Kerkorde GKN (1933)

Kerkenordening van de Gereformeerde Kerken in Nederland

Bron: 

Acta der Generale Synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland gehouden te Middelburg van 22 Augustus tot 8 September 1933, Kampen: Boekdrukkerij van J.H. Kok N.V., 1933, p. 310-320.

Kerkorde GKN (1933) Art. 1

Artikel
1

Om goede orde in de gemeente van Christus te onderhouden, zijn daarin noodig: de diensten; samenkomsten; opzicht der leer, Sacramenten en ceremoniën; en Christelijke straf; waarvan hierna ordelijk zal gehandeld worden.

Kerkorde GKN (1933) HI.

Van de diensten

Kerkorde GKN (1933) Art. 2

Van de diensten

Artikel
2

De diensten zijn vierderlei: der dienaren des Woords, der doctoren, der ouderlingen en der diakenen.

Kerkorde GKN (1933) Art. 3

Van de diensten

Artikel
3

Het zal niemand, alhoewel hij een doctor, ouderling of diaken is, geoorloofd zijn den dienst des Woords en der Sacramenten te betreden, zonder wettelijk daartoe beroepen te zijn. En wanneer iemand daar tegen doet en meermalen vermaand zijnde niet aflaat, zoo zal de classis oordeelen, of men hem voor een scheurmaker verklaren of op eenige andere wijze straffen zal.

Kerkorde GKN (1933) Art. 4

Van de diensten

Artikel
4

De wettelijke beroeping dergenen, die tevoren in den dienst niet geweest zijn zoowel in de steden als ten platten lande, bestaat:

Ten eerste, in de verkiezing, dewelke na voorgaande gebeden geschieden zal door den kerkeraad en de diakenen, met onderhouding van de regeling, die daarvoor plaatselijk in gebruik of door den kerkeraad vastgesteld is, en van de kerkelijke ordinantie, dat alleen diegenen voor het eerst tot den dienst des Woords kunnen beroepen worden, die door de classis, waarin zij wonen, praeparatoir geëxamineerd zijn; en voorts in kerken met niet meer dan één dienaar ook met advies van de classe of van den hiertoe door de classe aangewezen consulent, waar zulks tot nog toe gebruikelijk is geweest;

ten andere, in de examinatie of onderzoeking beide der leer en des levens, dewelke staan zal bij de classis, aan welke de beroeping ter approbatie is voor te stellen, en geschieden zal ten overstaan van de gedeputeerden der particuliere synode of eenige derzelven;

ten derde, in de approbatie en goedkeuring van de lidmaten der gereformeerde gemeente van de plaats, wanneer, de naam des dienaars den tijd van veertien dagen in de kerk afgekondigd zijnde, geen hindernis daartegen komt;

ten laatste, in de openlijke bevestiging voor de gemeente, dewelke met behoorlijke stipulatiën en afvragingen, vermaningen en gebed en oplegging der handen van den dienaar, die de bevestiging doet (en van de andere dienaren, die mede tegenwoordig zijn), toegaan zal, naar het formulier daarvan zijnde.

Kerkorde GKN (1933) Art. 5

Van de diensten

Artikel
5

Nopens de dienaars, die nu alreede in den dienst des Woords zijnde tot eene andere gemeente beroepen worden, zal desgelijks zoodanige beroeping geschieden, zoowel in de steden als ten platten lande, door den kerkeraad en de diakenen, met onderhouding van de regeling, die daarvoor plaatselijk in gebruik of door den kerkeraad vastgesteld is, en van de generale kerkelijke ordinantiën over de beroepbaarheid van hen, die buiten de Nederlandsche gereformeerde kerken gediend hebben, en over het meer dan eenmaal beroepen van denzelfden dienaar in dezelfde vacature; in kerken met niet meer dan één dienaar ook met advies van de classis of van den hiertoe door de classis aangewezen consulent, waar zulks tot nog toe gebruikelijk is geweest; en voorts in alle kerken met approbatie van de classis, aan welke de voorzeide beroepenen vertoonen zullen goede kerkelijke attestatie van leer en leven, en met approbatie van de lidmaten der gereformeerde gemeente van de plaats, wanneer, de naam des dienaars den tijd van veertien dagen haar voorgesteld zijnde, geen hindernis daartegen komt; waarna de beroepenen met voorgaande stipulatiën en gebeden zullen bevestigd worden, naar het formulier daarvan zijnde.

Kerkorde GKN (1933) Art. 6

Van de diensten

Artikel
6

Ook zal geen dienaar dienst mogen aannemen in eenige particuliere heerlijkheden, gasthuizen of anderszins, tenzij dat hij voorheen geadmitteerd en toegelaten zij, volgens de voorgaande artikelen; en hij zal ook niet minder dan andere aan de Kerkenordening onderworpen zijn.

Kerkorde GKN (1933) Art. 7

Van de diensten

Artikel
7

Niemand zal tot den dienst des Woords beroepen worden, zonder dat men hem in eene bepaalde plaats stelle, ten ware dat hij gezonden worde om hier of daar kerken te vergaderen.

