Kerkorde GKN (2001) H1

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

Kerkorde GKN (2001) H1.I.

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

I. Algemene bepalingen

Kerkorde GKN (2001) Art. 2.1

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

I. Algemene bepalingen

Artikel 2

Lid
1

De ambten, waaraan in opdracht van Christus het dienstwerk in de gemeente is toevertrouwd, zijn die van dienaar des Woords, van ouderling en van diaken.

Kerkorde GKN (2001) Art. 2.2

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

I. Algemene bepalingen

Artikel 2

Lid
2

Deze ambten zijn van elkander onderscheiden, niet in waardigheid of eer, maar in opdracht en werk.

Kerkorde GKN (2001) Art. 3.1

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

I. Algemene bepalingen

Artikel 3

Lid
1

Niemand zal in de kerk enig ambt vervullen zonder daartoe op wettige wijze geroepen en daarin bevestigd te zijn.

Kerkorde GKN (2001) Art. 3.2

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

I. Algemene bepalingen

Artikel 3

Lid
2

Voor de roeping tot enig ambt komen slechts in aanmerking belijdende leden, die voldoen aan de in de Heilige Schrift voor ambtsdragers gestelde eisen.

Kerkorde GKN (2001) Art. 4.1

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

I. Algemene bepalingen

Artikel 4

Lid
1

De roeping tot het vervullen van een ambt wordt uitgebracht door de kerkenraad.

Kerkorde GKN (2001) Art. 4.2

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

I. Algemene bepalingen

Artikel 4

Lid
2

De kerkenraad brengt deze roeping uit in de regel op grond van een onder zijn leiding gehouden verkiezing door de gemeente. Deze verkiezing geschiedt uit een aantal door de kerkenraad voorgestelde kandidaten, dat in de regel het dubbele is van het aantal te vervullen plaatsen. De kerkenraad kan echter ook in een vacature slechts één kandidaat voorstellen; hij zal dan mededeling aan de gemeente doen van de redenen, die hem daartoe genoopt hebben.

Kerkorde GKN (2001) Art. 4.3

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

I. Algemene bepalingen

Artikel 4

Lid
3

De kerkenraad kan de leden der gemeente tevoren in de gelegenheid stellen de aandacht te vestigen op voor het ambt geschikte personen.

Kerkorde GKN (2001) Art. 4.4

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

I. Algemene bepalingen

Artikel 4

Lid
4

De verkiezing geschiedt, na gebed, door de stemgerechtigde leden der gemeente overeenkomstig de door de kerkenraad vastgestelde regeling.

Kerkorde GKN (2001) Art. 4.5

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

I. Algemene bepalingen

Artikel 4

Lid
5

De kerkenraad zal de namen van de beroepen ambtsdragers op twee achtereenvolgende zondagen aan de gemeente voordragen om haar goedkeuring te verkrijgen met het oog op hun bevestiging. Indien geen bezwaren zijn ingekomen of de kerkenraad de ingebrachte bezwaren niet genoegzaam gegrond acht, zal de bevestiging in een kerkdienst plaats hebben, met gebruikmaking van de daarvoor vastgestelde formulieren.

Kerkorde GKN (2001) H1.II.

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Kerkorde GKN (2001) Art. 5.1

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel 5

Lid
1

Voor de toelating tot het ambt van dienaar des Woords is een deugdelijke theologische opleiding vereist.

Kerkorde GKN (2001) Art. 5.2

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel 5

Lid
2

Degene die een zodanige opleiding ontvangen heeft, hetzij aan de Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken in Nederland, hetzij aan de Faculteit der Godgeleerdheid van de Vrije Universiteit, en staat naar het ambt van dienaar des Woords, dient zich te onderwerpen aan een kerkelijk examen.
De deputaten daartoe aangewezen door de particuliere synode waaronder de kerk ressorteert, die als eerste de kandidaat in haar ledenregister heeft ingeschreven, nemen het examen af. De classis, waaronder de genoemde kerk ressorteert, stelt diegene die het examen met goed gevolg heeft afgelegd, op voorstel van de deputaten van de particuliere synode beroepbaar, tenzij zij daartegen overwegende bezwaren heeft. Een en ander geschiedt overeenkomstig de door de generale synode vastgestelde bepalingen.

