Kerkorde NHK (1951) Ord. 9.

Ordinantie voor de catechese.

 

I. De catechese.
1. Wat de catechese omvat.
2. De voorbereidende catechese.
3. De gewone catechese.
4. De voorbereiding tot de openbare belijdenis des geloofs.
5. De voortgezette catechese.
6. Algemene regelen voor de catechese.

II. De openbare belijdenis des geloofs.
7. De opneming onder de belijdende leden.
8. Het doen van belijdenis in een andere gemeente.

III. De catecheet.
9. De catecheet.
10. De benoeming tot catecheet.
11. De bezoldiging van de catecheet.

IV. Hulp bij de catechese.
12. Hulpkrachten bij de voorbereidende catechese.
13. De raad voor de catechese.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9.I.

Ordinantie voor de catechese.

 

I. De catechese.

Artikel
1-6

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-1-1

Ordinantie voor de catechese.

 

I. De catechese.

Artikel 1.

Wat de catechese omvat.

Lid
1

Het catechetisch onderricht omvat
het lezen en verstaan van de Heilige Schrift,
de kennis van de belijdenis der Kerk,
van de geschiedenis der Kerk, en
van het kerkboek.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-1-2

Ordinantie voor de catechese.

 

I. De catechese.

Artikel 1.

Wat de catechese omvat.

Lid
2

Bij de catechese worden onderscheiden
de voorbereidende catechese,
de gewone catechese,
de voorbereiding tot de openbare belijdenis des geloofs, en
de voortgezette catechese.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-1-3

Ordinantie voor de catechese.

 

I. De catechese.

Artikel 1.

Wat de catechese omvat.

Lid
3

De zorg voor de catechese is opgedragen aan de kerkeraad.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-1-4

Ordinantie voor de catechese.

 

I. De catechese.

Artikel 1.

Wat de catechese omvat.

Lid
4

De in deze ordinantie aan de kerkeraad opgedragen zaken worden namens deze verricht door het consistorie.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-2-1

Ordinantie voor de catechese.

 

I. De catechese.

Artikel 2.

De voorbereidende catechese.

Lid
1

De voorbereidende catechese wordt gegeven aan kinderen, totdat zij de leeftijd van twaalf tot veertien jaar hebben bereikt.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-2-2

Ordinantie voor de catechese.

 

I. De catechese.

Artikel 2.

De voorbereidende catechese.

Lid
2

Zij vindt plaats in de kinderkerk, op de zondagsschool en op de kindercatechisatie.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-2-3

Ordinantie voor de catechese.

 

I. De catechese.

Artikel 2.

De voorbereidende catechese.

Lid
3

De voorbereidende catechese omvat
het in aanraking brengen met de inhoud van de bijbel,
het bekendmaken met belangrijke gebeurtenissen uit de geschiedenis van Kerk en zending, en
kennis van en oefening in het christelijk lied.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-3-1

Ordinantie voor de catechese.

 

I. De catechese.

Artikel 3.

De gewone catechese.

Lid
1

De gewone catechese wordt gegeven aan hen, die de leeftijd van twaalf tot veertien jaar hebben bereikt.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-3-2

Ordinantie voor de catechese.

 

I. De catechese.

Artikel 3.

De gewone catechese.

Lid
2

Deze catechese omvat
kennis van de bijbel,
elementaire kennis van de belijdenis der Kerk,
hoofdzaken van de geschiedenis der Kerk, in het bijzonder van de Reformatie, en der zending,
kennis van het kerkboek, en
oefening in het kerklied.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-4-1

Ordinantie voor de catechese.

 

I. De catechese.

Artikel 4.

De voorbereiding tot de openbare belijdenis des geloofs.

Lid
1

De voorbereiding tot de openbare belijdenis des geloofs vangt gewoonlijk niet eerder aan dan op de leeftijd van omstreeks achttien jaar.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-4-2

Ordinantie voor de catechese.

 

I. De catechese.

Artikel 4.

De voorbereiding tot de openbare belijdenis des geloofs.

Lid
2

Aan de voorbereiding tot de openbare belijdenis des geloofs nemen slechts zij deel, die gedurende tenminste twee jaren de gewone catechisatie hebben gevolgd, behoudens ontheffing van deze bepaling, te verlenen door de kerkeraad.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-4-3

Ordinantie voor de catechese.

 

I. De catechese.

Artikel 4.

