Kerkorde PKN (2004) Ord. 13.V.

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

V. Andere wegen tot het ambt van predikant

Artikel
13-16

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-13-1

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

V. Andere wegen tot het ambt van predikant

Artikel 13.

Zij die de theologische wetenschappelijke opleiding elders begonnen zijn

Lid
1

Zij die elders in binnen- of buitenland een theologische wetenschappelijke opleiding volgen en verlangen tot predikant in de Protestantse Kerk in Nederland opgeleid en gevormd te worden, zijn gehouden hun opleiding voort te zetten bij of aan een van de in artikel 2 bedoelde universiteiten of seminaria.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-13-2

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

V. Andere wegen tot het ambt van predikant

Artikel 13.

Zij die de theologische wetenschappelijke opleiding elders begonnen zijn

Lid
2

De raad van toezicht voor het theologisch wetenschappelijk onderwijs bepaalt, gehoord de hoogleraren en docenten van de instelling waar de theologische opleiding wordt voortgezet, in hoeverre de reeds bereikte studieresultaten gelding kunnen behouden.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-13-3

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

V. Andere wegen tot het ambt van predikant

Artikel 13.

Zij die de theologische wetenschappelijke opleiding elders begonnen zijn

Lid
3

De in lid 1 bedoelde verandering van opleidingsinstituut dient in de regel ten minste twee jaar voor het te verwachten tijdstip van het met goed gevolg afronden van de opleiding tot predikant te hebben plaatsgevonden.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-13-4

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

V. Andere wegen tot het ambt van predikant

Artikel 13.

Zij die de theologische wetenschappelijke opleiding elders begonnen zijn

Lid
4

Betrokkene dient vanaf de aanvang van de studie aan een van de in artikel 2 bedoelde universiteiten en seminaria ingeschreven te zijn in het album van de kerk, waarbij het bepaalde in artikel 11-2 en 3 van overeenkomstige toepassing is.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-14-1

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

V. Andere wegen tot het ambt van predikant

Artikel 14.

Zij die bij een andere kerk als predikant of geestelijke werkzaam zijn geweest of tot het ambt van predikant of geestelijke zijn toegelaten

Lid
1

Indien iemand die bij een andere kerk in of buiten Nederland als predikant of geestelijke dienst heeft gedaan dan wel in deze kerk is toegelaten tot het ambt van predikant of geestelijke, toelating tot het ambt van predikant in de Protestantse Kerk in Nederland verlangt, beoordeelt de kleine synode, gehoord de raad van toezicht voor het theologisch wetenschappelijk onderwijs inzake de kwaliteit van de ontvangen opleiding en nadat een onderzoek naar de geschiktheid als bedoeld in artikel 11 is ingesteld, of, en zo ja, onder welke voorwaarden de weg naar het colloquium voor betrokkene kan worden geopend.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-14-2

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

V. Andere wegen tot het ambt van predikant

Artikel 14.

Zij die bij een andere kerk als predikant of geestelijke werkzaam zijn geweest of tot het ambt van predikant of geestelijke zijn toegelaten

Lid
2

De raad van toezicht voor het theologisch wetenschappelijk onderwijs stelt vast of een bijzonder kerkelijke examen nodig is en zo ja, welke de vereisten zijn voor dit bijzonder kerkelijke examen, dat door betrokkene moet worden afgelegd bj of aan een van de in artikel 2 bedoelde universiteiten en seminaria.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-15-1

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

V. Andere wegen tot het ambt van predikant

Artikel 15.

Bijzondere omstandigheden

Lid
1

De kleine synode kan in bijzondere omstandigheden en van geval tot geval — onder overeenkomstige toepassing van het in artikel 14 bepaalde — toestemming geven de weg naar het colloquium te openen,
indien van iemand die elders een theologische wetenschappelijke opleiding met goed gevolg heeft gedaan en toelating tot het ambt van predikant in de Protestantse Kerk in Nederland verlangt, naar het oordeel van de kleine synode in redelijkheid niet kan worden gevraagd te voldoen aan de in artikel 13 voorgeschreven vereisten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-16-1

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

V. Andere wegen tot het ambt van predikant

Artikel 16.

Singuliere gaven

Lid
1

Van de regel dat een theologisch wetenschappelijke opleiding vereist is om toegelaten te worden tot het colloquium, kan alleen worden afgeweken indien op overtuigende wijze blijkt dat een belijdend lid van de kerk singuliere gaven zijn geschonken voor het ambt van predikant.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-16-2

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

V. Andere wegen tot het ambt van predikant

Artikel 16.

Singuliere gaven

Lid
2

De beoordeling of zulks het geval is geschiedt door of vanwege de kleine synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-16-3

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

V. Andere wegen tot het ambt van predikant

Artikel 16.

Singuliere gaven

Lid
3

Blijkt uit het onderzoek dat de in deze bepaling bedoelde gaven aanwezig zijn, dan stelt de raad van toezicht voor het theologisch wetenschappelijk onderwijs vast of een bijzonder kerkelijk examen nodig is en zo ja, welke de vereisten zijn voor dit bijzonder kerkelijk examen, dat door betrokkene moet worden afgelegd bij of aan een van de in artikel 2 bedoelde universiteiten of seminaria.