Kerkorde GKN (2001) Art. 5.3

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel 5

Lid
3

Ten aanzien van hem, die aan een andere hogeschool of universiteit in binnen- of buitenland een theologische opleiding ontvangen heeft, zullen de in lid 2 bedoelde deputaten handelen overeenkomstig de door de generale synode vastgestelde bepalingen.

Kerkorde GKN (2001) Art. 5.4

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel 5

Lid
4

Voor de uitzending als missionair dienaar des Woord is, naast de in lid 1 bedoelde opleiding, nog een bijzondere opleiding vereist aan het zendingsseminarie.

Kerkorde GKN (2001) Art. 6.1

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel 6

Lid
1

Van de regel, dat een deugdelijke theologische opleiding vereist is, kan alleen worden afgeweken, indien op overtuigende wijze blijkt dat iemand in die mate de gaven bezit, welke voor een dienaar des Woords onmisbaar zijn, dat hij ondanks het gemis van een zodanige opleiding geacht kan worden in staat te zijn de gemeente met stichting te dienen. De beoordeling of zulks het geval is, geschiedt door deputaten terzake benoemd door de generale synode, alsmede door de deputaten tot het afnemen van het kerkelijk examen, aangewezen door de particuliere synode, waaronder de classis van zijn woonplaats ressorteert, met dien verstande dat laatstgenoemde deputaten tot hun onderzoek niet mogen overgaan dan na ontvangen gunstig advies van de eerstgenoemde, een en ander met inachtneming van de door de generale synode vastgestelde bepalingen.

Kerkorde GKN (2001) Art. 7.1

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel 7

Lid
1

De beroeping van een dienaar des Woords zal geschieden met inachtneming van de door de generale synode vastgestelde bepalingen omtrent de beroepbaarheid van degenen, die andere dan de Gereformeerde Kerken in Nederland gediend hebben, alsmede van de bepaling inzake het meer dan eenmaal beroepen van dezelfde dienaar des Woord in dezelfde vacature. In geheel vacante kerken zal de beroeping niet geschieden zonder het raadplegen van de consulent.

Kerkorde GKN (2001) Art. 7.2

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel 7

Lid
2

In geval de beroepene reeds als dienaar des Woords een andere gemeente gediend heeft, zal zijn naam aan de gemeente worden voorgedragen. Voorts zal de bevestiging niet geschieden, dan nadat de classis waaronder de vacante kerk ressorteert, op grond van het overgelegde wettige getuigenis van zijn vertrek uit de kerk en de classis waaraan hij tevoren was verbonden, en van de overgelegde goede kerkelijke attestatie van zijn leer en leven, haar approbatie verleend heeft.

Kerkorde GKN (2001) Art. 7.3

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel 7

Lid
3

In geval de beroepene tevoren niet in het ambt van dienaar des Woords gestaan heeft, is voor de approbatie van de classis tevens overlegging van de akte van de classis die de betrokkene beroepbaar stelde, vereist. De bevestiging zal geschieden met oplegging der handen van de dienaar des Woords, die de beroepene in zijn ambt bevestigt.

Kerkorde GKN (2001) Art. 8.1

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel 8

Lid
1

Proponenten en dienaren des Woords, die beroepen worden als missionair dienaar des Woords, zullen moeten overleggen een getuigschrift, waaruit blijkt dat zij de afzonderlijke opleiding voor dit doel overeenkomstig de door de generale synode vastgestelde bepalingen gevolgd hebben.

Kerkorde GKN (2001) Art. 8.2

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel 8

Lid
2

Vrijstelling van het overleggen van dat getuigschrift kan alleen verleend worden met bewilliging van de generale synode of haar deputaten, die met de behartiging van de algemene zaken der zending belast zijn.

Kerkorde GKN (2001) Art. 9.1

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel 9

Lid
1

Het zal geen dienaar des Woords vrijstaan binnen het ressort van enige kerk zonder bewilliging van haar kerkenraad voor te gaan in een samenkomst, welke geacht moet worden in enigerlei vorm het karakter van een kerkdienst te dragen.

