Velde, M. te e.a. (1993) Art. 43

Artikel 43

 

Het in 1978 aangenomen artikel 43 gaat niet op een artikel uit de kerkorde 1905 terug.

 

Deputatenrapport 1974

Artikel 45.

Aanwijzing van een consulent
De classis zal voor elke vacante gemeente een dienaar des Woords als consulent aanwijzen, om ter wille van de goede orde de kerkeraad bij te staan, met name inzake de beroeping van een dienaar des Woords; de beroepsbrief zal mede door hem ondertekend worden.

Toelichting:
1. Dit is een nieuw artikel. Art. 42 (oud) is weggelaten. In vergelijking met de ouderlingen werd daarin aan de predikanten een grotere plaats toegekend. Dit betrof bovendien de grotere kerken. Een classis is vrij advies te vragen aan wie zij wil.
2. Ook art. 43 (oud) is niet meer opgenomen. Dit artikel heeft praktisch vrijwel geen betekenis meer, het slot wel het allerminst. Art. 35 noemt reeds de mogelijkheid van censuur.
3. Deze regeling van het consulentschap noemt eerst in het algemeen de goede orde (vgl. art. 1). Het gaat om hulp bij het onderhouden van de kerkorde.
4. De formulering laat de mogelijkheid open voor bijv. catechisatie een ander aan te trekken.

 

Commissierapport 1975

Weglating art. 42-43 (oud).

Depp. motiveren deze weglatingen onder art. 45 in hun rapport. Er zijn daartegen enkele bezwaren ingebracht.
Ad art. 42: KRA is tegen weglating, omdat dit artikel verhinderd dat alle ter classis aanwezige predikanten keurstem zouden krijgen. Het moet wèl mogelijk zijn dat een niet-afgevaardigde predikant de vergadering bijwoont en zelfs deel uitmaakt van het moderamen. KRH wil dit artikel ook behouden.
Uw comm. kan de argumentatie van depp. niet verdedigen. Uit een oogpunt van beïnvloeding van vergaderingen zouden hun motieven wel kunnen gelden.. Maar de comm. meent, dat hier een ander uitgangspunt moet worden gekozen. Zij denkt eensdeels aan de continuïteit in de arbeid van de opeenvolgende classisvergaderingen, die onder ons kerkrecht tot stand komt, doordat steeds de (zelfde)  predikanten ter classis verschijnen, terwijl de ouderlingen voortdurend wisselen. Zij oordeelt anderdeels, dat de in het predikantencorps aanwezige gaven en krachten positief benut moeten worden. In de grond van de zaak ligt hier hetzelfde motief, dat ook geldt, om de hoogleraren als adviseurs ter generale synode te hebben. Uw comm. pleit voor handhaving van art. 42 (oud).

Ad art. 43: KRA en KRH achten weglating onjuist. KRHV meent, dat het artikel als tegenhanger van art. 35 zijn functie behoudt. De daar genoemde censuur gaat uit van de praeses en is beperkter. De praeses ontvangt daarmee wel een "grote macht" (Bouwman II. 88). Art. 43 kent een censuur ook over de praeses, het initiatief kan uitgaan van alle afgevaardigden.
Ook FH wijzen op het verschil met de presidiale censuur. Tegenover wat depp. opmerken stellen zij, dat ze in dagen van strijd vele malen hebben meegemaakt, dat deze censuur gebruikt werd, en met vrucht.
Uw comm. meent, dat ook in dit geval de motivering van depp. het verlies lijdt. Alleen zou Uw comm. (en FH tenderen daartoe ook) het laatste stuk van dit artikel inderdaad weg willen laten. Haar voorstel zal zijn, art. 43 tot en met het woord  "gedaan" te handhaven, en het te voltooien met het woord "hebben".

