Acta Dordrecht (1574) 22-6

XXII Iunii.

Acta Dordrecht (1574) 22-6-a

Ouermidts onse broeder Hubertus met namen van die vander Gouw begheert is om hare Kercke te bedienen, ende sij noch gheen seecker gheordineert stipendium hebben voor eenen tweeden Dienaer, Is besloten dat Gerobulus aen die van ter Gouw wt den naem deses Sijnodi schrijuen sal, dat de Sijnodus Hubertum voorschreuen tot eenen Kerckendienaer voor der Goudtsche Kercke vercoren hebbe ende hem nu derwaerts seijnde op datse hem eens hooren mueghen predicken, Doch dat hij hemseluen aen hun niet en mach verbinden voor dat sij hem met eenen stipendio verseeckert hebben sullen.

Acta Dordrecht (1574) 22-6-b

De broeders aenghehoort hebbende de propositie ende beschuldinghe die Gallinaceus ghedaen heeft teghen Michaelem Andriess, ende ouerwoghen hebbende de crancke ontschuldinghen desseluen Michaelis, hebben ghekent ende wtghesproocken dat hij schuit heeft, Is oock ghestraft dat hij sich inde Classische versamelinghe vanden Briel selden heeft laten vinden, ende doch gheen oorsaecke sijns wtblijuens laten weten. Hier in heeft Michael sijne schuldt ende sonde voor der versamelinghe des Sijnodi bekent, ende voort aen ghehoorsaemheijt belooft.
Heeft oock sijn schuldt bekent van dat hij in Dirxlandt comende sijnen Dienst daer aengheboden heeft sonder der Kercke attestatie sijns afscheijdts van der vorigher Ghemeijnte van Heenvliet, daer hij ghedient heeft, te vertoonen, noch hier van eenich ghewach te makken.
Op de vraghe wt het schrijuen Gallinacei, die gheschreuen hadde dat Michael sijne Ghemeijnte trowlooselijck verlaten heeft (t’ welck hij Michael missaeckt) Of Michael sijnen Dienst eener anderen Kercke belouende, sonder metweten sijner Ouerheijt ende Classe, met der waerheijt mach gheseijt worden sijne Ghemeijnte van Heenuliet, trowlooselick verlaten te hebben, hebben de broeders gheantwoort, Ia. Ouermidts Michael sich met deser beloftenisse (die sonder conditie, of het der Ouerheijt ende Consistorie belieuen soude, gheschiet is) aen eener anderen Ghemeijnte, soo veel in hem is verbonden heeft. Bijsonder soo valt dese clachte teghens hem, ouermidts hij van te vooren bekent heeft, de Classische versamelinghen onbehoorlicken versuijmt te hebben: Het welcke met der waerheijt gheheeten mach worden, Sijner ghemeijnte die behoorlicke trow niet houden, bijder welcke een Dienaer ghehouden is te blijuen tot sijn doot of tot eenen behoorlicken afscheijt toe.
Aengaende de beschuldinghen van die vanden Haghe teghen Michaelem voorss., ten eersten dat hij met toorn ende onwillicheijt sich onghehoorsaemlick teghen de Consistoriale broeders aldaer ghedraghen, ende somtijdts met toornighen ghemoet wt de Consistorie gheloopen soude hebben, Ten tweeden, dat hij niet te vreede en is gheweest met het huijs twelck hem vander Ghemeijnte toe gheleijt was, ende alsoo die Ghemeijnte voorss. op costen ghebracht heeft, Ten derden dat hij sich opentlick van der Consistorie op den predickstoel niet sonder erghernisse beclaecht heeft, Hebben de broeders besloten datmen den ghedeputeerden broeder vanden Haghe aensegghen sal dat de Sijnodus wel acht dat hij na wtwijsen der persuasie sijner conscientie dese punten der beschuldinghe voortghebrocht heeft, Doch nademael hij Michael die ontkent, ende daer gheen ghetuijghenisse aen beijden sijden en is, ende die stucken soo seer swaer niet en sijn, Datmen dese dinghen begrauen sal, ende hem int generael vermanen dat sulcke stucken als verhaelt sijn eenen Dienaer seer qualicken betamen, Oock dat hij Michael in sijn eijghen conscientie gae, of hij hier inne schuldich is, ende soo hij onschuldich is, hem voor sulx wachte.
Is besloten datmen Michaeli sal aensegghen dat hij om een oock der stucken wille die Gallinaceus hem voorwerpt ende hij niet en ontkent, weerdich is van sijnen Dienste ghedeposeert ende afgheset te worden, Doch nademael men niet soo seer op sijne verdienste acht neemt, als op de teerheijt der eersten beghinsselen der Kercke, daer noch alle dinghen niet te deghen in orden ghestelt en is, ende alle Dienaers vande ordeninghe der Kercke gheen grondich verstant ende kennisse en hebben, Is besloten, Dat Michael noch in sijnen Dienst blijuen ende heftelick vermaent worden dat hy sulcks niet meer en doe etc. Ende sal van hem gheeijscht worden dat hij bekenne weerdich te sijn afgheset te worden, ende om verghiffenisse sijner schuldt Godt ende de broeders bidde.
Dit heeft Michael gheweijghert te bekennen ende te doen, ende is onversoent van den broederen wechghegaen, hertelicken vermaent sijn [lees: sijnde] dat hij sich wel bedencken soude.

