiteiten; c. hot adviseren en instrueren van werkers, vrijwilligers en groepen van vrijwilligers in de evangelisatie; d. het adviseren van kerkenraden en ambtsdragers inzake de toerusting van de gemeenteleden tot persoonlijk getuigen; e. het verzorgen van evangelisatie-lectuur alsmede van literatuur die dienstbaar kan zijn aan de activering van de gemeente en de instructie van werkers; f. het verlenen van steun aan kerkenraden dan wel samenwerkende kerkenraden, wier evangelisatie-arbeid in omvang en kosten hun eigen krachten te boven gaat; g. de sub f. bedoelde kerkenraden met raad en daad bij te staan inzake het beroepen van een evangelisatie-predikant of het aanstellen van een evangelisatie-werker; h. jaarlijks een overzicht van hun arbeid aan de kerkenraden te zenden; i. van hun werkzaamheden jaarlijks verslag uit te brengen in iedere particuliere synode en een rapport in te dienen bij iedere generale synode.
Art. 6. Wanneer een plaatselijke kerk voornemens is met financiële steun van de evangelisatie-deputaten een evangelisatie-predikant te beroepen of een andere evangelisatie-werker aan te stellen, zal er tussen de betreffende kerkenraad en de deputaten een overeenkomst worden gesloten, waarin in elk geval wordt bepaald: a. dat de kerkenraad tot het beroepen van een predikant of het aanstellen van een andere evangelisatie-werker slechts zal overgaan na voorafgaand overleg met en verkregen instemming van deputaten en met inachtneming van de door deputaten gestelde voorwaarden en bepalingen; b. dat de kerkenraad in overleg met en onder goedkeuring van deputaten de werkzaamheden van de evangelisatie-werker per instructie zal vaststellen; c. dat de kerkenraad aan deputaten het recht toekent zich desgewenst rechtstreeks tot de evangelisatie-werker te wenden voor het verkrijgen van informaties betreffende zijn werk, resp. hem op hun vergaderingen uit te nodigen ter mondelinge bespreking daarvan, uiteraard met inachtneming van de bevoegdheden en eventueel getroffen regelingen van de kerkenraad; d. dat de kerkenraad eens per drie maanden aan deputaten zal rapporteren over alle zaken die het evangelisatie-werk betreffen, onder overlegging van de rapporten van de evangelisatie-werker; e. dat deputaten de kerkenraad financiële steun zullen verlenen naar een van tevoren gezamenlijk op te maken plan; f. dat de kerkenraad aan deputaten op hun verzoek, maar in ieder geval jaarlijks, verantwoording zal doen van de financiën be-treffende het evangelisatiewerk;
wanneer een aantal genabuurde kerken tezamen een evangelisatie-werker aanstellen, geldt datgene wat onder a - f bepaald is ten aanzien van de kerkenraden uiteraard op gelijke wijze voor deze samenwerkende kerkenraden.
Art. 7. De benodigde gelden worden verkregen uit de bijdragen van kerken, giften, schenkingen, erfstellingen en legaten.
Art. 8. Deputaten zijn krachtens artikel 84 K.O. en binnen de grenzen van hun instructie bevoegd tot: a. het in ontvangst nemen van gelden, waaronder legaten en erfstellingen; b. het verrichten van betalingen.
Art. 9. Het beheer van de geldmiddelen is toevertrouwd aan de penningmeester van deputaten. Hij ontvangt zijn instructies van deputaten en doet alleen op hun last uitbetalingen.
Art. 10. Elke classis benoemt een classicaal deputaat voor de evangelisatie. Het is zijn taak om: a. jaarlijks een onderzoek in te stellen naar de evangelisatorische activiteiten van de kerken in het ressort van de classis; b. deze activiteiten zo nodig te stimuleren; c. van de stand van zaken rapport uit te brengen op de voorjaarsclassis en afschrift daarvan te zenden aan de evangelisatie-deputaten; d. als contactpersoon te fungeren tussen de kerken in de classis enerzijds en de sub c. genoemde deputaten anderzijds.

|