Kerkorde GKN (2001) H3.

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

Kerkorde GKN (2001) H3.I.

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

I. Algemeen

Kerkorde GKN (2001) Art. 67.1

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

I. Algemeen

Artikel 67

Lid
1

Alle leden van de gemeente hebben de taak om hun gaven aan te wenden tot vervulling van de opdracht die Christus aan zijn gemeente geeft. Ambtsdragers en kerkelijke vergaderingen hebben daarom tot taak naar vermogen ruimte te scheppen en te laten voor initiatieven uit de gemeente. Zij zullen voor de uitvoering van hun bijzondere taak mede een beroep doen op en gebruik maken van de dienst van de leden der gemeente.

Kerkorde GKN (2001) H3.II.

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

II. Kerkdiensten

Kerkorde GKN (2001) Art. 68.1

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

II. Kerkdiensten

a. Algemene bepalingen

Artikel 68

Lid
1

Elke kerkenraad zal zorgen dat de gemeente, in het bijzonder op de dag des Heren, wordt samengeroepen tot de dienst des Woords, de dienst der sacramenten, de dienst der gebeden en de dienst der barmhartigheid.

Kerkorde GKN (2001) Art. 68.2

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

II. Kerkdiensten

a. Algemene bepalingen

Artikel 68

Lid
2

De inrichting van de kerkdiensten zal worden vastgesteld door de kerkenraad.

Kerkorde GKN (2001) Art. 68.3

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

II. Kerkdiensten

a. Algemene bepalingen

Artikel 68

Lid
3

In deze kerkdiensten zullen gebruikt worden de Bijbelvertaling, het psalm- en gezangboek en de liturgische formulieren, welke door de generale synode zijn aangewezen of vastgesteld, en zal men zich zoveel mogelijk houden aan een orde van dienst, die door de generale synode is vastgesteld.

Kerkorde GKN (2001) Art. 69.1

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

II. Kerkdiensten

a. Algemene bepalingen

Artikel 69

Lid
1

De leiding van de kerkdiensten zal berusten bij de dienaar des Woords van de gemeente of bij een van haar dienaren, dan wel bij een andere, door de kerkenraad daartoe uitgenodigde bevoegde dienaar des Woords.

Kerkorde GKN (2001) Art. 69.2

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

II. Kerkdiensten

a. Algemene bepalingen

Artikel 69

Lid
2

Indien een proponent voorgaat, zal de leiding bij hem berusten, met dien verstande dat hij zich onthouden zal van alle verrichtingen welke een ambtelijk karakter dragen.

Kerkorde GKN (2001) Art. 69.3

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

II. Kerkdiensten

a. Algemene bepalingen

Artikel 69

Lid
3

Anderen dan dienaren des Woords of proponenten zijn gerechtigd tot het leiden van en het voorgaan in een kerkdienst, indien hun daartoe de bevoegdheid is verleend in overeenstemming met de door de generale synode vastgestelde bepalingen. Bij het uitoefenen van die bevoegdheid zullen zij zich onthouden van alle verrichtingen, welke een ambtelijk karakter dragen.

Kerkorde GKN (2001) Art. 69.4

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

II. Kerkdiensten

a. Algemene bepalingen

Artikel 69

Lid
4

In de overige gevallen zal de leiding berusten bij een ambtsdrager of een ander, naar het oordeel van de kerkenraad geschikt, lid der gemeente en zal een naar het oordeel van de kerkenraad geschikte preek worden gelezen.

Kerkorde GKN (2001) Art. 70.1

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

II. Kerkdiensten

a. Algemene bepalingen

Artikel 70

Lid
1

Op de dag des Heren zal de kerkenraad de gemeente zo mogelijk tweemaal, doch ten minste eenmaal in kerkdiensten samenroepen en voorts ten minste eenmaal op het Kerstfeest, de Goede Vrijdag en de Hemelvaartsdag.

Kerkorde GKN (2001) Art. 70.2

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

II. Kerkdiensten

a. Algemene bepalingen

Artikel 70

Lid
2

De kerkenraad zal zoveel mogelijk zorg dragen, dat kerkdiensten worden gehouden op de Oudejaars- en de Nieuwjaarsdag en op de bid- en dankdagen voor gewas en arbeid.