De voorbereiding tot de openbare belijdenis des geloofs.

Lid
3

Bij deze voorbereiding worden de leerlingen geleid tot het persoonlijk gebruik van de bijbel, vertrouwd gemaakt met het belijdenis- en leerboek en het dienstboek der Kerk, en bepaald bij de roeping van het belijdend lid der gemeente van Christus.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-4-4

Ordinantie voor de catechese.

 

I. De catechese.

Artikel 4.

De voorbereiding tot de openbare belijdenis des geloofs.

Lid
4

Nadat de voorbereiding, welke als regel gedurende tenminste zes opeenvolgende maanden getrouw door de leerling moet zijn bijgewoond, is voltooid, vergewist de kerkeraad of een delegatie van deze zich van de bereidheid van de leerling tot de openbare belijdenis des geloofs en van de door hem verkregen kennis, teneinde hem tot deze belijdenis en daardoor tot het Heilig Avondmaal te kunnen toelaten.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-5-1

Ordinantie voor de catechese.

 

I. De catechese.

Artikel 5.

De voortgezette catechese.

Lid
1

De voortgezette catechese wordt gegeven aan de belijdende leden der gemeente.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-5-2

Ordinantie voor de catechese.

 

I. De catechese.

Artikel 5.

De voortgezette catechese.

Lid
2

Zij vindt plaats, behalve in de leerdienst, in samenkomsten van jonge lidmaten, lidmatenkringen en gemeenteavonden.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-5-3

Ordinantie voor de catechese.

 

I. De catechese.

Artikel 5.

De voortgezette catechese.

Lid
3

De voortgezette catechese heeft ten doel de belijdende leden tot diepere kennis van het Woord Gods en de wegen der Kerk te brengen, de gemeenschap te versterken en het apostolaat der gemeente in de wereld te bevorderen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-6-1

Ordinantie voor de catechese.

 

I. De catechese.

Artikel 6.

Algemene regelen voor de catechese.

Lid
1

Tijd en plaats van de catechisatie worden vastgesteld door de predikant, in overleg met de kerkeraad, terwijl over de keuze van leerstof en methode van de catechese, waarbij rekening wordt gehouden met de ontwikkeling der leerlingen en het milieu, waarin zij leven, tevoren de kerkeraad wordt geraadpleegd.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-6-2

Ordinantie voor de catechese.

 

I. De catechese.

Artikel 6.

Algemene regelen voor de catechese.

Lid
2

Met name worden daarbij gebruikt de Heidelbergse catechismus, de catechismus van Genève en andere, door de generale synode aanbevolen, leerboeken.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-6-3

Ordinantie voor de catechese.

 

I. De catechese.

Artikel 6.

Algemene regelen voor de catechese.

Lid
3

Het college van kerkvoogden stelt een geschikte localiteit en de noodzakelijke leermiddelen ter beschikking.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-6-4

Ordinantie voor de catechese.

 

I. De catechese.

Artikel 6.

Algemene regelen voor de catechese.

Lid
4

Zij, aan wie het geven van catechisatie is opgedragen, houden lijsten bij met namen en adressen van degenen, die catechetisch onderricht ontvangen, en doen daarop aantekening van de presentie der leerlingen, van de leerstof, die wordt behandeld en van de methode, welke daarbij wordt gevolgd.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-6-5

Ordinantie voor de catechese.

 

I. De catechese.

Artikel 6.

Algemene regelen voor de catechese.

Lid
5

Bij afwezigheid, vertrek of overlijden van de predikant stelt de kerkeraad deze lijsten aan de waarnemer of opvolger ter hand, terwijl bij verhuizing van de catechisant naar elders, de op diens catechese betrekking hebbende gegevens aan de kerkeraad der gemeente van vestiging worden toegezonden.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-6-6

Ordinantie voor de catechese.

 

I. De catechese.

Artikel 6.

Algemene regelen voor de catechese.

Lid
6

Zo nodig benoemt de kerkeraad uit zijn midden en uit de lidmaten der gemeente een commissie van bijstand voor de catechese, hetgeen in elk geval geschiedt, zo in de gemeente een of meer catecheten werkzaam zijn.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9.II.

Ordinantie voor de catechese.

 

II. De openbare belijdenis des geloofs.

Artikel
7-8

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-7-1

Ordinantie voor de catechese.

 

II. De openbare belijdenis des geloofs.

Artikel 7.

