Velde, M. te e.a. (1993) Art. 40

Artikel 40

 

Kerkenordening 1905/1933

Artikel XL.

Desgelijks zullen de diakenen samenkomen, waar zulks noodig is alle weken, om met aanroeping van den Naam Gods, van de zaken, hun ambt betreffende, te handelen, waartoe de dienaren goede opzicht zullen nemen, en zoo noodig zich daarbij laten vinden.

 

Deputatenrapport 1974

Artikel 42
Vergaderingen van de diakenen
1. De diakenen komen regelmatig samen om onder aanroeping van de naam des Heren de diaconale aangelegenheden te behandelen.
2. Zij doen verantwoording van hun arbeid aan de kerkeraad.
Toelichting:
1. Dit is art. 40 (oud), in gewijzigde redactie.
2. Het slot van art. 25 (oud) is hier gewijzigd opgenomen. Weggelaten is de kennisgeving aan de gemeente; dit kan aan de kerkeraad overgelaten worden.

 

Commissierapport 1975

Zie voor de toelichting artikel 36.

Artikel 40.
De diakenen zullen in de zaken, die in het bijzonder tot hun ambt behoren, in onderling overleg beslissen. Voor deze arbeid zullen zij ook buiten de vergaderingen van de kerkeraad afzonderlijk bijeenkomen. Zij doen verantwoording van hun inkomsten en uitgaven aan de kerkeraad.

 

Synodebehandeling 1975

Zie artikel 36.

 

Deputatenrapport 1976

Zie artikel 36.

 