Kerkorde GKN (2001) Art. 70.3

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

II. Kerkdiensten

a. Algemene bepalingen

Artikel 70

Lid
3

Het wordt in de vrijheid van de kerken gelaten kerkdiensten te houden op de tweede feestdagen.

Kerkorde GKN (2001) Art. 71.1

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

II. Kerkdiensten

b. Dienst des Woords

Artikel 71

Lid
1

In de kerkdiensten zal het Woord worden bediend door de Heilige Schrift te verklaren en toe te passen.

Kerkorde GKN (2001) Art. 71.2

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

II. Kerkdiensten

b. Dienst des Woords

Artikel 71

Lid
2

Op de dag des Heren zal zoveel mogelijk in één van de kerkdiensten het Woord worden bediend door ontvouwing van de christelijke leer, gelijk zij uit de Heilige Schrift is samengevat in de Heidelbergse Catechismus.

Kerkorde GKN (2001) Art. 71.3

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

II. Kerkdiensten

b. Dienst des Woords

Artikel 71

Lid
3

Op het Kerstfeest, de Goede vrijdag, het Paasfeest, de Hemelvaartsdag en het Pinksterfeest zullen in de kerkdiensten in het bijzonder de grote heilsfeiten herdacht worden. Voorts zal daarmede in de Adventstijd en de lijdenstijd bij de tekstkeuze rekening worden gehouden.

Kerkorde GKN (2001) Art. 72.1

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

II. Kerkdiensten

c. De dienst der sacramenten

Artikel 72

Lid
1

De heilige doop zal door de dienaren des Woords aan de kinderen des verbonds in een kerkdienst bediend worden met gebruikmaking van een der daarvoor vastgestelde formulieren.

Kerkorde GKN (2001) Art. 72.2

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

II. Kerkdiensten

c. De dienst der sacramenten

Artikel 72

Lid
2

De kerkenraad zal erop toezien, dat de doop zo spoedig mogelijk wordt aangevraagd en bediend.

Kerkorde GKN (2001) Art. 72.3

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

II. Kerkdiensten

c. De dienst der sacramenten

Artikel 72

Lid
3

Wanneer geen der ouders gerechtigd is de doopvragen te beantwoorden, zal de kerkenraad in overleg met de ouders omzien naar een of meer doopgetuigen, die genoegzaam waarborg kunnen geven voor een christelijke opvoeding.

Kerkorde GKN (2001) Art. 73.1

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

II. Kerkdiensten

c. De dienst der sacramenten

Artikel 73

Lid
1

Degenen die niet als kind gedoopt zijn, zullen de heilige doop eerst ontvangen, nadat zij door de beantwoording van de in het daarvoor vastgestelde formulier opgenomen vragen openbare belijdenis des geloofs hebben afgelegd.

Kerkorde GKN (2001) Art. 74.1

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

II. Kerkdiensten

c. De dienst der sacramenten

Artikel 74

Lid
1

Ten aanzien van degenen die uit een andere dan een Gereformeerde Kerk in de gemeente opgenomen worden, zal de doop slechts erkenning vinden, indien komt vast te staan dat deze in of vanwege een christelijke kerk of een kring van christenen, door een aldaar bevoegd geacht persoon, in de naam des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes bediend werd.

Kerkorde GKN (2001) Art. 75.1

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

II. Kerkdiensten

c. De dienst der sacramenten

Artikel 75

Lid
1

Toegang tot het heilig avondmaal wordt in de regel verkregen door het afleggen van openbare belijdenis des geloofs, waarbij het daarvoor vastgestelde formulier zal worden gebruikt.

Kerkorde GKN (2001) Art. 75.2

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

II. Kerkdiensten

c. De dienst der sacramenten

Artikel 75

Lid
2

Voordat iemand wordt toegelaten tot het afleggen van deze openbare belijdenis des geloofs zal de kerkenraad een onderzoek instellen naar zijn beweegredenen, alsook naar zijn leer en wandel en zijn naam aan de gemeente ter goedkeuring voordragen.

