Alg. Regl. NHK (1816)

Algemeen Reglement voor het bestuur der Hervormde Kerk in het Koningrijk der Nederlanden

Bron: 

C. Hooijer, Kerkelijke wetten voor de Hervormden in het Koningrijk der Nederlanden, Zaltbommel: Joh. Noman en zoon, 1846, 24-41

zie voor inleiding en annotatie aldaar

Alg. Regl. NHK (1816) I

Eerste afdeeling.

Algemeene bepalingen.

 

 

Alg. Regl. NHK (1816) 1

Eerste Afdeeling.

Algemeene Bepalingen.

Artikel
1

Tot het Hervormd Kerkgenootschap behooren allen, die, op belijdenis des geloofs, tot ledematen zijn aangenomen, dezulken, die in de Hervormde kerken gedoopt zijn, en die gene, welke in andere landen, als tot het Hervormd Kerkgenootschap behoorende, erkend, zich hier te lande ter neder zetten, mits door behoorlijke bewijzen of attestatiën van hunnen doop of lidmaatschap buiten ’s lands hebbende doen blijken.

Alg. Regl. NHK (1816) 2

Eerste Afdeeling.

Algemeene Bepalingen.

Artikel
2

Deze allen blijven tot het Hervormd kerkgenootschap behooren, zoo lang zij niet vrijwillig en duidelijk verklaard hebben, zich daarvan af te scheiden of om wettige redenen daarvan afgescheiden zijn.

Alg. Regl. NHK (1816) 3

Eerste Afdeeling.

Algemeene Bepalingen.

Artikel
3

Het bestuur der Hervormde kerk wordt synodaal, provinciaal, classikaal en gemeentelijk uitgeoefend.

Alg. Regl. NHK (1816) 4

Eerste Afdeeling.

Algemeene Bepalingen.

Artikel
4

De leden der Collegiën, waar aan dit onderscheiden bestuur, volgens de na te meldene bepalingen wordt opgedragen, stemmen altijd hoofdelijk, zonder eenigszins gebonden te zijn aan lastbrieven van de vergaderingen of kerken, voor welke zij kunnen geacht worden te verschijnen.

Alg. Regl. NHK (1816) 5

Eerste Afdeeling.

Algemeene Bepalingen.

Artikel
5

De mindere Kerkbesturen hebben het regt voorstellen in te zenden aan de hoogere, en om in voorkomende gevallen derzelver voorlichting te vragen; terwijl zij daarentegen verpligt zijn aan de aanschrijvingen te voldoen der hoogere collegiën, en in het bijzonder ten spoedigste de berigten en rapporten in te zenden, welke van hen gevorderd worden.

Alg. Regl. NHK (1816) 6

Eerste Afdeeling.

Algemeene Bepalingen.

Artikel
6

Een minder Kerkbestuur vermeenende, door de besluiten van een hooger bezwaard te zijn, heeft het regt zich deswegens bij nog hooger Bestuur te beklagen, onder gehoudenheid nogtans, van aan de ontvangene bevelen inmiddels te gehoorzamen, tenzij de zaak, bij de eindelijke uitspraak niet weder in zijn geheel zoude kunnen gebragt worden, in welk geval echter daarvan onmiddelijk aan het Ministeriëel Departement voor de zaken der Hervormde en andere Erediensten, behalve dien der Roomsch Katholijken, zal worden kennis gegeven.

Alg. Regl. NHK (1816) 7

Eerste Afdeeling.

Algemeene Bepalingen.

Artikel
7

Van alle zaken, bij uitspraak van een Kerkelijk Collegie beslist, valt appél aan het in rang volgend hooger Collegie, doch ter tweeder instantie beslist zijnde, wordt geen nieuw appél toegestaan.

Alg. Regl. NHK (1816) 8

Eerste Afdeeling.

Algemeene Bepalingen.

Artikel
8

In een hooger Kerkelijk collegie zal niets behandeld worden dan het gene in een minder Collegie niet is kunnen afgehandeld worden, de gemeene kerken onder hetzelve ressorterende nut is, en tot het hooger Collegie behoort.

Alg. Regl. NHK (1816) 9

Eerste Afdeeling.

Algemeene Bepalingen.

Artikel
9

De zorg voor de belangen, zoo van het Christendom in het algemeen, als van de Hervormde kerk in het bijzonder, de handhaving harer leer, de vermeerdering van Godsdienstige kennis, de bevordering van Christelijke zeden, de bewaring van orde en eendragt, en de aankweeking van liefde voor Koning en Vaderland, moeten steeds het hoofddoel zijn van allen, die in onderscheidene betrekkingen met het Kerkelijk bestuur belast zijn.

Alg. Regl. NHK (1816) 10

Eerste Afdeeling.

Algemeene Bepalingen.

Artikel
10

Alle Kerkbesturen gedragen zich wijders overeenkomstig de voorschriften van dit reglement, en de algemeene of bijzondere verordeningen, welke vervolgens zullen worden vastgesteld; alle daarmede niet overeenkomstige wetten en inrigtingen worden, bij het successivelijk in werking brengen dier verordeningen, gehouden voor vervallen.

Alg. Regl. NHK (1816) 11

Eerste Afdeeling.

Algemeene Bepalingen.

Artikel
11

Alle stemming tot het formeren van nominatiën ter vervulling van posten van Kerkelijk Bestuur, of tot het verkiezen van leden in hetzelve, geschiedt steeds bij beslotene biljetten.

Alg. Regl. NHK (1816) 12

Eerste Afdeeling.

Algemeene Bepalingen.

Artikel
12

Geene Kerkelijke vergadering vermag te corresponderen met buitenlandsche kerken, zonder voorafgaande toestemming van Zijne Majesteit den Koning.

Alg. Regl. NHK (1816) 13

Eerste Afdeeling.