Kerkorde GKN (1933) Art. 8

Van de diensten

Artikel
8

Men zal geen schoolmeesters, handwerkslieden of anderen, die niet gestudeerd hebben, tot het predikambt toelaten, tenzij dat men verzekerd zij van hunne singuliere gaven: godzaligheid, ootmoedigheid, zedigheid, goed verstand en discretie, mitsgaders gaven van welsprekendheid. Zoo wanneeer dan zoodanige personen zich tot den dienst presenteeren, zal de classis hen (indien het de particuliere synode goedvindt) eerst examineeren, en naardat zij hen in het examen bevindt, hen een tijd lang laten in ’t privé proponeeren, en dan voorts met hen handelen, zooals zij oordeelen zal stichtelijk te wezen, volgens de generale regeling, daarvoor door de kerken vastgesteld.

Kerkorde GKN (1933) Art. 9

Van de diensten

Artikel
9

Nieuwelingen, mispriesters, monniken, en die anderszins eenige sekte verlaten heben, zullen niet toegelaten worden tot den kerkedienst, dan met groote zorgvuldigheid en voorzichtigheid, nadat zij ook eenen zekeren tijd eerst wel beproefd zijn.

Kerkorde GKN (1933) Art. 10

Van de diensten

Artikel
10

Een dienaar, eens wettelijk beroepen zijnde, mag de gemeente, aan welke hij verbonden is, niet verlaten, om elders eene beroeping op te volgen, zonder bewilliging des kerkeraads met de diakenen, en met voorweten van de classis, gelijk ook geene andere kerk hem zal mogen ontvangen, eer hij wettelijke getuigenis zijns afscheids van de kerk en classis, waar hij gediend heeft, vertoond hebbe.

Kerkorde GKN (1933) Art. 11

Van de diensten

Artikel
11

Aan de andere zijde zal de kerkeraad, als representeerende de gemeente, ook gehouden zijn hare dienaars van behoorlijk onderhoud te verzorgen, en hen niet uit hun dienst te ontslaan zonder kennis en approbatie van de classis en van de deputaten der particuliere synode.

Kerkorde GKN (1933) Art. 12

Van de diensten

Artikel
12

Dewijl een dienaar des Woords, eens wettelijk als boven beroepen zijnde, zijn leven lang aan den kerkedienst verbonden is, zoo zal hem niet geoorloofd zijn, zich tot eenen anderen staat des levens te begeven, tenzij om groote en gewichtige oorzaken, waarvan de classis kennis nemen en oordeelen zal; welk oordeel de classis niet zal uitspreken zonder kennis en approbatie van de deputaten der particuliere synode.

Kerkorde GKN (1933) Art. 13

Van de diensten

Artikel
13

Zoo het geschiedt dat eenige dienaars door ouderdom, ziekte of anderszins onbekwaam worden tot uitoefening huns dienstes, zoo zullen zij nochtans desniettemin de eere en den naam eens dienaars behouden, en van de kerk, die zij gediend hebben, eerlijk in hunne nooddruft (gelijk ook de weduwen en weezen der dienaren in ’t gemeen) verzorgd worden.

Kerkorde GKN (1933) Art. 14

Van de diensten

Artikel
14

Zoo eenige dienaars om de voorschreven of eenige andere oorzaken hunnen dienst voor eenen tijd onderlaten moesten, ’twelk zonder advies des kerkeraads niet geschieden zal, zoo zullen zij nochtans ten allen tijde de beroeping der gemeente onderworpen zijn en blijven.

Kerkorde GKN (1933) Art. 15

Van de diensten

Artikel
15

Het zal niemand geoorloofd zijn, den dienst zijner kerk onderlatende, of in geenen vasten dienst zijnde, hier en daar te gaan prediken buiten consent en autoriteit der synode of classis. Gelijk ook niemand in eene andere kerk eenige predikatie zal mogen doen of Sacramenten bedienen, zonder bewilliging des kerkeraads van die kerk.

Kerkorde GKN (1933) Art. 16

Van de diensten

Artikel
16

Der dienaren ambt is, in de gebeden en bediening des Woords aan te houden, de Sacramenten uit te reiken, op hunne medebroeders, ouderlingen en diakenen, mitsgaders de gemeente, goede acht te nemen, en ten laatste met de ouderlingen de kerkelijke disciplline te oefenen, en te bezorgen dat alles eerlijk en met orde geschiede.

Kerkorde GKN (1933) Art. 17

Van de diensten

Artikel
17

Onder de dienaren des Woords zal gelijkheid gehouden worden, aangaande de lasten huns dienstes, mitsgaders ook in andere dingen, zooveel mogelijk is, volgens het oordeel des kerkeraads, en (dies van noode zijnde) der classis; hetwelk ook in ouderlingen en diakenen te onderhouden is.

Kerkorde GKN (1933) Art. 18

Van de diensten

Artikel
18

Het ambt der doctoren of professoren in de theologie is, de Heilige Schrifture uit te leggen, en de zuivere leer tegen de ketterijen en dolingen voor te staan.

Kerkorde GKN (1933) Art. 19

Van de diensten

Artikel
19

De gemeenten zullen, voor zooveel noodig, arbeiden, dat er studenten in de theologie zijn, die door haar onderhouden worden.

Kerkorde GKN (1933) Art. 20

Van de diensten

Artikel
20

In de kerken, waar personen zijn, die volgens art. VIII bekwaam zijn geoordeeld om tot den dienst des Woords te worden voorbereid, zal men tot hunne oefening het gebruik der propositiën kunnen instellen.