De opneming onder de belijdende leden.

Lid
1

Zij, die door de kerkeraad tot de openbare belijdenis des geloofs zijn toegelaten, worden — na aan de gemeente te zijn voorgesteld — in een kerkdienst, bij voorkeur op Palmzondag, onder de belijdende leden der gemeente opgenomen, met gebruikmaking van een daartoe bestemd formulier uit het dienstboek der Kerk, en in het lidmatenboek der gemeente ingeschreven.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-7-2

Ordinantie voor de catechese.

 

II. De openbare belijdenis des geloofs.

Artikel 7.

De opneming onder de belijdende leden.

Lid
2

Indien de belijdenis des geloofs om gewichtige redenen, naar het oordeel van de kerkeraad, niet in een kerkdienst kan plaats hebben, geschiedt zij ten overstaan van de kerkeraad of een commissie uit zijn midden.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-7-3

Ordinantie voor de catechese.

 

II. De openbare belijdenis des geloofs.

Artikel 7.

De opneming onder de belijdende leden.

Lid
3

Zij, die nog niet gedoopt mochten zijn, ontvangen daarbij, na de belijdenis des geloofs, de Heilige Doop.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-7-4

Ordinantie voor de catechese.

 

II. De openbare belijdenis des geloofs.

Artikel 7.

De opneming onder de belijdende leden.

Lid
4

Lidmaten, die zich van de Kerk hebben afgescheiden, doch begeren wederom in haar midden te worden opgenomen, beantwoorden voor de kerkeraad, of een commissie uit zijn midden, opnieuw de belijdenisvragen, in het formulier gesteld.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-7-5

Ordinantie voor de catechese.

 

II. De openbare belijdenis des geloofs.

Artikel 7.

De opneming onder de belijdende leden.

Lid
5

Ingeval een belijdend lid van een andere kerkgemeenschap wenst opgenomen te worden in een gemeente van de Hervormde Kerk, stelt de kerkeraad een onderzoek in naar de beweegredenen en beslist hij op grond van hetgeen eertijds door de betrokkene beleden werd — aan de hand van door de generale synode daartoe verstrekte richtlijnen — op welke vragen van het formulier, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, al dan niet na voorafgaand onderricht, bevestigend zal moeten worden geantwoord.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-8-1

Ordinantie voor de catechese.

 

II. De openbare belijdenis des geloofs.

Artikel 8.

Het doen van belijdenis in een andere gemeente.

Lid
1

Aan hem, die om bijzondere redenen de voorbereiding tot de openbare belijdenis des geloofs wil ontvangen of belijdenis des geloofs mocht willen afleggen in het midden van een andere gemeente dan waartoe hij behoort en daartoe een schriftelijk verzoek bij de kerkeraad zijner woonplaats heeft ingediend, kan daartoe door de kerkeraad dier andere gemeente de gelegenheid worden geboden, mits hij een verklaring van de kerkeraad zijner woonplaats overlegt, waarin, nevens diens toestemming, de aangevoerde redenen worden vermeld.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-8-2

Ordinantie voor de catechese.

 

II. De openbare belijdenis des geloofs.

Artikel 8.

Het doen van belijdenis in een andere gemeente.

Lid
2

Wanneer de kerkeraad van de woonplaats binnen vier weken niet aan het in het eerste lid van dit artikel bedoelde verzoek tot het geven van een verklaring heeft voldaan, wordt hij geacht, tegen inwilliging van het verzoek geen bezwaar te hebben.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-8-3

Ordinantie voor de catechese.

 

II. De openbare belijdenis des geloofs.

Artikel 8.

Het doen van belijdenis in een andere gemeente.

Lid
3

Zo het betreft het doen van belijdenis, is een verklaring vereist, dat de voorbereiding en het onderzoek door die kerkeraad hebben plaatsgevonden en deze tegen zijn opneming onder de belijdende leden geen bezwaar heeft.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-8-4

Ordinantie voor de catechese.

 

II. De openbare belijdenis des geloofs.

Artikel 8.

Het doen van belijdenis in een andere gemeente.

Lid
4

De kerkeraad der gemeente, in welke midden de openbare belijdenis des geloofs heeft plaatsgevonden, zendt in dat geval binnen acht dagen een verklaring daarvan aan de kerkeraad van de woonplaats van de nieuwe lidmaat, waarop tot diens inschrijving in het lidmatenboek der gemeente wordt overgegaan.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-8-5

Ordinantie voor de catechese.