Algemeene Bepalingen.

Artikel
13

Alle de Hervormde kerken in het Koningrijk zoo wel Waalsche, Presbyteriaansche Engelsche en Schotsch, als Nederduitsche, behooren tot hetzelfde geheel en zijn onder hetzelfde gemeenschappelijk bestuur geplaatst.

Alg. Regl. NHK (1816) 14

Eerste Afdeeling.

Algemeene Bepalingen.

Artikel
14

Dezelve kerken zullen echter, naar hare bijzondere behoeften en omstandigheden, hare afzonderlijke huishoudelijke inrigtingen kunnen hebben, mogende nogtans deze inrigtingen niets behelzen, strijdig met die eenheid in beginselen en gelijkvormigheid in hoofdzaken, welke de onderscheidene kerken, als deelen van hetzelfde geheel, behooren te kenschetsen. Ten aanzien der kerken in de zuidelijke Provinciën, en in Nederlandsch Oost- en West-Indiën, zullen nadere bepalingen gemaakt worden.

Alg. Regl. NHK (1816) 15

Eerste Afdeeling.

Algemeene Bepalingen.

Artikel
15

Geene veranderingen kunnen in dit Reglement gemaakt worden, dan door de Algemeene Synode der Nederlandsche Hervormde kerk, welke echter vóór en aleer te dier zake een besluit te nemen, daarop de consideratiën zal inwinnen der Provinciale Kerkbesturen; en zal zoodanig besluit, alvorens te worden uitgevoerd, aan Zijne Majesteit den Koning, ter bekrachtiging worden aangeboden.


Bovenstaande tekst van 1843. Tekst 1816: Geene veranderingen kunnen in dit Reglement gemaakt worden, dan door Zijne Majesteit, op voorstel, of immers na voorafgaande overweging bij het Synode, hetwelk echter, vóór en aleer ten dezen besluit te nemen, daarop de consideratiën zal inwinnen van de Provinciale Kerkbesturen.

Alg. Regl. NHK (1816) II

Tweede afdeeling.

Van het Synode.

 

 

Alg. Regl. NHK (1816) 16

Tweede Afdeeling.

Van het Synode.

Artikel
16

Het hoogste Kerkelijk Bestuur is opgedragen aan het Synode.

Alg. Regl. NHK (1816) 17

Tweede Afdeeling.

Van het Synode.

Artikel
17

Elk der na te meldene Provinciale Kerkbesturen benoemt jaarlijks in deszelfs vergadering van Mei, een lid uit deszelfs midden tot het bijwonen der Synodale Vergadering, benevens een secundus of plaatsvervanger, die echter niet optreedt, dan in geval het benoemd lid door onvoorziene verhindering belet wordt zich naar het Synode te begeven. De Secretarissen der Prov. Kerkbesturen zijn, even als de andere leden, verkiesbaar tot leden van het Synode. Op gelijke wijze wordt door de Commissie tot de zaken der Waalsche Kerken, een Predikant naar het Synode gecommitteerd.
Bovendien heeft in het Synode zitting, en is lid van hetzelve een Ouderling of Oud-Ouderling, volgens de orde der provinciën in art. 50 voorkomende, door de Provinciale Kerkbesturen bij beurtwisseling te benoemen. Eindelijk wordt door elk der Hervormde Godgeleerde faculteiten op de drie hooge scholen, te LeydenUtrecht en Groningen een Hoogleeraar benoemd, om het Synode bij te wonen; deze Hoogleeraren, zullen een praeädviserende, doch geene concluderende stem hebben.
Alle de leden der eerste Synodale vergadering worden door den Koning benoemd.
Uit de Predikanten, leden van het Synode, wordt door den Koning een President en een Vice-president benoemd, welke slechts gedurende de zitting fungeren.

Alg. Regl. NHK (1816) 18

Tweede Afdeeling.

Van het Synode.

Artikel
18

Het Hoofd van het Ministeriëel Departement voor de zaken van den Hervormden en andere eerediensten, behalve dien der Roomsch Katholijken, zal, indien hij den Hervormden Godsdienst belijdt, en, geädsisteerd, zoo hij dit verkiest, door zijnen Secretaris, de Synodale vergaderingen bijwonen, behoudens nogtans de faculteit des Konings om, bij ontstentenis van dien, dezelve vergaderingen door één of meer Commissarissen politiek, van den Hervormden Godsdienst, daartoe door Hoogstdenzelven te benoemen, te doen bijwonen.

Alg. Regl. NHK (1816) 19

Tweede Afdeeling.

Van het Synode.

Artikel
19

Het Synode heeft eenen vasten Secretaris en eenen Secundus voor denzelven, beide door den Koning benoemd uit de Predikanten van ’s Gravenhage.
Hij heeft rang en stem als lid. Bij vacature wordt de benoeming gedaan uit een drietal, door het Synode geformeerd. Het Synode heeft eenen vasten quaestor, uit de Ouderlingen of Oud-ouderlingen van Amsterdam, met gelijken rang en stem, en op dezelfde wijze, als de Secretaris, benoemd.

Alg. Regl. NHK (1816) 20

Tweede Afdeeling.

Van het Synode.

Artikel
20

De gewone Synodale vergadering wordt eenmaal ’s jaars in ’s Gravenhage gehouden op den eersten Woensdag in de maand Julij. Deze tijdsbepaling kan niet worden veranderd of eene buitengewone vergadering van het Synode beschreven dan met goedvinden van Zijne Majesteit.

Alg. Regl. NHK (1816) 21

Tweede Afdeeling.

Van het Synode.

Artikel
21

Het Synode is belast met de zorg voor de algemeene belangen der Hervormde Kerken, en in het bijzonder voor alles, wat den openbaren Godsdienst en de kerkelijke instellingen betreft. Hetzelve staat in een onmiddellijk verband met het bovengemeld Ministeriëel Departement.