Kerkorde GKN (1933) Art. 21

Van de diensten

Artikel
21

De kerkeraden zullen alomme toezien, dat er goede schoolmeesters zijn, die niet alleen de kinderen leeren lezen, schrijven, spraken en vrije kunsten, maar ook dezelve in de godzaligheid en in den Catechismus onderwijzen.

Kerkorde GKN (1933) Art. 22

Van de diensten

Artikel
22

De ouderlingen zullen door het oordeel des kerkeraads en der diakenen verkozen worden, volgens de regeling, die daarvoor plaatselijk in gebruik of door den kerkeraad vastgesteld is; bij welke regeling het naar de gelegenheid van iedere kerk vrij zal zijn, van tevoren de gemeenteleden in staat te stellen op geschikte personen de aandacht te vestigen, en voorts vrij zal zijn, voor de verkiezing zelve zooveel ouderlingen, als er van noode zijn, aan de gemeente voor te stellen, om, van diezelve (ten ware dat er eenig beletsel voorviel) geapprobeerd en goedgekeurd zijnde, met openbare gebeden en stipulatiën bevestigd te worden, of een dubbel getal aan de gemeente voor te stellen, om het door haar gekozen halve deel op dezelfde wijze in den dienst te bevestigen, volgens het formulier daarvan zijnde.

Kerkorde GKN (1933) Art. 23

Van de diensten

Artikel
23

Der ouderlingen ambt is, behalve hetgene dat boven, in Art. 16, gezegd is hun met den dienaar des Woords gemeen te zijn, opzicht te hebben, dat de dienaren, mitsgaders hunne andere medehelpers en diakenen hun ambt getrouwelijk bedienen, en de bezoeking te doen, naar dat de gelegenheid des tijds en der plaats tot stichting der gemeente, zoo voor als na het Nachtmaal, kan lijden, om bijzonder de lidmaten der gemeente te vertroosten en te onderwijzen, en ook anderen tot de Christelijke religie te vermanen.

Kerkorde GKN (1933) Art. 24

Van de diensten

Artikel
24

Dezelfde wijze, die van de ouderlingen gezegd is, zal men ook onderhouden in de verkiezing, approbatie en bevestiging der diakenen.

Kerkorde GKN (1933) Art. 25

Van de diensten

Artikel
25

Der diakenen eigen ambt is, de aalmoezen en andere armengoederen naarstiglijk te verzamelen, en die getrouwelijk en vlijtiglijk, naar den eisch der behoeftigen, beide der ingezetenen en der vreemden, met gemeen advies uit te deelen, de benauwden te bezoeken en te vertroosten, en wel toe te zien, dat de aalmoezen niet misbruikt worden; waarvan zij rekening zullen doen in den kerkeraad, en ook (zoo iemand daar bij wil zijn) voor de gemeente, op zulken tijd als de kerkeraad het goedvinden zal.

Kerkorde GKN (1933) Art. 26

Van de diensten

Artikel
26

De diakenen zullen, ter plaatse waar huiszittenmeesters of andere aalmoezeniers zijn, van dezen begeeren goede correspondentie met hen te willen houden, teneinde de aalmoezen te beter uitgedeeld mogen worden onder degenen die meest gebrek hebben.

Kerkorde GKN (1933) Art. 27

Van de diensten

Artikel
27

De ouderlingen en diakenen zullen naar plaatselijke regeling twee of meer jaren dienen, en alle jaar zal een evenredig deel aftreden. De aftredenden zullen door anderen vervangen worden, ten ware dat de gelegenheid en het profijt van eenige kerk, bij de uitvoering van Artt. 22 en 24, eene herkiezing raadzaam maakten.

Kerkorde GKN (1933) Art. 28

Van de diensten

Artikel
28

Gelijk het ambt der christelijke overheden is, den heiligen kerkedienst in alle manieren te bevorderen, denzelven met haar exempel den onderdanen te recommandeeren, en aan de predikanten, ouderlingen en diakenen in allen voorvallenden nood de hand te bieden, en bij hare goede ordening te beschermen, alzoo zijn alle predikanten, ouderlingen en diakenen schuldig, de gansche gemeente vlijtiglijk en oprechtelijk in te scherpen de gehoorzaamheid, liefde en eerbiedinge, die zij den Magistraten schuldig zijn; en zullen alle kerkelijke personen met hun goed exempel in dezen de gemeente voorgaan, en door behoorlijk respect en correspondentie de gunst der overheden tot de kerken zoeken te verwekken en te behouden; ten einde, een ieder het zijne, in des Heeren vreeze, ter wederzijde doende, alle achterdenken en wantrouwen moge worden voorkomen, en goede eendracht tot der kerken welstand onderhouden.

Kerkorde GKN (1933) HII.

Van de kerkelijke samenkomsten

Kerkorde GKN (1933) Art. 29

Van de kerkelijke samenkomsten

Artikel
29

Vierderlei kerkelijke samenkomsten zullen onderhouden worden: de kerkeraad, de classicale vergaderingen, de particuliere synode, en de generale of nationale.

Kerkorde GKN (1933) Art. 30

Van de kerkelijke samenkomsten

Artikel
30

In deze samenkomsten zullen geene andere dan kerkelijke zaken, en dezelve op kerkelijke wijze, verhandeld worden. In meerdere vergaderingen zal men niet handelen, dan ’t gene dat in mindere niet heeft afgehandeld kunnen worden, of dat tot de kerken der meerdere vergadering in ’t gemeen behoort.

