Rapport dHKO (2010) B3

B3 taak van de predikanten
1. De predikanten richten zich op de verkondiging van het Evangelie voor kerk en wereld.
2. Zij bedienen het Woord van God in de kerkdiensten, bedienen de sacramenten van doop en avondmaal en gaan voor in de gebeden.
3. De predikanten rusten de gemeente in prediking en onderricht toe tot groei in het geloof, tot onderlinge liefde en om getuigen te zijn van Christus in de wereld.
4. Samen met de ouderlingen geven de predikanten leiding en herderlijke zorg aan de gemeente. Zij bestrijden dwalingen en weerleggen valse leer. Zo nodig passen zij samen met de ouderlingen de kerkelijke tucht toe.

Toelichting B3

1. In vergelijking met de KO1978 halen wij ook de taakstelling van de ambtsdragers naar voren (B3-B6) en laten deze taakstelling voorafgaan aan de bepalingen over de toegang en roeping tot de ambten. Deze laatste bepalingen zien immers op de route tot de ambten, terwijl het bij de taakstelling om de essentie van de ambtsdienst zelf gaat.

2. Uiteraard blijven de typische predikantstaken ten behoeve van de gemeente van kracht: de prediking, de bediening van de sacramenten en het voorgaan in de gebeden in de kerkdiensten en de verdere geloofstoerusting van de gemeente.

3. In vergelijking met art. 16 KO1978 benadrukken wij sterker dat de predikanten ook een taak hebben in de Evangelieverkondiging aan de wereld. Bij een toename van het

|33|

algemeen maatschappelijk opleidingsniveau en een steeds multireligieuzer samenleving 33 worden er hogere eisen gesteld aan communicatie en geloofsoverdracht naar buiten. De predikanten zijn met (1) hun academische theologische opleiding, (2) hun professionele gerichtheid op het uitdragen van het Evangelie en (3) hun fulltime beschikbaarheid, in principe goed geëquipeerd om het missionaire werk van de kerk op het vereiste niveau gestalte te geven. Het is goed dat de predikant zijn aandacht verdeeld over de gemeente en de ‘Umwelt’ waarin de gemeente verkeert en dat deze dubbele taakstelling wordt verankerd in de KO.

4. B3 brengt systematisch de functiebestanddelen van de predikant bijeen, die in de KO1978 verspreid staan over diverse artikelen (art. 16, 10, 21, 55, 81 KO1978).