Alg. Regl. NHK (1816) 22

Tweede Afdeeling.

Van het Synode.

Artikel
22

Het Synode beslist in laatste ressort de geschillen, welke in of tusschen de Provinciale Kerkbesturen mogten ontstaan, en doet uitspraak in cas van appél over zaken, welke ter eerster instantie bij die collegiën gediend hebben.

Alg. Regl. NHK (1816) 23

Tweede Afdeeling.

Van het Synode.

Artikel
23

Het Synode ontwerpt algemeene kerkelijke reglementen en verordeningen, en draagt dezelve voor aan het meergemeld Ministeriëel Departement, ten einde daarop de goedkeuring des Konings te erlangen.

Alg. Regl. NHK (1816) 24

Tweede Afdeeling.

Van het Synode.

Artikel
24

Het Synode maakt in het bijzonder bepalingen omtrent de wijze van admissie en de examina van hen, die tot leeren bestemd zijn, ten einde van derzelver kunde en geschiktheid volkomen te doen blijken. Bij deze verordeningen zal acht moeten geslagen worden op hetgene in de vijfde Afdeeling ten aanzien van de Waalsche, Presbyteriaansche Engelsche en Schotsche kerken bepaald wordt.

Alg. Regl. NHK (1816) 25

Tweede Afdeeling.

Van het Synode.

Artikel
25

Het Synode zorgt voor doelmatige schikkingen, en maakt regelen ter bevordering, regeling en verbetering van het Godsdienstig onderwijs.

Alg. Regl. NHK (1816) 26

Tweede Afdeeling.

Van het Synode.

Artikel
26

Het Synode ontwerpt een reglement op de Kerkvisitatiën.

Alg. Regl. NHK (1816) 27

Tweede Afdeeling.

Van het Synode.

Artikel
27

Het zal een der eerste werkzaamheden van het Synode zijn, een ontwerp van reglement op de manier van Kerkelijke zaken te behandelen voor en bij de Kerkenraden, Classikale Moderatoren, Provinciale Kerkbesturen, en het Synode, en over het Kerkelijk opzigt en tucht, te vervaardigen; daarbij in acht nemende, om door nauwkeurige bepalingen en voorschriften alle aanleiding tot willekeur en onzekerheid, zoo veel mogelijk, te vermijden.

Alg. Regl. NHK (1816) 28

Tweede Afdeeling.

Van het Synode.

Artikel
28

Er zullen bij het Synode zoodanige algemeene bepalingen ontworpen worden omtrent de inrigting der Predikantsberoepingen, als kunnen dienen ten grondslag der bijzondere reglementen, welke in de onderscheidene provinciale ressorten, naar derzelver omstandigheden, kunnen worden vastgesteld.

Alg. Regl. NHK (1816) 29

Tweede Afdeeling.

Van het Synode.

Artikel
29

Insgelijks zullen verordeningen worden gemaakt, ten einde de Plaatselijke Kerkenraden, op de voor de zaak van den Godsdienst en de belangen van de gemeenten meest voordeelige wijze in te rigten.

Alg. Regl. NHK (1816) 30

Tweede Afdeeling.

Van het Synode.

Artikel
30

Voor de classikale uitgaven en onderhoud zal uit ’s Rijks kas eene somma van veertien duizend guldens jaarlijks worden toegestaan, om door het meergemeld Ministeriëel Departement onder de classen verdeeld te worden.
Er zullen doelmatige en algemeen werkende schikkingen gemaakt worden tot bepaling der uitgaven voor het classikaal bestuur; de meest eenvoudige en zekerst werkende middelen zullen worden bij de hand genomen, om in het te kort te voorzien, op eene voor de gemeenten en andere belanghebbenden min drukkende en zoo veel mogelijk gelijk werkende wijze.
Ten einde de spoedige vaststelling der in de voorgaande artikelen omschreven verordeningen te verzekeren, zullen van de reglementen op de examina, het godsdienstig onderwijs, de manier van behandeling der kerkelijke zaken, het kerklijk opzigt en tucht, de Predikantsberoepingen en de kosten daarop vallende, het Kerkelijk Bestuur in de gemeenten, en de classikale kosten voor de bijeenkomst der eerste synodale vergadering, ontwerpen vervaardigd, en aan de tot het Synode benoemde leden zoo tijdig mogelijk medegedeeld worden, ten einde daarop vóór het einde hunner zitting te kunnen besluiten.
Alle de bovengenoemde reglementen, zullen, nadat dezelve door het Synode zijn bepaald, aan ’s Konings goedkeuring onderworpen worden.

(Tot amplitatie dezer tweede Afdeeling dient de Instructie voor de Algemeene Synodale Commissie der Nederlandsche Hervormde kerk. Zij zal op dit reglement volgen).

Alg. Regl. NHK (1816) III

Derde afdeeling.

Van het Provinciaal Kerkbestuur.

 

 

Alg. Regl. NHK (1816) 31

Derde Afdeeling.

Van het Provinciaal Kerkbestuur.

Artikel
31

De leden van het Provinciaal Kerkbestuur worden uit de onderscheidene classikale ressorten benoemd, en wel voor elke classis één Predikant, en voor eene der classen bij jaarlijksche beurtwisseling één Ouderling of Oud-Ouderling.

Alg. Regl. NHK (1816) 32

Derde Afdeeling.

Van het Provinciaal Kerkbestuur.

Artikel
32

Gemelde leden door den Koning benoemd, de eerste reize onmiddellijk, en vervolgens uit een zestal geformeerd door de moderatoren van het classikaal-ressort, hetwelk de vacature betreft en tot een drietal verminderd door het Provinciaal Kerkbestuur.