Artikel 45

Dit nieuwe artikel wordt geamendeerd door KRHW. Hij wenst achter "voor elke vacante gemeente" invoeging van de woorden "op haar verzoek". Anders zou de classis te allen tijde gerechtigd zijn een consulent aan te wijzen: een beginsel van hiërarchie.
Uw comm. meent, dat als de kerken dit afspreken, er geen hiërarchie ontstaat. Toch is zij wel voor de gewenste invoeging. Deze geeft aan de kerkeraad, de, in de praktijk steeds toegestane vrijheid, om een bepaalde predikant als consulent te vragen.
KRHW vindt de formulering "om ter wille van de goede orde de kerkeraad bij te staan" te vaag. Het is immers niet de bedoeling dat de consulent wordt aangewezen om ook met de daad, in de vorm van allerlei hulpdienst, de kerkeraad bij te staan. Voorstel: "….om de kerkeraad met goede raad bij te staan opdat de aangenomen kerkorde in alles onderhouden wordt". Het volgende "met name" zou dan moeten worden: "en met name" (comm.). De bedoeling van dit voorstel is aannemelijk genoeg, maar kan eenvoudiger bereikt worden, als "bij te staan" wordt vervangen door "advies te geven". Zo zal uw comm. het voorstellen.
KRA trekt tegen het voorstel van depp. met zwaar geschut te velde. Hier is een onaanvaardbare discriminatie van het ouderlingen ambt. Voor hulp bij het onderhouden van de kerkorde zou elke vacante kerk een zodanige "consulent" moeten hebben. "Zou een door de classis aangewezen consulent dat beter kunnen dan de door Christus aangestelde opzieners?" Depp. geven met hun voorslag te kennen: "bij die ouderlingen-zonder-domine is "de goede orde" in de kerk van Christus toch niet zo veilig". KRA vraagt ook, wat hier wordt verstaan onder "vacant". Een kerk zonder predikant, of ook een kerk met bijv. vier predikantsplaatsen en één vacature?"
Zelf betoogt de KRA: de hulp van een consulent was slechts vereist bij het beroepingswerk. En een consulent is dan raadgever; geen man die is aangesteld om (hem, comm.) allerlei raad te vragen. Advies vragen kan elke kerk overal. Maar bij beroepingswerk gaat het om het advies-geven namens de classis: de zusterkerken ontvangen de beroepene immers ook in hun classicale gemeenschap. Als de consulent in de zin van depp. wordt ingevoerd, dan is hij deputaat van de classis, en moet aan de classis rapporteren, waarna zij haar oordeel uitspreekt - en dat gaat dan over allerlei interne zaken van de vacante kerk. Derhalve: deze nieuwigheid niet invoeren.
Over de eventuele discriminatie kan uw comm. kort zijn. "Door Christus aangesteld" betekent niet automatisch: uitgerust met een grondige kennis van het kerkrecht en de toepassingen daarvan. Het voorstel van depp. verplicht de kerkeraad in het geheel niet, voor elke stap die hij doet de consulent om raad of toestemming te vragen. Alleen wordt de consulent vaste adviseur in die gevallen, waarin de kerkeraad advies nodig meent te hebben. Zelf zal hij dan nog wel eens advies nodig hebben van de hoogleraar in het kerkrecht (die bij dezen overigens niet als opperconsulent wordt voorgedragen).
Een vacante kerk is uiteraard een kerk, die geen dienaar des Woords heeft. De term is niet voor tweeërlei uitleg vatbaar.
KRA heeft gelijk, als hij nadruk legt op het belang, dat de zusterkerken hebben bij het beroepingswerk in hun midden. Dat wordt ook met name in het voorstel van depp. genoemd. Overigens werd door de consulenten tot nu toe niet aan de classes gerapporteerd van hun adviserende arbeid, die zij volgens KRA "namens de classis" verrichtten. Heel de kwestie van de rapportage wordt door KRA sterk overtrokken. Het vpprstel van depp. zegt niets in die richting. Een consulent - met lette op deze betiteling - is beslist niet hetzelfde als een deputaat. Deputaten worden benoemd om bepaalde, omschreven opdrachten uit te voeren. De enige deputaten, die niet voor een bepaalde, omschreven zaak worden benoemd zijn de deputaten ad art. 48 (nieuw). Ze hebben overigens wel een bepaalde opdracht, nl. de classes in voorvallende zwarigheden de hand te bieden. Over de uitvoering van zulke opdrachten dient rapport te worden uitgebracht, en dat wordt in art. 48 (nieuw) dan ook expliciet geregeld. Bij de consulent is dit niet het geval. Zijn werk komt niet vanzelf ter beoordeling van de classis. Alleen als er geschil ontstaat tussen de kerkeraad en hem, of als de classis redenen ontvangt om navraag te doen, bijv. via en visitatierapport. Uw comm. steunt het voorstel van depp., behoudens de bovengenoemde wijziging.

