|3|

Voorwoord

 

Toen Jezus ooit zijn leerlingen twee aan twee uitzond, gaf Hij hen de opdracht geen overtollige ballast mee te nemen. Geen geld, geen twee hemden. Wel sandalen voor onderweg (Vgl. Marcus 6: 7-9).

In onze tijd krijgt het woord van Jezus ‘alleen sandalen voor onderweg’ nieuwe actualiteit. Als Protestantse Kerk dragen we nogal wat mee. Verworvenheden die we onderweg hebben opgedaan. Dat was onze manier om de weg van Jezus te gaan en op die weg hebben we veel van Gods goedheid ervaren. Tegelijk is onze gang zwaar geworden. Dat voelen we steeds meer. Het lijkt alsof we gevangen zijn geraakt in onze eigen kerkcultuur. We stralen voor velen uiteen besturenkerk te zijn. Hoe kunnen we komen tot de lichtere gang waarmee Jezus ooit zijn leerlingen uitzond?

Dat is de uitdaging waar deze nota dienstbaar aan wil zijn. Deze begint met de vraag: waarom kerk? (deel I A) Wat is de essentie van kerkzijn? Juist nu kerk voor veel tijdgenoten op afstand staat als een vreemd instituut, is het goed weer bij de kern uitte komen en back to basics te gaan. Beschouw dit deel als een verantwoording, ook ‘naar buiten’, in taal die daarbij past. Het is een oefening om door de bomen weer het bos te zien. Om daar zelf blij van te worden en dat ook te kunnen uitstralen. Een oefening om eventuele ballast af te leggen en bij de eenvoud uit te komen. Dat helpt om tot een lichtere gang te komen.

Vervolgens gaat het om de vraag wat dit betekent voor de agenda van de kerk (deel I B)? Waar moeten we ons op concentreren? Wat moeten we loslaten en wat vooral wél doen? Wat is nú nodig? Het gaat om een eenvoudige agenda. Geen stapels opdrachten. Maar wel: waar komt het nu op aan? Waar is coaching en toerusting nodig om relevant kerkte zijn, voor elkaar en voor anderen? Wat zien we opkomen en moeten we begunstigen? Om op dat alles een zinnig antwoord te kunnen geven, moeten we wel een beeld hebben van de wereld waarin de kerk zich bevindt. Daarom begint dit deel met een korte analyse van onze cultuur en de impact die deze cultuur op de kerk heeft.

In deel II kijken we naar de organisatie van onze kerk. Zoals gezegd: die is nogal zwaar. Soms lijkt het alsof we met lood in de schoenen lopen. Hoe kan onze tred lichter worden? Hoe weer meer aansluiten bij de sandalen voor onderweg waar Jezus het over had? In deel II B worden er voorstellen gedaan onze organisatie aan te passen. Sleutelwoorden daarbij zijn transparantie, ruimte en eenvoud. Weliswaar moeten we in de kerk niet voortdurend met de eigen organisatie bezig zijn, maar er zijn momenten waarop je dat toch moet doen. Een goede organisatie helpt. Wanneer de organisatie gaat knellen ofte veel is gebaseerd op een (kerkelijke) cultuur die is weggesleten (ook omdat er minder mensen en middelen zijn), is het tijd bakens te verzetten. De uitdaging is om dit zo te doen dat er niet een eenheidsregime van bovenaf wordt opgelegd, maar dat dit aansluit bij de bijzondere situatie van de kerk, plaatselijk en in een regio. Veranderen hoort bij kerkzijn. Je moet dan echter wel weten wat hard core is. De structuur van onze Protestantse Kerk is geen wassen neus. Daarom gaat aan het veranderdeel (II B) een deel vooraf, waarin het DNA van onze Protestantse Kerk wordt beschreven (II A). Dit zijn wij, op deze leest zijn wij geschoeid. Hier klinken klassieke woorden die met onze traditie te maken hebben. Maar wie goed leest en luistert, merkt hoeveel muziek erin zit en hoeveel vrijheid, ook voor transformatie waar dit nodig en geboden is.

De titel van deze nota luidt: Kerk 2025: waar een Woord is, is een weg. Vaak genoeg wordt de vraag gesteld naar de toekomst van de kerk. Gezien de actualiteit is het begrijpelijk dat er vaak een zorgelijke toon in deze vraag zit. Het is niet fair over deze zorg heen te walsen. Het is wel zaak om moed en vertrouwen te putten. Dat kan in de wetenschap dat er een levend Woord is, Christus de Heer. Waar dit Woord is, is een weg om te gaan.

Arjan Plaisier