Alg. Regl. NHK (1816) VII

Zevende afdeeling.

Over het Kerkelijk Bestuur in de gemeenten.

 

 

Alg. Regl. NHK (1816) 84

Zevende Afdeeling.

Over het Kerkelijk Bestuur in de gemeenten.

Artikel
84

In alle gemeenten, waar de stof daartoe niet geheel ontbreekt, zal een afzonderlijke Kerkenraad zijn.

Alg. Regl. NHK (1816) 85

Zevende Afdeeling.

Over het Kerkelijk Bestuur in de gemeenten.

Artikel
85

Dezelve bestaat uit den Predikant of de Predikanten der plaatsen, en uit Ouderlingen, gekozen uit de achtingwaardigste, kundigste en voornaamste leden der gemeente. De pligten van de Leeraren, de Ouderlingen, de Diakenen en de betrekking van Diakenen tot den Kerkenraad, worden door het Synode bij het Reglement op de Kerkenraden omschreven en bepaald.

Alg. Regl. NHK (1816) 86

Zevende Afdeeling.

Over het Kerkelijk Bestuur in de gemeenten.

Artikel
86

Gemeenten, waar, door gebrek aan stof, geene Kerkenraden bestaan, zijn geplaatst onder het onmiddelijk opzigt van classikale Moderatoren met den Predikant.

Alg. Regl. NHK (1816) 87

Zevende Afdeeling.

Over het Kerkelijk Bestuur in de gemeenten.

Artikel
87

Aan den Kerkenraad behoort de zorg voor hetgeen den openbaren Godsdienst, het Christelijk onderwijs en het opzigt over de leden van de gemeente betreft.

Alg. Regl. NHK (1816) 88

Zevende Afdeeling.

Over het Kerkelijk Bestuur in de gemeenten.

Artikel
88

De censure over de leden der gemeente om gegronde redenen, en volgens de bepalingen van het Reglement op de manier van kerkelijke zaken te behandelen, en over het Kerkelijk opzigt en tucht, noodig zijnde, geschiedt ter eerster instantie door den Kerkenraad, zijnde dezelve censure, voor zoo veel Predikanten, Kerkenraads-leden en Candidaten betreft, onverminderd de bepaling in art. 46 van dit Reglement voorkomende, en achtervolgens de voorschriften van het voorz. Reglement op de manier van Kerkelijke zaken te behandelen, en over het Kerkelijk opzigt en tucht, aan de classikale Moderatoren opgedragen.

Alg. Regl. NHK (1816) 89

Zevende Afdeeling.

Over het Kerkelijk Bestuur in de gemeenten.

Artikel
89

Aan Diakenen blijft de zorg voor de armen der gemeente, naar plaatselijk gebruik, aanbevolen.

Alg. Regl. NHK (1816) 90

Zevende Afdeeling.

Over het Kerkelijk Bestuur in de gemeenten.

Artikel
90

In de administratie der Kerk, Pastorij, Custorij en andere gemeenten-fondsen, en de betrekkingen tusschen derzelver Bestuurders en de Kerkenraden, wordt door de bepalingen van dit reglement geene veranderingen gemaakt.

Alg. Regl. NHK (1816) 91

Zevende Afdeeling.

Over het Kerkelijk Bestuur in de gemeenten.

Artikel
91

De classikale Moderatoren zijn verpligt om van alle misbruiken, die in de administratie der in het voorgaande artikel genoemde fondsen bestaan, of er door hen verder in ontdekt mogten worden, dadelijk kennis te geven aan het Provinciaal Kerkbestuur, dat daarvan met deszelfs consideratiën berigt moet geven aan het Ministeriëel Departement voor de zaken der Hervormde en andere eerediensten, behalve dien der Roomsch-Katholijken, ten einde redres te bekomen.

Alg. Regl. NHK (1816) 92

Zevende Afdeeling.

Over het Kerkelijk Bestuur in de gemeenten.

Artikel
92

Het hiervoren gemeld Ministeriëel Departement zal, na ingenomen te hebben de gedachten van de Provinciale Kerkbesturen, en na voorafgaande raadpleging met de Staten der Provincie welke zulks betreft, over de onderwerpen in de voorgaande artikelen vermeld, de noodige voordragten doen aan Zijne Majesteit den Koning.

Alg. Regl. NHK (1816) 93

Zevende Afdeeling.

Over het Kerkelijk Bestuur in de gemeenten.

Artikel
93

De huishoudelijke belangen der gemeenten, zullen voor het overige, overeenkomstig de algemeene verordeningen, door plaatselijke reglementen, onder ’s Konings goedkeuring, kunnen worden geregeld.