Alg. Regl. NHK (1816) 33

Derde Afdeeling.

Van het Provinciaal Kerkbestuur.

Artikel
33

Elk jaar treedt af een derde, of, zoo na mogelijk een derde der Predikanten, leden der Provinciale Kerkbesturen, volgens een daartoe te maken rooster.
De aftredende blijven steeds verkiesbaar. De eerste aftreding zal plaats hebben den 1 Januarij 1818.

Alg. Regl. NHK (1816) 34

Derde Afdeeling.

Van het Provinciaal Kerkbestuur.

Artikel
34

Voor elk lid wordt op dezelfde wijze een Secundus of plaatsvervanger benoemd, die niet fungeert, dan bij afwezendheid van den Primus; bij het aftreden van een lid, moet ook een ander Secundus worden aangesteld.

Alg. Regl. NHK (1816) 35

Derde Afdeeling.

Van het Provinciaal Kerkbestuur.

Artikel
35

Wanneer door overlijden of vertrek van een lid uit het ressort der classis, waarvoor hij zitting heeft, tusschen tijds eene vacature ontstaat, zal deszelfs Secundus dadelijk optreden en fungeren tot den tijd dat hij, wiens plaats vervuld wordt, zoude zijn afgetreden.
Bij overlijden, vertrek of optreding van eenen Secundus, wordt op de wijze bij art. 32 omschreven, een ander in deszelfs plaats benoemd.

Alg. Regl. NHK (1816) 36

Derde Afdeeling.

Van het Provinciaal Kerkbestuur.

Artikel
36

Tot goedmaking der kosten van het Synode en de Provinciale Kerkbesturen, wordt van ’s Lands wege eene somme betaald, welke bij de jaarlijksche begrooting door Zijne Majesteit vastgesteld, en bij het voorgemeld Ministeriëel Departement, verdeeld en geregeld wordt.

Alg. Regl. NHK (1816) 37

Derde Afdeeling.

Van het Provinciaal Kerkbestuur.

Artikel
37

Ieder Provinciaal Kerkbestuur heeft eenen President uit de Predikanten, leden van hetzelve, door den Koning benoemd.
Hij fungeert een jaar, en blijft steeds weder verkiesbaar. De President wordt ingeval van afwezendheid door den oudsten der leden vervangen.

Alg. Regl. NHK (1816) 38

Derde Afdeeling.

Van het Provinciaal Kerkbestuur.

Artikel
38

Op gelijke wijze, de eerstemaal onmiddelijk, en vervolgens uit een drietal door het Provinciaal Kerkbestuur geformeerd, benoemt de Koning eenen Secretaris voor elk Provinciaal Kerkbestuur, buiten de gewone leden, bij voorkeur uit de Predikanten der stad of uit de nabuurschap derzelve, alwaar de vaste vergaderingen van het Provinciaal Kerkbestuur gehouden worden. Hij fungeert drie jaren, en blijft steeds weder verkiesbaar. De Secretaris heeft rang en stem als de leden, en wordt bij afwezendheid door het jongste lid vervangen.

Alg. Regl. NHK (1816) 39

Derde Afdeeling.

Van het Provinciaal Kerkbestuur.

Artikel
39

De gewone vergaderingen worden gehouden driemaal ’s jaars, op de eerste Woensdagen der maanden Mei, Augustus en October. De President kan daarenboven buitengewone bijeenkomsten beschrijven.

Alg. Regl. NHK (1816) 40

Derde Afdeeling.

Van het Provinciaal Kerkbestuur.

Artikel
40

De vergaderplaatsen der Provinciale Kerkbesturen zijn Arnhem voor Gelderland’s Gravenhage voor Zuid-HollandAmsterdam voor Noord-HollandMiddelburg voor ZeelandUtrecht voor de provincie UtrechtLeeuwarden voor VrieslandZwolle voor Overijssel, Groningen voor de provincie Groningen’s Hertogenbosch voor Noord-Braband, en Assen voor Drenthe.

Alg. Regl. NHK (1816) 41

Derde Afdeeling.

Van het Provinciaal Kerkbestuur.

Artikel
41

De Provinciale Kerkbesturen zijn belast met de zorg voor de belangen van den Godsdienst, de bewaring der goede orde, en de handhaving der Kerkelijke wetten, in hun ressort; zij corresponderen deswegens zoo met de bevoegde magten, als met de classikale Moderatoren, en in zaken de ringen betreffende, met derzelver praetor.

Alg. Regl. NHK (1816) 42

Derde Afdeeling.

Van het Provinciaal Kerkbestuur.

Artikel
42

Zij kunnen reglementen ontwerpen op het Kerkbestuur in hun ressort, gegrond op de algemeene verordeningen. Deze ontwerpen worden voor de eerste reize ingezonden aan het hier voren gemelde Ministeriëel Departement, ten einde aan den Koning der sanctie te worden aangeboden. Dezelve reglementen eenmaal gearresteerd zijnde, zullen niet kunnen worden veranderd, dan door een besluit van het Synode, genomen op voorstel van het Provinciaal Kerkbestuur, hetwelk zulks betreft, en zullen die veranderingen insgelijks aan de approbatie van Zijne Majesteit onderworpen zijn.

Alg. Regl. NHK (1816) 43

Derde Afdeeling.

Van het Provinciaal Kerkbestuur.

Artikel
43

Zij beslissen alle verschillen, welke in classikale besturen en vergaderingen, of tusschen dezelve mogten ontstaan.

Alg. Regl. NHK (1816) 44

Derde Afdeeling.

Van het Provinciaal Kerkbestuur.

Artikel
44

In cas van appél doen zij uitspraak in kerkelijke geschillen, welke ter eerster instantie bij de classikale Moderatoren zijn behandeld.