Artikel 50.
De classis zal voor elke vacante gemeente op haar verzoek een dienaar des Woords als consulent aanwijzen, om terwille van de goede orde de kerkeraad advies te geven, met name inzake de beroeping van een dienaar des Woords; de beroepsbrief zal mede door hem ondertekend worden.

 

Synodebehandeling 1975

Na een breed debat geeft de praeses de tekst van de commissie in stemming. Die wordt bij meerderheid van stemmen afgewezen. Daarna wordt de formulering van deputaten aanvaard.

De classis zal voor elke vacante gemeente een dienaar des Woords als consulent aanwijzen, om terwille van de goede orde de kerkeraad bij te staan, met name inzake de beroeping van een dienaar des Woords; de beroepsbrief zal mede door hem ondertekend worden.

 

Deputatenrapport 1976

Dit rapport behandelt het betreffende artikel niet.

 

Deputatenrapport 1977

49. Artikel over de consulent (acta)

TM. In plaats van 'bijstaan' stellen depp. voor: met advies dienen.
Het eerste begrip kan heel wat omvatten aan werkzaamheden en het wekt enigszins de indruk dat de kerkeraden een steuntje nodig hebben om bij de goede orde te blijven. Het tweede heeft deze klank niet en is beperkter, zoals in een reactie bij art. 4 werd gewenst.

Voorstel:

De classis zal voor elke vacante gemeente een predikant als consulent aanwijzen, die terwille van de goede orde de kerkeraad  met advies zal dienen, in het bijzonder bij het beroepingswerk. Beroepsbrieven dienen  mede door hem ondertekend te worden.

 

Commissierapport 1978

Art. 43.
Het door Kampen 1975 voorlopig vastgestelde artikel is in die zin gewijzigd, dat "bijstaan" is vervangen door "met advies dienen".
Een positief te waarderen verandering.
Het in onze K.O. vaker voorkomend woord "advies" behoeft thans geen verklaring meer: advies vanuit de Schriften, naar de normen van confessie en K.O.
Een kerkeraadscommissie pleit voor aansluiting bij de artt. 4-5 (bedoeld worden de artt. 5-6). Spreekt de K.O. daar over kerken met één predikantsplaats, dan is deze term hier te verkiezen boven "elke vacante gemeente". Uw commissie stelt hier tegenover: een gemeente die vacant is, hoeft niet altijd een gemeente met één predikantsplaats te zijn.
Deze kerkeraadscommissie stelt bovendien voor dat de consulent moet worden aangewezen OP VERZOEK van de betreffende gemeente. Uw commissie meent te mogen stellen: deze voor een gereformeerde samenleving vanzelfsprekende zaak behoeft niet in een gereformeerde K.O. te worden bepaald.
Een kerkeraad schrijft dat niet elke kerkeraad behoefte heeft aan een consulent t.t.v. een vacature. Wordt in het voorgestelde art. niet te gering gedacht van de door Christus aangestelde ambtsdragers? Bovendien moet de consulent als classicaal deputaat rapport uitbrengen van zijn arbeid aan de classis; daardoor - aldus deze kerkeraad, - zal de classis er licht toe komen te doen wat des kerkeraads is.
Uw commissie merkt tegenover dit alles op: opvallend acht zij het dat deze zelfde kerkeraad geen enkele moeite heeft met het in art. 42 bepaalde; waarom dan wel met art. 43?; de opleiding tot de ddW., door de kerken in stand gehouden, moet en mag zo intensief mogelijk worden benut; en tenslotte: juist in een raad van door Christus geroepen en met Zijn Geest toegeruste ambtsdragers zal steun vanuit het kerkverband welkom zijn, en zal 'de theologie' de wijsheid der Schriften niet overstemmen.

 

Synodebehandeling 1978

Zie artikel 37.

 

Kerkorde 1978

Artikel 43
Consulenten
De classis zal voor elke vacante gemeente een predikant als consulent aanwijzen, die ter wille van de goede orde de kerkeraad  met advies zal dienen, in het bijzonder bij het beroepingswerk. Beroepsbrieven dienen  mede door hem ondertekend te worden.