Alg. Regl. NHK (1852) II.III

II. Bijzondere bepalingen.

Hoofdstuk III.

Het Kerkelijk Bestuur over al de Gemeenten te zamen.

 

 

Alg. Regl. NHK (1852) 55

II. Bijzondere bepalingen.

Hoofdstuk III.

Het Kerkelijk Bestuur over al de Gemeenten te zamen.

Eerste afdeeling.

De Synode.

Artikel
55

De algemeene belangen der gemeenten, behoorende tot de Nederlandsche Hervormde Kerk, zijn toevertrouwd aan de Algemeene Synode, die de Kerk vertegenwoordigt en voor haar in regten optreedt.

Alg. Regl. NHK (1852) 56

II. Bijzondere bepalingen.

Hoofdstuk III.

Het Kerkelijk Bestuur over al de Gemeenten te zamen.

Eerste afdeeling.

De Synode.

Artikel
56

Elk der in art. 34 genoemde Provinciale Kerkbesturen benoemt jaarlijks, in zijne vergadering van Mei, een predikant uit zijne leden of hunne secundi, tot het bijwonen der Synodale Vergadering, benevens een secundus, die echter niet optreedt, dan in geval het benoemde lid belet wordt zich naar de Synode te begeven. Op gelijke wijze wordt door de Commissie tot de Zaken der Waalsche Kerken een predikant en door het Kerkbestuur van Limburg een lid naar de Synode afgevaardigd, gelijk ook door de Commissie voor de Zaken der Oost- en West-Indische Kerken een lid, overeenkomstig het slot van art. 4.
Bovendien worden naar de Synode drie ouderlingen afgevaardigd, bij beurtwisseling te benoemen door de Provinciale Kerkbesturen uit verschillende provinciën, naar de orde, waarin zij in art. 34 voorkomen, en door de Commissie voor de Zaken der Waalsche Kerken, uit haar ressort.
Voorts hebben ter Synodale Vergadering zitting de secretaris der Synode en de quaestor-generaal, met adviserende stem. De laatste woont alleen die zittingen bij, waarin geldelijke aangelegenheden worden behandeld.
Eindelijk wordt door elke der Hervormde Godgeleerde faculteiten op de drie hoogescholen te Leiden, Utrecht en Groningen, een hoogleeraar benoemd, om als prae-adviserend lid de Synode bij te wonen.
De Secretaris, van de benoeming der afgevaardigden met hunne secundi kennis bekomen hebbende, zal eene naamlijst van de leden der vergadering aan elk van dezen doen toekomen, met aanwijzing van den oudsten in diensttijd onder de afgevaardigde predikanten.

Alg. Regl. NHK (1852) 57

II. Bijzondere bepalingen.

Hoofdstuk III.

Het Kerkelijk Bestuur over al de Gemeenten te zamen.

Eerste afdeeling.

De Synode.

Artikel
57

De Synode kiest zich uit de predikanten der Nederlandsche Hervormde Kerk haren vasten secretaris, die met der woon gevestigd zal zijn te ’s Gravenhage of in den omtrek. Zijn secundus wordt benoemd voor drie jaren. Deze zal, bij aftreden van den secretaris, diens werkzaamheden waarnemen, tot dat een nieuwe secretaris, door de eerstvolgende Synode te benoemen, zijne betrekking zal hebben aanvaard.
Nopens het regt, den pligt, de toelaag en het ontslag van den secretaris zal door de Synode bij bijzondere overeenkomst en instructie nadere bepaling worden gemaakt, waarvan afschrift aan den secundus zal worden overgelegd.
Ook benoemt zij, bij voorkeur uit de leden der kerkgemeente te Amsterdam, eenen quaestor met zijnen secundus, voor onbepaalden tijd. Over hunne continuatie zal de Synode jaarlijks haar goedachten uitspreken. Hunne regten en pligten worden in eene bijzondere instructie omschreven.

Alg. Regl. NHK (1852) 58

II. Bijzondere bepalingen.

Hoofdstuk III.

Het Kerkelijk Bestuur over al de Gemeenten te zamen.

Eerste afdeeling.

De Synode.

Artikel
58

Voor het hoofd van het Departement voor de Zaken der Hervormde Eeredienst enz. en zijnen secretaris-generaal, mits beide van Protestantsche belijdenis, of, bij ontstentenis van dezen, een commissaris des Konings, de Hervormde Godsdienst belijdende, staat de toegang open tot bijwoning der Synodale Vergaderingen.

Alg. Regl. NHK (1852) 59

II. Bijzondere bepalingen.

Hoofdstuk III.

Het Kerkelijk Bestuur over al de Gemeenten te zamen.

Eerste afdeeling.

De Synode.

Artikel
59

De gewone Synodale Vergadering wordt, éénmaal ’s jaars, te ’s Gravenhage gehouden, aanvangende op den eersten Woensdag in de maand Julij. Deze tijdsbepaling kan niet worden veranderd, noch eene buitengewone vergadering der Synode bechreven dan door de Synodale Commissie, met kennisgeving aan Zijne Majesteit den Koning.
Tot eene buitengewone Synode worden de leden der laatstgehoudene Hooge Kerkvergadering zamengeroepen.