Kerkorde GKN (1933) Art. 31

Van de kerkelijke samenkomsten

Artikel
31

Zoo iemand zich beklaagt door de uitspraak der mindere vergadering verongelijkt te zijn, dezelve zal zich op eene meerdere kerkelijke vergadering beroepen mogen; en ’t gene door de meeste stemmen goedgevonden is, zal voor vast en bondig gehouden worden. Tenzij dat het bewezen worde te strijden tegen het Woord Gods, of tegen de Artikelen in deze generale synode besloten, zoo lang als dezelve door geene andere generale synode veranderd zijn.

Kerkorde GKN (1933) Art. 32

Van de kerkelijke samenkomsten

Artikel
32

De handelingen aller samenkomsten zullen met aanroeping van den Naam Gods aangevangen, en met eene dankzegging besloten worden.

Kerkorde GKN (1933) Art. 33

Van de kerkelijke samenkomsten

Artikel
33

Die tot de samenkomsten afgezonden worden, zullen hunne credentiebrieven en instructiën, onderteekend zijnde van degenen die ze zenden, medebrengen, en deze zullen keurstemmen hebben, ten ware in zaken, die hunne personen of kerken in het bijzonder aangaan.

Kerkorde GKN (1933) Art. 34

Van de kerkelijke samenkomsten

Artikel
34

In alle samenkomsten zal bij den praeses een scriba gevoegd worden, om naarstiglijk op te schrijven ’t gene waardig is opgeteekend te zijn.

Kerkorde GKN (1933) Art. 35

Van de kerkelijke samenkomsten

Artikel
35

Het ambt van den praeses is, voor te stellen en te verklaren ’t gene te verhandelen is; toe te zien dat een iegelijk zijne orde houde in ’t spreken; den knibbelachtigen en die te heftig zijn in ’t spreken, te bevelen dat zij zwijgen; en over dezelve, geen gehoor gevende, de behoorlijke censuur te laten gaan. Voorts zal zijn ambt uitgaan, wanneer de samenkomst scheidt.

Kerkorde GKN (1933) Art. 36

Van de kerkelijke samenkomsten

Artikel
36

’t Zelfde zeggen heeft de classis over den kerkeraad, ’t welk de particuliere synode heeft over de classis, en de generale synode over de particuliere.

Kerkorde GKN (1933) Art. 37

Van de kerkelijke samenkomsten

Artikel
37

In alle kerken zal een kerkeraad zijn, bestaande uit de dienaren des Woords en de ouderlingen, dewelke, althans in de grootere gemeenten, in den regel alle weken eens tezamenkomen zullen, alwaar de dienaar des Woords (of de dienaren, zoo daar meerdere zijn, bij beurte) presideeren en de actie regeeren zal.

Kerkorde GKN (1933) Art. 38

Van de kerkelijke samenkomsten

Artikel
38

Welverstaande, dat in de plaatsen, waar de kerkeraad voor het eerst of op nieuw is op te richten, ’t zelve niet geschiede, dan met advies van de classis. En waar het getal van de ouderlingen klein is, zullen de diakenen door plaatselijke regeling mede tot den kerkeraad kunnen genomen worden; hetgeen altijd geschieden zal, waar dit getal op minder dan drie is bepaald.

Kerkorde GKN (1933) Art. 39

Van de kerkelijke samenkomsten

Artikel
39

Plaatsen, waar nog geen kerkeraad zijn kan, zullen door de classis onder de zorg van een genabuurden kerkeraad gesteld worden.

Kerkorde GKN (1933) Art. 40

Van de kerkelijke samenkomsten

Artikel
40

Desgelijks zullen de diakenen samenkomen, waar zulks noodig is alle weken, om met aanroeping van den Naam Gods, van de zaken, hun ambt betreffende, te handelen, waartoe de dienaren goede opzicht zullen nemen, en zoo noodig zich daarbij laten vinden.

Kerkorde GKN (1933) Art. 41

Van de kerkelijke samenkomsten

Artikel
41

De classicale vergaderingen zullen bestaan uit genabuurde kerken, dewelke elk een dienaar en een ouderling, ter plaatse en tijd bij hen in het scheiden van elke vergadering goedgevonden (zoo nochtans, dat men het boven de drie maanden niet uitstelle), daarhenen met behoorlijke credentie afvaardigen zullen; in welke samenkomsten de dienaars bij beurte, of anderszins die van dezelve vergadering verkoren wordt, presideeren zullen, zoo nochtans, dat dezelfde tweemaal achtereen niet zal mogen verkoren worden. Voorts zal de praeses onder anderen een iegelijk afvragen, of zij in hunne kerken hunne kerkeraadsvergadering houden; of de kerkelijke discipline geoefend wordt; of de armen en scholen bezorgd worden; ten laatste, of er iets is, waarin zij het oordeel en de hulp der classis tot rechte instelling hunner kerk behoeven. En eindelijk zullen in de laatste vergadering vóór de particuliere synode verkoren worden, die op deze synode gaan zullen.

Kerkorde GKN (1933) Art. 42

Van de kerkelijke samenkomsten

Artikel
42

Waar in eene kerk meer predikanten zijn dan één, zullen ook zij, die niet volgens het voorgaande artikel afgevaardigd zijn, in de classis mogen verschijnen en adviseerende stem hebben.

