Uitgebreid zoeken
Kerkrecht.nl
Help
Contact


auteur(s): Rutgers, F.L.
genre: Kerkelijke adviezen
bundel:
tijdschrift:
jaargang:
uitgever: Kok
plaats: Kampen
jaar: 1921
druk:
ISBN/ISSN:
aantal pagina's: 383
De digitalisering van dit boek kwam tot stand met medewerking van mw. N. Heij-Van Hoffen te Sliedrecht en de heren R.P. Bos te Haren en P.J. Links en A. Prins te Leeuwarden.

  • Voorwoord
  • Kerkenordening
  • 1 Hoeveel belijdende leden zijn er noodig om eene plaatselijke Kerk te institueeren?(Art. 2)
  • 2 Welke is de kerkelijke positie van een hulpprediker? (Art. 3)
  • 3 Welke plaats bekleeden oefenaars in de kerk? (Art. 4)
  • 4 Mag de Classe onderzoek doen naar de beweegredenen voor het predikambt?(Art. 4 en 5)
  • 5 Wie beroept den Dienaar des Woords, de kerkeraad of de gemeente?(Art. 4 en 5)
  • 6 Hoe moet het beroepen en bevestigen geschieden bij gecombineerde kerken? (Art. 4 en 5)
  • 7. Hoe moet gehandeld worden als een candidaat voor het peremptoir examen zakt(Art. 4 en 5)
  • 8 Welke zijn de plichten van den Consulent en welke die van de Classe bij het(Artikel 4 en 5)
  • 9 De beteekenis van het woord „mitsdien" in het Bevestigingsformulier.(Artikel 4 en 5)
  • 10 Kan een predikant der Indische Staatskerk in de Gereformeerde kerk tot den dienst(Artikel 4 en 5)
  • 11 Mag een predikant van eene buitenlandsche kerk optreden in den dienst des Woords (Artikel 4 en 5)
  • 12 Over approbatie van beroepen door de Classe.(Art. 4 en 5)
  • 13 Welke is de kerkelijke positie van een predikant in een stichting?(Art 6)
  • 14 Hoe kan men voor missionair-predikant studeeren?(Art. 7)
  • 15 Kan een predikant lid zijn van twee verschillende kerken?(Art. 7)
  • 16 Wanneer is een predikant, die een beroep naar elders aannam, te beschouwen als losgemaak(Art. 10)
  • 17 Hoe moeten de predikantstraktementen geregeld worden ?(Art. 11)
  • 18 Om wat redenen mag een predikant losgemaakt worden?(Art. 11)
  • 19 Welke is de positie van een emeritus predikant in kerkelijke vergaderingen?(Art 13)
  • 20 Mag een emeritus predikant in een andere gemeente ouderling worden zonder toestemming va(Art. 13)
  • 21 Hoe moeten de emeritaats-gelden geregeld worden?(Art. 13)
  • 22. Als een predikantsweduwe hertrouwt en haar man overlijdt voor de kinderen volwassen (Artikel 13)
  • 23 Tot welke kerk behoort een predikant, die tijdelijk voor eenigen dienst elders af(Art. 14)
  • 24 Is een vacante kerk verplicht aan de Classe beurten te vragen?(Art 15)
  • 25 Is de Classe verplicht vacante kerken te helpen?(Art. 15)
  • 26. Is een vacante kerk verplicht de hulp der Classe aan te nemen?(Art. 15)
  • 27. Hoe werden vroeger de vacatuurdiensten geregeld, en op welke wijze zijn ze nu te regele(Art. 15)
  • 28. Mag een predikant voor den rechter geroepen worden om te getuigen over wat hij als pred(Art. 16)
  • 29. Heeft de kerk rechtstreeks van Godswege toezicht op alle Vereenigingen op Geref, gronds(art. 21)
  • 30. Kan het bestuur eener Christelijke School in Indië de bepaling der Regeering over de fa(Art. 21)
  • 31. Hoe is de verhouding tusschen de kerk en de Christelijke school ?(Art. 21)
  • 32. Hoe is ondersteuning uit het suppletiefonds eener Christelijke school te regelen ?(Art. 21)