Kerkorde GKN (2001) Art. 10.1

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel 10

Lid
1

De taak van de dienaar des Woords is de bediening van het Woord aan de gemeente en al naar de gelegenheid eveneens de verkondiging van het Evangelie aan wie het Evangelie niet kennen; de bediening van de sacramenten; het uitspreken van de zegen; de leiding van alle overige ambtelijke werkzaamheden in de kerkdiensten, als in het bijzonder het afnemen van de openbare belijdenis des geloofs, het doen van bekendmakingen inzake vermaan en tucht, het bevestigen van ambtsdragers, het bevestigen van huwelijken en het catechetisch onderricht.

Kerkorde GKN (2001) Art. 10.2

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel 10

Lid
2

Voorts is het zijn taak, tezamen met de ouderlingen, over de gemeente de herderlijke zorg uit te oefenen, over haar en over de mede-ambtsdragers het opzicht te hebben en het vermaan en de tucht te oefenen, de leden der gemeente trouw te bezoeken en tevens te trachten anderen ook op andere wijze dan door de openbare verkondiging van het evangelie voor Christus te winnen.

Kerkorde GKN (2001) Art. 10.3

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel 10

Lid
3

De kerkenraad kan aan een dienaar des Woords een bijzondere opdracht geven en op grond daarvan hem van een deel van de in lid 1 en 2 bedoelde werkzaamheden vrijstellen.

Kerkorde GKN (2001) Art. 11.1

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel 11

Lid
1

Een dienaar des Woords, die arbeid aanvaardt waardoor hij aan een gemeente verbonden blijft of wordt, maar welke voor hem een verhindering is de in artikel 10 bedoelde taak in een gemeente te verrichten, zal toch de eer en de naam van een dienaar des Woords behouden, mits is voldaan aan de in lid 2 omschreven vereisten en de door de generale synode vastgestelde bepalingen.
Een proponent, die arbeid aanvaardt als hierboven bedoeld, zal de eer en de naam van een dienaar des Woords ontvangen, mits is voldaan aan de eerdergenoemde vereisten en bepalingen.

Kerkorde GKN (2001) Art. 11.2

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel 11

Lid
2

De in lid 1 bedoelde arbeid dient te zijn aanvaard met bewilliging van de kerkenraad, met goedkeuring van de classis en met medewerking en goedvinden van de deputaten van de particuliere synode, bedoeld in artikel 56, lid 1 van de kerkorde. De classis zal haar goedkeuring slechts kunnen verlenen, indien de desbetreffende arbeid — naar het tevoren door haar ingewonnen oordeel van de deputaten, daartoe door de generale synode benoemd — een geestelijk karakter draagt en met de roeping tot de verkondiging van het Evangelie in rechtstreeks verband staat.

Kerkorde GKN (2001) Art. 11.3

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel 11

Lid
3

Het bepaalde in het tweede lid is van overeenkomstige toepassing voor een dienaar des Woords bedoeld in artikel 12, die de in het eerste lid omschreven arbeid wenst te aanvaarden. Hij dient bewilliging en goedkeuring te verkrijgen van de meerdere vergadering waaraan hij is verbonden. De classis handelt daarbij met medewerking en goedvinden van de deputaten, genoemd in het tweede lid.

Kerkorde GKN (2001) Art. 11.4

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel 11

Lid
4

De dienaar des Woords, bedoeld in lid 1, zal ten aanzien van zijn ambtelijke positie in de regel worden verbonden aan de gemeente in welker gebied hij werkzaam zal zijn.

Kerkorde GKN (2001) Art. 12.1

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel 12

Lid
1

Een dienaar des Woords of een proponent die, met inachtneming van de door de generale synode vastgestelde bepalingen, door een meerdere vergadering wordt geroepen tot arbeid in haar opdracht ten behoeve van in haar samenkomende kerken, welke arbeid een geestelijk karakter draagt en met de roeping tot de verkondiging van het Evangelie in rechtstreeks verband staat, zal de eer en de naam van een dienaar behouden respectievelijk ontvangen en worden verbonden aan de meerdere vergadering die hem benoemt, in dienst van de kerken in haar ressort. Een meerdere vergadering kan zulk een benoeming slechts verrichten indien de desbetreffende arbeid — naar het tevoren door haar ingewonnen oordeel van de deputaten, daartoe door de generale synode benoemd — aan de bovengenoemde vereisten voldoet.