Kerkorde GKN (1933) Art. 43

Van de kerkelijke samenkomsten

Artikel
43

In het einde van de classicale en andere meerdere vergaderingen zal men censuur houden over diegenen, die iets strafwaardigs in de vergadering gedaan, of de vermaning der mindere samenkomsten versmaad hebben.

Kerkorde GKN (1933) Art. 44

Van de kerkelijke samenkomsten

Artikel
44

De classis zal ook eenige harer dienaren, ten minste twee, van de oudste, ervarenste en geschiktste, autoriseeren, om in alle kerken, van de steden zoowel als van het platte land, alle jaar visitatie te doen, en toe te zien, of de leeraars, kerkeraden en schoolmeesters hun ambt getrouwelijk waarnemen, bij de zuiverheid der leer verblijven, de aangenomene orde in alles onderhouden, en de stichting der gemeente, mitsgaders der jonge jeugd, naar behooren, zooveel hun mogelijk is, met woorden en werken bevorderen; teneinde zij diegenen, die nalatig in het een of ander bevonden worden, in tijds mogen broederlijk vermanen, en met raad en daad alles tot vrede, opbouwing, en het meeste profijt der kerken en scholen helpen dirigeeren. En iedere classis zal deze visitatoren mogen continueeren in hunne bediening, zoo lang het haar zal goeddunken, ten ware dat de visitatoren zelven, om redenen, van dewelke de classis oordeelen zal, verzochten ontslagen te worden.

Kerkorde GKN (1933) Art. 45

Van de kerkelijke samenkomsten

Artikel
45

De kerk, in dewelke de classis, en desgelijks de particuliere of generale synode, samenkomt, zal zorg dragen, dat zij de Acten der voorgaande vergadering op de naastkomende bestelle.

Kerkorde GKN (1933) Art. 46

Van de kerkelijke samenkomsten

Artikel
46

De instructiën der dingen die in meerdere vergaderingen te behandelen zijn, zullen niet eerder geschreven worden, voordat over de daarin voorgestelde punten de besluiten der voorgaande synoden gelezen zijn, opdat ’t gene eens afgehandeld is, niet wederom voorgesteld worde, tenware dat men het achtte veranderd te moeten zijn.

Kerkorde GKN (1933) Art. 47

Van de kerkelijke samenkomsten

Artikel
47

Alle jaren (ten ware dat de nood eenen korteren tijd vereischte) zullen eenige, zooveel mogelijk tot dezelfde provincie behoorende, genabuurde classes samenkomen, tot welke particuliere synode uit iedere classis twee dienaars en twee ouderlingen (welk getal door eene synode, die uit slechts drie of vier classes bestaat, ook op drie kan gesteld worden) afgevaardigd zullen worden. In het scheiden, zoowel der particuliere als der generale synode, zal eene kerk verordend worden, die last hebben zal, om met advies der classis den tijd en de plaats der naaste synode te stellen.

Kerkorde GKN (1933) Art. 48

Van de kerkelijke samenkomsten

Artikel
48

Het zal aan elke synode vrijstaan, correspondentie te verzoeken en te houden met hare genabuurde synode of synoden, in zulke forme, als zij meest profijtelijk achten zullen voor de gemeene stichting.

Kerkorde GKN (1933) Art. 49

Van de kerkelijke samenkomsten

Artikel
49

Iedere synode zal ook eenigen deputeeren, om alles wat de synode geordonneerd heeft, te verrichten en in voorvallende zwarigheden aan de classes de hand te bieden, waarbij voor de onderscheidene belangen zooveel mogelijk afzonderlijke groepen van deputaten te benoemen zijn, en om, althans ten getale van twee of drie, over alle peremptoire examens der aankomende predikanten te staan. En alle deze deputaten zullen van alle hunne handelingen goede notitie houden, om de synode rapport te doen, en zoo het geëischt wordt, redenen te geven. Ook zullen zij niet ontslagen wezen van hunnen dienst, voor en aleer de synode zelve hen daarvan ontslaat.

Kerkorde GKN (1933) Art. 50

Van de kerkelijke samenkomsten

Artikel
50

De nationale synode zal ordinaarlijk alle drie jaren eens gehouden worden, ten ware dat er eenige dringende nood ware, om den tijd korter te nemen. Tot deze zullen twee dienaren en twee ouderlingen uit elke particuliere synode afgezonden worden. Voorts zal de kerk, die last heeft om den tijd en de plaats der generale synode aan te wijzen, zoo dezelve naar het oordeel van ten minste twee particuliere synoden binnen de drie jaren te beroepen ware, met advies of onder goedkeuring van hare particuliere synode van den tijd en de plaats besluiten.

Kerkorde GKN (1933) Art. 51

Van de kerkelijke samenkomsten

Artikel
51

Voor de gereformeerde kerken van Europeanen in Nederlandsch-Indië wordt de wijze, waarop zij met de kerken hier te lande in verband staan, door de generale synode geregeld.

Kerkorde GKN (1933) Art. 52

Van de kerkelijke samenkomsten

Artikel
52

Desgelijks wordt de arbeid der kerkelijke zending in Nederlandsch-Indië, voor zoover deze algemeene bepalingen noodig heeft, door de generale synode in eene Zendingsorde geregeld.

Kerkorde GKN (1933) HIII.