  • 33. Is iemand, die zijn kind naar de Openbare School zendt, verkiesbaar tot diaken?(Art. 21)
  • 34. Is een predikant, die zijn kind niet naar de Christelijke school in zijne woonplaats z (Art. 21)
  • 35. Mag de kerkeraad de verkiezingen naar eigen goedvinden regelen?(Art. 22 - 24)
  • 36. Moeten bij verkiezingen voor den kerkeraad de dubbele getallen bekend gemaakt word (Art 22 - 24)
  • 37. Moet voor het deelnemen aan kerkelijke verkiezingen een minimum leeftijd gesteld wo(Art 22 - 24)
  • 38. Mogen zieke, of op andere wijze verhinderde lidmaten hun stem voor kerkelijke verk(Art. 22 - 24)
  • 39. Wanneer worden ouderlingen en diakenen geacht gekozen te zijn? Bij volstrekte meer(Art. 22 - 24)
  • 40. Hoe te handelen bij staking van stemmen bij een kerkelijke verkiezing ?(Art. 22 - 24)
  • 41. Is iemand, die in de Hervormde kerk kerkelijke lasten betaalt, verkiesbaar tot he (Art. 22 - 24)
  • 42. Is iemand, die 's Zondags wel eens arbeid verricht, verkiesbaar tot ouderling of (Art. 22 - 24)
  • 43. Is iemand, die altijd bij één predikant ter kerk gaat, verkiesbaar tot ouderling?(Art. 22 - 24)
  • 44. Is iemand, die nooit aan het H. Avondmaal komt, verkiesbaar tot diaken?(Art. 22 - 24)
  • 45. Moet de bevestiging van kerkeraadsleden, tegen wie bezwaren werden ingebracht, toc(Art. 22 - 24)
  • 46. Moeten herkozen kerkeraadsleden opnieuw bevestigd worden?(Art. 22 - 24)
  • 47. Wat te doen, indien de predikant met een deel van den kerkeraad, tegen advies der (Art. 22 - 24)
  • 48. Wanneer in een plaats, waar nog geen Gereformeerde kerk is, door een genabuurde ke(Art. 22 - 24)
  • 49. Kunnen Gereformeerde belijders ”inwonende" bij eene genabuurde Gereformeerde kerk, (Art. 22 -24)
  • 50. Kan iemand, die verhuist naar een andere plaats, lid blijven van zijne vroegere ke(Art. 22 - 24)
  • 51. Welke preeken mogen er gelezen worden en hoe behoort het voorlezen in de kerk of he(Art 22 - 24)
  • 52. Mag een ouderling, die na een poging tot “openbare scheurmakerij” met berouw en sc(Art. 22 - 24)
  • 53. Hoe te handelen, indien kerkeraadsleden publiek partij kiezen in politieke of soci(Art. 22 - 24)
  • 54 Kan iemand bij wangedrag zijner kinderen ouderling blijven?(Art 22 - 24)
  • 55. Welke bevoegdheid heeft de Kerkeraad tegenover de diakenen?(Art. 25-26)
  • 56. Kan de Diakonie in finantiëele zaken zelfstandig optreden?(Art. 25-26)
  • 57. Is het Diakenambt, al dan niet, een kerkelijk ambt?(Art. 25-26)
  • 57a Mogen diakenen de namen der ondersteunden aan andere commissies, vereenigingen enz. m(Art 25-26)
  • 58. Welke kerk moet ondersteuning verleenen aan behoeftige gecensureerde leden, die bij v(Art 25-26)
  • 59. Zijn aftredende kerkeraadsleden terstond herkiesbaar ?(Art. 27)
  • 60. De bepaling van den diensttijd der ouderlingen historisch eenigszins toegelicht.(Art 27)
  • 61. Mag een predikant voor den rechter geroepen worden om te getuigen over wat hij als pred(Art. 28)
  • 62 Mag de kerkeraad op verzoek van een schuldeischer een gemeentelid, dat zijn schulden nie(Art. 30)
  • 64. Hoe moet de verkiezing van afgevaardigden naar de Synode geschieden? (Art. 33)
  • 65. Welke bevoegdheden hebben Classen en Synoden?(Art.36)
  • 66. Mag een Classe de kerken verplichten tot bijdragen anders dan het Classicale quotum?(Art. 36)
