|
|
 |
Nederlands Gereformeerde Kerken
|
Artikel 46 - Bijlage bij artikel 11
|
Editie(s) 2007 |
11-1 Regeling voor de kerkelijke positie van de predikanten, belast met de geestelijke verzorging van militairen
1. Een predikant wordt op voordracht van de Commissie der Kerken voor de Geestelijke Verzorging van militairen door de Overheid benoemd tot geestelijk verzorger in de krijgsmacht. Hij zal in overeenstemming met artikel 11 van het Akkoord van kerkelijk samenleven van de Nederlands Gereformeerde Kerken (AKS) als predikant verbonden zijn aan die Kerk, die hem voor deze dienst beschikbaar heeft gesteld. Hij zal derhalve zijn arbeid verrichten in opdracht en onder verantwoordelijkheid van deze Kerk. 2. Wanneer de benoeming door de Overheid tot krijgsmachtpredikant geschiedt voor een korte periode - in de regel een jaar en zes weken aktieve dienst -, verbindt een predikant zich, na deze periode terug te keren naar de gemeente, die hij voorheen diende, om zijn ambtsdienst aldaar voort te zetten. Van deze regel zal slechts worden afgeweken wanneer de predikant met bewilliging van de kerkeraad van zijn gemeente en met positief advies van de Commissie der Kerken langer ter beschikking van de geestelijke verzorging van militairen zal blijven. 3. Wanneer een predikant zich op verzoek en voordracht van de Commissie en met instemming van zijn kerkeraad voor een bepaalde tijd, anders dan genoemd in art.2, of voor onbepaalde tijd voor de geestelijke verzorging van militairen beschikbaar stelt, zal het volgende gestipuleerd worden:
a. de kerkeraad zal zijn predikant ontslaan van alle verplichtingen ten aanzien van de gemeente, zoals genoemd in art. 11 AKS; b. de kerkeraad is vanaf het moment van indiensttreding van zijn predikant bij de Overheid ontslagen van alle financiële verplichtingen, zoals deze in de beroepsbrief of op andere wijze overeengekomen waren, en kan tot het beroepen van een andere predikant overgaan; c. de kerkeraad zegt zijn predikant toe hem in zijn dienst bij de geestelijke verzorging van militairen naar vermogen met raad en daad te steunen en zijn arbeid ook in de samenkomsten van de gemeente in de gebeden te gedenken; d. de verhouding, waarin de betrokken predikant tot de Kerk, waaraan hij verbonden blijft, staat, zal overeenkomstig art. 11 AKS onder goedkeuring van de regionale vergadering geregeld worden.
4. Wanneer iemand, die wel binnen de Kerken beroepbaar gesteld werd maar nog niet aan een gemeente verbonden is, voornemens is om als geestelijk verzorger bij de krijgsmacht te gaan arbeiden, zal de Commissie in overleg met hem een Kerk verzoeken om hem in overeenstemming met art.6 en 8 AKS als predikant te beroepen en in het ambt te doen bevestigen teneinde hem langs die weg voor de dienst bij de krijgsmacht ter beschikking te stellen. Hierbij zal gestipuleerd worden, dat de betreffende Kerk geen financiële verplichtingen tegenover deze predikant aanvaardt. 5. Wanneer een predikant als bedoeld in art. 3 deze dienst verlaat en de wens te kennen geeft om binnen de Nederlands Gereformeerde Kerken beroepbaar gesteld te worden, zal de Commissie daarbij zonodig bemiddelend optreden. In het geval dat een predikant de dienst van de geestelijke verzorging van militairen verlaat zonder door een van de Kerken te zijn beroepen zal de Kerk, waaraan de predikant verbonden is, de Kerken in de regio waartoe zij behoort verzoeken een regeling te treffen voor het levensonderhoud van de predikant - en eventueel van zijn gezin - tot op het moment, waarop hij in een der Kerken bevestigd wordt dan wel op andere wijze in dat levens-onderhoud kan voorzien. Zonodig zal de betrokken regio hiervoor een beroep kunnen doen op de overige Kerken; deze hebben zich immers verplicht het nodige bij te dragen voor het levensonderhoud van deze predikant, omdat een geestelijk verzorger van militairen zijn dienst verricht namens alle Kerken. 6. Van een krijgsmachtpredikant wordt verwacht, dat bij regelmatig contact onderhoudt met de Commissie der Kerken en aan haar verslag uitbrengt van zijn arbeid onder de militairen. Ook zal hij met zijn kerkeraad overleggen op welke wijze en met welke regelmaat hij de kerkeraad en de gemeente van zijn werkzaamheden op de hoogte zal houden en ook anderszins de band met de Kerk, waaraan hij ambtelijk verbonden is, inhoud kan geven. 7. Een krijgsmachtpredikant ontvangt, wanneer hij vanwege leeftijd, ziekte of gebreken, ongeschikt is geworden voor de uitoefening van zijn dienst, van de Kerk waaraan bij als predikant verbonden is eervol emeritaat, waarbij hij in overeenstemming met art. 9 AKS alle bevoegdheden van een dienaar des Woords zal behouden. 8. In gevallen, waarin deze regeling niet voorziet, is de Commissie bevoegd een voorstel te doen aan de betrokken Kerk en regiovergadering of aan de eerstvolgende Landelijke Vergadering der Kerken.