Acta Dordrecht (1574) 22-6-c

Arnoldus Frans Dienaer van Sommerdijck is ghestraft van dese nauolghenden sonden. Ten eersten dat hij wt Enghelandt comende met sijn wijf onghetrowt gheseten heeft. 2. Dat hij gheseijt heeft haer ghetrowt te hebben, ende alsoo hier in dit stuck teghen die waerheijt ghesproocken heeft. 3. Dat hij ghelt ghenomen heeft voor doopen ende anderen Kerckendiensten. Hier van heeft hij sijn schuldt voor den broederen bekent. Ende is besloten dat hij wederomme in sijne plaetse trecken sal, ende datmen neerstelick sal vernemen of hij sich niet in anderen dinghen meer misdraghen heeft twelck soo men niet en beuindt (soo wij hopen) soo salmen hem noch een tijdt langh inden dienst laten, ten waer datmen saghe dat hij sonder groote erghernisse niet dienen en conde, in welcken val men hem transfereeren sal in eene andere plaetse diemen d’ allerbequaemste sal dencken te weesen.

Acta Dordrecht (1574) 22-6-d

Michael Andreae sonder teijcken van boetueerdicheijt voor den middach ghescheiden sijnde, is nademiddach wederomme inde Versamelinghe ghecomen, ende heeft sijne schuldt bekent van sulcken sonden als bouen verhaelt sijn voor Godt ende den Sijnodo, Heeft oock bekent hieromme weerdich te sijn van den kerckendienst afgheset te worden. Heeft zich oock met Gerardo Gallinaceo ende Ernesto versoent.

Acta Dordrecht (1574) 22-6-e

Van den scholen is besloten dat Ten eersten de Ministri van allen Classen sorch draghen sullen op welcken plaetsen schoolen behoeuen te wesen.
2. Of de schoolmr. der plaetse daermen van handelt voortijdts een openbaer ende ordinaris stipendium ghegheuen is.
3. Sullen sij vande Magistraet begheeren, dat het hun gheoorloft sij, een schoolmr. te setten, ende dat de Magistraet t’ stipendium beuele te betalen twelck eertijdts betaelt plach te worden.
4. De Ministri sullen verschaffen dat de Schoolmrs. de belijdinghe des gheloofs onderschrijuen, ende sich der Discipline onderwerpen, oock mede den Catechismum ende andere dinghen die der ieucht nut sijn leeren.
5. Ende soo daer eenighe Schoolmrs. waren die dit niet doen en wilden sullen de Ministers hare Ouerheijt bidden, dat se gheweert ofte afghesettet worden.
6. Soo de Dienaers iet van desen verhaelden dinghen vander Ouerheijt niet vercrijghen en conden, Soo sullen sij het der hooghe Ouerheijt bij requeste verclaeren ende de saecke voortdrijuen.