Kerkorde GKN (1892) III.

Van de Leer, Sacramenten, en andere ceremoniën.

Kerkorde GKN (1892) Art. 53

Van de Leer, Sacramenten, en andere ceremoniën.

Artikel
LIII.

De Dienaren des Woords Gods, en desgelijks de Professoren in de Theologie — ’t welk ook den anderen Professoren wel betaamt — zullen de belijdenis des Geloofs der Nederlandsche Kerken onderteekenen, en de Dienaren, die zulks refuseeren, zullen de facto van hunnen Dienst bij den Kerkeraad of de Classe opgeschorst worden, tot ter tijd toe dat zij zich daarin geheellijk verklaard zullen hebben, en indien zij obstinatelijk in weigering blijven, zullen zij van hunnen Dienst geheellijk afgesteld worden.

Kerkorde GKN (1892) Art. 54

Van de Leer, Sacramenten, en andere ceremoniën.

Artikel
LIV.

Insgelijks zullen ook de Schoolmeesters gehouden zijn, de Artikelen als boven, of in de plaats van die, den Christelijke Catechismus te onderteekenen.

Kerkorde GKN (1892) Art. 55

Van de Leer, Sacramenten, en andere ceremoniën.

Artikel
LV.

Niemand van de Gereformeerde Religie zal zich onderstaan eenig boek of schrift van hem of van een ander gemaakt of overgezet, handelende van de Religie, te laten drukken, of anderszins uit te geven, dan ’t zelve vooraf doorzien en goed gekend zijnde van de Dienaren des Woords zijner Classe, of particuliere Synode, of Professoren der Theologie van deze Provinciën, doch met voorweten zijner Classe.

Kerkorde GKN (1892) Art. 56

Van de Leer, Sacramenten, en andere ceremoniën.

Artikel
LVI.

Het verbond Gods zal aan de Kinderen der Christenen met den Doop, zoo haast als men de bediening deszelven hebben kan, verzegeld worden, en dat in openbare verzameling, wanneer Gods Woord gepredikt wordt. Doch ter plaatse waar niet zoveele predicatiën gedaan worden, zal men eenen zekeren dag in de week verordenen, om den Doop extra-ordinaarlijk te bedienen, zoo nochtans, dat ’t zelve zonder predicatie niet geschiede.

Kerkorde GKN (1892) Art. 57

Van de Leer, Sacramenten, en andere ceremoniën.

Artikel
LVII.

De Dienaars zullen hun best doen, en daartoe arbeiden, dat de Vader zijn kind ten Doop presenteere. En in de Gemeenten, waar men nevens den Vader ook Gevaders of Getuigen bij den Doop neemt — welk gebruik, in zichzelf vrij zijnde, niet lichtelijk te veranderen is —, betaamt het, dat men neme die de zuivere Leer toegedaan en vroom van wandel zijn.

Kerkorde GKN (1892) Art. 58

Van de Leer, Sacramenten, en andere ceremoniën.

Artikel
LVIII.

De Dienaars zullen in ’t Doopen, zoo der jonge kinderen als der bejaarde personen, de formulieren van de instelling en ’t gebruik des Doops, welke tot dien einde onderscheidenlijk beschreven zijn, gebruiken.

Kerkorde GKN (1892) Art. 59

Van de Leer, Sacramenten, en andere ceremoniën.

Artikel
LIX.

De bejaarden worden door den Doop de Christelijke Gemeente ingelijfd, en voor Lidmaten der Gemeente aangenomen, en zijn daarom schuldig het Avondmaal des Heeren ook te gebruiken, ’t welk zij bij hunnen Doop zullen beloven te doen.

Kerkorde GKN (1892) Art. 60

Van de Leer, Sacramenten, en andere ceremoniën.

Artikel
LX.

De namen der gedoopten, mitsgaders der Ouders en Getuigen, en desgelijks de tijd des Doops, zullen opgeteekend worden.

Kerkorde GKN (1892) Art. 61

Van de Leer, Sacramenten, en andere ceremoniën.

Artikel
LXI.

Men zal niemand ten Avondmaal des Heeren toelaten, dan die naar de gewoonheid der Kerk, tot dewelke hij zich voegt, belijdenis der Gereformeerde Religie gedaan heeft, mitsgaders hebbende getuigenis eens vromen wandels, zonder welke ook degenen, die uit andere Kerken komen, niet zullen toegelaten worden.

Kerkorde GKN (1892) Art. 62

Van de Leer, Sacramenten, en andere ceremoniën.

Artikel
LXII.