Alg. Regl. NHK (1852) 60

II. Bijzondere bepalingen.

Hoofdstuk III.

Het Kerkelijk Bestuur over al de Gemeenten te zamen.

Eerste afdeeling.

De Synode.

Artikel
60

De Synode begint telken jare hare werkzaamheden met, onder leiding van den oudsten in diensttijd der afgevaardigde predikanten, uit dezen voor zich een president en vice-president, met plaatsvervanger, te verkiezen.

Alg. Regl. NHK (1852) 61

II. Bijzondere bepalingen.

Hoofdstuk III.

Het Kerkelijk Bestuur over al de Gemeenten te zamen.

Eerste afdeeling.

De Synode.

Artikel
61

Bij de Synode berust de hoogste wetgevende, regtsprekende en besturende magt, onder de verschillende waarborgen in dit Algemeen Reglement en in bijzonderen reglementen vastgesteld.

Alg. Regl. NHK (1852) 62

II. Bijzondere bepalingen.

Hoofdstuk III.

Het Kerkelijk Bestuur over al de Gemeenten te zamen.

Eerste afdeeling.

De Synode.

Artikel
62

Zij arresteert de reglementen, welke voor de geheele Hervormde Kerk verbindende zijn. Elk reglement, door haar voorloopig aangenomen, wordt gezonden aan de Provinciale Kerkbesturen om er hunne consideratiën op in te winnen. Van deze neemt zij kennis en maakt zij naar eigen oordeel gebruik, om daarna het reglement, met de veranderingen er in gemaakt, andermaal aan de Provinciale Kerkbesturen te zenden, die er dan hunne stem over uitbrengen. Wanneer de volstrekte meerderheid dier Kerkbesturen zich voor het aannemen van het reglement verklaart, wordt het, als finaal aangenomen, door de Algemeene Synodale Commissie uitgevaardigd.
Met veranderingen in de bestaande reglementen wordt evenzoo gehandeld.

Alg. Regl. NHK (1852) 63

II. Bijzondere bepalingen.

Hoofdstuk III.

Het Kerkelijk Bestuur over al de Gemeenten te zamen.

Eerste afdeeling.

De Synode.

Artikel
63

De regtsprekende magt der Synode wordt uitgeoefend naar art. 15 van dit Algemeen Reglement en naar het Reglement van kerkelijk opzigt en tucht.
Zij beslist geschillen, welke in of tuschen Provinciale Kerkbesturen mogten ontstaan.

Alg. Regl. NHK (1852) 64

II. Bijzondere bepalingen.

Hoofdstuk III.

Het Kerkelijk Bestuur over al de Gemeenten te zamen.

Eerste afdeeling.

De Synode.

Artikel
64

De besturende magt der Synode gaat over de algemeene belangen der Nederlandsche Hervormde Kerk, en in het bijzonder over alles, wat de openbare Godsdienst en de kerkelijke instellingen betreft. Zij staat in onmiddellijk verband met het Ministerieel Departement voor de Zaken der Hervormde Eeredienst, enz.

Alg. Regl. NHK (1852) 65

II. Bijzondere bepalingen.

Hoofdstuk III.

Het Kerkelijk Bestuur over al de Gemeenten te zamen.

Eerste afdeeling.

De Synode.

Artikel
65

Bij de Synode berust het beheer der algemeene kerkelijke fondsen. Zij voert dat onder administratie van den quaestor-generaal, over welke het toezigt is opgedragen aan de na te melden Algemeene Synodale Commissie, en, voor zooveel de algemeene classikale kas aangaat, met verantwoording aan de Hooge Regering.
Omtrent de administratie der bijzondere kerk-, pastorij-, custorij- en andere gemeente-fondsen, en de betrekking tusschen derzelver bestuurders en de Kerkeraden zullen nadere bepalingen worden ontworpen.

Alg. Regl. NHK (1852) 66

II. Bijzondere bepalingen.

Hoofdstuk III.

Het Kerkelijk Bestuur over al de Gemeenten te zamen.

Tweede afdeeling.

De Algemeene Synodale Commissie.

Artikel
66

Tusschen de gewone jaarlijksche vergaderingen der Synode, worden, in haren naam, de belangen der Nederlandsche Hervormde Kerk behartigd en waargenomen door een collegie, onmiddellijk uitgaande van, en in betrekking staande tot de Synode, onder den naam van Algemeene Synodale Commissie.

Alg. Regl. NHK (1852) 67

II. Bijzondere bepalingen.

Hoofdstuk III.

Het Kerkelijk Bestuur over al de Gemeenten te zamen.

Tweede afdeeling.

De Algemeene Synodale Commissie.

