Deel II: Bijzondere overgangsbepalingen

 

Ordinantie 3

De (kerkelijk) medewerker, op wie op 30 april 2004 de Arbeidsvoorwaardenregeling SoW-kerken dan wel de Arbeidsvoorwaardenregeling uitgezonden medewerkers SoW-kerken van toepassing is en na die datum in dienstbetrekking blijft, doet dat
a. met behoud van zijn op 30 april 2004 uit hoofde van de arbeidsovereenkomst bestaande rechten en aanspraken inzake dienstjaren, salaris en pensioen;
b. met instandhouding van andere bepalingen en voorwaarden waarop betrokkene is benoemd, welke — voorzover zij bepaalde plichten of rechten geven aan de werk- of opdrachtgever — per 1 mei 2004 toekomen aan of overgaan op het kerkelijk lichaam ten behoeve waarvan betrokkene met ingang van die datum de arbeid verricht;
c. met inachtneming van de eventuele wijzigingen in de werkzaamheden en eventueel in de instructie die uit het van kracht worden van de kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland automatisch of redelijkerwijze voortvloeien of aan de hand van de bepalingen van kerkorde daarin nader worden aangebracht;
met dien verstande dat de op 1 mei 2004 bestaande plichten en rechten van de betrokkene na die datum rechtens kunnen worden gewijzigd of opgeheven.