Van de leer, Sacramenten en andere ceremoniën

Kerkorde GKN (1933) Art. 53

Van de leer, Sacramenten en andere ceremoniën

Artikel
53

De dienaren des Woords Gods, en desgelijks de professoren in de theologie (’t welk ook den anderen professoren en insgelijks den rectoren en schoolmeesters wel betaamt) zullen de drie formulieren van eenigheid der Nederlandsche kerken onderteekenen, en de dienaren des Woords, die zulks refuseeren, zullen de facto in hunnen dienst door den kerkeraad of de classis geschorst worden, tot ter tijd toe dat zij daarin geheellijk verklaard zullen hebben, en indien zij obstinatelijk in weigering blijven, zullen zij van hunnen dienst geheellijk afgesteld worden.

Kerkorde GKN (1933) Art. 54

Van de leer, Sacramenten en andere ceremoniën

Artikel
54

Insgelijks zullen ook de ouderlingen en diakenen, en degenen die door eene classis als proponent worden toegelaten, de genoemde formulieren van eenigheid onderteekenen.

Kerkorde GKN (1933) Art. 55

Van de leer, Sacramenten en andere ceremoniën

Artikel
55

Tot wering van de valsche leeringen en dwalingen, die door kettersche geschriften zeer toenemen, zullen de dienaars en de ouderlingen de middelen gebruiken van leering, van wederlegging, van waarschuwing en van vermaning, zoowel bij den dienst des Woords als bij de christelijke onderwijzing en bij het huisbezoek.

Kerkorde GKN (1933) Art. 56

Van de leer, Sacramenten en andere ceremoniën

Artikel
56

Het verbond Gods zal aan de kinderen der christenen met den Doop, zoo haast als men de bediening deszelven hebben kan, verzegeld worden, en dat in openbare verzameling, wanneer Gods Woord gepredikt wordt.

Kerkorde GKN (1933) Art. 57

Van de leer, Sacramenten en andere ceremoniën

Artikel
57

De dienaars zullen hun best doen en daartoe arbeiden, dat de vader zijn kind ten Doop presenteere. En in de gemeenten, waar men nevens den vader ook gevaders of getuigen bij den Doop neemt (welk gebruik, in zich zelf vrij zijnde, niet lichtelijk te veranderen is), betaamt het, dat men neme die de zuivere leer toegedaan en vroom van wandel zijn.

Kerkorde GKN (1933) Art. 58

Van de leer, Sacramenten en andere ceremoniën

Artikel
58

De dienaars zullen in het doopen, zoo der jonge kinderen als der bejaarde personen, de formulieren van de instelling en het gebruik des Doops, welke tot dien einde onderscheidenlijk beschreven zijn, gebruiken.

Kerkorde GKN (1933) Art. 59

Van de leer, Sacramenten en andere ceremoniën

Artikel
59

De bejaarden worden door den doop de christelijke gemeente ingelijfd, en voor lidmaten der gemeente aangenomen, en zijn daarom schuldig het Avondmaal des Heeren ook te gebruiken, ’t welk zij bij hunnen Doop zullen beloven te doen.

Kerkorde GKN (1933) Art. 60

Van de leer, Sacramenten en andere ceremoniën

Artikel
60

De namen der gedoopten, mitsgaders der ouders en getuigen, en desgelijks de tijd des Doops, zullen opgeteekend worden.

Kerkorde GKN (1933) Art. 61

Van de leer, Sacramenten en andere ceremoniën

Artikel
61

Men zal niemand ten Avondmaal des Heeren toelaten, dan die naar de gewoonheid der kerk, tot dewelke hij zich voegt, belijdenis der gereformeerde religie gedaan heeft, mitsgaders hebbende getuigenis eens vromen wandels, zonder welke ook degenen, die uit andere kerken komen, niet zullen toegelaten worden.

Kerkorde GKN (1933) Art. 62

Van de leer, Sacramenten en andere ceremoniën

Artikel
62

Een iedere kerk zal zulke manier van bediening der Avondmaals houden, als zij oordeelt tot de meeste stichting te dienen. Welverstaande nochtans, dat de uitwendige ceremoniën, in Gods Woord voorgeschreven, niet veranderd en alle superstitie vermeden worde, en dat na de voleinding der predikatie en der gemeene gebeden het formulier des Avondmaals, mitsgaders het gebed daartoe dienende, zal worden gelezen.

Kerkorde GKN (1933) Art. 63

Van de leer, Sacramenten en andere ceremoniën

Artikel
63

Het Avondmaal des Heeren zal ten minste alle twee of drie maanden gehouden worden.

Kerkorde GKN (1933) Art. 64

Van de leer, Sacramenten en andere ceremoniën

Artikel
64

De bediening des Avondmaals zal alleen geschieden, waar toezicht is van ouderlingen, volgens kerkelijke orde, en in eene openlijke samenkomst der gemeente.

Kerkorde GKN (1933) Art. 65

Van de leer, Sacramenten en andere ceremoniën

Artikel
65

Lijkpredikatiën of lijkdiensten zullen niet worden ingesteld.

Kerkorde GKN (1933) Art. 66

Van de leer, Sacramenten en andere ceremoniën

Artikel
66

In tijden van oorlog, pestilentie, algemeene volksrampen en andere groote zwarigheden, waarvan de druk overal in de kerken gevoeld wordt, zal een bededag uitgeschreven worden door de classis, die daartoe door de laatste generale synode is aangewezen.