Kerkorde GKN (2001) Art. 13.1

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel 13

Lid
1

Indien een kerkenraad respectievelijk een meerdere vergadering en een dienaar des Woords, ten behoeve van een taak als bedoeld in de artikelen 10 tot en met 12, een verbintenis willen aangaan onder beperkende of anderszins bijzondere voorwaarden, kan daar slechts uitvoering aan worden gegeven met inachtneming van de door de generale synode vastgestelde bepalingen bij dit artikel.

Kerkorde GKN (2001) Art. 13.2

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel 13

Lid
2

Een emeritus-verklaarde dienaar des Woords kan met bewilliging van de kerkenraad der gemeente dan wel de meerdere vergadering, waaraan hij verbonden is, voor een bepaalde periode worden geroepen tot het verrichten van ambtelijke arbeid in bepaalde hiervoor in aanmerking komende kerken, een en ander met inachtneming van de door de generale synode vastgestelde bepalingen. Hij zal dan geacht worden in de desbetreffende kerk het ambt van dienaar des Woords te vervullen.

Kerkorde GKN (2001) Art. 14.1

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel 14

Lid
1

Met inachtneming van de door de generale synode vastgestelde bepalingen kan een meerdere vergadering een dienaar des Woords eervol ontheffen van de ambtsbediening indien hij door omstandigheden, anders dan emeritering, zijn taak niet meer kan of behoeft te verrichten. Bij de eervolle ontheffing van de ambtsbediening ontvangt de dienaar des Woords de rechten van een emeritus.

Kerkorde GKN (2001) Art. 15.1

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel 15

Lid
1

Het staat een dienaar des Woords niet vrij zijn ambt neer te leggen.

Kerkorde GKN (2001) Art. 15.2

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel 15

Lid
2

Een dienaar des Woords kan op zijn verzoek van zijn ambt worden ontheven, om zich tot een andere staat des levens te begeven, indien de kerkenraad en de classis, met medewerking en goedvinden van de door de particuliere synode aangewezen deputaten, oordelen dat daarvoor bijzondere en gewichtige redenen zijn.
Indien zulk een verzoek wordt ingediend door een dienaar des Woords die verbonden is aan een classis of een particuliere synode, staat dit ter beoordeling aan de naastvolgende meerdere vergadering.
Indien zulk een verzoek wordt ingediend door een dienaar des Woords die verbonden is aan de generale synode, staat dit ter beoordeling aan de generale synode.

Kerkorde GKN (2001) Art. 15.3

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel 15

Lid
3

Indien een dienaar des Woords, door omstandigheden anders dan emeritering, gedurende een bepaalde tijd zijn ambt niet meer heeft vervuld, zal — al dan niet op zijn verzoek — ontheffing uit het ambt plaats hebben bij besluit van een meerdere vergadering overeenkomstig de hiervoor door de generale synode vastgestelde bepalingen.*)


*) Dienaren des Woords die tussen 3 oktober 1990 en 24 november 1997 door toepassing van art. 15 lid 3 K.O., na eerdere toepassing van art. 18 K.O. uit hun ambt zijn ontheven kunnen zich wenden tot de kerkelijke vergadering die het besluit tot ontheffing heeft genomen met een verzoek om de eer en naam van predikant te herkrijgen. De betrokken kerkelijke vergadering handelt dan als betrof het een aanvraag tot verlenging als bedoeld in Ubp 18.1 lid 2 en volgende (Goes 1997, acta art. 36).

Kerkorde GKN (2001) Art. 15.4

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel 15

Lid
4

De weg tot het ambt van dienaar des Woords kan alleen worden heropend met inachtneming van de door de generale synode vastgestelde bepalingen.

Kerkorde GKN (2001) Art. 16.1

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel 16

Lid
1

Zolang een dienaar des Woords aan een gemeente verbonden is voor arbeid als bedoeld in artikel 10, zal deze in het onderhoud van hem en zijn gezin voorzien, overeenkomstig de door de generale synode vastgestelde bepalingen. Zij zal zich van deze plicht niet ontslagen mogen rekenen, indien hij wegens ziekte of om een andere wettige reden zijn werk tijdelijk niet kan verrichten.
Indien met toepassing van het derde lid van artikel 10 anderen dan de kerkenraad mede verantwoordelijkheid dragen voor de werkzaamheden van deze dienaar des Woords, kan met zijn bewilliging geheel of gedeeltelijk op andere wijze in het bovenbedoelde onderhoud worden voorzien.