 

II. De openbare belijdenis des geloofs.

Artikel 8.

Het doen van belijdenis in een andere gemeente.

Lid
5

Weigert de kerkeraad de gevraagde toestemming te verlenen, dan kan het betrokken gemeentelid zich beroepen op de provinciale commissie voor de behandeling van bezwaren en geschillen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9.III.

Ordinantie voor de catechese.

 

III. De catecheet.

Artikel
9-11

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-9-1

Ordinantie voor de catechese.

 

III. De catecheet.

Artikel 9.

De catecheet.

Lid
1

De gewone catechese geschiedt in de regel, de voorbereiding tot de openbare belijdenis — behoudens zeer bijzondere gevallen — steeds door de predikant.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-9-2

Ordinantie voor de catechese.

 

III. De catecheet.

Artikel 9.

De catecheet.

Lid
2

Na verkregen overeenstemming tussen de betrokken predikant en de kerkeraad kunnen de voorbereidende, de gewone en de voortgezette catechese mede worden opgedragen aan daartoe bekwame en begaafde ouderlingen of aan catecheten, die tijd, plaats, leerstof en methode vaststellen in overleg met de kerkeraad.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-9-3

Ordinantie voor de catechese.

 

III. De catecheet.

Artikel 9.

De catecheet.

Lid
3

Tot de bediening van catecheet kunnen worden geroepen mannelijke en vrouwelijke lidmaten der Kerk, die zich geheel aan deze arbeid willen geven en aan de daarvoor gestelde vereisten voldoen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-9-4

Ordinantie voor de catechese.

 

III. De catecheet.

Artikel 9.

De catecheet.

Lid
4

De opleiding van hen, die begeren in deze bediening te worden gesteld, geschiedt naar bepalingen, vast te leggen in een generale regeling der synode, waarin onder meer regelen zullen worden gesteld inzake de eisen voor de toelating tot de opleiding, de vakken waarin en de wijze, waarop het onderricht zal worden gegeven, en het examen, dat tot deze bediening toegang geeft, in welke generale regeling mede is opgenomen, ten overstaan van wie zij, alvorens een testimonium te ontvangen, bevestigend antwoorden op de vragen, vermeld in het derde lid van art. 3 van de ordinantie voor het apostolaat.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-10-1

Ordinantie voor de catechese.

 

III. De catecheet.

Artikel 10.

De benoeming tot catecheet.

Lid
1

De catecheet is werkzaam ten behoeve van een of meer kerkelijke gemeenten en verricht zijn werkzaamheden in opdracht van en onder verantwoordelijkheid aan de kerkeraad, in samenwerking met de kerkeraadscommissie voor de catechese en in gemeenschap met de raad voor de catechese en, indien hem een opdracht wordt gegeven op het terrein van het jeugdwerk, in contact met de raad voor het jeugdwerk.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-10-2

Ordinantie voor de catechese.

 

III. De catecheet.

Artikel 10.

De benoeming tot catecheet.

Lid
2

Een gemeente, het verlangen hebbende tot aanstelling van een catecheet over te gaan, stelt zich in verbinding met de raad voor de catechese en verbindt zich de aan deze aanstelling verbonden lasten te zullen dragen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-10-3

Ordinantie voor de catechese.

 

III. De catecheet.

Artikel 10.

De benoeming tot catecheet.

Lid
3

De benoeming geschiedt door de kerkeraad der gemeente of de kerkeraden der betrokken gemeenten bij welk de catecheet werkzaam zal zijn, nadat over de keuze van degene, die wordt benoemd en over zijn acte van aanstelling met bijbehorende instructie overeenstemming is verkregen met de raad voor de catechese.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-10-4

Ordinantie voor de catechese.

 

III. De catecheet.

Artikel 10.

De benoeming tot catecheet.

Lid
4

De benoeming geschiedt voor een tijdvak als in de acte van aanstelling is aangegeven.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-10-5

Ordinantie voor de catechese.

 

III. De catecheet.

Artikel 10.

De benoeming tot catecheet.

Lid
5

Indien het belang van het werk dit vordert, kan, op verzoek hetzij van de ambtelijke vergadering of vergaderingen, hetzij van de raad voor de catechese, in onverling overleg, de betrokkene gehoord, ook tussentijds een aanstelling worden beëindigd.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-10-6

Ordinantie voor de catechese.

