Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

VIII. Mentoraat

Artikel 21.

Mentoraat

Lid
1

De predikant ontvangt, nadat deze als zodanig voor de eerste maal is bevestigd, gedurende een door de generale synode vast te stellen periode werkbegeleiding door een mentor die, na overleg met de betreffende predikant, wordt aangewezen uit de ambtsdragers van de kerk, bij voorkeur uit de predikanten.
De mentoren worden aangewezen door of vanwege de kleine synode.