Kerkorde GKN (2001) Art. 75.3

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

II. Kerkdiensten

c. De dienst der sacramenten

Artikel 75

Lid
3

Zij die uit een andere gemeente overkomen, zullen tot het heilig avondmaal toegang verkrijgen op grond van een overgelegde attestatie, voor zover deze genoegzame waarborg biedt van een gezonde leer en een godvrezende wandel.

Kerkorde GKN (2001) Art. 75.4

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

II. Kerkdiensten

c. De dienst der sacramenten

Artikel 75

Lid
4

Zij die uit een andere dan een Gereformeerde Kerk daartoe het verlangen kenbaar maken, zullen tot het heilig avondmaal toegang verkrijgen, nadat zij, op grond van een door de kerkenraad ingesteld onderzoek naar hun leer en wandel, in de gemeente zijn opgenomen. De kerkenraad kan daarbij bepalen dat vooraf door hen openbare belijdenis des geloofs moet worden afgelegd.

Kerkorde GKN (2001) Art. 75.5

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

II. Kerkdiensten

c. De dienst der sacramenten

Artikel 75

Lid
5

De kerkenraad kan, overeenkomstig de bepalingen, die de generale synode hiervoor heeft vastgesteld, de toegang tot het heilig avondmaal ook verlenen aan gedoopte kinderen en jongeren die nog geen openbare belijdenis des geloofs hebben afgelegd.

Kerkorde GKN (2001) Art. 76.1

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

II. Kerkdiensten

c. De dienst der sacramenten

Artikel 76

Lid
1

Het heilig avondmaal zal, met gebruikmaking van één der daarvoor vastgestelde formulieren, in alle geval eens in de twee of drie maanden in een kerkdienst worden bediend. Bij de wijze van bediening zal de kerkenraad, met inachtneming van hetgeen in Gods Woord is voorgeschreven, handelen naar wat hij oordeelt het meest stichtelijk te zijn.

Kerkorde GKN (2001) Art. 76.2

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

II. Kerkdiensten

c. De dienst der sacramenten

Artikel 76

Lid
2

Het zal in de vrijheid van de kerken staan in ziekenhuizen, huizen voor bejaarden en dergelijke inrichtingen het heilig avondmaal in een afzonderlijke kerkdienst te doen bedienen voor hen die tot de avondmaalsviering gerechtigd zijn of daartoe naar het oordeel van de kerkenraad als gasten kunnen worden toegelaten.

Kerkorde GKN (2001) Art. 77.1

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

II. Kerkdiensten

d. Dienst der gebeden

Artikel 77

Lid
1

Voor de dienst der gebeden kan gebruik gemaakt worden van de door de generale synode vastgestelde gebeden.

Kerkorde GKN (2001) Art. 78.1

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

II. Kerkdiensten

e. Dienst der barmhartigheid

Artikel 78

Lid
1

Voor de dienst der barmhartigheid zullen, naar vaste orde, in de kerkdiensten gaven worden ingezameld.

Kerkorde GKN (2001) Art. 78.2

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

II. Kerkdiensten

e. Dienst der barmhartigheid

Artikel 78

Lid
2

De ingezamelde gaven kunnen worden bestemd voor diaconale hulpverlening aan andere kerken, alsmede voor instellingen welke de leniging of bestrijding van bepaalde maatschappelijke noden nastreven.

Kerkorde GKN (2001) H3.III.

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

III. Catechese

Kerkorde GKN (2001) Art. 79.1

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

III. Catechese

Artikel 79

Lid
1

Aan de kinderen der gemeente en aan anderen die dit begeren, zal in de leer der kerk onderricht worden gegeven om hen voor te bereiden tot het doen van openbare belijdenis des geloofs en tot het vervullen van hun roeping ten opzichte van de kerk en van de wereld.

Kerkorde GKN (2001) Art. 79.2

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

III. Catechese

Artikel 79

Lid
2

Dit onderricht betreft het verstaan van de Heilige Schrift, de belijdenis en de geschiedenis van de kerk, alsmede het hedendaagse kerkelijke leven, inzonderheid gelijk dit zich openbaart in het werk van evangelisatie en zending.

Kerkorde GKN (2001) Art. 80.1

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

III. Catechese

Artikel 80

Lid
1

De catechese zal worden gegeven in opdracht en onder toezicht van de kerkenraad, in de regel door een dienaar des Woords.

