Acta GKN (1957) Art. 336

Herziening van de kerkorde art. 41-45

Art. 336. Aangezien op de vorige dag reeds de artikelen 38-40 behandeld zijn (zie acta, art. 331 en 332) geeft de praeses nu in behandeling de artikelen 41-45 van de voorlopige vastgestelde kerkorde (zie bijlage LXXVIII, a, b en c).

Ds F.C. Zwaal stelt voor in lid 1 van artikel 41 vóór „tenminste” de woorden „in de regel” in te voegen. Dit voorstel wordt aangenomen, waarna ook overigens lid 1 wordt goedgekeurd. Het amendement van ds J.H. Meuleman om in verband met het bepaalde in artikel 37, lid 3 de redactie van het 2e lid van artikel 41 te wijzigen werd door de commissie overgenomen en door de synode aanvaard (zie verder nog art. 473).

De behandeling van artikel 42 wordt uitgesteld totdat het rapport van commissie II, rapporteur dr K. Dijk, inzake de grotestadskerken aan de orde zal komen (zie daarvoor art. 458, 469, 470, 471 en 473).

Met de door de deputaten in artikel 43 voorgestelde wijzigingen, ook wat de volgorde der leden betreft, waarmee de commissie accoord ging, blijkt de synode zich te kunnen verenigen. Aangezien tegen de door de commissie voorgestelde invoeging in lid 1 van de woorden „op verzoek van de raad dier kerk” bij de deputaten enig bezwaar blijkt te bestaan, stelt de commissie thans voor lid 1 van artikel 43 aldus te lezen: „Wanneer een kerk geen dienaar des Woords heeft, zal de raad dier kerk aan de classis verzoeken volgens de door haar vastgestelde regeling ...” De synode aanvaardt deze nieuwe redactie en keurt daarna artikel 43 in zijn geheel met de aangebrachte wijzigingen goed.

Over artikel 44 blijkt tussen de deputaten en de commissie geen verschil te bestaan. Het wordt met de omzetting van een paar woorden in het 2e lid door de synode aangenomen.

Lid 1 van artikel 45 wordt onveranderd vastgesteld. Tegen het toevoegen van een 2e lid, dat door de commissie wordt voorgesteld, blijken de deputaten geen bezwaar te hebben; wel echter geven deze laatsten aan een eenvoudiger formulering de voorkeur. Er volgt een brede discussie waarin o.m. het bezwaar naar voren wordt gebracht, dat over de thans voorgestelde aanvulling de kerkelijke vergaderingen, waaraan de voorlopig vastgestelde kerkorde werd voorgelegd, haar oordeel niet hebben kunnen uitspreken. Dr H.N. Ridderbos adviseert in plaats van „of haar plaats in het kerkverband in geding is” te lezen „tengevolge waarvan de kerk haar plaats in het kerkverband zou verliezen”. Nadat vervolgens de rapporteur der commissie nog getracht heeft door het aanbrengen van enkele wijzigingen aan sommiger wensen tegemoet te komen, oordeelt de synode het beter, dat eerst dit artikel door de commissie nog nader zal worden bezien en dat de beslissing erover tot een later tijdstip wordt uitgesteld (zie verder art. 445 en 473).

T.a.v. artikel 40 deelt de commissie nog mee, dat het overleg met de deputaten ertoe geleid heeft, dat thans gemeenschappelijk wordt voorgesteld in het 1e lid de woorden „in de regel” in te voegen. De synode hecht hieraan haar goedkeuring, terwijl ze ook de overige in artikel 40 voorgestelde wijzigingen aanvaardt.