Velde, M. te e.a. (1993) Art. 7

Artikel 7

 

Kerkenordening 1905/1933

Artikel X.
Een dienaar, eens wettelijk beroepen zijnde, mag de gemeente, aan welke hij verbonden is, niet verlaten, om elders eene beroeping op te volgen, zonder bewilliging des kerkeraads met de diakenen, en met voorweten van de classis, gelijk ook geene andere kerk hem zal mogen ontvangen, eer hij wettelijke getuigenis zijns afscheids van de kerk en classis, waar hij gediend heeft, vertoond hebbe.

 

Deputatenrapport 1974

Artikel 10. Onveranderd.
Beroep naar een andere kerk

 

Commissierapport 1975

Art. 10
Depp. laten dit artikel onveranderd. Daartegen zijn geen bezwaren, behoudens het feit dat in het ontwerp Cn dit artikel samengenomen is met art. 5 (oud).
Artikel 10. Een dienaar, eens wettelijk beroepen zijnde, mag de gemeente, aan welke hij verbonden is, niet verlaten, om elders een beroeping op te volgen, zonder bewilliging des kerkeraads () en met voorweten van de classis, gelijk ook geen andere kerk hem zal mogen ontvangen, eer hij wettelijke getuigenis zijns afscheids van de kerk en classis, waar hij gediend heeft, vertoond hebbe.

 

Synodebehandeling 1975

De synode stelt dit artikel direct na eerste lezing vast. Zij gaat uit van de tekst van de commissie

10. Een dienaar, eens wettelijk beroepen zijnde, mag de gemeente, aan welke hij verbonden is, niet verlaten, om elders een beroeping op te volgen, zonder bewilliging des kerkeraads en der diakenen en met voorweten van de classis, gelijk ook geen andere kerk hem zal mogen ontvangen, eer hij wettelijke getuigenis zijns afscheids van de kerk en classis, waar hij gediend heeft, vertoond hebbe.

 

Deputatenrapport 1976

Dit rapport behandelt het betreffende artikel niet.

 

Deputatenrapport 1977

11. Artikel 10(acta)
T. 1. Ogenschijnlijk heeft onderstaand voorstel niet alleen taalkundige, maar ook materiële consequenties. De tussenzin 'zonder bewilliging des kerkeraads en der diakenen en met voorweten van de classis' wordt daar niet meer gevonden.
Dr. H. Bouwman schreef over de redactie van Dordrecht:
‘De woorden: "om elders een beroep aan te nemen", zoals in de Dordtsche redactie staat, zouden tot een verkeerde voorstelling aanleiding kunnen geven. Doch deze woorden betekenen niet, zooals wij tegenwoordig zeggen: 'een roeping aannemen', om dan later na admissie van kerkeraad en classis in een andere kerk het ambt te aanvaarden, maar zij duiden aan: “de gemeente verlaten om elders den dienst op te nemen". (Geref. Kerkrecht 1. p. 445).
Het gaat in dit artikel over het daadwerkelijk vertrek naar een andere kerk. Nadat de predikant op grond van zijn eigen overwegingen het beroep heeft aangenomen (zoals ook wij het zeggen), maakt hij dit aan de kerkeraad  en de diakenen bekend. Dán heeft hij namelijk hun bewilliging (onder voorkennis van de classis) nodig, om ook metterdaad de gemeente te verlaten.
Deze bewilliging krijgt concrete vorm in de 'getuigenissen zijns afscheids'. Vandaar dat geen andere kerk hem mag ontvangen, voordat hij deze bewijsstukken heeft overgelegd.
Depp. menen dat dit in hun voorstel adequaat is weergegeven.
2. ‘Eens wettelijk beroepen zijnde' is overtollig in het licht van art. 3. 4 en 5. Zonder wettige roeping is het niet mogelijk predikant te zijn en een volgend beroep te ontvangen.
3. ‘Hem ontvangen' wil zeggen: hem als eigen predikant aanvaarden.
4. Het 'getuigenis zijns afscheids' wordt tegenwoordig ‘akte van ontslag’ genoemd.

Voorstel:
Wanneer een predikant een beroep naar een andere kerk heeft aangenomen, mag deze hem niet als eigen predikant aanvaarden voordat hij wettige akten van ontslag heeft overgelegd van de kerk en de classis waar hij gediend heeft.

 

Commissierapport 1978

Art7. De verplaatsing van het oude artikel 10 naar hier acht uw commissie een logische zaak. Vanuit de kerken wordt door een enkele gevraagd of de nieuw geconcipiëerde tekst niet in de hand zal werken dat de kerkeraad in het onderhavige geval voor een voldongen feit wordt geplaatst.
Onder verwijzing naar hetgeen van Prof. H. Bouwman wordt geciteerd in "bruin", pag. 21, vergelijk ook Joh. Jansen, Korte Verklaring der Kerkenordening, 1923, pag. 46, gaat uw commissie accoord met wat depp. op genoemde pag. schrijven: Het gaat in dit artikel over het daadwerkelijk vertrek naar een andere kerk. Nadat de predikant op grond van zijn eigen overwegingen het beroep heeft aangenomen, (zoals ook wij het zeggen), maakt hij dit aan de kerkeraad en de diakenen bekend. Dán heeft hij namelijk hun bewilliging (onder voorkennis van de classis) nodig, om ook metterdaad de gemeente te verlaten ……….”
Dat een dienaar des Woords die zich met zijn ja-woord voor God en Zijn heilige gemeente, aan deze gemeente verbonden heeft (bev.form), overleg zoekt met kerkeraad en diakenen wanneer hij een beroep overweegt, lijkt uw commissie een zaak die in een gereformeerde KO. niet uitdrukkelijk hoeft te worden gestipuleerd.
De beroepen predikant neemt overigens de beslissing, ‘coram Deo’.

Uit de bijlage:
7. een kerkeraad meent hier een taalkundige correctie te moeten aanbrengen; er zou sprake zijn van wisseling van het subject; uw commissie is van mening dat het artikel goed is geredigeerd; het gaat om het gebruik van het woordje 'deze' in dit artikel.

 

Synodebehandeling 1978

De behandeling van dit artikel is niet vermeld in het actaverslag.

 

Kerkorde 1978

Artikel 7
Akten van ontslag bij aanneming van beroep
Wanneer een predikant een beroep naar een andere kerk heeft aangenomen, mag deze hem niet als eigen predikant aanvaarden voordat hij wettige akten van ontslag heeft overgelegd van de kerk en de classis waar hij gediend heeft.