Kerkorde GKN (2001) Art. 81.1

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

III. Catechese

Artikel 81

Lid
1

De catechese wordt gegeven in directe aansluiting aan de Heilige Schrift; als voornaamste leerboek zal daarbij dienst doen de Heidelbergse Catechismus.

Kerkorde GKN (2001) Art. 81.2

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

III. Catechese

Artikel 81

Lid
2

Voor het overige is de keuze van de leerboeken en de andere leermiddelen toevertrouwd aan de dienaar des Woords, die daarover met de kerkenraad overleg pleegt.

Kerkorde GKN (2001) H3.IV.

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

IV. Herderlijke zorg

Kerkorde GKN (2001) Art. 82.1

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

IV. Herderlijke zorg

Artikel 82

Lid
1

De dienaren des Woords en de ouderlingen zullen hun herderlijke zorg uitstrekken tot alle leden van de gemeente, door hen en in het bijzonder de zieken en bejaarden die verhinderd zijn de kerkdiensten bij te wonen, en ook de afdwalenden, trouw te bezoeken; door hen op te wekken tot een leven in het geloof en hen in tegenspoed te troosten; en door hen te waarschuwen tegen valse leringen en dwalingen evenals tegen wereldse wandel en goddeloze praktijken.

Kerkorde GKN (2001) Art. 83.1

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

IV. Herderlijke zorg

Artikel 83

Lid
1

De kerkenraden zullen aan hen die uit de gemeente vertrekken, een getuigenis over hun kerkelijke staat meegeven, met welke attestatie zij in de kerk van de nieuwe woonplaats toegang hebben als lid.

Kerkorde GKN (2001) Art. 83.2

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

IV. Herderlijke zorg

Artikel 83

Lid
2

De kerken zullen elkaar schriftelijk bericht geven over de verhuizing van haar leden. Wanneer geen attestatie wordt ingeleverd, heeft de kerk van de nieuwe woonplaats tot taak die inlevering na te streven en vallen betrokkenen ook overigens onder haar zorg.

Kerkorde GKN (2001) Art. 83.3

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

IV. Herderlijke zorg

Artikel 83

Lid
3

Bij de uitvoering van het bepaalde in dit artikel zal worden gehandeld overeenkomstig de door de synode vastgestelde bepalingen, onder meer betreffende de procedure ten aanzien van kerkleden die de volwassenheid nog niet hebben bereikt.

Kerkorde GKN (2001) Art. 84.1

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

IV. Herderlijke zorg

Artikel 84

Lid
1

De namen van hen die gedoopt zijn, die belijdenis des geloofs afgelegd hebben, die na afsnijding weder in de gemeente zijn opgenomen, die met attestatie uit een andere gemeente zijn overgekomen, alsook van hen die uit een andere dan Gereformeerde Kerk in de gemeente zijn opgenomen, zullen met nadere bijzonderheden in daarvoor aangelegde registers zorgvuldig worden opgetekend.

Kerkorde GKN (2001) Art. 84.2

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

IV. Herderlijke zorg

Artikel 84

Lid
2

Hetzelfde zal worden gedaan met de namen van hen die met attestatie vertrokken zijn, die zijn overleden, die afgesneden zijn en die zich hebben onttrokken.

Kerkorde GKN (2001) Art. 85.1

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

IV. Herderlijke zorg

Artikel 85

Lid
1

Indien zij die naar een andere gemeente vertrekken, bijstand ontvangen van diakenen, zullen dezen op vertrouwelijke wijze de diakenen van die gemeente daarover inlichten, en, zo de omstandigheden daartoe nopen en het onderling overleg daartoe leidt, hetzij voorgoed hetzij voor een bepaalde periode verdere bijstand verlenen.

Kerkorde GKN (2001) Art. 86.1

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

IV. Herderlijke zorg

Artikel 86

Lid
1

De kerkeraden zullen erop toezien, dat de leden der gemeenten hun huwelijk aangaan met inachtneming van de geboden Gods en het ten overstaan van de overheid voltrokken huwelijk in een kerkdienst laten bevestigen, waarbij één der daarvoor vastgestelde formulieren zal worden gebruikt.

