Akkoord NGK (1982) II.

II. Het opzicht over de leer en de eredienst

Artikel
17-24

Akkoord NGK (1982) Art. 17

II. Het opzicht over de leer en de eredienst

Artikel
17

Ondertekening Formulieren van Enigheid

De ambtsdragers zullen de drie Formulieren van Enigheid (te weten: de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus, en de Dordtse Leerregels) ondertekenen als blijk van hun instemming met de leer van de kerk. Indien een ambtsdrager de ondertekening weigert of niet langer voor zijn rekening kan nemen, zal de uitoefening van zijn ambt worden opgeschort tot hij zich nader zal hebben verklaard ten genoegen van zijn kerkeraad. Ook zij die door een regionale vergadering beroepbaar zijn gesteld, of het recht hebben verkregen een opbouwend woord te spreken, zullen door ondertekening van de drie Formulieren van Enigheid in die vergadering hun instemming met de leer van de kerk betuigen.

Akkoord NGK (1982) Art. 18

II. Het opzicht over de leer en de eredienst

Artikel
18

Eredienst; bediening van het Woord; christelijke feestdagen

De kerkeraden zullen de gemeenten op de dag des Heren in de regel tweemaal samenroepen. In elke samenkomst zal het Woord van God worden bediend.
Zo mogelijk zal in één dienst de hoofdsom van de christelijke leer naar de orde van de Heidelbergse catechismus worden verkondigd.
Over de viering van de christelijke feestdagen zullen de plaatselijke kerken ieder voor zich oordelen.

Akkoord NGK (1982) Art. 19

II. Het opzicht over de leer en de eredienst

Artikel
19

Doopsbediening

Het verbond van de Here zal, zodra mogelijk, aan de kinderen van de gelovigen betekend en verzegeld worden door de heilige doop in een openbare samenkomst van de gemeente, met gebruikmaking van het desbetreffende formulier. Volwassenen, die niet gedoopt zijn en opneming in de gemeente verlangen, zullen de heilige doop ontvangen na het afleggen van openbare belijdenis van het geloof, met gebruikmaking van het daartoe bestemde formulier.
De kerkeraden zullen van elke doopsbediening nauwkeurig aantekening houden.

Akkoord NGK (1982) Art. 20

II. Het opzicht over de leer en de eredienst

Artikel
20

Toelating tot het heilig avondmaal

Tot het heilig avondmaal zullen worden toegelaten zij, die openbare belijdenis hebben gedaan van het ware geloof en een gelovige levenswandel vertonen. Belijdende leden van andere gemeenten kunnen tot het avondmaal worden toegelaten, indien op goede gronden kan worden aangenomen dat zij zich in leer en leven als goede christenen gedragen.

Akkoord NGK (1982) Art. 21

II. Het opzicht over de leer en de eredienst

Artikel
21

Bediening van het heilig avondmaal

Het heilig avondmaal zal in een openbare samenkomst van de gemeente worden bediend. Deze bediening zal tenminste eens in de drie maanden plaatsvinden en gepaard gaan met schriftuurlijke onderwijzing in de lijn van een daartoe bestemd formulier. De wijze van bediening zal met het oog op wat het meest tot opbouw van de gemeente strekt, behoudens het in Gods Woord bepaalde, door elke kerkeraad zelf worden vastgesteld.

Akkoord NGK (1982) Art. 22

II. Het opzicht over de leer en de eredienst

Artikel
22

Onderwijs aan de jeugd der gemeente

De kerkeraden zullen zorgdragen voor het catechetisch onderwijs aan de jeugd van de gemeente. Het onderwijs dient gericht te zijn op het afleggen van openbare belijdenis van het geloof. Deze zal plaatsvinden na onderzoek aangaande leer en leven door de kerkeraad en met instemming van de gemeente. Met het oog op dit laatste zullen de namen van hen die belijdenis van het geloof afleggen voldoende worden bekendgemaakt.

Akkoord NGK (1982) Art. 23

II. Het opzicht over de leer en de eredienst

Artikel
23

Attesten

Aan hen die uit de gemeente vertrekken, zullen de kerkeraden een getuigenis aangaande hun leer en leven meegeven, gericht aan de kerkeraad in de plaats waar zij zich vestigen.
Indien zij nog geen openbare belijdenis hebben afgelegd zal een doopattest worden gezonden naar de kerkeraad van de zusterkerk aldaar.

Akkoord NGK (1982) Art. 24

II. Het opzicht over de leer en de eredienst

Artikel
24

Huwelijken

De kerkeraden zullen er op toezien dat de leden van de gemeente hun huwelijk aangaan overeenkomstig het Woord van God. Na de burgerlijke voltrekking ervan zal de voorbede van de gemeente plaatsvinden met schriftuurlijke onderwijzing in de lijn van een daartoe bestemd formulier.