Acta Dordrecht (1574) 16-6

16 Iunii.

Acta Dordrecht (1574) 16-6-a

Artikel

Die artikelen des Sijnodi van Embden sijn voorghelesen.

Acta Dordrecht (1574) 16-6-b

Is ghesproocken gheweest dat het nut sijn soude dat oock de Ouderlinghen ende Diakenen de Nederlantsche Belijdinghe onder den artikelen des Synodi onderschreuen.

Acta Dordrecht (1574) 16-6-c

Taffinus heeft aen D. Bezam na laste des derden artikels gheschreuen dan en heeft gheen antwoordt ontfanghen. Derhaluen en sullen de broeders als noch de Belijdinghe der articulen van Vranckrijck niet onderschrijuen.

Acta Dordrecht (1574) 16-6-d

Wordt voor goet aenghesien dat in allen Consistorien ofte ten minsten in allen Classen eene copie vande Confessie ende Articulis Sijnodi bewaert worde.

Acta Dordrecht (1574) 16-6-e

De versamelinghe heeft besloten datmen eenerleij Catechismum in allen Kercken der Prouincie houden sal.

Ten anderden dat dit sal wesen de Heidelbersche [sic] Catechismus.

Ten derden datmen desen Catechismum alleen opentlicken sal leeren, ende dat de Dienaers in het besonder t’ cort Ondersoeck den sommighen voorhouden mueghen.

Acta Dordrecht (1574) 16-6-f

Op de vraghe of de Kerckendienaeren in haren Kercken Ouderlinghen ende Diakenen hebben die wettelicke vercoren sijn, is gheantwoort, Ja.

Acta Dordrecht (1574) 16-6-g

In allen plaetsen is een beghinssel van Classen, vanden welcken hier na ghehandelt sal worden.

Acta Dordrecht (1574) 16-6-h

Die van Enghelandt hebben haer beste ghedaen, aengaende t’ ghene dat inden achten artikel des Embdtschen Sijnodi besloten is, dan sijn vanden Bisschoppen verhindert.

Is goet gheuonden datmen die van Enghelandt wederomme vermanen sal datse hun in den alghemeijnen Sijnodo vinden. Ende Gerobulus is veroordent dit oock mede onder anderen inden brief te setten die hij aenghenomen heeft aen hun te schrijuen.

Acta Dordrecht (1574) 16-6-i

De deijlinghe der Classen.

1. Walcheren. 2. Scouwen ende Duuelandt.
3. T’landt van Voorn, Putten behaluen Roon ende Portegael, Item Ouerflackee ende Goereede tot der tijdt toe dat de Kercken beter versien sullen wesen, ende dat die van Ouerflackee eene Classem op hunseluen connen maecken.
4. Delft, Woudt, Schipluij, Lier, Maeslandt, Naeldtwijck, Ouwerschie, Pinaicker, Berckel, Nootdorp, Bleijswijck, Soetermeer.
5. Haghe, Rijswijck, Voorburch, Wassenaer, Monster, Sgrauenzandt, Loosduijnen, Eickenduijnen, Scheueringhe, Wateringhe.
6. Roterdam, Schiedam, Hillegondtsberch, Delfshauen, Vlaerdinghen, Capelle, Cralinghen, Seuenhuijse, Iselmonde, Portegael, Roon.
7. Bommel, Buren, Leerdam, Hueckelom, Asperen, Gorichom, met haren ommeligghenden dorpen.
8. Dordrecht, Gheertruijdenberch, T’eijlandt van Swijndrecht met sijnen dorpen, Petershoeck met den sijnen. De Clundert ende de Finert sullen onder Dordrecht be-hooren, soo langh als die Flackee gheen Classe op haer-seluen en maeckt.
9. Ter Gow, Schoonhouen, Oudewater, WoerdeD, met haren dorpen, ende met allen den dorpen die daer legghen tusschen de Leek ende Isel, met Nieupoort, Langheraeck ende Amers.
10. Leijden met gantsch Rijnlandt.
11. Alckmaer. 12. Enchuijsen. 13. Hoorn. 14. Eedam.
De broeders hebben besloten, aenghesien weinich plaetsen noch met Dienaren voorsien sijn, dat hun sommighe Classen twee ende twee t’ samen voeghen sullen. Ende als door Godts ghenade de Kercken beter versien sullen wesen, dat alsdan de Classen sich wederomme sullen mueghen deijlen.