 

III. De catecheet.

Artikel 10.

De benoeming tot catecheet.

Lid
6

De bezoldiging van de catecheet, wiens aanstelling tussentijds wordt beëindigd, komt voor rekening van de raad voor de catechese, totdat hij op een andere plaats wederom is te werk gesteld.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-10-7

Ordinantie voor de catechese.

 

III. De catecheet.

Artikel 10.

De benoeming tot catecheet.

Lid
7

De catecheet, die blijk geeft om andere redenen, dan die welke zouden leiden tot het toepassen van een bijzonder middel ter handhaving van de kerkelijke tucht, voor de verdere waarneming van zijn bediening ten enenmale ongeschikt te zijn, kan op voordracht van de raad voor de catechese door het breed moderamen der synode, de betrokken catecheet en de betrokken ambtelijke vergadering gehoord, van zijn bediening worden ontheven met inachtneming van een wachttijd van een jaar, gedurende hetwelk hij zijn salaris nog blijft ontvangen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-11-1

Ordinantie voor de catechese.

 

III. De catecheet.

Artikel 11.

De bezoldiging van de catecheet.

Lid
1

De bezoldiging van de catecheet geschiedt bij generale regeling, vastgesteld krachtens de ordinantie voor de traktementen en pensioenen, en omvat
een minimum-aanvangstraktement voor ongehuwden en gehuwden,
periodieke verhogingen,
kindergelden,
maatschappelijke voorzieningen,
vergoeding van verhuiskosten,
een wachtgeldregeling, en
een pensioenregeling met verhaal van premie.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9.IV.

Ordinantie voor de catechese.

 

IV. Hulp bij de catechese.

Artikel
12-13

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-12-1

Ordinantie voor de catechese.

 

IV. Hulp bij de catechese.

Artikel 12.

Hulpkrachten bij de voorbereidende catechese.

Lid
1

Predikanten en catecheten kunnen bij de voorbereidende catechese worden bijgestaan door hulpkrachten voor de catechese, aangesteld door of vanwege de kerkeraad of de kerkeraadscommissie voor de catechese en in het bezit van een testimonium, ingericht naar een model, vastgesteld door de raad voor de catechese, door de kerkeraad uitgereikt aan leden der Kerk, die naar het oordeel van de kerkeraad voldoende kennis bezitten van de bijbelse geschiedenis, de geschiedenis der Reformatie, bekend zijn met de christelijke liederenschat en enige bekwaamheid bezitten tot vertellen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-12-2

Ordinantie voor de catechese.

 

IV. Hulp bij de catechese.

Artikel 12.

Hulpkrachten bij de voorbereidende catechese.

Lid
2

De kerkeraad draagt zorg, dat aan hen, die zich voor de verwerving van dit testimonium willen voorbereiden, daadwerkelijke hulp en leiding wordt verleend.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-13-1

Ordinantie voor de catechese.

 

IV. Hulp bij de catechese.

Artikel 13.

De raad voor de catechese.

Lid
1

De kerkeraden verzorgen de catechese met bijstand van een raad voor de catechese.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 9-13-2

Ordinantie voor de catechese.

 

IV. Hulp bij de catechese.

Artikel 13.

De raad voor de catechese.

Lid
2

Deze raad is in het bijzonder belast met
het uitdragen van de beginselen en leidende gedachten voor het catechetisch onderwijs;
het bekendmaken van predikanten en catecheten met de meest geschikte methoden voor de catechese;
het verzorgen en beschikbaar stellen van handleidingen, lectuur, leermiddelen en wat het catechetisch onderwijs verder kan bevorderen en het bekendmaken van hetgeen elders is verschenen;
het adviseren van de generale synode inzake aan te bevelen leerboeken;
het vormen van een geestelijk centrum voor hen, die als catecheet in een bediening zijn gesteld;
het verrichten van hetgeen haar op grond van de bepalingen van art. 10 dezer ordinantie tot taak wordt gesteld;
het ontwerpen van de generale regelingen voor de opleiding van catecheten en het toezicht op deze opleiding;
het besturen van instellingen, welke voor de dienst der catechese van node zijn;
het samenwerken met de raad voor de zaken van Kerk en theologie, met de raad voor het jeugdwerk en met de raad voor de zaken van Kerk en school.