Kerkorde GKN (2001) Art. 87.1

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

IV. Herderlijke zorg

Artikel 87

Lid
1

De kerkenraden zullen er toe medewerken, dat de leden der gemeenten die gestorven zijn, op christelijke wijze begraven worden.

Kerkorde GKN (2001) Art. 88.1

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

IV. Herderlijke zorg

Artikel 88

Lid
1

De generale synode zal, voor zoveel dat naar haar oordeel nodig is, de arbeid onder schippers, zeevarenden, militairen, verstrooiden in het buitenland, hen die in ziekenhuizen verpleegd worden, doven, en anderen die door de mindere vergaderingen niet of niet genoegzaam bearbeid kunnen worden, aan afzonderlijke deputaten en dienaren des Woords toevertrouwen.

Kerkorde GKN (2001) H3.V.

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

V. Kerk en Israël

Kerkorde GKN (2001) Art. 88a.1

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

V. Kerk en Israël

Artikel 88a

Lid
1

De kerken zijn geroepen gestalte te geven aan de onopgeefbare verbondenheid van de gemeente van Christus met het volk Israël en te zoeken naar gelegenheid voor Joden en Christenen tot wederzijds getuige zijn.

Kerkorde GKN (2001) Art. 88a.2

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

V. Kerk en Israël

Artikel 88a

Lid
2

Ten behoeve van dit werk benoemt de generale synode deputaten voor Kerk en Israël met de opdracht de kerken met adviezen te dienen en tevens namens de kerken deel te nemen aan het overleg tussen Joden en Christenen.

Kerkorde GKN (2001) H3.VI.

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

VI. Evangelisatie en zending

Kerkorde GKN (2001) Art. 89.1

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

VI. Evangelisatie en zending

Artikel 89

Lid
1

De kerken zullen zich door middel van de arbeid der evangelisatie richten tot hen die vervreemd zijn van het evangelie, om hen zo mogelijk te brengen tot de gemeenschap met Christus en zijn kerk.

Kerkorde GKN (2001) Art. 89.2

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

VI. Evangelisatie en zending

Artikel 89

Lid
2

Deze arbeid geschiedt onder leiding van de kerkenraad, die de leden der gemeente ook zal opwekken Jezus Christus in het midden der wereld met woord en daad te belijden.

Kerkorde GKN (2001) Art. 90.1

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

VI. Evangelisatie en zending

Artikel 90

Lid
1

Ten behoeve van de arbeid der evangelisatie zal de generale synode deputaten benoemen, aan wie wordt opgedragen de kerken met adviezen te dienen en het nodige te verrichten tot bevordering van de opleiding van krachten voor die arbeid.

Kerkorde GKN (2001) Art. 90.2

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

VI. Evangelisatie en zending

Artikel 90

Lid
2

Voor deze arbeid kan de generale synode één of meer dienaren des Woords benoemen, die dan geacht zullen worden in dienst te staan van de gezamenlijke kerken.

Kerkorde GKN (2001) Art. 91.1

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

VI. Evangelisatie en zending

Artikel 91

Lid
1

Voor bepaalde takken van de arbeid der evangelisatie kan de generale synode deputaten benoemen ten dienste van die kerken, welke daarvoor in aanmerking komen, en zo nodig de kerken opwekken dit werk naar vermogen te steunen.

Kerkorde GKN (2001) Art. 92.1

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

VI. Evangelisatie en zending

Artikel 92

Lid
1

Samenwerking in de arbeid der evangelisatie met andere dan Gereformeerde kerken en personen zal uitsluitend plaatsvinden overeenkomstig de door de generale synode vastgestelde richtlijnen.

Kerkorde GKN (2001) Art. 93.1

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

VI. Evangelisatie en zending

Artikel 93

Lid
1

(Vervallen)

Kerkorde GKN (2001) Art. 94.1

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

VI. Evangelisatie en zending

Artikel 94

Lid
1

De kerken zullen zich richten tot de volken, die vreemd zijn aan het Evangelie om hun in gehoorzaamheid aan het bevel van Christus het Evangelie te verkondigen en om degenen, die tot het geloof gekomen zijn en de heilige doop ontvangen hebben, bijeen te brengen in een gemeente.
Waar reeds gemeenten zijn, zullen de kerken desgevraagd naar behoefte hulp bewijzen bij het inrichten en opbouwen van een eigen kerkelijk leven alsook met die gemeenten deelnemen aan het vervullen van de zendingsopdracht.