Acta Dordrecht (1574) 16-6-j

Is besloten datmen aen die van Enghelandt, Wesel, Embden, Antwerpen schrijuen sal datse den 45 artikel nacomen, belouende dat wij t’ selue oock neerstelick doen willen. Dit sal doen Iohannes Gerobulus.

Acta Dordrecht (1574) 16-6-k

Om die confusie ende verwerringhe te vermijden die wt de verkiesinghe des ghemeijnen volx ontstaen mochte, hebben de broeders besloten dat de Dienaers des Woordts vander Consistorie der plaetse daer sij dienen sullen beroepen worden, doch alsoo dat het gheschiede met aduijs der Classische versamelinghe, ende datse alsoo der Ghemeijnte voorghestelt worden, na wtwijsen des 13 Embdtschen artikels.

Acta Dordrecht (1574) 16-6-l

Aengaende t’ verkiesen der Ouderlinghen ende Diaconen, dat sal gheschieden na het wtwijsen des 14 Artikels der Embdtsche versamelinghe, dat namelick de Consistorie t’ recht der verkiesinghe hebben sal.

Acta Dordrecht (1574) 16-6-m

De Consistorie sal dubbel ghetal der Ouderlinghen ende Diaconen der Ghemeijnte voorstellen de welcke de helft daer wt sal kiesen.

Acta Dordrecht (1574) 16-6-n

Der vercooren Dienaeren half deel sal alle iaers verandert worden na wtwijsen des 15 artijckels.

Acta Dordrecht (1574) 16-6-o

De Dienaren des Woordts die vrij sijn sullen henseluen inden dienst der Kercke gheroepen sijnde verbinden. Die elders verbonden sijn sullen daer van bijden Classen ghewisse reden laten blijeken, welcke oordeelen sal of de oorsaecken ghewichtich ghenoech sijn om in anderer Kercken dienst te treeden.

Acta Dordrecht (1574) 16-6-p

Op de 10 vraghe van dien vanden Briel is gheantwoordt dat Taffinus bij mijn Heer den Prince vande onderhoudinghe der Dienaren ghehandelt ende goede hope ghecreghen heeft.

Acta Dordrecht (1574) 16-6-q

Teghen die Dienaren die lichtueerdelicken in andere Kercken sonder wil ende weten der Classe vertrecken salmen de kerckelicke Censure ghebruijcken.

Acta Dordrecht (1574) 16-6-r

Op den 12 artikel is Taffino belastet dat hij met sijner Excell. ter gheleghener tijdt ende bij occasie handelen sal, dat hij den officieren allesins op den dorpen ghebieden wille, dat sij niemandt toe en laten te predicken, dan die een brief vanden Classe vertoonen sal.

Acta Dordrecht (1574) 16-6-s

Is besloten dat de beroepene Dienaren des Woordts oordentlicken bij ghebeurten inden Consistorio presideeren sullen.

Acta Dordrecht (1574) 16-6-t

Op de 16 propositie van Delf is besloten dat gheen Dienaer wt de Classe daer hij in is vertrecken en mach in eene andere Kercke, sonder eerst van sijner Classe oorlof vercreghen te hebben, op dat hij niet alleen van sijner Kercke, maer oock vander Classe schriftelick bescheijt brenghe. Doch dat de Classen wederomme de Dienaren met behoorlick onderhoudt ende andersins ver sorghen.

Acta Dordrecht (1574) 16-6-u

De Dienaers sullen opentlicken inder Classische versamelinghe gheexamineert worden.

Acta Dordrecht (1574) 16-6-v

Ouermidts d’oplegghinghe der handen in deser ionckheijt der Kercke tot superstitie ghetoghen ende sommigher bespottinghe onderworpen soude mueghen wesen, hebben de broeders besloten datmen deselue alsnoch onderweghen laten sal, ende de Dienaers alleen Gode ende der Ghemeynte beueelen, als hier na volcht.

Acta Dordrecht (1574) 16-6-w

Is besloten datmen de Dienaers die elders inden Dienst gheweest sijn, ende van nu voort aen nieuwelick inder Kercke aenghenomen sullen worden, Gode met den ghebede ende der Ghemeijnte met eener cleijne vermaninghe na d’onderlinghe stipulatie beueelen sal, ghelijck alsmen oock dien sal doen die nu eerst in den Dienst opghenomen worden, inden welcken doch een breeder vermaninghe ende stipulatie voor gaen sal.