Artikel
67

Deze commissie bestaat uit den president, den vice-president en den secretaris der Synode; voorts uit drie predikanten en drie ouderlingen, zooveel mogelijk te benoemen uit de verschillende kerkressorten. Aan elk der leden van deze commissie wordt een secundus toegevoegd. Zij hebben allen concluderende stem, behalve de secretaris, die eene adviserende heeft.
Verder heeft in deze vergadering zitting, met praeadviserende stem, een hoogleeraar in de Godgeleerdheid aan eene der drie hoogescholen des Rijks, door de drie respective Godgeleerde faculteiten beurtelings te benoemen.

Alg. Regl. NHK (1852) 68

II. Bijzondere bepalingen.

Hoofdstuk III.

Het Kerkelijk Bestuur over al de Gemeenten te zamen.

Tweede afdeeling.

De Algemeene Synodale Commissie.

Artikel
68

De predikanten en ouderlingen, leden dezer commissie, benevens hunne secundi, worden benoemd door de Synode, voor den tijd van drie jaren. Telken jare treedt, met den dag op welken de gewone jaarlijksche vergadering der Synode gesloten wordt, een derde gedeelte af, zijnde de aftredenden niet herkiesbaar dan na twee jaren.
De hoogleeraar wordt door de aan de beurt zijnde Godgeleerde faculteit afgevaardigd, voor den tijd van één jaar.
De president, vice-president en secretaris ter laatste Synodale Vergadering fungeren ook bij deze commissie als zoodanig.

Alg. Regl. NHK (1852) 69

II. Bijzondere bepalingen.

Hoofdstuk III.

Het Kerkelijk Bestuur over al de Gemeenten te zamen.

Tweede afdeeling.

De Algemeene Synodale Commissie.

Artikel
69

De vergaderingen van deze commissie kunnen, gelijk die der Synode, door het hoofd van het Ministerieel Departement en den secretaris-generaal, beiden van Protestantsche belijdenis, worden bijgewoond.

Alg. Regl. NHK (1852) 70

II. Bijzondere bepalingen.

Hoofdstuk III.

Het Kerkelijk Bestuur over al de Gemeenten te zamen.

Tweede afdeeling.

De Algemeene Synodale Commissie.

Artikel
70

Aan deze commissie is opgedragen:
1º. het uitvoeren van alles wat de Synode haar heeft in last gegeven;
2º. het toezigt op de nakoming van alle kerkelijke reglementen en synodale besluiten;
3º. de behandeling en beslissing in vorderingen tot cassatie van in appel gedane uitspraken, overeenkomstig art. 15;
4º. het toezigt op de administratie der algemeene kerkelijke fondsen, met magt, om, waar de zaak bij uitstel lijden zou, daaromtrent te doen hetgeen der Synode is;
5º. het houden van zoodanig algemeen toezigt op de administratie van kerkelijke goederen, als haar bij een reglement zal worden opgedragen;
6º. de behandeling van spoedvorderende zaken, welke tot de bevoegdheid der Synode behooren;
7º. De correspondentie, omtrent alle voorkomende zaken, met collegiën van kerkelijk bestuur en beheer, met de Godgeleerde faculteiten en met de Hooge Regering.

Alg. Regl. NHK (1852) 71

II. Bijzondere bepalingen.

Hoofdstuk III.

Het Kerkelijk Bestuur over al de Gemeenten te zamen.

Tweede afdeeling.

De Algemeene Synodale Commissie.

Artikel
71

De Synodale Commissie biedt jaarlijks der Synode een overzigt aan van den staat der Nederlandsche Hervormde Kerk.

Alg. Regl. NHK (1852) 72

II. Bijzondere bepalingen.

Hoofdstuk III.

Het Kerkelijk Bestuur over al de Gemeenten te zamen.

Tweede afdeeling.

De Algemeene Synodale Commissie.

Artikel
72

De commissie vergadert te ’s Gravenhage, gewoonlijk twee malen ’s jaars, eens in het voorjaar en eens in het najaar, en voorts zoo dikwerf zulks door haar moderamen noodig zal worden geacht.

Alg. Regl. NHK (1852) 73

II. Bijzondere bepalingen.

Hoofdstuk III.

Het Kerkelijk Bestuur over al de Gemeenten te zamen.

Tweede afdeeling.

De Algemeene Synodale Commissie.

Artikel
73

Alle kerkelijke collegiën zijn verpligt, aan deze commissie alle door haar gevraagde inlichtingen te geven, en aan hare aanschrijvingen te voldoen, behoudens het bepaalde bij art. 14.

Alg. Regl. NHK (1852) 74

II. Bijzondere bepalingen.

Hoofdstuk III.

Het Kerkelijk Bestuur over al de Gemeenten te zamen.

Tweede afdeeling.

De Algemeene Synodale Commissie.

Artikel
74

De commissie is, wegens alles wat door haar wordt verrigt, verantwoording schuldig ter eerste gewone Synodale Vergadering.
Bij de raadpleging over deze verantwoording heeft geen der synodale leden, die tevens lid is van de Algemeene Synodale Commissie, eene concluderende stem. Van uitspraken door haar gedaan ten gevolge van beroep in cassatie, geeft zij aan de Synode alleen verslag.