(Acta Ede 1994-5, 53-54)
11.2. Zending en Hulpverlening
De kerken besluiten:
1. een Nederlands Gereformeerd Steunpunt Zending en Hulpverlening (kortweg: NGSZH) op te richten, zijnde een kerkelijke instelling naar artikel 31.4 AKS met het Reglement dat is aangehecht; (zie bijlage) 2. dat het moderamen van de huidige Landelijke Vergadering bij separaat besluit de bestuursleden van het NGSZH benoemt, in beginsel uit leden van de Commissie Zending en Hulpverlening; 3. voor het totale werk van het NGSZH voor de komende drie jaar een omslag vast te stellen van € 0,80 per ziel en de inning daarvan op te dragen aan de Financiële Commissie; 4. de Commissie Zending en Hulpverlening decharge te verlenen en te ontbinden. (zie bijlage) De tekst hiervan luidt als volgt:
REGLEMENT VAN HET NEDERLANDS GEREFORMEERDE STEUNPUNT ZENDING EN HULPVERLENING
NAAM, ZETEL EN DUUR ARTIKEL 1 1. Het Nederlands Gereformeerde Steunpunt Zending en Hulpverlening is een instelling die door de gezamenlijke Nederlands Gereformeerde Kerken is opgericht in hun Landelijke Vergadering te Zwolle d.d. 1 juni 2007. Het Nederlands Gereformeerde Steunpunt Zending en Hulpverlening (kort: NGSZH) is een kerkelijke instelling als bedoeld in artikel 31.4 van het Akkoord voor Kerkelijk Samenleven en bezit rechtspersoonlijkheid op basis van artikel 2 boek 2 BW als zelfstandig onderdeel van de gezamenlijke Nederlands Gereformeerde Kerken. 2. Het NGSZH is gevestigd te Bunschoten-Spakenburg. 3. Het NGSZH is opgericht voor onbepaalde tijd. 4. Het NGSZH wordt beheerst door het kerkelijk recht van de Nederlands Gereformeerde Kerken, te weten het Akkoord voor Kerkelijk Samenleven en nader uitgewerkt in besluiten, regelingen en richtlijnen van de Landelijke Vergaderingen. 5. Wijzigingen in het Akkoord voor Kerkelijk Samenleven en de daarbij behorende besluiten, regelingen en richtlijnen, die worden vastgesteld na de inwerkingtreding van dit reglement zullen van overeenkomstige toepassing zijn, tenzij de Landelijke Vergadering anders bepaalt. Wanneer een in dit reglement genoemd kerkelijk lichaam ophoudt te bestaan, neemt het eventueel daarvoor in de plaats getreden kerkelijk lichaam de rechten en verplichtingen over.