Kerkorde GKN (2001) Art. 16.2

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel 16

Lid
2

Indien een dienaar des Woords arbeid aanvaardt als bedoeld in artikel 11 of artikel 12, berust de verantwoordelijkheid voor het onderhoud, bedoeld in het eerste lid, bij de gemeente respectievelijk de meerdere vergadering waaraan hij voor die arbeid verbonden is, tenzij anderen die verantwoordelijkheid hebben aanvaard overeenkomstig de door de generale synode vastgestelde bepalingen.

Kerkorde GKN (2001) Art. 17.1

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel 17

Lid
1

Een dienaar des Woords zal emeritus worden verklaard wanneer hij de vijfenzestigjarige leeftijd bereikt heeft of wanneer hij door arbeidsongeschiktheid niet in staat is zijn taak te blijven verrichten. Hij komt voorts voor emeritaat in aanmerking wanneer hij ten minste veertig jaren zijn ambt heeft vervuld of wanneer hij voldoet aan de voorwaarden, vastgesteld door de generale synode, voor vervroegd uittreden.
De aanvraag voor emeritaat gaat uit van de dienaar des Woords of van de desbetreffende kerkelijke vergadering, overeenkomstig de door de generale synode vastgestelde bepalingen, waarin tevens de wijze van behandeling van de aanvraag wordt gegeven.
De dienaar des Woords behoudt als emeritus de eer en de naam van een dienaar des Woords en blijft verbonden aan de gemeente respectievelijk de vergadering welke hij het laatst diende.

Kerkorde GKN (2001) Art. 17.2

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel 17

Lid
2

De meerdere vergadering die het emeritaat verleent kan — in het geval van de classis met medewerking en goedvinden, en in het geval van de particuliere synode met advies van de door de particuliere synode aangewezen deputaten — aan de emeritaatsverlening van een dienaar des Woords een beperkende bepaling verbinden inzake het vervullen van tot dit ambt behorende werkzaamheden, indien hij, naar haar oordeel, de kerken niet met stichting zal kunnen dienen. Het opnemen van een dergelijke bepaling zal evenwel een meerderheid van twee derden der uitgebrachte stemmen behoeven.

Kerkorde GKN (2001) Art. 17.3

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel 17

Lid
3

In het onderhoud van de emeritus, en na zijn overlijden in dat van de nabestaanden, zal worden voorzien overeenkomstig de door de generale synode vastgestelde bepalingen, voor zover de verantwoordelijkheid hiervoor niet berust bij anderen als bedoeld in artikel 16.
Deze voorziening geschiedt voor rekening van de gezamenlijke kerken, met inbreng van een bijdrage van de dienstdoende dienaren des Woords, die daarvoor in aanmerking komen. De uitvoering hiervan berust bij de daartoe door de generale synode aangewezen deputaten overeenkomstig de door haar vastgestelde bepalingen.

Kerkorde GKN (2001) Art. 17.4

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel 17

Lid
4

Het in lid 3 bepaalde geldt eveneens voor het onderhoud van de nabestaanden van een dienaar des Woords, die vóór het verkrijgen van zijn emeritaat is overleden.

Kerkorde GKN (2001) Art. 18.1

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel 18

Lid
1

Indien een dienaar des Woords — door oorzaken gelegen bij zijn gemeente, in zijn werk, bij hemzelf of in verschillende factoren — zijn taak niet langer met stichting kan vervullen en er geen reden bestaat tot het oefenen van kerkelijke tucht, kan de desbetreffende kerkelijke vergadering hem ontheffen van zijn ambtsuitoefening overeenkomstig de door de generale synode vastgestelde bepalingen.
Gedurende de ontheffing van de ambtsuitoefening geniet de Dienaar des Woords de rechten van een emeritus, en is hij beroepbaar.

