Kerkorde GG (1907) Art. 76

Artikel
76

De afhouding van het Avondmaal

Zo wie hardnekkiglijk de vermaning des kerkenraads verwerpt, en desgelijks wie een openbare of anderszins een grove zonde gedaan heeft, zal van het Avondmaal des Heeren afgehouden worden. En indien hij, afgehouden zijnde, na verscheidene vermaningen geen teken der boetvaardigheid bewijst, zo zal men ten laatste tot de uiterste remedie, namelijk de afsnijding, komen, volgens de forme naar den Woorde Gods daartoe gesteld. Doch zal niemand afgesneden worden, dan met voorgaand advies der classis.