  • 67. Wat behoort in de notulen van een kerkeraad te worden opgenomen?(Art 37-41)
  • 68. Is de kerkeraad verplicht aan buitenstaanders inlichtingen over kerkeraadsbesluiten t(Art 37-41)
  • 69. Mogen gemeenteleden oordeelen over kerkeraadshandelingen?(Art. 37-41)
  • 70. Wie moet een spoedvergadering van den kerkeraad uitschrijven? (Art. 37-41)
  • 71. Over samenroeping, leiding en rechten van gemeentevergaderingen.(Art. 37-41)
  • 72. Maken de diakenen deel uit van den kerkeraad? (Art. 37-41)
  • 73. Hebben de diakenenen beslissende stem in tuchtzaken?(Art. 37-41)
  • 74. Over medewerking der diakenen in den kerkeraad.(Art. 37-41)
  • 75. Over de vergadering van den kerkeraad met en zonder diakenen.(Art. 37-41)
  • 76. Is het wenschelijk groote stadskerken in kleinere te splitsen ?(Art. 37-41)
  • 77. Over het samenvoegen van twee of meer kerken.(Art. 37-41)
  • 78. Mag eene Synode twee malen achtereen door denzelfden praeses geleid worden?(Art. 37-41)
  • 79. Hoeveel Classisvergaderingen per jaar moet men houden?(Art. 37-41)
  • 80. Over de rechten van de afgevaardigden ter Classis.(Art. 37-41)
  • 81. Over de „korte predicatie" volgens Art. XLI1 (Art. 37-41)
  • 82. Mogen ook particulieren klachten op de Classe brengen?(Art. 37-41)
  • 83. Over de kerkvisitatie.(Art. 44 en 49)
  • 84. Kerkelijke deputaten.(Art. 44 en 49)
  • 85. Wanneer is bij tuchtgevallen of emeritaatsaanvrage door de Classe de hulp der Syn(Art. 44 en 49)
  • 74. Over medewerking der diakenen in den kerkeraad.(Art. 37-41)

    (1908.)
    124. Uw brief, dien ik gisteren ontving, kon ik niet aanstonds beantwoorden. En ook nu heb ik geen tijd om in te gaan op uw algemeene vraag, waar nu eigenlijk de grens ligt ter bepaling van 't geen door den kerkeraad met diakenen te behandelen is.
    In vroeger eeuwen heeft men hier te lande aanvankelijk de diakenen alleen voor beroepingen bij den kerkeraad laten komen (nl. in de grootere kerken, want in de kleine kerken deden zij altijd een soort van hulpdienst als ouderlingen, voor zooveel het werk in de kerkeraadsvergadering betrof ), en allengs is die uitgebreid tot zaken waarbij de dienst der barmhartigheid of de finantiën der kerk rechtstreeks betrokken waren. Daarbij werkten de diakenen dan mede, niet uit kracht van hun diakonale ambt (want in den dienst der barmhartigheid ligt geenerlei roeping tot bestuur of regeering der kerk), maar uit kracht van de kerkelijke regeling, die 't aldus bepaalde; waarbij wel het hoofdmotief was, de heerschappij van zeer weinigen zooveel mogelijk te keeren.
    Voorts is dit doorgaans plaatselijk geregeld. Hier in Amsterdam zegt onze regeling
    „Op de eerste gewone kerkeraadsvergadering van elke maand en voorts zoo dikwijls zij opgeroepen worden (doch dan alleen ter behandeling van een bepaald aangewezen zaak), komen ook de diakenen ter vergadering, om mede te beraadslagen en te besluiten over de zalven, die betrekking hebben op het aantal en de beroeping van Dienaren des Woords, ouderlingen en diakenen; op het houden van collecten; op de instructie voor en de benoeming van de leden der commissie van beheer; op het onderwijs aan minvermogenden; en op de armenverzorging."