Kerkorde GKN (1933) Art. 67

Van de leer, Sacramenten en andere ceremoniën

Artikel
67

De gemeenten zullen onderhouden, benevens den Zondag, ook den Kerstdag, Paschen, Pinksteren en Hemelvaartsdag. De onderhouding der tweede feestdagen wordt in de vrijheid der kerken gelaten.

Kerkorde GKN (1933) Art. 68

Van de leer, Sacramenten en andere ceremoniën

Artikel
68

De dienaars zullen alomme des Zondags, ordinaarlijk in de namiddagsche predikatiën, de somma der Christelijke leer, in den Catechismus, die tegenwoordig in de Nederlandsche kerken aangenomen is, vervat, kortelijk uitleggen, alzoo dat dezelve, zooveel mogelijk, jaarlijks mag geëindigd worden, volgens de afdeeling des Catechismus zelven daarop gemaakt.

Kerkorde GKN (1933) Art. 69

Van de leer, Sacramenten en andere ceremoniën

Artikel
69

In de kerken zullen gezongen worden de 150 Psalmen, alsmede de Eenige gezangen, zooals die zijn gehandhaafd en vastgesteld voor kerkelijk gebruik door de synode van Middelburg in 1933.

Kerkorde GKN (1933) Art. 70

Van de leer, Sacramenten en andere ceremoniën

Artikel
70

Alzoo behoorlijk is, dat de huwelijke staat voor Christus' gemeente bevestigd worde, volgens het formulier daarvan zijnde, zullen de kerkeraden daarop toezien.

Kerkorde GKN (1933) HIV.

Van de censuur en kerkelijke vermaning

Kerkorde GKN (1933) Art. 71

Van de censuur en kerkelijke vermaning

Artikel
71

Gelijkerwijs de christelijke straf geestelijk is, en niemand van het burgerlijke gericht of straf der Overheid bevrijdt, alzoo worden ook, benevens de burgerlijke straf, de kerkelijke censuren noodzakelijk vereischt, om den zondaar met de kerk en zijnen naaste te verzoenen, en de ergernis uit de gemeente van Christus weg te nemen.

Kerkorde GKN (1933) Art. 72

Van de censuur en kerkelijke vermaning

Artikel
72

Wanneer dan iemand tegen de zuiverheid der leer of vromigheid des wandels zondigt; zooverre als het heimelijk is, en geene openbare ergernis gegeven heeft, zoo zal de regel onderhouden worden, welken Christus duidelijk voorschrijft in Matth. 18.

Kerkorde GKN (1933) Art. 73

Van de censuur en kerkelijke vermaning

Artikel
73

De heimelijke zonden, waarvan de zondaar door één, en in ’t bijzonder, of voor twee of drie getuigen vermaand zijnde, berouw heeft, zullen voor den kerkeraad niet gebracht worden.

Kerkorde GKN (1933) Art. 74

Van de censuur en kerkelijke vermaning

Artikel
74

Zoo iemand, van eene heimelijke zonder door twee of drie personen in liefde vermaand zijnde, geen gehoor geeft, of anderszins eene openbare zonde bedreven heeft, zal zulks den kerkeraad aangegeven worden.

Kerkorde GKN (1933) Art. 75

Van de censuur en kerkelijke vermaning

Artikel
75

Van al zulke zonden, die van haar nature wege openbaar, of door verachting der kerkelijke vermaningen in het openbaar gekomen zijn, zal de verzoening (wanneer men genoegzame teekenen van boetvaardigheid ziet) in zulken vorm en manier geschieden als tot stichting van iedere kerk door den kerkeraad bekwaam zal geoordeeld worden. Of zij in bepaalde gevallen openbaarlijk geschieden zal, wordt, wanneer daarover in den kerkeraad verschil is, in kerken, waar maar één dienaar is, met advies van twee genabuurde kerken beoordeeld.

Kerkorde GKN (1933) Art. 76

Van de censuur en kerkelijke vermaning

Artikel
76

Zoo wie hardnekkiglijk de vermaning des kerkeraads verwerpt, en desgelijks wie eene openbare of anderszins eene grove zonde gedaan heeft, zal van het Avondmaal des Heeren afgehouden worden. En indien hij, afgehouden zijnde, na verscheidene vermaningen geen teeken der boetvaardigheid bewijst, zoo zal men ten laatste tot de uiterste remedie, namelijk de afsnijding, komen, volgens de forme naar den Woorde Gods daartoe gesteld. Doch zal niemand afgesneden worden, dan met voorgaand advies der classis.

Kerkorde GKN (1933) Art. 77

Van de censuur en kerkelijke vermaning

Artikel
77

Aleer men, na de afhouding van het Avondmaal en de daarop nog gevolgde onderscheidene vermaningen, tot de afsnijding komt, zal men de hardnekkigheid des zondaars der gemeente openlijk te kennen geven, de zonde verklarende, mitsgaders de naarstigheid aan hem bewezen, in het bestraffen, afouden van het Avondmaal, en menigvuldige vermaningen, en zal de gemeente vermaand worden hem aan te spreken, en voor hem te bidden. Zoodanige vermaningen zullen er drie geschieden. In de eerste zal de zondaar niet genoemd worden, opdat hij eenigszins verschoond worde. In de tweede zal met advies der classis zijn naam uitgedrukt worden. In de derde zal men de gemeente te kennen geven, dat men hem (tenzij dat hij zich bekeere) van de gemeenschap der kerk uitsluiten zal, opdat zijne afsnijding, zoo hij hardnekkig blijft, met stilzwijgende bewilliging der kerk geschiede. De tijd tusschen de vermaningen zal aan het oordeel des kerkeraads staan.

