Kerkorde GKv (1978) IV

IV. De tucht

Kerkorde GKv (1978) Art. 72

IV. De tucht

Artikel
72

Doel van de tucht

De kerkelijke tucht zal naar het Woord van God en tot zijn eer bediend worden.
Zij heeft ten doel dat de zondaar met God en zijn naaste verzoend wordt en de aanstoot uit de gemeente van Christus wordt weggenomen.

Kerkorde GKv (1978) Art. 73

IV. De tucht

Artikel
73

Onderling toezicht

Wanneer iemand afwijkt van de zuivere leer of in zijn leven zich misdraagt, en dit een geheime zaak is die geen openbare aanstoot geeft, zal de regel worden nageleefd die Christus duidelijk voorschrijft in Mattheüs 18.

Kerkorde GKv (1978) Art. 74

IV. De tucht

Artikel
74

Aangifte bij de kerkeraad

Geheime zonden mogen niet aan de kerkeraad worden bekendgemaakt, als de zondaar na persoonlijke, broederlijke vermaning of na vermaning met een of twee getuigen tot berouw komt.
Wanneer iemand over een geheime zonde naar de regel van Mattheüs 18 is vermaand en daaraan geen gehoor geeft, of wanneer iemand een openbare zonde gedaan heeft, zal dit aan de kerkeraad worden meegedeeld.

Kerkorde GKv (1978) Art. 75

IV. De tucht

Artikel
75

Schuldbelijdenis bij bekering

Wanneer iemand zich bekeert van een openbare zonde of van een geheime zonde die moest worden meegedeeld aan de kerkeraad, zal deze zijn schuldbelijdenis aanvaarden als daarbij voldoende tekenen van berouw gezien worden. De kerkeraad zal beoordelen of van deze schuldbelijdenis mededeling aan de gemeente gedaan moet worden.

Kerkorde GKv (1978) Art. 76

IV. De tucht

Artikel
76

Maatregelen van tucht

De kerkeraad zal de toegang tot het avondmaal van de Here ontzeggen aan hem, die de kerkelijke vermaning hardnekkig verwerpt of die een openbare of in ander opzicht ernstige zonde begaan heeft.
Indien deze na talrijke daarop volgende vermaningen geen enkel teken van berouw toont, zal de kerkeraad als uiterste remedie tenslotte tot de excommunicatie overgaan, waarbij het daarvoor vastgestelde formulier dient te worden gebruikt.
Niemand mag worden geëxcommuniceerd zonder instemming van de classis.

Kerkorde GKv (1978) Art. 77

IV. De tucht

Artikel
77

Afkondigingen tijdens de procedure

Voordat de kerkeraad − na de ontzegging van het avondmaal en de daarop gevolgde vermaningen − tot de excommunicatie overgaat, zal hij de gemeente bekendmaken met de hardnekkigheid van de zondaar. Daarbij zullen genoemd worden zijn zonde en de vele pogingen om hem tot inkeer te brengen door bestraffing, ontzegging van het avondmaal en talrijke vermaningen. De gemeente zal aangespoord worden hem aan te spreken en voor hem te bidden.
Hiervoor zal driemaal een afkondiging gebruikt worden. Om de zondaar nog te ontzien zal in de eerste zijn naam niet genoemd worden.
In de tweede zal met de in artikel 76 bedoelde instemming van de classis zijn naam vermeld worden.
In de derde zal de kerkeraad aan de gemeente meedelen dat hij buiten de gemeenschap van de kerk gesloten zal worden, als hij zich niet bekeert; op deze wijze zal de excommunicatie de stilzwijgende instemming van de gemeente hebben.
Over het tijdsverloop tussen de afkondigingen beslist de kerkeraad.

Kerkorde GKv (1978) Art. 78

IV. De tucht

Artikel
78

Weer opnemen van geëxcommuniceerden

Wanneer een geëxcommuniceerde in de weg van berouw weer opgenomen wil worden in de gemeente, zal dit aan de gemeente worden meegedeeld.
Als niemand hiertegen iets kan aanvoeren, zal hij na verloop van ten minste drie zondagen onder openbare schuldbelijdenis weer opgenomen woden, waarbij het daarvoor vastgestelde formulier dient gebruikt te worden.

Kerkorde GKv (1978) Art. 79

IV. De tucht

Artikel
79

Tucht over ambtsdragers

Wanneer predikanten de kerkelijke vermaning verwerpen of wanneer zij een openbare of in ander opzicht ernstige zonde begaan, zullen zij geschorst worden op grond van het oordeel van hun kerkeraad en die van de door de classis aangewezen naburige gemeente.
De classis moet met advies van de in artikel 14 genoemde deputaten van de particuliere synode beoordelen of zij afgezet dienen te worden.
Wanneer ouderlingen of diakenen zich aan een van de genoemde zonden schuldig maken, is voor hun schorsing of afzetting het oordeel van de kerkeraad en die van de naburige gemeente voldoende.

Kerkorde GKv (1978) Art. 80

IV. De tucht

Artikel
80

Zonden die de tucht over ambtsdragers nodig maken

Als ernstige zonden die grond zijn voor schorsing of afzetting van ambtsdragers, moeten in het bijzonder genoemd worden: het aanhangen van valse leer, openlijke scheurmakerij, godslastering, simonie, trouweloze dienstverlating of het zich indringen in het dienstwerk van een ander, meineed, echtbreuk, ontucht, diefstal, gewelddadig optreden, regelmatige dronkenschap en onrechtmatige verrijking van zichzelf; verder moeten hiertoe gerekend worden alle zonden en ernstige vergrijpen die bij andere kerkleden als grond voor excommunicatie gelden.

Kerkorde GKv (1978) Art. 81

IV. De tucht

Artikel
81

Onderling toezicht van de ambtsdragers

De predikanten, ouderlingen en diakenen zullen onderling christelijke censuur oefenen en elkaar inzake de bediening van hun ambt aansporen en vriendelijk terechtwijzen.

Kerkorde GKv (1978) Art. 82

IV. De tucht

Artikel
82

Tucht over doopleden

De kerkeraad zal iemand die als kind de doop heeft ontvangen, vermanen wanneer hij als volwassene nalaat openbare belijdenis van het geloof te doen, of ook in ander opzicht zijn roeping tot nieuwe gehoorzaamheid in Gods verbond ontrouw is. Indien hij de vermaning van de kerkenraad hardnekkig verwerpt en daarbij duidelijk laat blijken dat hij afkerige is van het verbond en onverschillig of zelfs vijandig staat tegenover de dienst van de Here, zal dit met instemming van de classis aan de gemeente worden bekendgemaakt. Bij de afkondiging zal de kerkeraad zijn naam noemen en tevens een termijn stellen. De gemeente zal worden aangespoord hem aan te spreken en voor hem te bidden. Wanneer hij in de genoemde termijn geen teken van oprecht berouw toont, zal de kerkeraad hem in een eredienst buiten de gemeenschap van de kerk sluiten, waarbij het daarvoor vastgestelde formulier gebruikt dient te worden.
Indien hij na deze excommunicatie tot bekering komt en zich weer bij de gemeenschap van de kerk wil voegen, zal hij toegelaten worden in de weg van de openbare belijdenis van het geloof, nadat de kerkeraad zijn bekering aan de gemeente heeft bekendgemaakt.