Alg. Regl. NHK (1816) 45

Derde Afdeeling.

Van het Provinciaal Kerkbestuur.

Artikel
45

Zij verleenen de admissie tot den predikdienst overeenkomstig de bepalingen, welke deswegens in het vervolg zullen worden gemaakt.

Alg. Regl. NHK (1816) 46

Derde Afdeeling.

Van het Provinciaal Kerkbestuur.

Artikel
46

Zij zijn bevoegd de Predikanten, Candidaten en Kerkenraadsleden, om gegronde redenen, en na voorafgaand wettelijk onderzoek, volgens de bepalingen van het reglement op de manier van Kerkelijke zaken, te behandelen, en over het Kerkelijk opzigt en tucht, af te zetten. De afgezette personen behouden regt van appél aan het Synode.

Alg. Regl. NHK (1816) 47

Derde Afdeeling.

Van het Provinciaal Kerkbestuur.

Artikel
47

Predikanten en Candidaten, wegens zedelijk wangedrag, eenmaal afgezet zijnde, kunnen nooit weder als zoodanig aangenomen worden.

Alg. Regl. NHK (1816) 48

Derde Afdeeling.

Van het Provinciaal Kerkbestuur.

Artikel
48

In provinciën waar thans synodale weduwen-beurzen of andere fondsen, welke aan derzelver gezamenlijke Predikanten behooren, bestaan, of vervolgens mogten worden opgerigt, is de administratie van die fondsen aan het Provinciaal Kerkbestuur opgedragen.

Alg. Regl. NHK (1816) IV

Vierde afdeeling.

Van het Classikaal Bestuur.

 

 

Alg. Regl. NHK (1816) 49

Vierde Afdeeling.

Van het Classikaal Bestuur.

Artikel
49

De Hervormde kerken, onder hetzelfde Provinciaal Kerkbestuur behoorende, worden ter geregelde uitoefening van het Kerkelijke Bestuur verdeeld in classen; en wijders, ten einde de waarneming van den dienst in vacerende gemeenten, en de bijeenkomsten der Predikanten gemakkelijk te maken, in ringen.

Alg. Regl. NHK (1816) 50

Vierde Afdeeling.

Van het Classikaal Bestuur.

Artikel
50

In de provinciën of landschappen, bevorens uitgemaakt hebbende den staat der Vereenigde Nederlanden, zullen zijn de navolgende drie en veertig classen.
In Gelderland zes; Arnhem, Nijmegen, Zutphen, Thiel, Bommel, Harderwijk.
In Zuid-Holland zes; ’s Gravenhage, Rotterdam, Leyden, Dordrecht, Gouda, Brielle.
In Noord-Holland vijf; Amsterdam, Haarlem, Alkmaar, Hoorn, Edam.
In Zeeland vier; Middelburg, Zierikzee, Goes, Yzendijke.
In Utrecht drie; Utrecht, Amersfoort, Wijk.
In Vriesland vijf; Leeuwarden, Sneek, Harlingen, Dokkum, Heerenveen.
In Overijssel drie; Zwolle, Deventer, Kampen.
In Groningen vier; Groningen, Winschoten, Appingadam, Middelstum

Alg. Regl. NHK (1816) 51

Vierde Afdeeling.

Van het Classikaal Bestuur.

Artikel
51

Ten aanzien der zuidelijke provinciën van het Koningrijk zullen in het vervolg de bepalingen gemaakt worden, welke noodig mogten bevonden worden.

Alg. Regl. NHK (1816) 52

Vierde Afdeeling.

Van het Classikaal Bestuur.

Artikel
52

De grensscheiding tusschen de onderscheidene classen en derzelver verdeeling in ringen, zullen nader bepaald worden bij het Ministeriëel Departement voor de zaken van den Hervormden en andere eerediensten, behalve dien der Rooms Katholijken. Bij de bepalingen te dien aanzien zal worden in het oog gehouden:
a. Dat de bestaande afdeeling de grondslag der nieuwe moet zijn, en daarin alleen de noodzakelijke veranderingen gemaakt worden.
b. Dat geene classe zich meer dan in ééne provincie zal kunnen uitstrekken.
c. Dat zoo veel mogelijk eene meerdere gelijkheid worde daargesteld, tusschen de uitgestrektheid, getal van Predikanten, en aantal gemeenten, behoorende tot de classen van dezelfde provincie.
d. Dat de ringen zoodanig naar plaatselijke omstandigheden zijn ingerigt, als meest geschikt is om de behoorlijke waarneming van den dienst, in vacerende gemeenten te verzekeren.

Alg. Regl. NHK (1816) 53

Vierde Afdeeling.

Van het Classikaal Bestuur.

Artikel
53

Bij de invoering der nieuwe classikale verdeeling, zullen door de classikale Moderatoren de noodige schikkingen worden geproponeerd, ten aanzien der bestaande weduwen-beurzen en andere fondsen.

Alg. Regl. NHK (1816) 54

Vierde Afdeeling.

Van het Classikaal Bestuur.

Artikel
54

Op voorstel van het Kerkbestuur der provincie, welke zulks betreft, zullen in het vervolg in deze verdeeling der classen in ringen, en bepaling der classikale hoofdplaatsen door het Synode veranderingen kunnen gemaakt worden, met toestemming van het hier voorgemelde Ministeriëel Departement.

Alg. Regl. NHK (1816) 55

Vierde Afdeeling.

Van het Classikaal Bestuur.

Artikel
55

Het Kerkelijk Bestuur in elk classikaal ressort is opgedragen aan eene commissie van Moderatoren, bestaande uit eenen Praeses, eenen Assessor, eenen Scriba, en twee, drie of vier gecommitteerde Predikanten, naar mate van de uitgebreidheid der classen of talrijkheid der leden, alsmede uit eenen Ouderling of Oud-Ouderling, die na één jaar aftreedt.

