|
Toelichting
Inleidend
Kerkorden, acta en besluitenlijsten
Handboeken
Verklaringen van de D.K.O.
De toepassing van de D.K.O. in concrete situaties
Onderwerpen, die direct of meer indirect verband houden met inhoud en toepassing van de D.K.O.
Recht en kerkrecht
Achtergronden en ontwikkelingen
Kerkorden en besluitvorming binnen het hedendaagse gereformeerd protestantisme
|
Onderwerpen, die direct of meer indirect verband houden met inhoud en toepassing van de D.K.O. |
6.1. De ambten in het algemeen (art. 2) A.F.N. Lekkerkerker, Oorsprong en funktie van het ambt, 's-Gravenhage 1971. G.P. van Itterzon, Het kerkelijk ambt in geding, Karnpen 1974. C.A. Tukker en K. Exalto, Kerk en ambt, z.p. 1968.
6.2. De dienaren des Woords (art. 3-17) N.J. Engelberts, De apostolische Handoplegging onderzocht of zij al dan niet noodzakelijk is voor den Evangeliedienaar. Zutphen 1866. J. Hovius, Het toezicht op de Dienaren des Woords door de kerkelijke vergaderingen, Vlaardingen 1968 tweede druk. Ph.J. Huijser, Het ambtsgeheim van de zielszorger, Kampen 1961. J. Plomp, Presbyteriaal-Episcopaal? Kampen 1967. G. Voetius, Politica Ecclesiastica, Deel III, boek II, tractaat I: De Planting en de Planters van Kerken en de kerkelijke zending. Tractaat 111: Over de middelen tot de uitbreiding der religie en de vermeerdering der Kerk door de bekering van ongelovigen, ketters en afgodendienaars. (Vertaling D. Pol), Groningen 1910. (Dit werk van Voetius heeft ook raakvlakken met art. 23, 50 en 84). Zie ook: 6.3. H.F. Kohlbrugge.
6.3. Ouderlingen en Diakenen (art. 22-27, 83) P. Bíesterveld, Het huisbezoek, Kampen 1900. Derde door T. Hoekstra herziene druk, Kampen, 1923. C. den Boer (red.), Lof en dienst. Pastorale handreiking ten dienste van de diaken, Kampen 1987. H. Bouwman, Het ambt der diakenen. Kampen 1907. A. van Ginkel, De ouderling. Oorsprong en ontwikkeling van het ambt van ouderling en de functie daarvan in de Gereformeerde Kerk der Nederlanden in de 16e en 17e eeuw, Amsterdam 1975. Diss. H. Hofman, Huisbezoek. Een handreiking voor ambtsdragers en gemeente, Utrecht, 1985. Ph.J. Huijser, De ouderling en de prediking, Kampen 1959. J. Koelman, Het Ampt en de Pligten van Ouderlingen en diakenen, Rotterdam 1694. H.F. Kohlbrugge, Het ambt der Ouderlingen (oudsten, opzieners, bisschoppen). Vijf overdenkingen naar aanleiding van 1 Petrus 5:1-4, Amsterdam 1952. C. Trimp, Zorgen voor de gemeente. Het ambtelijk werk van ouderlingen en diakenen toegelicht, Kampen 1982. C. Veenhof, Christelijke diakonie en A.B.W., Amsterdam 1966.
6.4. De verhouding tot de overheid (art. 28) E.M.H. Hirsch Ballin, Overheid, godsdienst en levensovertuiging. Eindrapport criteria voor steunverlening aan kerkgenootschappen e.a. genootschappen op geestelijke grondslag, 's-Gravenhage 1988. H.A. Enno van Gelder, Getemperde vrijheid. Een verhandeling over de verhouding van Kerk en Staat in de Republiek der Verenigde Nederlanden en de vrijheid van meningsuiting in zake godsdienst, drukpers en onderwijs, gedurende de 17e eeuw. Groningen 1972. J. Plomp, Zo zongen de ouden. De houding van de Christelijke Afgescheidenen (Gereformeerden) tegenover het aanvaarden van overheidsuitkeringen aan de kerken, Kampen 1972. J.Th. de Visser, Kerk en staat, 11 Nederland (vóór en tijdens de Republiek). III Nederland (van 1796 tot op heden), Leiden 1926/1927. Vlg. ook: 8.2. Kerk en staat voor de Reformatie.
6.5. Bevoegdheid en gezag van de kerkelijke vergaderingen (art. 29, 30 en 36) M. Bouwman, Voetius over het gezag der synoden, Amsterdam 1937. Diss. M. Bouwman, Tweeërlei kerkrecht? Het zoogenaamde oude kerkrecht noch oud, noch gereformeerd, Amsterdam 1944. J. v. Dalen, De schriftuurlijke beginselen van het kerkrecht, (Met een inleidend woord van P. Deddens) Goes 1946. S. Greijdanus, Schriftbeginselen van kerkrecht inzake meerdere vergaderingen, Enschede, z.j. Joh. Jansen, De bevoegdheid der meerdere vergaderingen, Kampen 1941. G. Voetius, Verhandeling over De Zichtbare en Georganiseerde Kerk. (Vertaling van Tractatus de Ecclesia Instituta door R.J.W. Rudolph en F.F.C. Fischer). Kampen 1902 (Dit werk heeft verschillende raakvlakken met 'de kerkelijke samenkomsten' (art. 29-52) en bevat een uitvoerige historische beschrijving van de kerk in (ie eerste eeuwen na Christus).
