I. Algemeene Bepalingen.

Artikel
10

De leden der kerkelijke Besturen stemmen in de vergaderingen, tot welke zij zijn afgevaardigd, altijd hoofdelijk, en zonder aan lastbrieven gehouden te zijn.
Elk lid is verplicht zijn stem bepaald uit te brengen, tenzij de vergadering hem van die verplichting ontslaat. 1)

|10|


1) De Synode overwoog (25 Juli 1912, Hand. bl. 573), dat voorstellen, waarover de stemmen voor de tweede maal staken, worden beschouwd als verworpen te zijn. In het Regl. voor K. O. en T., in werking getreden 15 Jan. 1916, is de bepaling opgenomen: Staken de stemmen, dan is in een bestuurszaak het voorgestelde of gevraagde verworpen of afgewezen (art. 22).