Alg. Regl. NHK (1816) 56

Vierde Afdeeling.

Van het Classikaal Bestuur.

Artikel
56

Elk lid van het Provinciaal Kerkbestuur fungeert als Praeses bij de Moderatoren van zijn classikaal ressort, en zijn Secundus als Assessor.

Alg. Regl. NHK (1816) 57

Vierde Afdeeling.

Van het Classikaal Bestuur.

Artikel
57

De Scriba wordt benoemd door Zijne Majesteit den Koning, uit de Predikanten der classikale hoofdplaats, of derzelver nabuurschap voor den tijd van drie jaren, de eerste maal onmiddelijk en vervolgens uit een zestal, door de classikale vergadering geformeerd, en door het Provinciaal Kerkbestuur tot een drietal verminderd. Hij blijft steeds weder verkiesbaar; bij zijne afwezendheid fungeert de jongste der gecommitteerden.

Alg. Regl. NHK (1816) 58

Vierde Afdeeling.

Van het Classikaal Bestuur.

Artikel
58

De gecommitteerden worden alsmede door den Koning benoemd uit de Predikanten, Ouderlingen en Oud-Ouderlingen van het classikaal ressort, de eerste maal onmiddelijk en vervolgens uit gelijke nominatie al in het voorgaande artikel is vermeld.
Van de gecommitteerden, indien derzelver getal vier is, treden twee, en anderszins één, jaarlijks, af, die echter steeds weder benoembaar blijven. De eerste aftreding zal plaats hebben den 1sten Januarij 1818.

Alg. Regl. NHK (1816) 59

Vierde Afdeeling.

Van het Classikaal Bestuur.

Artikel
59

De Moderatoren houden hunne gewone vergaderingen in de classikale hoofdplaatsen, op den laatsten Woensdag van de maanden Januarij, Maart, Mei, Julij, September en November. Zij kunnen echter hunne bijeenkomsten, bijzonder des winters, uitstellen, indien de werkzaamheden zulks toelaten. De Praeses heeft het regt buitengewone vergaderingen te beschrijven.

Alg. Regl. NHK (1816) 60

Vierde Afdeeling.

Van het Classikaal Bestuur.

Artikel
60

De Moderatoren zorgen voor de belangen der kerken in hun ressort, en houden toevoorzigt over de gemeenten, Kerkenraden en Predikanten daartoe behoorende. Zij corresponderen, zoo met de Provinciale Kerkbesturen, als met de Kerkenraden der onderscheidene gemeenten.

Alg. Regl. NHK (1816) 61

Vierde Afdeeling.

Van het Classikaal Bestuur.

Artikel
61

Zij houden bijzonder een wakend oog over de vacerende gemeenten, en corresponderen deswegens met de Praetors der ringen; zij zorgen dat de beroepingen der Predikanten geregeld en ten spoedigste geschieden, dat de beroepene leeraren bevestigd, en de vertrekkende, van hunne betrekkingen behoorlijk ontslagen worden.
De verzoeken om handopeningen en approbatie moeten door hen worden ingezonden aan het Ministeriëel Departement voornoemd.

Alg. Regl. NHK (1816) 62

Vierde Afdeeling.

Van het Classikaal Bestuur.

Artikel
62

De classikale Moderatoren behartigen de belangen van Predikants-weduwen en weezen in hun ressort.

Alg. Regl. NHK (1816) 63

Vierde Afdeeling.

Van het Classikaal Bestuur.

Artikel
63

Zij beslissen de geschillen in of tusschen de Kerkenraden der gemeenten ontstaan, en doen uitspraak in cas van appél over alle zaken, die ter eerster instantie bij de plaatselijke Kerkenraden zijn behandeld.

Alg. Regl. NHK (1816) 64

Vierde Afdeeling.

Van het Classikaal Bestuur.

Artikel
64

Zij zijn bevoegd tot het suspenderen van Predikanten, Candidaten en Kerkenraads-leden.

Alg. Regl. NHK (1816) 65

Vierde Afdeeling.

Van het Classikaal Bestuur.

Artikel
65

Op den laatsten Woensdag in de maand Junij wordt in de hoofdplaats der classis, eene classikale vergadering gehouden, bestaande uit alle de Predikanten van het ressort, en zoodanig getal Ouderlingen, of Oud-Ouderlingen als thans gebruikelijk is, of in het vervolg bij huishoudelijke reglementen mogt worden bepaald.

Alg. Regl. NHK (1816) 66

Vierde Afdeeling.

Van het Classikaal Bestuur.

Artikel
66

De Praeses, Assessor en Scriba van classikale Moderatoren, fungeren ook als zoodanig in deze vergadering.

Alg. Regl. NHK (1816) 67

Vierde Afdeeling.

Van het Classikaal Bestuur.

Artikel
67

De handelingen der classikale vergaderingen zullen zich bepalen:
1º. Tot het formeren der nominatiën voor de keuze van een Scriba voor de classikale Moderatoren (art. 57) en van gecommitteerden tot het classikaal bestuur (art. 58).
2º. Tot het afhooren en sluiten der rekeningen van de classikale weduwenbeurs en andere fondsen, alsmede tot het benoemen van Quaestors, en voorts daaromtrent te besluiten, zoo als geoordeel wordt te behooren.

Alg. Regl. NHK (1816) V

Vijfde afdeeling.

Over de Waalsche, Presbyteriaansche Engelsche en Schotsche Kerken.

 

 

Alg. Regl. NHK (1816) 68

Vijfde Afdeeling.

Over de Waalsche, Presbyteriaansche Engelsche en Schotsche Kerken.

*)


*) in deze Afdeeling moesten thans ook de bepalingen omtrent het Kerkbestuur van Limburg geplaatst worden.