    Natuurlijk kan zulks ook anders geformuleerd worden. En in kleinere kerken is er zeker geen noodzaak, om alle maanden ten minste eenmaal met de diakenen te vergaderen. In den regel zal 't dan ook genoeg zijn, als dit elk kwartaal of elke twee maanden geschiedt; en voorts zoo vaak 't noodig wordt geacht.

    (1909.)
    125. Wanneer, gelijk in onze kerken de regel is, het beroepen van een predikant door den „kerkeraad met diakenen" moet geschieden, dan moeten de diakenen natuurlijk ook medewerken tot het formeeren van de nominatiën, die bij zulk eene beroeping in de plaatselijke regeling bepaald zijn of door usantie gewettigd zijn, d. i. groslijst en 12- of 6- of 3- of 2-tal. Anders zou bij de beroeping de medewerking van diakenen niet veel meer beteekenen. Maar er kan niet uit voortvloeien, dat diakenen ook mededoen aan het uitnoodigen van predikanten om „op beroep te preeken", of aan het gaan hooren van predikanten.
    Deze zaken toch behooren eigenlijk volstrekt niet tot het „beroepingswerk". Zelfs is in onze kerken altijd ongeoorloofd geacht, dat een predikant, die reeds aan eene kerk verbonden is, elders „op beroep" zou gaan preeken. En het „uit hooren gaan", dat zeer zeker wel geoorloofd en zelfs raadzaam is, staat natuurlijk aan ieder vrij; maar wanneer het door kerkeraadsopdracht een officiëel karakter draagt, dan zijn voor de beoordeeling en de keuring van predikanten de ouderlingen aangewezen, gelijk dan ook bij datzelfde werk op een Classikaal examen de diakenen niet medewerken. Dit vloeit voort uit den aard en het karakter van die tweeërlei diensten; behalve natuurlijk in kleine kerken, waar de diakenen altijd tot den kerkeraad behooren bij wijze van hulpouderlingen.

    (1911.)
    126. Uw eerste vraag is beantwoord in artt. 4 en 5 K. O., waar uitdrukkelijk sprake is van de medewerking der diakenen bij predikantsberoeping.
    Uw andere vraag kan ik niet beantwoorden, zonder meer te weten van de geheele door u bedoelde regeling, en van de daardoor gerezen quaesties. Indien werkelijk door een diaken beweerd werd, dat „diakenen in hun recht verkort worden, wanneer de kerkeraad geestelijke belangen, waaraan ook een finantiëele kant is, zonder hen afhandelt", dan gaat dit zeker veel te ver. Aan bijna alle kerkelijke zaken is „ook een finantiëele kant"; ook b.v. aan het bepalen van den tijd en het aantal van de samenkomsten der gemeente, - aan de trouw der opzieners in het huisbezoek, - en aan de toepassing der tucht op eenigszins vermogende gemeenteleden, enz. enz. En men zal toch wel niet willen zeggen, dat, van wege de finantiëele gevolgen, de diakenen daarin dan mede stem hebben; dit toch zou het diaken-ambt feitelijk vernietigen. Op zichzelf staat het finantiëel beheer van de kerkelijke (niet diakonale) goederen en fondsen ook nog niet onder den kerkeraad met diakenen; maar om practische redenen is het in den loop der jaren erbij gebracht, en dat mag ook zeker wel; mits al wat geestelijk is, geheel onder den gewonen kerkeraad (zonder diakenen) blijft. N.l. in groote gemeenten, want in de kleine zijn de diakenen tevens „hulp-ouderlingen" (om 't zoo eens uit te drukken), evenals de ouderlingen als „hulp-diakenen" fungeeren, zoodat alles gemeenschappelijk behandeld wordt.