Deputatenrapport 1977

41. Artikel 40 (rapport-1976, art. 42. p. 13)

R. a. Een kerkeraad meent dat 'onder aanroeping van de naam des Heren' kan vervallen, omdat álle vergaderingen van en in de kerk met gebed worden geopend en gesloten.
Een andere kerkeraad redeneert juist andersom en wil vanuit dit artikel het gebed ook een plaats geven in art. 37.
b. De eventuele aanwezigheid van de predikant in de vergadering van diakenen wordt niet meer genoemd. Dit wordt betreurd.
1. omdat deze vergadering vaak gevormd wordt dor weinig ervaren ambtsdragers; de predikanten moeten een vingerwijzing krijgen om er zo vaak mogelijk bij te zijn;
2. omdat predikanten met hun kennis van het\ diakenambt de diakenen van advies kunnen dienen bij het bepalen van een schriftuurlijk diaconaal beleid en omdat zij kunnen voorkomen dat ouderlingen en diakenen langs elkaar heen werken: ze bezoeken beider vergaderingen.
Een kerkeraad vraagt motivering voor de weglating van de bepaling, een andere juicht deze weglating toe omdat er een dominokratisch element in lag.
Weer een andere kerkeraad stelt voor, de bepaling toch weer op te nemen; daarbij moet duidelijk gesteld worden dat het verzoek om aanwezigheid van de predikant 1. van de diakenen uit moet gaan om indringing in eens anderen dienst te voorkomen, en 2. voor de predikant voldoende moet zijn om ook te komen.
c.  De uitdrukking 'verantwoording van hun beleid en beheer' kan verkeerd uitgelegd worden, zodat de diakenen teveel moeten verantwoorden. Het 'rekening doen' van het oude artikel 25 sloeg op het geldelijk beheer. Het beleid moeten de diakenen zelf kunnen bepalen. Soms menen ouderlingen dat ergens steun moet worden geboden, terwijl de diakenen met meer kennis van de achtergrond een andere mening hebben.
Een inzender wil het hele 'verantwoording doen' laten verdwijnen. Deze term past niet bij het hooghouden van het diakenambt. Voorstel: zij  zullen 'informeren en rapporteren van hun beleid en beheer'.
d. Voorstel, de uitdrukking 'diaconale aangelegenheden' te vervangen door 'de zaken die hun ambt betreffen'. Anders komt het ambtelijk karakter van deze zaken niet uit in de formulering.
M. a. Het is noodzakelijk dat het gebed apart wordt voorgeschreven. Voor de kerkeraadsvergaderingen zeker niet, omdat art. 32 bepaalt dat bij de opening en de sluiting van alle vergaderingen gebeden en gedankt zal worden. Depp. achten het echter niet bezwaarlijk de uitdrukking te laten staan, waar ze een plaats heeft in de K.O. Achtergrond kan hier zijn dat de samenkomst van de diakenen niet behoort tot de vier vergaderingen van art. 29.
b. Het oude slot van art. 40 gaf de predikant twee dingen:
1. het opzicht over de diakenen in hun vergadering;
2. het beoordelen van de vraag of hun aanwezigheid in die vergadering nodig was.
De weglating in het rapport, dat ter g.s. Kampen heeft gediend, was niet uitdrukkelijk gemotiveerd. Duidelijk kan zijn dat het niet juist is, speciaal de predikanten het genoemde opzicht toe te kennen, en dat het niet veel zin heeft een bepaling te hebben waarbij zij zelf uitmaken of ze iets te doen zullen hebben.
Het motief dat de diakenen vaak ambtsdragers met weinig ervaring zijn, bekoort depp. niet. Bij de verkiezing van diakenen behoort men er rekening mee te houden dat de ervaring binnen de kring van deze ambtsdragers voorhanden moet blijven. Niet elke diaken die zijn dienst goed heeft vervuld, hoeft de volgende keer voor ouderling gekandideerd te worden. De gaven die in het diakenambt ontplooid worden, kunnen zeker ten dele voor dit ambt beschikbaar blijven. Adviezen over het diakenambt en het diaconaal beleid kunnen door predikant en ouderlingen gegeven worden bij de censuur in de kerkeraadsvergadering met diakenen, of ook bij andere gelegenheid.
Depp. zijn het eens met de gedacht dat een verzoek om aanwezigheid van de predikant moet uitgaan van de diakenen. De zelfstandigheid van het ambt brengt dit mee. Daarom stellen depp. geen 'vingerwijzing' aan de predikant voor. Maar zij zien ook geen reden, te bepalen: 'de diakenen kunnen de predikant verzoeken hun vergadering bij te wonen en deze moet dan ook komen'. Dit zijn eigenlijk vanzelfsprekende dingen.
d. 'Hun beleid en beheer' kwam in de plaats van 'hun arbeid' (rapport depp. van de g.s. Hattem). Dáárop werd destijds vanuit de kerken gereageerd met de kritiek, dat diakenen geen commissie zijn van de kerkeraad en geen verantwoording hoeven te doen van heel hun arbeid.
Het woord 'beleid' is volgens depp. niet van toepassing op het al of niet toekennen van steun in elk afzonderlijk geval. Het duidt aan volgens welke algemene lijnen of beginselen de diakenen te werk gaan.
De diakenen staan wat de uitoefening van hun ambt betreft toch wel onder opzicht van de kerkeraad. Dit geldt trouwens ook voor de predikant in zijn ambtsvervulling en voor de ouderlingen in hun ambtswerk. Aangezien de arbeid van de diakenen niet onder het oog van de kerkeraad plaats heeft, is het nodig dat juist deze ambtsdragers hun beheer en beleid ter beoordeling voorleggen.
In 'rapporteren' ligt evengoed het element van 'rekenschap geven'. Dit is voor de ambtsdragers niet vernederend. Het gaat er immers niet om, dat de kerkeraad content is, maar dat de trouw jegens Hem die de ambten geeft, beoordeeld kan worden door degenen die Hij daarvoor heeft aangesteld.
e. 'Diaconale aangelegenheden' zijn volgens depp. geen andere zaken dan die tot het diakenambt behoren.
De K.O. noemt in art. 2 het ambt van diaken, regel in art. 22/24 de roeping tot dit ambt, en omschrijft in art. 25 de ambtstaak. Vanuit deze artikelen kan het bijvoeglijk naamwoord 'diaconaal' geen andere betekenis hebben dan 'het diakenambt betreffend'.

Voorstel:
De diakenen zullen regelmatig bijeenkomen om onder aanroeping van de Here de diaconale aangelegenheden te behandelen.
Zij zullen verantwoording van hun beleid en beheer doen aan de kerkeraad.

 

Commissierapport 1978

Art. 40.
Uw commissie attendeert erop dat in dit artikel op pag. 104 van "bruin" de laatste zin is uitgevallen: "Zij zullen verantwoording van hun beleid en beheer doen aan de kerkeraad".
Een gewichtige zin: het college van ouderlingen regeert immers in opdracht van Christus de gemeente, en heeft opzicht over haar ambtsdragers. Zie art. 21.
Een kerkeraad doet het voorstel: voeg aan dit artikel de bepaling toe, dat de diakenen zo nodig de wijkpredikant ter vergadering zullen vragen. Uw commissie verwijst met instemming, wat dit voorstel betreft, naar "bruin", pag. 56, bovenaan.

 

Synodebehandeling 1978

Zie artikel 37.

 

Kerkorde 1978

Artikel 40
Bijeenkomsten van de diakenen
De diakenen zullen regelmatig bijeenkomen om onder aanroeping van de Here de diaconale aangelegenheden te behandelen.  Zij zullen verantwoording van hun beleid en beheer doen aan de kerkeraad.