Kerkorde PKN (2004) Ord. 13.IV.

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

IV. Zij die de opleiding tot predikant volgen

Artikel
11-12

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-11-1

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

IV. Zij die de opleiding tot predikant volgen

Artikel 11.

Het album van de kerk en het onderzoek naar de geschiktheid

Lid
1

Zij die verlangen tot predikant in de Protestantse Kerk in Nederland opgeleid en gevormd te worden, dienen vanaf de aanvang van hun studie ingeschreven te zijn in het album van de kerk, van welke bepaling door de raad van toezicht voor het theologisch wetenschappelijk onderwijs ontheffing kan worden verleend op door haar te stellen voorwaarden.
Betrokkenen dienen in de regel gedurende ten minste vier jaar ingeschreven te zijn in het album van de kerk.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-11-2

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

IV. Zij die de opleiding tot predikant volgen

Artikel 11.

Het album van de kerk en het onderzoek naar de geschiktheid

Lid
2

De kerk draagt bijzondere zorg voor de vorming tot het ambt van predikant van degenen die ingeschreven zijn in het album van de kerk.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-11-3

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

IV. Zij die de opleiding tot predikant volgen

Artikel 11.

Het album van de kerk en het onderzoek naar de geschiktheid

Lid
3

Zij die ingeschreven zijn in het album van de kerk verlenen hun medewerking aan onderzoek naar de geschiktheid voor het ambt van predikant.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-11-4

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

IV. Zij die de opleiding tot predikant volgen

Artikel 11.

Het album van de kerk en het onderzoek naar de geschiktheid

Lid
4

De generale synode bepaalt, gehoord de generale raad van advies, door wie en op welke wijze het onderzoek plaatsvindt naar de geschiktheid voor het ambt van predikant van hen die verlangen toegelaten te worden tot het predikantschap in de kerk en bepaalt daarbij tevens op welke wijze — indien een verklaring inzake de geschiktheid tot het ambt van predikant niet wordt afgegeven — daartegen bezwaar kan worden gemaakt.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-12-1

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

IV. Zij die de opleiding tot predikant volgen

Artikel 12.

Bevoegdheid tot het leiden van kerkdiensten tijdens de opleiding

Lid
1

Aan belijdende leden van de kerk die
− te kennen hebben gegeven toegelaten te willen worden tot het ambt van predikant,
− de theologische opleiding volgen bij of aan een van de in artikel 2 genoemde universiteiten en seminaria en
− naar het oordeel van de betrokken hoogleraren en docenten voldoende homiletische en liturgische bekwaamheid hebben,
kan in de eindfase van de opleiding door of vanwege de kleine synode voor een tijdvak van telkens ten hoogste één jaar een consent worden verleend om — met gebruikmaking van een van de orden uit het dienstboek van de kerk en met inachtneming van het in of krachtens ordinantie 5-5-2 bepaalde — een kerkdienst te leiden.
Dit consent wordt uitgereikt, nadat de aanvrager de belofte heeft afgelegd, die in de generale regeling voor het verlenen van consent tot het leiden van kerkdiensten is voorgeschreven.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-12-2

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

IV. Zij die de opleiding tot predikant volgen

Artikel 12.

Bevoegdheid tot het leiden van kerkdiensten tijdens de opleiding

Lid
2

Dit consent vervalt tussentijds als betrokkene niet toegelaten mocht worden tot het ambt van predikant in de kerk.