Kerkorde GKN (1933) Art. 78

Van de censuur en kerkelijke vermaning

Artikel
78

Wanneer iemand, die geëxcommuniceerd is, zich wederom wil verzoenen met de gemeente door boetvaardigheid, zoo zal hetzelve vóór de handeling des Avondmaals, of anderszins naar gelegenheid, tevoren der gemeente aangezegd worden, teneinde hij ten naastkomenden Avondmale (zooverre niemand iets weet voor te brengen ter contrarie) openbaarlijk met professie zijner bekeering weder opgenomen worde, volgens het formulier daarvan zijnde.

Kerkorde GKN (1933) Art. 79

Van de censuur en kerkelijke vermaning

Artikel
79

Wanneer dienaars des Goddelijken Woords, ouderlingen of diakenen eene openbare grove zonde bedrijven, die der kerk schandelijk, of ook bij de Overheid strafwaardig is, zullen wel de ouderlingen en diakenen terstond door voorgaand oordeel des kerkeraads derzelver en der naastgelegene gemeente in hunnen dienst geschorst of daarvan afgezet worden, maar de dienaars alleenlijk geschorst worden. Of deze geheel van den dienst af te zetten zijn, zal aan het oordeel der classis staan, met advies van de in artikel XI genoemde deputaten der particuliere synode.

Kerkorde GKN (1933) Art. 80

Van de censuur en kerkelijke vermaning

Artikel
80

Voorts onder de grove zonden, die waardig zijn met opschorting of afstelling van den dienst gestraft te worden, zijn deze de voornaamste: valsche leer of ketterij, openbare scheurmaking, openlijke blasphemie, simonie, trouwelooze verlating zijns dienstes of indringing in eens anderen dienst, meineedigheid, echtbreuk, hoererij, dieverij, geweld, gewoonlijke dronkenschap, vechterij, vuil gewin; kortelijk, alle de zonden en grove feiten, die den bedrijver voor de wereld eerloos maken, en in een ander gemeen lidmaat der kerk der afsnijding waardig zouden gekeurd worden.

Kerkorde GKN (1933) Art. 81

Van de censuur en kerkelijke vermaning

Artikel
81

De dienaren des Woords, ouderlingen en diakenen zulen onder elkander de christelijke censuur oefenen, en malkander van de bediening huns ambts vriendelijk vermanen.

Kerkorde GKN (1933) Art. 82

Van de censuur en kerkelijke vermaning

Artikel
82

Dengenen, die uit de gemeente vertrekken, zal eene attestatie of getuigenis aangaande hun belijdenis en wandel door den kerkeraad medegegeven worden, door twee onderteekend, of bij attestatiën, die onder het zegel der kerk gegeven worden, met ééne onderteekening.

Kerkorde GKN (1933) Art. 83

Van de censuur en kerkelijke vermaning

Artikel
83

Voorts zal den armen, om genoegzame oorzaken vertrekkende, door de diakenen reisgeld gegeven worden, naar hetgeen zij oordeelen behoorlijk te zijn. De kerkeraad en de diakenen zullen echter toezien, dat zij niet te zeer genegen zijn om hunne kerken van de armen te ontlasten, met welke zij andere kerken zonder eenigen nood zouden bezwaren.

Kerkorde GKN (1933) HV.

Van de stoffelijke aangelegenheden aan de kerken gemeen

Kerkorde GKN (1933) Art. 84

Van de stoffelijke aangelegenheden aan de kerken gemeen

Artikel
84

De kerken, die in classes, particuliere synoden en generale synode samenkomen, vormen te zamen even zoovele vermogensrechtelijke eenheden ten aanzien van de stoffelijke aangelegenheden, die haar onderscheidenlijk in classicaal, particulier-synodaal en generaal-synodaal verband gemeen zijn.
Deze eenheden worden in en buiten rechte vertegenwoordigd zoowel door de respectieve classicale, particulier-synodale en generaal-synodale vergaderingen, als door deputaten, die door deze vergaderingen worden benoemd, geïnstrueerd en ontslagen en in al hun handelingen door hun instructie zijn gebonden.

Kerkorde GKN (1933) HVI.

Slotartikelen

Kerkorde GKN (1933) Art. 85

Slotartikelen

Artikel
85

Geene kerk zal over andere kerken, geen dienaar over andere dienaren, geen ouderling of diaken over andere ouderlingen of diakenen eenige heerschappij voeren.

Kerkorde GKN (1933) Art. 86

Slotartikelen

Artikel
86

In middelmatige dingen zal men de buitenlandsche kerken niet verwerpen, die een ander gebruik hebben dan wij.

Kerkorde GKN (1933) Art. 87

Slotartikelen

Artikel
87

Deze artikelen, de wettelijke ordening der kerk aangaande, zijn alzoo gesteld en aangenomen met gemeen accoord, dat zij (zoo het profijt der kerken anders vereischte) veranderd, vermeerderd of verminderd mogen en behooren te worden. Het zal nochtans geene bijzondere gemeente, classis of synode vrijstaan zulks te doen, maar zij zullen naarstigheid doen om die te onderhouden, totdat anders van de generale of nationale synode verordend worde.