DOEL ARTIKEL 2 1. Het NGSZH stelt zich ten doel: a. in de ruimste zin van het woord steun te verlenen aan de zending en de daarmee verband houdende hulpverlening die uitgaan van of in ontwikkeling worden gebracht door - het kerkgenootschap Nederlands Gereformeerde Kerken, - één of meer kerken van dit kerkgenootschap en/of - hieraan gelieerde instellingen en personen; b. het verrichten van alle verdere handelingen die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn. 2. Het NGSZH tracht zijn doel onder meer te verwezenlijken door: a. het functioneren als centraal adres voor het geven van informatie over de zendings- en hulpverlenende activiteiten van Nederlands Gereformeerde Kerken en van daaraan gelieerde instellingen aan personen en organisaties daarbuiten; b. het binnen de Nederlands Gereformeerde Kerken en binnen de daaraan gelieerde instellingen bundelen, ontwikkelen en doorgeven van missionaire kennis. c. het op verzoek voorlichting en advies over zending en daarmee verband houdende hulpverlening geven aan Nederlands Gereformeerde Kerken, daaraan gelieerde instellingen en/of personen binnen beide.
GRONDSLAG ARTIKEL 3 Het NGSZH heeft ten grondslag het Woord van God, de algemene belijdenisgeschriften en de drie Formulieren van Enigheid, één en ander zoals nader omschreven in de Préambule van het Akkoord voor Kerkelijk Samenleven van de Nederlands Gereformeerde Kerken.
BESTUUR ARTIKEL 4 1. Het NGSZH wordt bestuurd door een bestuur, bestaande uit ten minste vijf en ten hoogste negen leden. 2. De leden van het bestuur worden benoemd door de Landelijke Vergadering. Slechts zij, die lid zijn van de Nederlands Gereformeerde Kerken, kunnen worden benoemd in het bestuur. De Landelijke Vergadering kan in bijzondere gevallen besluiten hiervan af te wijken. Het bestuur heeft de bevoegdheid kandidaten voor te dragen aan de Landelijke Vergadering voor benoeming in het bestuur. 3. Leden van het bestuur dienen de grondslag als vervat in artikel 3 van dit reglement volledig te onderschrijven. 4. Bestuursleden worden voor een eerste periode van zes jaar benoemd. 5. Het bestuur stelt een rooster van aftreden op. Aftredende bestuursleden zijn terstond herbenoembaar voor een periode van 3 jaar, met dien verstande dat de maximale zittingstermijn negen jaar bedraagt. 6. In afwijking van het voorgaande kan het bestuur ter wille van de continuïteit aanbevelen de maximale zittingstermijn van een bestuurslid éénmalig met een extra termijn van maximaal 3 jaar te verlengen. 7. Bij het ontstaan van een bestuursvacature tussen twee Landelijke Vergaderingen in, benoemt het bestuur indien gewenst, met instemming van het moderamen van de laatstgehouden Landelijke Vergadering tijdelijk een vervangend bestuurslid. Deze wijziging in de bestuurssamenstelling dient het bestuur aan alle Nederlands Gereformeerde Kerken te melden. De eerstvolgende Landelijke Vergadering zal definitief voorzien in de vacature overeenkomstig het bepaalde in de leden 2 en 4. 8. Het bestuur kan een bestuurslid schorsen uiterlijk tot de eerstvolgende Landelijke Vergadering, mits het besluit daartoe wordt genomen met algemene stemmen van alle overige leden van het bestuur. 9. Mocht(en) in het bestuur om welke reden dan ook één of meer leden ontbreken, dan vormen de overblijvende bestuursleden, of vormt het enige overblijvende bestuurslid niettemin een wettig bestuur.
ARTIKEL 5 Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, secretaris en penningmeester. Zij blijven gedurende de geldende zittingstermijn in functie. Het bestuur kan uit zijn midden voor elke functie een plaatsvervanger aanwijzen.
EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP ARTIKEL 6 Het bestuurslidmaatschap eindigt door: - periodiek aftreden; - bedanken; - ontslag door de Landelijke Vergadering; - overlijden; - verlies van het vrije beheer over zijn vermogen.