6.6. De kerkeraad en de diakonale vergadering (art. 37-40) J. Hovius, Behoren de diakenen tot den kerkeraad? Sneek 1951.
6.7. De deputaten (art. 48, 49) H. C. Rutgers, Kerkelijke deputaten. Hun werkkringen bevoegdheid inzonderheid gelijk deze gekend worden uit de handelingen der Zuid-Hollandsche synoden en deputaten. Amsterdam z.j. (1910). Diss.
6.8. De binding aan de Formulieren van Enigheid (art. 53) D. Nauta, De verbindende kracht van de belijdenisschriften, Kampen 1969. Verhandeling over de formulierkwestie in de negentiende eeuw in Nederland.
6.9. De Heilige Doop (art. 56-60) L. Doekes en P. Lok, Doop en adoptie, Amsterdam 1970. Joh. Jansen, Het recht van den kinderdoop, Tweede druk Kampen z.j. `Rapport kommissie doop geadopteerde kinderen'. In: Akta van de Generale Synode der Gereformeerde Gemeenten in Nederland, 1986, blz. 93 en 491-493. S.D. van Veen, De Kinderdoop der Gereformeerden, Baarn 1911.
6.10. De gereformeerde eredienst (art. 62-69) P. Biesterveld / T. Hoekstra, Het gereformeerde kerkboek, Zutphen 1931. (Dit boek behandelt de geschiedenis van belijdenisgeschriften, gebeden en formulieren). J. van der Haar, De Gereformeerde Eredienst, Utrecht 1961. H. Jonker, Liturgische oriëntatie. Gesprekken over de eredienst. Wageningen, z.j., Derde druk Pretoria z.j. K. Deddens, Herstel kwam uit Straatsburg, Goes 1986. C. Trimp, De gemeente en haar liturgie, Kampen 1983. J. Severijn, De gezangenkwestie, Utrecht 1933.
6.11. De huwelijksbepalingen (art. 70) J. van Bruggen, Het huwelijk gewogen. 1 Korinthe 7, Amsterdam 1979, vierde druk. J. Douma, Echtscheiding, Amsterdam 1982. Huwelijk en zegen. Publikatie van de Groen van Prinstererstichting, Groningen 1975. (Met een woord vooraf van J. Douma). J. Meester, De idee van de kerkelijke huwelijksplechtigheid, Barendrecht 1957. `Rapport advieskommissie echtscheiding'. In Akta van de Generale Synode van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland, 1977, blz. 37, 38 en 243-252. `Rapport kommissie beëindiging van het huwelijk en de daaruit voortvloeiende consequenties voor de doopleden'. In Akta van de Generale Synode der Gereformeerde Gemeenten in Nederland 1986, blz. 93, 94 en blz. 494-497. B. Wielenga, Het huwelijk als inzetting Gods, Kampen 1936.
6.12. Van de censuur en kerkelijke vermaning (art. 71-81) Th. Beza, Een godvruchtige en gematigde verhandeling over de ware excommunicatie en het christelijke ouderlingschap, Goudriaan 1975. (Beza gaat ondermeer uitvoerig in op Matth. 18:15-17). H. Bavinck en F.L. Rutgers, Advies inzake Kerkelijk opzicht en tucht over zoogenaamde 'doopleden'. Sneek 1896. Joh. Jansen, De Kerkelijke Tucht, Arnhem 1913. Joh. Jansen, De leertucht over de leden der kerk, Kampen 1936. F. W. Grosheide, Wat leert het Nieuwe Testament inzake de tucht? Delft 1952. G. H. Kersten, De tucht in de Kerke Christi, Barneveld 1908. Herdrukt in: G.H. Kersten, In het voetspoor der vaderen. Een toelichting in vraag en antwoord op de Schriftuurlijke orde en regel in het kerkelijk leven, Utrecht 1985 (blz. 199-211). Zie ook. 8.4. .l. Plomp, 8.5. N. Schokking.
6.13. Het ambt aller gelovigen A.D.R. Polman, Onze Nederlandsche Geloofsbelijdenis, verklaard uit het verleden, geconfronteerd met het heden. III, Franeker z.j. (blz. 303-308). H. Veldkamp, Het ambt der gelovigen, Tweede herziene druk Franeker z.j.
6.14. De vrouw in het ambt C. den Boer e.a., Man en vrouw in bijbels perspectief; Kampen 1985. J. Hovius, De positie van de vrouw in Christus' Kerk, Sneek 1950. N.J. Hommes, De vrouw in de Kerk. Nieuw-testamentische perspectieven, Franeker 1951. H. Goedhart e.a., Een vrouw op de kansel? Woerden 1966. J. Severijn, Diakonie der vrouw, Maassluis z.j. C. v. Sliedregt, Vrouw in kerk en samenleving, Kampen 1980. H. Schroten en H. Goedhart, De vrouw in het ambt, z.p., z.j.

|