Akkoord NGK (1982) IV.

IV. De kerkelijke vergaderingen

Artikel
31-39

Akkoord NGK (1982) Art. 31

IV. De kerkelijke vergaderingen

Artikel
31

1. Eendrachtig samenwerken

De kerken, die van Christus zijn, werken eendrachtig samen. Zij wekken elkaar op het Woord van God te bewaren en te blijven bij de leer van de kerk naar de ‘Formulieren van Enigheid’. Zij helpen en dienen elkaar en behartigen de zaken die zij gemeenschappelijk hebben. Zij mogen daarbij niet over elkaar heersen, maar zullen geduld met elkaar hebben en samen de tijd van God verwachten waarin Hij de weg duidelijk zal maken.

2. Regionale en landelijke vergaderingen

De kerken komen door afgevaardigden bijeen in regionale en landelijke vergaderingen. Deze vergaderingen dragen geen blijvend karakter, maar zijn tijdelijk en houden op te bestaan zodra zij gesloten zijn.
Zij worden samengeroepen door de kerk die door de laatstgehouden vergadering daartoe werd aangewezen. Van genomen besluiten zal nauwkeurig aantekening worden gemaakt.

Akkoord NGK (1982) Art. 32

IV. De kerkelijke vergaderingen

Artikel
32

Uitsluitend kerkelijke zaken

Het agendum van de landelijke en regionale vergaderingen, dat uitsluitend kerkelijke zaken bevat, wordt door de kerken samengesteld.
Een regionale vergadering behandelt alleen wat niet door de kerkeraden, een landelijke vergadering alleen wat niet door regionale vergaderingen kan worden afgehandeld en verder wat tot de betrokken kerken gemeenschappelijk behoort.
Aan deze kerken wordt vroegtijdig medegedeeld welke zaken worden voorgelegd, opdat zij haar oordeel kenbaar kunnen maken en haar afgevaardigden behoorlijk kunnen instrueren.
Zij die door regionale of landelijke vergaderingen met een opdracht worden belast, ontvangen die opdracht welomschreven en rapporteren tijdig aan de betrokken kerken. Hun rapport komt aan de orde op de eerstkomende regionale, onderscheidenlijk landelijke vergadering.

Akkoord NGK (1982) Art. 33

IV. De kerkelijke vergaderingen

Artikel
33

Op kerkelijke wijze

De regionale en landelijke vergaderingen zullen de haar voorgelegde zaken op kerkelijke wijze behandelen, waarbij zij naar overeenstemming streven aleer een zaak door stemming wordt beslist.

Akkoord NGK (1982) Art. 34

IV. De kerkelijke vergaderingen

Artikel
34

Bekrachtiging en nakoming van besluiten

Een besluit van de regionale of landelijke vergadering zal door de plaatselijke kerken bekrachtigd worden en in onderlinge liefde nagekomen, tenzij dit besluit strijdig bevonden wordt met de Heilige Schrift of ook als het niet overeenstemt met het Akkoord van kerkelijk samenleven.
De kerk die een besluit niet bekrachtigt om bovengenoemde redenen, of niet kan uitvoeren om redenen die het welzijn van de gemeente betreffen, zal hiervan aan de zusterkerken rekenschap geven.

Akkoord NGK (1982) Art. 35

IV. De kerkelijke vergaderingen

Artikel
35

Beroep op meerdere vergaderingen

Het is geoorloofd zich van een besluit van de kerkeraad op de regionale vergadering, of ook van een besluit van de regionale vergadering op de landelijke vergadering te beroepen. Naar de verkregen uitspraak zal men zich voegen, tenzij dit niet recht zou zijn voor God.
In elk geding is slechts één beroep mogelijk: tegen een besluit dat de leer der kerk of tucht over een dienaar des Woords betreft staat echter beroep open tot op de landelijke vergadering.

Akkoord NGK (1982) Art. 36

IV. De kerkelijke vergaderingen

Artikel
36

Afvaardiging naar regionale vergaderingen

Naar de regionale vergaderingen zenden de genabuurde kerken elk twee stemhebbende afgevaardigden, voorzien van een bewijs van afvaardiging en eventuele instructies. Deze vergaderingen worden in de regel tweemaal per jaar gehouden, waarbij een afgevaardigde van telkens een andere kerk voorzitter is.

Akkoord NGK (1982) Art. 37

IV. De kerkelijke vergaderingen

Artikel
37

1. Oordeel en hulp

In de regionale vergaderingen zal worden gevraagd of er iets is waarin een kerk het oordeel en de hulp van de zusterkerken nodig heeft.

2. Op elkaar acht geven

De regionale vergaderingen dragen er zorg voor dat de in haar samenkomende kerken elkaar op de hoogte stellen van de arbeid der ambtsdragers, opdat deze kerken elkaar kunnen bijstaan, op elkaar acht kunnen geven en elkaar intijds christelijk mogen vermanen wanneer iemand nalatig bevonden wordt.
Het staat een regionale vergadering vrij, hiertoe enigen uit haar midden aan te wijzen die de kerkeraden bezoeken en over hun bevinding rapporteren.

Akkoord NGK (1982) Art. 38

IV. De kerkelijke vergaderingen

Artikel
38

1. Afvaardiging naar landelijke vergaderingen

Een landelijke vergadering wordt in de regel om de twee jaren gehouden, tenzij er reden is vooreen vervroegde bijeenroeping. Dit laatste kan alleen met medewerking van twee regionale vergaderingen.
Elke regionale vergadering zendt naar de landelijke vergadering vier stemhebbende afgevaardigden, voorzien van een bewijs van afvaardiging en eventuele instructies. Van deze vier afgevaardigden worden, zo mogelijk, geen twee uit dezelfde kerk gekozen.

2. Agendum landelijke vergadering; voorlopig oordeel

Een landelijke vergadering kan in genoemde samenstelling haar agendum afhandelen, om daarna te worden gesloten. Zij kan in deze samenstelling echter ook in een haar voorgelegde gewichtige zaak slechts een voorlopig oordeel geven. In dat geval wordt zij, nadat het agendum voor het overige is afgehandeld, voorlopig gesloten.
Een landelijke vergadering handelt volgens laatstgenoemde regel indien tenminste twaalf kerken de wens hiertoe vooraf kenbaar gemaakt hebben, of indien tenminste acht afgevaardigden zich hiervoor ter vergadering hebben uitgesproken.

3. Voortgezette landelijke vergadering

Een voorlopig gesloten landelijke vergadering wordt voortgezet om de zaken waarover zij een voorlopig oordeel gaf af te handelen, zes maanden na deze voorlopige sluiting. De notulen, deze zaken betreffende, worden binnen twee maanden na deze voorlopige sluiting verzonden.
Naar de voortgezette landelijke vergadering zendt elke kerk rechtstreeks één stemhebbende afgevaardigde, voorzien van een bewijs van afvaardiging.
De afgevaardigden van de regionale vergaderingen hebben in de voortgezette vergadering een adviserende stem. Zij kunnen door de kerk waarvan zij lid zijn echter wel worden aangewezen als haar stemhebbende afgevaardigde.

Akkoord NGK (1982) Art. 39

IV. De kerkelijke vergaderingen

Artikel
39

Relatie met andere kerken

De kerken dienen de eenheid van alle in belijdenis en leven gereformeerde kerken in Nederland en daarbuiten, ook als die een ander gebruik hebben.