Kerkorde GKN (2001) Art. 18.2

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel 18

Lid
2

Een meerdere vergadering kan aan de ontheffing, bedoeld in het eerste lid, een beperkende bepaling verbinden inzake het vervullen van tot zijn ambt behorende werkzaamheden, indien de dienaar des Woords naar haar oordeel de kerken niet met stichting zal kunnen dienen. Het opnemen van een dergelijke bepaling zal evenwel een meerderheid van twee derden der uitgebrachte stemmen behoeven.

Kerkorde GKN (2001) Art. 18.3

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel 18

Lid
3

Zolang de dienaar des Woords niet elders is beroepen of benoemd, blijft de gemeente respectievelijk de meerdere vergadering waaraan hij verbonden is, binnen de door de generale synode bepaalde grenzen, verantwoordelijk voor de voorziening in het onderhoud van hem en zijn gezin.

Kerkorde GKN (2001) Art. 19.1

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel 19

Lid
1

Indien de kerkenraad en de classis, met medewerking en goedvinden van de deputaten van de particuliere synode, oordelen dat een dienaar des Woords die aan een gemeente verbonden is, zonder dat er goede grond is voor het verlenen van emeritaat of voor het oefenen van kerkelijke tucht, de bekwaamheid mist om enige gemeente met stichting te dienen of enige functie als dienaar des Woords met stichting te vervullen, zal een volledig ontslag uit de dienst slechts kunnen volgen, wanneer de particuliere synode met een meerderheid van ten minste twee derden der uitgebrachte stemmen dat oordeel bevestigd en, in geval van appèl, de generale synode deze beslissing bekrachtigd heeft.

Het voorgaande is van overeenkomstige toepassing voor een dienaar des Woords bedoeld in artikel 12. Alsdan berust de beslissing bij de particuliere synode indien hij aan een classis is verbonden en bij de generale synode indien hij aan een particuliere synode of de generale synode is verbonden.

Kerkorde GKN (2001) Art. 19.2

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

II. De dienaren des Woords

Artikel 19

Lid
2

Ten behoeve van het onderhoud van hem die ontslagen is en van zijn gezin zal de kerkenraad respectievelijk de meerdere vergadering waaraan hij was verbonden, ook hangende het appèl, hem een uitkering doen overeenkomstig de door de generale synode vastgestelde bepalingen.

Kerkorde GKN (2001) H1.III.

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

III. De opleiding tot de dienst des Woords

Kerkorde GKN (2001) Art. 20.1

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

III. De opleiding tot de dienst des Woords

Artikel 20

Lid
1

Voor de opleiding tot de dienst des Woords onderhouden de kerken gezamenlijk een Theologische Universiteit.

Kerkorde GKN (2001) Art. 20.2

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

III. De opleiding tot de dienst des Woords

Artikel 20

Lid
2

Voor de verzorging van deze Universiteit zal de generale synode een aantal deputaten benoemen en wel één uit elk van de in haar bijeenkomende particuliere synoden in Nederland, zulks op voordracht van deze synoden. Zij worden curatoren genoemd.

Kerkorde GKN (2001) Art. 20.3

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

III. De opleiding tot de dienst des Woords

Artikel 20

Lid
3

Alles wat betrekking heeft op de inrichting en leiding van deze Universiteit, wordt geregeld in een afzonderlijk reglement en in de overige door de generale synode vastgestelde bepalingen.

Kerkorde GKN (2001) Art. 21.1

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

III. De opleiding tot de dienst des Woords

Artikel 21

Lid
1

Het verband met de faculteit der godgeleerdheid van de Vrije Universiteit wordt door deputaten van de generale synode onderhouden volgens de overeenkomst, aangegaan met de Vereniging voor christelijk wetenschappelijk onderwijs, in welke overeenkomst de wederzijdse rechten en verplichtingen omschreven zijn.

Kerkorde GKN (2001) Art. 22.1

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

III. De opleiding tot de dienst des Woords

Artikel 22

Lid
1

Om in de behoefte aan dienaren des Woords te voorzien, zullen de kerken voor zoveel nodig aan daarvoor in aanmerking komende studenten en dienaren des Woords financiële steun verlenen, met inachtneming van de door de generale synode vastgestelde bepalingen.

Kerkorde GKN (2001) H1.IV.