 

Artikel
68

De Waalsche kerken behouden de vrijheid om zoodanige afzonderlijke verbindtenissen en betrekkingen met elkander te bewaren, als door derzelver financiële belangen, en het verschil van taal gevorderd worden, zonder echter daar door op te houden van onder het algemeen Kerkbestuur begrepen te zijn.

Alg. Regl. NHK (1816) 69

Vijfde Afdeeling.

Over de Waalsche, Presbyteriaansche Engelsche en Schotsche Kerken.

Artikel
69

Ter behartiging dezer afzonderlijke belangen, zal er eene commissie bestaan van zes leden, zijnde vijf Predikanten en een Ouderling der Waalsche kerken, welke den titel zullen hebben van Gecommitteerden tot de huishoudelijke zaken der Waalsche kerken in Nederland.

Alg. Regl. NHK (1816) 70

Vijfde Afdeeling.

Over de Waalsche, Presbyteriaansche Engelsche en Schotsche Kerken.

Artikel
70

De gecommitteerden worden door den Koning benoemd, de eerste reize onmiddelijk, en vervolgens uit een drietal door de commissie geformeerd.

Alg. Regl. NHK (1816) 71

Vijfde Afdeeling.

Over de Waalsche, Presbyteriaansche Engelsche en Schotsche Kerken.

Artikel
71

Elk jaar, te beginnen met den 1 Januarij 1818, zal één der gecommitteerde Predikanten aftreden, blijvende de aftredende steeds weder verkiesbaar. De Ouderling zal na één jaar zitting aftreden.

Alg. Regl. NHK (1816) 72

Vijfde Afdeeling.

Over de Waalsche, Presbyteriaansche Engelsche en Schotsche Kerken.

Artikel
72

Aan deze gecommitteerden wordt aanbevolgen het oppertoezigt over de financiële instellingen der gezamenlijke Waalsche kerken, mitsgaders het afnemen van examina van hen, die zich aan derzelver dienst toewijden, ten gevolge der verordeningen hierboven bij art. 24 vermeld.

Alg. Regl. NHK (1816) 73

Vijfde Afdeeling.

Over de Waalsche, Presbyteriaansche Engelsche en Schotsche Kerken.

Artikel
73

Dezelve commissie is wijders met betrekking tot de Waalsche kerken belast met de functiën aan de Provinciale Kerkbesturen en classikale Moderatoren opgedragen, en één lid uit dezelve woont het Synode bij; zullende voorgaan geen afzonderlijk Synode der Waalsche kerken meer gehouden worden.

Alg. Regl. NHK (1816) 74

Vijfde Afdeeling.

Over de Waalsche, Presbyteriaansche Engelsche en Schotsche Kerken.

Artikel
74

De Waalsche kerken hebben het regt, om eenmaal ’s jaars eene bijeenkomst te houden over derzelver huishoudelijke belangen, vervangende voor haar, zoo veel zulks mogt te pas komen, de classikale vergaderingen; de eerste bijeenkomst zal te ’s Gravenhage plaats hebben, en alsdan de beurtwisseling ten deze nader worden bepaald.

Alg. Regl. NHK (1816) 75

Vijfde Afdeeling.

Over de Waalsche, Presbyteriaansche Engelsche en Schotsche Kerken.

Artikel
75

De Waalsche Predikanten, blijven leden der ringsvergaderingen. De commissie houdt hare zittingen steeds in ’s Gravenhage.

Alg. Regl. NHK (1816) 76

Vijfde Afdeeling.

Over de Waalsche, Presbyteriaansche Engelsche en Schotsche Kerken.

Artikel
76

De Presbyteriaansche Engelsche en Schotsche kerken worden in de classen, tot welke de Nederduitsche Hervormde gemeente, in die stad, in welke zij gevestigd is, behoort, ingelijfd, in zoo verre dit nog geen plaats heeft.

Alg. Regl. NHK (1816) 77

Vijfde Afdeeling.

Over de Waalsche, Presbyteriaansche Engelsche en Schotsche Kerken.

Artikel
77

Zoo ten aanzien van het hooger als van het Kerkenraadsbestuur wordt in het oog gehouden, dat de kerken, in het vorig artikel vermeld, de bijzondere huishoudelijke inrightingen en regten behouden, welke aan dezelve afzonderlijk en privativelijk behooren.

Alg. Regl. NHK (1816) VI

Zesde afdeeling.

Van de Ringen en derzelver bijeenkomsten.

 

 

Alg. Regl. NHK (1816) 78

Zesde Afdeeling.

Van de Ringen en derzelver bijeenkomsten.

Artikel
78

Elke classis wordt verdeeld in ringen.

Alg. Regl. NHK (1816) 79

Zesde Afdeeling.

Van de Ringen en derzelver bijeenkomsten.

Artikel
79

De Ringen moeten zorgen voor de vervulling van den dienst in de vacante gemeenten volgens schikkingen daartoe door classikale Moderatoren gemaakt.

Alg. Regl. NHK (1816) 80

Zesde Afdeeling.

Van de Ringen en derzelver bijeenkomsten.

Artikel
80

De Predikanten, tot denzelfden ring behoorende, worden opgewekt om bepaalde zamenkomsten te houden, niet ter uitoefening van eenig Kerkelijk Bestuur, maar, ter onderlinge opscherping en versterking van den band der broederlijke liefde.

Alg. Regl. NHK (1816) 81

Zesde Afdeeling.

Van de Ringen en derzelver bijeenkomsten.

Artikel
81

Bij de zamenstelling van zulke bijeenkomsten, kiezen zij bij meerderheid eenen Praetor en Scriba, en vergaderen voorts zoo dikwijls, als zij goedvinden.

Alg. Regl. NHK (1816) 82

Zesde Afdeeling.

