Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

IV. Zij die de opleiding tot predikant volgen

Artikel 12.

Bevoegdheid tot het leiden van kerkdiensten tijdens de opleiding

Lid
1

Aan belijdende leden van de kerk die
− te kennen hebben gegeven toegelaten te willen worden tot het ambt van predikant,
− de theologische opleiding volgen bij of aan een van de in artikel 2 genoemde universiteiten en seminaria en
− naar het oordeel van de betrokken hoogleraren en docenten voldoende homiletische en liturgische bekwaamheid hebben,
kan in de eindfase van de opleiding door of vanwege de kleine synode voor een tijdvak van telkens ten hoogste één jaar een consent worden verleend om — met gebruikmaking van een van de orden uit het dienstboek van de kerk en met inachtneming van het in of krachtens ordinantie 5-5-2 bepaalde — een kerkdienst te leiden.
Dit consent wordt uitgereikt, nadat de aanvrager de belofte heeft afgelegd, die in de generale regeling voor het verlenen van consent tot het leiden van kerkdiensten is voorgeschreven.