Een iedere Kerk zal zulke manier van bediening des Avondmaals houden, als zij oordeelt tot de meeste stichting te dienen. Welverstaande nochtans, dat de uitwendige Ceremoniën, in Gods Woord voorgeschreven, niet veranderd en alle superstitie vermeden worde, en dat na de voleinding der predicatie en der gemeene gebeden op den predikstoel, het formulier des Avondmaals, mitsgaders het gebed daartoe dienende, voor de Tafel zal worden gelezen.

Kerkorde GKN (1892) Art. 63

Van de Leer, Sacramenten, en andere ceremoniën.

Artikel
LXIII.

Het Avondmaal des Heeren zal alle twee maanden eens, zoveel het mogelijk is, gehouden worden, en zal stichtelijk zijn, waar het de gelegenheid der Kerken lijden kan, dat op den Paaschdag, Pinksterdag en Kerstdag hetzelve geschiede. Doch ter plaatse waar nog geene Kerkelijke orde is, zal men eerst Ouderlingen en Diakenen bij provisie stellen.

Kerkorde GKN (1892) Art. 64

Van de Leer, Sacramenten, en andere ceremoniën.

Artikel
LXIV.

Alzoo de Avondgebeden in vele plaatsen vruchtbaar bevonden worden, zoo zal in ’t gebruik derzelve elke Kerk volgen ’t gene zij acht tot hare meeste stichting te dienen. Doch wanneer men ze begeeren zoude weg te nemen, zal dit niet zonder ’t oordeel der Classe geschieden. [mitsgaders der Overheid, de Gereformeerde Religie toegedaan.]

Kerkorde GKN (1892) Art. 65

Van de Leer, Sacramenten, en andere ceremoniën.

Artikel
LXV.

Waar de Lijkpredicatiën niet zijn, zal men ze niet instellen, en waar zij nu alreede zijn aangenomen, zal naarstigheid gedaan worden, om dezelve met de gevoeglijkste middelen af te doen.

Kerkorde GKN (1892) Art. 66

Van de Leer, Sacramenten, en andere ceremoniën.

Artikel
LXVI.

[In tijden van oorlog, pestilentie, duren tijd, zware vervolging der Kerken en andere algemeene zwarigheden, zullen de Dienaars der Kerken de Overheid bidden, dat door hare autoriteit en bevel openbare Vast- en Bededagen aangesteld en geheiligd worden.]

Kerkorde GKN (1892) Art. 67

Van de Leer, Sacramenten, en andere ceremoniën.

Artikel
LXVII.

De Gemeenten zullen onderhouden, benevens den Zondag, ook den Kerstdag, Paschen en Pinksteren, met den navolgende dag; en dewijl in de meeste Steden en Provinciën van Nederland daarenboven nog gehouden worden de dag van de Besnijding en de Hemelvaart Christi, zullen de Dienaars overal, waar dit nog in ’t gebruik niet is. [bij de Overheden arbeiden, dat zij zich met de andere mogen conformeeren.]

Kerkorde GKN (1892) Art. 68

Van de Leer, Sacramenten, en andere ceremoniën.

Artikel
LXVIII.

De Dienaars zullen alomme des Zondags, ordinaarlijk in de namiddagsche predicatie, de somma der Christelijke Leer, in den Catechismus, die tegenwoordig in de Nederlandsche Kerken aangenomen is, vervat, kortelijk uitleggen, alzoo dat dezelve jaarlijks mag geëindigd worden, volgens de afdeeling des Catechismus zelven daarop gemaakt.

Kerkorde GKN (1892) Art. 69

Van de Leer, Sacramenten, en andere ceremoniën.

Artikel
LXIX.

In de Kerken zullen alleen de 150 Psalmen Davids, de Tien geboden, het Onze Vader, de 12 Artikelen des geloofs, de Lofzangen van Maria, Zacharias en Simeon gezongen worden; ’t Gezang: o God, die onze Vader zijt, wordt in de vrijheid der Kerken gesteld, om ’t zelve te gebruiken of na te laten. Alle andere Gezangen zal men uit de Kerken weren, en waar er eenige alreeds ingevoerd zijn, zal men dezelve met de gevoeglijkste middelen afstellen.

Kerkorde GKN (1892) Art. 70

Van de Leer, Sacramenten, en andere ceremoniën.

Artikel
LXX.

[Alzoo bevonden wordt dat tot nog toe verscheiden gebruiken in huwelijksche zaken alomme onderhouden zijn, en nochtans wel oorbaar is gelijkvormigheid daarin gepleegd te worden, zoo zullen de Kerken blijven bij het gebruik ’t welk zij conform Gods Woord en voorgaande Kerkelijke Ordinantiën tot nog toe onderhouden hebben, totdat bij de hooge Overheid — die men daartoe met den eersten zal verzoeken — eene generale Ordonnantie, met advies der Kerkendienaren, daarop gemaakt zal zijn, tot dewelke deze Kerkenordening zich in dit stuk refereert.]