BESTUURSVERGADERINGEN EN BESTUURSBESLUITEN ARTIKEL 7 1. Het bestuur vergadert minstens vier maal per kalenderjaar. 2. Indien twee bestuursleden onder schriftelijke opgave van redenen het beleggen van een vergadering wenselijk achten, is de secretaris verplicht binnen een termijn van twee weken na ontvangst van bedoelde brief het bestuur in vergadering bijeen te roepen. Voldoet de secretaris niet aan zijn verplichting dan zijn de desbetreffende bestuursleden zelf gerechtigd de bestuursvergadering bijeen te roepen. 3. De oproeping tot de vergadering geschiedt -behoudens het in lid 2 bepaalde - door of namens de secretaris, voor zover mogelijk ten minste zeven dagen voor de vergadering. De oproeping bevat de te behandelen agendapunten. 4. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het bestuur; bij diens afwezigheid wijst de vergadering zelf haar voorzitter aan, tenzij toepassing is gegeven aan artikel 5, laatste volzin. 5. Van alle vergaderingen van het bestuur worden notulen gehouden. De notulen worden in de eerstvolgende vergadering vastgesteld en ten blijke daarvan getekend door degenen, die in deze vergadering als voorzitter en secretaris fungeren. 6. Jaarlijks vóór één juli wordt een vergadering van het bestuur gehouden, waarin de secretaris schriftelijk verslag uitbrengt over het afgelopen kalenderjaar. In deze vergadering worden ook de in artikel 19 lid 2 bedoelde jaarstukken behandeld.
ARTIKEL 8 1. Rechtsgeldige besluiten kunnen door het bestuur slechts worden genomen in een vergadering, waarin ten minste de helft van het aantal bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd is. Indien zulks niet het geval is, wordt binnen een maand doch niet binnen tien dagen een tweede vergadering gehouden, waarin besluiten kunnen worden genomen, ongeacht het aantal aanwezige bestuursleden. Een bestuurslid kan zich schriftelijk door een ander bestuurslid laten vertegenwoordigen. Een bestuurslid kan daarbij slechts voor één medebestuurslid als gevolmachtigde optreden. 2. Tenzij in het reglement anders is bepaald, besluit het bestuur met gewone meerderheid van het aantal uitgebrachte stemmen. 3. Voor zover niet uit het reglement het tegendeel blijkt, kan raadpleging van bestuursleden ook schriftelijk plaatsvinden per brief, e-mail, fax of door een verklaring houdende instemming, met dien verstande dat het besluit zal worden geacht te zijn genomen, indien alle bestuursleden zich schriftelijk akkoord hebben verklaard.
ARTIKEL 9 1. Alle stemmingen ter vergadering geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of één der stemgerechtigden dit vóór de stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes. 2. Blanco stemmen worden beschouwd als te zijn uitgebracht. 3. Bij het staken van stemmen wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. 4. In alle geschillen omtrent stemmingen, niet bij het reglement voorzien, beslist de voorzitter.
BESTUURSBEVOEGDHEID EN VERTEGENWOORDIGING ARTIKEL 10 1. Het bestuur is belast met de leiding van het NGSZH en beheert de zaken van het NGSZH. Het bestuur benoemt, schorst en ontslaat werknemers van het NGSZH. 2. Het bestuur kan commissies instellen aan welke adviserende taken en uitvoerende taken worden toegekend. 3. Het bestuur is eerst na voorafgaande toestemming van de Landelijke Vergadering dan wel van daartoe door haar aangewezen vertegenwoordigers bevoegd tot: - overschrijding van de 3-jaren begroting, - verkrijging en vervreemding of bezwaring van registergoederen, - verstrekken of aangaan van leningen. 4. Het bestuur is niet bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten, waarbij het NGSZH zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een derde verbindt.
ARTIKEL 11 1. Het bestuur vertegenwoordigt het NGSZH in en buiten rechte. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan de voorzitter tezamen met de secretaris, of de voorzitter tezamen met de penningmeester, en bij hun belet of ontstentenis hun daartoe door het bestuur uit zijn midden aangewezen plaatsvervanger. 2. De penningmeester is gemachtigd gelden te ontvangen en daarvoor te kwiteren en tot het doen van betalingen tot een door het bestuur vast te stellen bedrag.
