Kerkorde GKN (1957) Art. 41

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

a. Algemene bepalingen

Artikel
41 [46]

1. Elke meerdere vergadering bestaat uit ambtsdragers, die afgevaardigd zijn door de in haar bijeenkomende mindere vergaderingen.
2. De mindere vergaderingen dragen zorg, dat haar afgevaardigden in het bezit zijn van deugdelijke en behoorlijk getekende credentiebrieven, op vertoon waarvan zij stemrecht hebben, met dien verstande evenwel dat dit recht hun niet toekomt in die zaken, welke hen persoonlijk of de vergaderingen, door welke zij afgevaardigd zijn, in het bijzonder aangaan.