Van de Ringen en derzelver bijeenkomsten.

Artikel
82

Hunne werkzaamheden bestaan in de overweging en behandeling van onderwerpen den Godsdienst, en den bloei des Christendoms, de bevordering van bijbelkennis en de waarneming van hunne bedieningen betreffende.

Alg. Regl. NHK (1816) 83

Zesde Afdeeling.

Van de Ringen en derzelver bijeenkomsten.

Artikel
83

Zij houden aanteekening van hunne werkzaamheden en geven van dezelve jaarlijks een verslag aan classikale Moderatoren, zijnde zij bevoegd, om daarbij tevens voorstellen in te zenden; de classikale Moderatoren brengen dit verslag, zoo veel noodig, met bijgevoegde consideratiën, ter kennis van het Provinciaal Kerkbestuur, hetwelk daarvan een algemeen verslag opmaakt, en aan het Ministeriëel Departement voor de zaken van den Hervormden en andere eerediensten, behalve dien der Roomsch Katholijken inzendt.

Alg. Regl. NHK (1816) VII

Zevende afdeeling.

Over het Kerkelijk Bestuur in de gemeenten.

 

 

Alg. Regl. NHK (1816) 84

Zevende Afdeeling.

Over het Kerkelijk Bestuur in de gemeenten.

Artikel
84

In alle gemeenten, waar de stof daartoe niet geheel ontbreekt, zal een afzonderlijke Kerkenraad zijn.

Alg. Regl. NHK (1816) 85

Zevende Afdeeling.

Over het Kerkelijk Bestuur in de gemeenten.

Artikel
85

Dezelve bestaat uit den Predikant of de Predikanten der plaatsen, en uit Ouderlingen, gekozen uit de achtingwaardigste, kundigste en voornaamste leden der gemeente. De pligten van de Leeraren, de Ouderlingen, de Diakenen en de betrekking van Diakenen tot den Kerkenraad, worden door het Synode bij het Reglement op de Kerkenraden omschreven en bepaald.

Alg. Regl. NHK (1816) 86

Zevende Afdeeling.

Over het Kerkelijk Bestuur in de gemeenten.

Artikel
86

Gemeenten, waar, door gebrek aan stof, geene Kerkenraden bestaan, zijn geplaatst onder het onmiddelijk opzigt van classikale Moderatoren met den Predikant.

Alg. Regl. NHK (1816) 87

Zevende Afdeeling.

Over het Kerkelijk Bestuur in de gemeenten.

Artikel
87

Aan den Kerkenraad behoort de zorg voor hetgeen den openbaren Godsdienst, het Christelijk onderwijs en het opzigt over de leden van de gemeente betreft.

Alg. Regl. NHK (1816) 88

Zevende Afdeeling.

Over het Kerkelijk Bestuur in de gemeenten.

Artikel
88

De censure over de leden der gemeente om gegronde redenen, en volgens de bepalingen van het Reglement op de manier van kerkelijke zaken te behandelen, en over het Kerkelijk opzigt en tucht, noodig zijnde, geschiedt ter eerster instantie door den Kerkenraad, zijnde dezelve censure, voor zoo veel Predikanten, Kerkenraads-leden en Candidaten betreft, onverminderd de bepaling in art. 46 van dit Reglement voorkomende, en achtervolgens de voorschriften van het voorz. Reglement op de manier van Kerkelijke zaken te behandelen, en over het Kerkelijk opzigt en tucht, aan de classikale Moderatoren opgedragen.

Alg. Regl. NHK (1816) 89

Zevende Afdeeling.

Over het Kerkelijk Bestuur in de gemeenten.

Artikel
89

Aan Diakenen blijft de zorg voor de armen der gemeente, naar plaatselijk gebruik, aanbevolen.

Alg. Regl. NHK (1816) 90

Zevende Afdeeling.

Over het Kerkelijk Bestuur in de gemeenten.

Artikel
90

In de administratie der Kerk, Pastorij, Custorij en andere gemeenten-fondsen, en de betrekkingen tusschen derzelver Bestuurders en de Kerkenraden, wordt door de bepalingen van dit reglement geene veranderingen gemaakt.

Alg. Regl. NHK (1816) 91

Zevende Afdeeling.

Over het Kerkelijk Bestuur in de gemeenten.

Artikel
91

De classikale Moderatoren zijn verpligt om van alle misbruiken, die in de administratie der in het voorgaande artikel genoemde fondsen bestaan, of er door hen verder in ontdekt mogten worden, dadelijk kennis te geven aan het Provinciaal Kerkbestuur, dat daarvan met deszelfs consideratiën berigt moet geven aan het Ministeriëel Departement voor de zaken der Hervormde en andere eerediensten, behalve dien der Roomsch-Katholijken, ten einde redres te bekomen.

Alg. Regl. NHK (1816) 92

Zevende Afdeeling.

Over het Kerkelijk Bestuur in de gemeenten.

Artikel
92

Het hiervoren gemeld Ministeriëel Departement zal, na ingenomen te hebben de gedachten van de Provinciale Kerkbesturen, en na voorafgaande raadpleging met de Staten der Provincie welke zulks betreft, over de onderwerpen in de voorgaande artikelen vermeld, de noodige voordragten doen aan Zijne Majesteit den Koning.

Alg. Regl. NHK (1816) 93

Zevende Afdeeling.

Over het Kerkelijk Bestuur in de gemeenten.

Artikel
93

De huishoudelijke belangen der gemeenten, zullen voor het overige, overeenkomstig de algemeene verordeningen, door plaatselijke reglementen, onder ’s Konings goedkeuring, kunnen worden geregeld.

Alg. Regl. NHK (1816) Datum

Aldus gearresteerd bij Koninklijk Besluit van den 7 Januarij 1816, nº. 1.