Kerkorde GKN (2001) Art. 95.1

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

VI. Evangelisatie en zending

Artikel 95

Lid
1

Om de zendingsopdracht van Christus uit te voeren, zullen de kerken zoveel mogelijk samenwerken.

Kerkorde GKN (2001) Art. 95.2

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

VI. Evangelisatie en zending

Artikel 95

Lid
2

De wijze van samenwerking wordt nader geregeld door de generale synode.

Kerkorde GKN (2001) Art. 95.3

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

VI. Evangelisatie en zending

Artikel 95

Lid
3

De beroeping van een missionair dienaar des Woords zal geschieden door de kerk die daartoe door de voor een bepaalde arbeid der zending samenwerkende kerken is aangewezen, evenwel niet zonder overleg met deze kerken.

Kerkorde GKN (2001) Art. 96.1

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

VI. Evangelisatie en zending

Artikel 96

Lid
1

De arbeid der zending kan ook in samenwerking met elders bestaande kerken worden voortgezet of aangevat in een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid.

Kerkorde GKN (2001) Art. 96.2

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

VI. Evangelisatie en zending

Artikel 96

Lid
2

De hiertoe strekkende overeenkomsten behoeven de goedkeuring van de generale synode.

Kerkorde GKN (2001) Art. 97.1

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

VI. Evangelisatie en zending

Artikel 97

Lid
1

De in artikel 95 bedoelde samenwerking van de kerken ten behoeve van de uitvoering van haar zendingsopdracht zal geregeld worden in een afzonderlijk statuut, dat de goedkeuring van de synode behoeft.

Kerkorde GKN (2001) Art. 98.1

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

VI. Evangelisatie en zending

Artikel 98

Lid
1

De algemene leiding van de in artikel 95 en 97 bedoelde samenwerking zal berusten bij een aantal deputaten voor de zending, die benoemd worden door de generale synode.

Kerkorde GKN (2001) Art. 98a.1

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

VI. Evangelisatie en zending

Artikel 98a

Lid
1

De kerken zorgen, zo mogelijk in samenwerking met andere kerken, voor het in stand houden van een seminarie ten behoeve van de opleiding van missionaire dienaren des Woords, van missionaire arbeiders met een niet-ambtelijke taak en van anderen die begeren toegerust te worden voor het uitvoeren van de zendingsopdracht, een en ander met inachtneming van de door de generale synode vastgestelde bepalingen.

Kerkorde GKN (2001) Art. 98a.2

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

VI. Evangelisatie en zending

Artikel 98a

Lid
2

Voor de arbeid aan dit seminarie kunnen door de generale synode een of meer dienaren des Woords worden benoemd, die dan geacht zullen worden in dienst te staan van de gezamenlijke kerken.

Kerkorde GKN (2001) H3.VII.

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

VII. Beheer en burgerrechtelijke aangelegenheden

Kerkorde GKN (2001) Art. 99.1

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

VII. Beheer en burgerrechtelijke aangelegenheden

Artikel 99

Lid
1

De kerk is rechtspersoon en wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door de preses en de scriba van de kerkenraad.

Kerkorde GKN (2001) Art. 99.2

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

VII. Beheer en burgerrechtelijke aangelegenheden

Artikel 99

Lid
2

De kerk kan ook vertegenwoordigd worden door één of meer leden van de in lid 4 bedoelde commissie dan wel door één of meer andere personen, door de kerkenraad daartoe aangewezen.

Kerkorde GKN (2001) Art. 99.3

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

VII. Beheer en burgerrechtelijke aangelegenheden

Artikel 99

Lid
3

De kerkenraad zal de nodige voorzieningen treffen voor een zorgvuldig beheer van de stoffelijke aangelegenheden der kerk.

Kerkorde GKN (2001) Art. 99.4

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

VII. Beheer en burgerrechtelijke aangelegenheden

Artikel 99

Lid
4

De kerkenraad kan deze taak toevertrouwen aan een commissie van beheer, die aan hem verantwoording schuldig is.