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

IV. De ouderlingen en de diakenen

Kerkorde GKN (2001) Art. 23.1

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

IV. De ouderlingen en de diakenen

Artikel 23

Lid
1

De ouderlingen en de diakenen zullen gedurende een door de kerkenraad vast te stellen periode zitting hebben. De kerkenraad kan deze periode voor eenmaal met één jaar verlengen; hij zal dan mededeling aan de gemeente doen van de redenen, die hem daartoe genoopt hebben.

Kerkorde GKN (2001) Art. 23.2

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

IV. De ouderlingen en de diakenen

Artikel 23

Lid
2

In de regel zal ieder jaar een deel van hen aftreden. De aftredenden zullen niet terstond herkiesbaar zijn, tenzij naar het oordeel van de kerkenraad het welzijn van de gemeente het raadzaam maakt een of meer hunner opnieuw aan de gemeente ter verkiezing voor te stellen.

Kerkorde GKN (2001) Art. 24.1

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

IV. De ouderlingen en de diakenen

Artikel 24

Lid
1

De taak van de ouderlingen is, tezamen met de dienaar des Woords over de gemeente de herderlijke zorg uit te oefenen, over haar en over de mede-ambtsdragers het opzicht te hebben en het vermaan en de tucht te oefenen, de leden der gemeente trouw te bezoeken en tevens te trachten anderen voor Christus te winnen.

Kerkorde GKN (2001) Art. 25.1

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

IV. De ouderlingen en de diakenen

Artikel 25

Lid
1

De taak van de diakenen is te bevorderen dat aan leden der gemeente en aan anderen die onder druk leven, hetzij van incidentele dan wel van structurele aard, zowel in eigen omgeving als elders in de wereld, in navolging van Christus, gerechtigheid en barmhartigheid bewezen wordt;

Kerkorde GKN (2001) Art. 25.2

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

IV. De ouderlingen en de diakenen

Artikel 25

Lid
2

Met het oog daarop zullen zij de leden der gemeente opwekken en zo toerusten, dat ook dezen in woord en daad voor hen die geen helper hebben zullen opkomen;

Kerkorde GKN (2001) Art. 25.3

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

IV. De ouderlingen en de diakenen

Artikel 25

Lid
3

Zij zullen ervoor zorgdragen dat de door de gemeente tot dat doel ter beschikking te stellen stoffelijke bijdragen worden ingezameld en zorgvuldig beheerd en dat daarnaast andere goede middelen worden gezocht en aangewend.

Kerkorde GKN (2001) H1.V.

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

V. De instemming met het belijden van de kerk

Kerkorde GKN (2001) Art. 26.1

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

V. De instemming met het belijden van de kerk

Artikel 26

Lid
1

De ouderlingen en de diakenen zullen in de eerste bijeenkomst van de kerkenraad, welke zij na hun bevestiging in het ambt bijwonen, blijk geven van hun instemming met het belijden van de kerk door ondertekening van een afzonderlijk formulier dat door de generale synode is vastgesteld.

Kerkorde GKN (2001) Art. 26.2

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

V. De instemming met het belijden van de kerk

Artikel 26

Lid
2

Degenen die met goed gevolg het kerkelijk examen hebben afgelegd, zullen in de bijeenkomst van de classis, waarin de beroepbaarstelling plaatsvindt, van diezelfde instemming blijk geven door ondertekening van een afzonderlijk formulier, dat door de generale synode is vastgesteld.

Kerkorde GKN (2001) Art. 26.3

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

V. De instemming met het belijden van de kerk

Artikel 26

Lid
3

De dienaren des Woords zullen van diezelfde instemming blijk geven niet alleen door in de eerste bijeenkomst van de kerkenraad, welke zij na hun bevestiging in het ambt bijwonen, het in lid 1 bedoelde formulier te ondertekenen, maar bovendien door in de eerste bijeenkomst van de desbetreffende classis een formulier te ondertekenen dat door de generale synode speciaal met het oog op hen is vastgesteld.

Kerkorde GKN (2001) Art. 26.4

Hoofdstuk 1

De ambten van de kerk

V. De instemming met het belijden van de kerk

Artikel 26

Lid
4

De hoogleraren in de theologie en de overige in artikel 12 van de kerkorde bedoelde dienaren des Woords zullen, bij de aanvaarding van hun taak, van diezelfde instemming blijk geven door ondertekening van een afzonderlijk formulier, dat door de generale synode is vastgesteld.