Rutgers, F.L. (1892-) Art. 32

Handelingen.

Art. XXXII. De handelingen aller samenkomsten zullen met aanroeping des Naams Gods aangevangen, en met eene dankzegging besloten worden.

Dit artikel heeft reeds gestaan in de eerste redactie van kerkorde van 1571. Cap. II De Classibus Conventibus artt. 2 en 8. Cap. III De provincialibus Synodis artt. 2 en 7.
Evenzoo redactie van ’78. Art. 21 (kerkeraad, art. 29 Classe, art. 30 Synode.
De redactie van ’81 legde zich op bekorting toe. Daar alle bepalingen op alle samenkomsten gelijkelijk betrekking hebbend saamgevat. Art. 24 bevat de algemeene bepaling „de handelingen in alle samenkomsten”. Zoo bleef het in art. 29, redactie 1586. Evenzoo in 1619, art. 32.
Noodig was dit niet. Het sprak vanzelf. Toch was er geen zwarigheid om het artikel in de K.O. te brengen. Meer quaestieus is het of het gebed een formuliergebed moet zijn of een vrij gebed van den voorzitter.
In onze liturgie zijn twee formuliergebeden voor en na den kerkeraad. Eo ipso voor classes en synoden met verandering van het enkelvoud in meervoud, want classe of synoden zijn vergaderingen van kerkeraden saam. Bij den kerkeraad bidt men in het enkelvoud. Foutief is de tegenwoordige Hollandsche uitgave. 3 × komt voor de kerken. Dat is een gen. singularis. In de uitgaven van onzen tijd is der kerken behouden. Tegenwoordig moet het zijn: der kerke, of der kerk, der gemeente. Anders heeft het geen zin.
In den regel verdient het formuliergebed aanbeveling. Bij een vrij gebed is het gevaar zoo groot, dat het gebed minder goed ter zake dient. Het gebed voor en na de kerkelijke vergadering is op een speciaal doel gericht, evenals elk ander gebed.
Nu kan het geschieden en geschiedt het ook, dat de voorzitter dit in het oog houdt. Maar ’t kan ook, dat de voorzitter dit in het oog houdt. Maar ’t kan ook, dat de voorzitter afdwaalt. Zulk bidden gebeurt niet tot stichting. In ’t gebed voor scholen wordt niet voor allen nood der Christenheid gebeden, al is dit op zichzelf goed. Zoo bestaat er bij een vrij gebed gevaar, dat er in het hart des voorzitters gedachten zijn, niet ter zake dienende.

|128|

Bij een vrij gebed is het aan te bevelen de stroom der gedachten te laten gaan.
De formuliergebeden zijn zeer juist opgesteld en met zorg bewerkt. Anders kan de voorzitter in het gebed zijn persoonlijke meening laten doorschemeren. Geheel neutraal te bidden ten opzichte van die zaken gaat niet gemakkelijk. De tegenpartij wordt daardoor niet gesticht. Er bestaat dus gevaar, dat men in het gebed zijn eigen gevoelen debiteert.
Bij gebruik van formuliergebeden is het gebed beter te volgen. Men weet wat er volgen zal. Bij eigen woorden wacht men wat volgen zal. Herhalingen kunnen plaats hebben. Het kan gebeuren, dat de zinnen niet afloopen. Bij een particulier gebed geeft dit niets, bij een ander wel. Het is nietwaar als men tegenwerpt, dat een formuliergebed niet zoo uit het hart komt. Dit geldt nog wel bij een persoonlijk gebed, maar niet bij een publiek gebed. Dit moet niet formalistisch opgevat. Is er een ziek b.v., is men samen om te beroepen, dan ligt zooiets bij alle leden van de kerkeraad boven op. Maar in ’t algemeen is een formuliergebed beter.

Hier is geen sprake van het lezen van Gods Woord. Dit gebruik is eerst in de laatste halve eeuw opgekomen en op plaatselijke vergaderingen overgebracht uit samenkomsten meest methodistisch getint. Men begon daar natuurlijk met de Heilige Schrift. Dit werd op een kerkeraad overgebracht. Hiertegen geen bezwaar. Toch doen alle kerkeraden dit niet en terecht, want vroeger werd het nooit gedaan. In den kerkeraad is men niet samen tot onderlinge stichting saam te komen, maar daarvoor vergadert de kerkeraad niet. Vooraf een kleine stichtelijke samenkomst is niet noodig, ja zelfs min passend, want dat is toch zulk lezen van Gods Woord. Bovendien zijn er maar eenige capita die op het ambt slaan. Zoo komt men er dan toe iets anders te nemen. Dat dit met het doel van de samenkomst niet altijd in verband staat, ligt voor de hand. Wordt het er mee in verband gebracht, dan kan hij een schriftgedeelte kiezen, waaruit een aansporing tot het een of ander schijnt te spreken. Het gevaar kan worden vermeden, maar is niet altijd te vermijden en wordt dan ook altijd niet vermeden.
Bij handeling b.v. kan men een schriftgedeelte kiezen, dat tot handelen of een dat tot afwachten aanspoort. Beide is mogelijk.
Afschaffen is niet wenschelijk. Slechts moet met zorg gekozen. Maar dit gebruik instellen is nooit geraden.