MIDDELEN –BOEKJAAR EN BEHEER DER MIDDELEN ARTIKEL 12/18 1. De geldmiddelen van het NGSZH bestaan uit: a. bijdragen, giften en donaties van natuurlijke en (kerkelijke) rechtspersonen, waaronder plaatselijke Nederlands Gereformeerde Kerken; b. erfstellingen, legaten en schenkingen; c. al hetgeen verder op wettige wijze mocht worden verkregen. 2. Erfstellingen mogen niet anders worden aanvaard dan onder het voorrecht van boedelbeschrijving. 3. De Landelijke Vergadering stelt de voor het steunpunt benodigde financiële omslag vast op basis van een door het bestuur opgestelde en door de Landelijke Vergadering goedgekeurde 3jaren begroting. Deze begroting betreft de drie boekjaren volgend op het jaar waarin de Landelijke Vergadering wordt geopend. 4. De gezamenlijke Nederlands Gereformeerde Kerken stellen zich – met inachtneming van het bepaalde in het AKS en dit reglement - garant voor de financiering van het NGSZH.
ARTIKEL 19 1. Het boekjaar loopt gelijk met het kalenderjaar, met dien verstande dat het eerste boekjaar loopt vanaf datum oprichting tot en met éénendertig december van het volgende kalenderjaar. 2. Binnen zes maanden na afloop van een boekjaar wordt de balans en de staat van baten en lasten over het voorafgaande boekjaar (tezamen vormende de jaarstukken) opgemaakt. De jaarstukken worden door het bestuur vastgesteld. 3. Vaststelling door het bestuur van de jaarstukken strekt de penningmeester tot décharge voor de door hem verrichte handelingen, voor zover deze handelingen uit de hiervoor bedoelde stukken blijken. 4. Na vaststelling door het bestuur van de jaarstukken stuurt het bestuur de jaarstukken ter kennisgeving aan de Financiële Commissie van de Landelijke Vergadering. 5 De Landelijke Vergadering beoordeelt in iedere reguliere vergadering het gevoerde financiële beheer en verleent het bestuur décharge over de voorafgaande periode.
HUISHOUDELIJK REGLEMENT ARTIKEL 20 1. Het bestuur is bevoegd een huishoudelijk reglement vast te stellen, waarin die onderwerpen worden geregeld, welke niet in dit reglement zijn vervat. 2. Een besluit tot vaststelling, wijziging, of opheffing van een huishoudelijk reglement vereist een meerderheid van ten minste drie/vierde gedeelte van het uitgebrachte aantal stemmen. 3. Het huishoudelijk reglement mag niet met de wet of dit reglement in strijd zijn. 4. Het bestuur is te allen tijde bevoegd het huishoudelijk reglement te wijzigen of op te heffen.
VERVROEGDE LANDELIJKE VERGADERING ARTIKEL 21 1. Het bestuur kan de roepende kerk van de eerstvolgende Landelijke Vergadering verzoeken een vervroegde Landelijke Vergadering bijeen te roepen teneinde zaken die in belangrijke mate van invloed zijn op het functioneren of het voortbestaan van het steunpunt aanhangig te maken. 2. Een dergelijk besluit van het bestuur vereist een meerderheid van ten minste drie/vierde gedeelte van het uitgebrachte aantal stemmen.
REGLEMENTSWIJZIGING ARTIKEL 22 De Landelijke Vergadering is bevoegd, gehoord het bestuur, het reglement te wijzigen.
ONTBINDING EN VEREFFENING ARTIKEL 23 1. De Landelijke Vergadering is bevoegd, gehoord het bestuur, de instelling te ontbinden overeenkomstig het bepaalde in artikel 31.4 AKS. 2. Het NGSZH blijft na haar ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. 3. De vereffening geschiedt door het bestuur, tenzij bij het besluit tot ontbinding één of meer andere vereffenaars zijn benoemd. 4. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van dit reglement zoveel mogelijk van kracht. 5. De Landelijke Vergadering bepaalt, tegelijkertijd met het in lid 1 genoemde besluit tot ontbinding, de bestemming van een eventueel batig saldo van het ontbonden NGSZH. 6. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden en andere gegevensdragers van het ontbonden NGSZH berusten onder het Landelijke Archief van de Nederlands Gereformeerde Kerken, tenzij de Landelijke Vergadering anders bepaalt.
SLOTBEPALING ARTIKEL 24 In alle gevallen, waarin zowel de wet als dit reglement of een eventueel huishoudelijk reglement niet voorzien, beslist het bestuur.
(Acta LV Zwolle 2007)
|
|