IV. De kerkelijke vergaderingen

Artikel
38

1. Afvaardiging naar landelijke vergaderingen

Een landelijke vergadering wordt in de regel om de twee jaren gehouden, tenzij er reden is vooreen vervroegde bijeenroeping. Dit laatste kan alleen met medewerking van twee regionale vergaderingen.
Elke regionale vergadering zendt naar de landelijke vergadering vier stemhebbende afgevaardigden, voorzien van een bewijs van afvaardiging en eventuele instructies. Van deze vier afgevaardigden worden, zo mogelijk, geen twee uit dezelfde kerk gekozen.

2. Agendum landelijke vergadering; voorlopig oordeel

Een landelijke vergadering kan in genoemde samenstelling haar agendum afhandelen, om daarna te worden gesloten. Zij kan in deze samenstelling echter ook in een haar voorgelegde gewichtige zaak slechts een voorlopig oordeel geven. In dat geval wordt zij, nadat het agendum voor het overige is afgehandeld, voorlopig gesloten.
Een landelijke vergadering handelt volgens laatstgenoemde regel indien tenminste twaalf kerken de wens hiertoe vooraf kenbaar gemaakt hebben, of indien tenminste acht afgevaardigden zich hiervoor ter vergadering hebben uitgesproken.

3. Voortgezette landelijke vergadering

Een voorlopig gesloten landelijke vergadering wordt voortgezet om de zaken waarover zij een voorlopig oordeel gaf af te handelen, zes maanden na deze voorlopige sluiting. De notulen, deze zaken betreffende, worden binnen twee maanden na deze voorlopige sluiting verzonden.
Naar de voortgezette landelijke vergadering zendt elke kerk rechtstreeks één stemhebbende afgevaardigde, voorzien van een bewijs van afvaardiging.
De afgevaardigden van de regionale vergaderingen hebben in de voortgezette vergadering een adviserende stem. Zij kunnen door de kerk waarvan zij lid zijn echter wel worden aangewezen als haar stemhebbende afgevaardigde.