IV. De kerkelijke vergaderingen

Artikel
31

1. Eendrachtig samenwerken

De kerken, die van Christus zijn, werken eendrachtig samen. Zij wekken elkaar op het Woord van God te bewaren en te blijven bij de leer van de kerk naar de ‘Formulieren van Enigheid’. Zij helpen en dienen elkaar en behartigen de zaken die zij gemeenschappelijk hebben. Zij mogen daarbij niet over elkaar heersen, maar zullen geduld met elkaar hebben en samen de tijd van God verwachten waarin Hij de weg duidelijk zal maken.

2. Regionale en landelijke vergaderingen

De kerken komen door afgevaardigden bijeen in regionale en landelijke vergaderingen. Deze vergaderingen dragen geen blijvend karakter, maar zijn tijdelijk en houden op te bestaan zodra zij gesloten zijn.
Zij worden samengeroepen door de kerk die door de laatstgehouden vergadering daartoe werd aangewezen. Van genomen besluiten zal nauwkeurig aantekening worden gemaakt.