Kerkorde GKN (2001) Art. 99.5

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

VII. Beheer en burgerrechtelijke aangelegenheden

Artikel 99

Lid
5

Voor de uitvoering van niet-ambtelijk kerkelijk werk in de ruimste zin kan de kerkenraad medewerkers aanstellen, die als zodanig geen ambtelijke positie bekleden. Die aanstelling zal geschieden met inachtneming van de door de generale synode vastgestelde bepalingen.

Kerkorde GKN (2001) Art. 99.6

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

VII. Beheer en burgerrechtelijke aangelegenheden

Artikel 99

Lid
6

Waar wijkkerkenraden zijn ingesteld is in de voorgaande leden met de kerkenraad de kerkenraad voor algemene zaken bedoeld.

Kerkorde GKN (2001) Art. 100.1

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

VII. Beheer en burgerrechtelijke aangelegenheden

Artikel 100

Lid
1

De in een meerdere vergadering bijeenkomende kerken vormen een lichaam dat rechtspersoonlijkheid heeft.

Kerkorde GKN (2001) Art. 100.2

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

VII. Beheer en burgerrechtelijke aangelegenheden

Artikel 100

Lid
2

De rechtspersoon wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd, hetzij door de preses en de scriba van de vergadering, hetzij door de preses en de scriba van de door de vergadering terzake benoemde deputaten.

Kerkorde GKN (2001) Art. 100.3

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

VII. Beheer en burgerrechtelijke aangelegenheden

Artikel 100

Lid
3

De rechtspersoon kan ook vertegenwoordigd worden door één of meer andere personen, door de vergadering of de deputaten daartoe aangewezen.

Kerkorde GKN (2001) Art. 100.4

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

VII. Beheer en burgerrechtelijke aangelegenheden

Artikel 100

Lid
4

Iedere meerdere vergadering zal de nodige voorzieningen treffen voor een zorgvuldig beheer van de stoffelijke aangelegenheden welke aan de kerken binnen haar ressorten gemeen zijn.

Kerkorde GKN (2001) Art. 100.5

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

VII. Beheer en burgerrechtelijke aangelegenheden

Artikel 100

Lid
5

Voor de uitvoering van niet-ambtelijk kerkelijk werk in de ruimste zin kan een meerdere vergadering medewerkers aanstellen, die als zodanig geen ambtelijke positie bekleden. Die aanstelling zal geschieden met inachtneming van de door de generale synode vastgestelde bepalingen.

Kerkorde GKN (2001) Art. 101.1

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

VII. Beheer en burgerrechtelijke aangelegenheden

Artikel 101

Lid
1

(Vervallen)

Kerkorde GKN (2001) Art. 102.1

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

VII. Beheer en burgerrechtelijke aangelegenheden

Artikel 102

Lid
1

De generale synode kan vaststellen dat een door haar in het leven geroepen instelling rechtspersoonlijkheid heeft.

Kerkorde GKN (2001) Art. 102.2

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

VII. Beheer en burgerrechtelijke aangelegenheden

Artikel 102

Lid
2

Deze rechtspersoon wordt bestuurd door deputaten, die door de generale synode worden benoemd en handelen volgens een door de generale synode te geven instructie.

Kerkorde GKN (2001) Art. 102.3

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

VII. Beheer en burgerrechtelijke aangelegenheden

Artikel 102

Lid
3

Deze rechtspersoon wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door de preses en de scriba van de in lid 2 genoemde deputaten dan wel door één of meer andere personen, door deze deputaten daartoe aangewezen.

Kerkorde GKN (2001) Art. 102.4

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

VII. Beheer en burgerrechtelijke aangelegenheden

Artikel 102

Lid
4

Het in lid 1 bedoelde besluit zal een meerderheid van twee derde der uitgebrachte stemmen behoeven.

Kerkorde GKN (2001) Art. 103.1

Hoofdstuk 3

Het werk van de kerk

VII. Beheer en burgerrechtelijke aangelegenheden

Artikel 103

Lid
1

Bij het in het leven roepen van nieuwe of het deelnemen aan bestaande stichtingen zullen de vergaderingen van de kerk zich gedragen naar de daarvoor door de generale synode gegeven richtlijnen.