Kerkorde PKN (2004) Ord. 13

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13.I.

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

I. Opleiding en vorming

Artikel
1-3

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-1-1

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

I. Opleiding en vorming

Artikel 1.

De zorg voor de opleiding en vorming

Lid
1

De generale synode wordt bij haar voortdurende zorg voor de opleiding en vorming van de predikanten bijgestaan door organen van de kerk die op dit terrein werkzaam zijn, in het bijzonder de raad van toezicht voor het theologisch wetenschappelijk onderwijs.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-1-2

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

I. Opleiding en vorming

Artikel 1.

De zorg voor de opleiding en vorming

Lid
2

De generale synode stelt, gehoord de desbetreffende organen, waaronder de raad van toezicht voor het theologisch wetenschappelijk onderwijs, de vereisten en de eindtermen vast voor de opleiding en vorming van hen die tot het predikantschap in de kerk worden toegelaten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-1-3

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

I. Opleiding en vorming

Artikel 1.

De zorg voor de opleiding en vorming

Lid
3

Tot de vereisten voor de opleiding van de predikanten behoort de kennis van de grondtalen van de Heilige Schrift en het Latijn op een door de generale synode vast te stellen niveau.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-1-4

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

I. Opleiding en vorming

Artikel 1.

De zorg voor de opleiding en vorming

Lid
4

De opleiding van de predikanten omvat in ieder geval:
de wetenschappelijke bestudering van
− de uitleg en theologie van de Heilige Schrift,
− de geschiedenis van de kerk, in het bijzonder de geschiedenis van de reformatie en die van de kerken in Nederland,
− de leer en het belijden van de kerk,
− de ethiek,
− de verhouding van de kerk tot andere kerken, godsdiensten en levensbeschouwingen,
− de theorie en praktijk van ambt en gemeente en
− het kerkrecht
alsmede een tijdens de opleiding te volgen stage in een gemeente.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-2-1

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

I. Opleiding en vorming

Artikel 2.

De instellingen voor de opleiding en vorming tot predikant

Lid
1

De opleiding en vorming van de predikanten vindt plaats bij of aan universiteiten en seminaria die door de kerk zijn gesticht of aangewezen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-2-2

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

I. Opleiding en vorming

Artikel 2.

De instellingen voor de opleiding en vorming tot predikant

Lid
2

De in lid 1 bedoelde universiteiten zijn:
a. de Theologische Universiteit te Kampen en
b. de Universiteit Leiden en de Universiteit Utrecht.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-2-3

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

I. Opleiding en vorming

Artikel 2.

De instellingen voor de opleiding en vorming tot predikant

Lid
3

De in lid 1 bedoelde seminaria zijn:
a. het Evangelisch-Luthers Seminarium te Utrecht en
b. het Theologisch Seminarium Hydepark te Doorn.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-2-4

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

I. Opleiding en vorming

Artikel 2.

De instellingen voor de opleiding en vorming tot predikant

Lid
4

Ten behoeve van de kerkelijke opleiding bij de theologische faculteiten aan de in lid 2 sub b genoemde universiteiten is er het Theologisch Wetenschappelijk Instituut.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-2-5

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

I. Opleiding en vorming

Artikel 2.

De instellingen voor de opleiding en vorming tot predikant

Lid
5

De Theologische Universiteit te Kampen, het Theologisch Wetenschappelijk Instituut en het Evangelisch-Luthers Seminarium zijn door de kerk gestichte instellingen voor theologisch wetenschappelijk onderwijs. Aan deze instellingen is tevens opgedragen het verrichten van theologische wetenschappelijk onderzoek.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-2-6

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

I. Opleiding en vorming

Artikel 2.

De instellingen voor de opleiding en vorming tot predikant

Lid
6

Ten behoeve van de nadere voorbereiding op het predikantschap en de nascholing van de predikanten is er het Theologisch Seminarium Hydepark.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-2-7

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

I. Opleiding en vorming

Artikel 2.

De instellingen voor de opleiding en vorming tot predikant

Lid
7

De door de kerk gestichte instellingen voor theologisch wetenschappelijk onderwijs enerzijds en het Theologisch Seminarium Hydepark anderzijds werken samen ten behoeve van de opleiding en vorming van de predikanten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-3-1

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

I. Opleiding en vorming

Artikel 3.

De raad van toezicht voor het theologisch wetenschappelijk onderwijs

Lid
1

De raad van toezicht voor het theologisch wetenschappelijk onderwijs heeft tot taak de belangen te verzorgen van de opleiding en vorming van de predikanten, voorzover dit niet aan anderen is opgedragen en is — onder verantwoordelijkheid van en in verantwoording aan de generale synode — belast met
− de coördinatie van de arbeid die op dit terrein vanwege de kerk wordt verricht en
− het toezicht op het bestuur van de door de kerk gestichte instellingen voor theologisch wetenschappelijk onderwijs,
een en ander met inachtneming van hetgeen overigens in deze ordinantie en de generale regeling voor de opleiding en vorming van predikanten is bepaald.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-3-2

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

I. Opleiding en vorming

Artikel 3.

De raad van toezicht voor het theologisch wetenschappelijk onderwijs

Lid
2

De raad van toezicht is daarbij onder meer belast met:
a. het doen besturen van de door de kerk gestichte instellingen voor theologisch wetenschappelijk onderwijs door de onderscheiden daartoe ingestelde colleges van curatoren,
b. het houden van toezicht op de door de kerk gestichte instellingen voor theologisch wetenschappelijk onderwijs en op het Theologisch Seminarium Hydepark,
c. het doen van voorstellen die de opleiding en vorming van predikanten als zodanig dan wel die het geheel van de instellingen voor theologisch wetenschappelijk onderwijs vanwege de kerk betreffen,
d. het verlenen van voorafgaande goedkeuring ten aanzien van de overeenkomsten betreffende de samenwerking met de theologische faculteiten aan de door de kerk aangewezen universiteiten en het houden van toezicht op de naleving daarvan,
e. het verlenen van voorafgaande goedkeuring ten aanzien van de overeenkomsten met de Rijksoverheid betreffende de financiële zaken aan de opleiding en vorming verbonden en het houden van toezicht op de naleving daarvan,
f. het doen bijhouden van het album van de kerk.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-3-3

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

I. Opleiding en vorming

Artikel 3.

De raad van toezicht voor het theologisch wetenschappelijk onderwijs

Lid
3

De raad van toezicht bestaat uit vijf leden, die worden benoemd uit de belijdende leden van de kerk. De leden van de raad van toezicht worden — met inachtneming van het bepaalde in de generale regeling voor de opleiding en vorming van predikanten — door of vanwege de generale synode benoemd, geschorst en ontslagen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-3-4

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

I. Opleiding en vorming

Artikel 3.

De raad van toezicht voor het theologisch wetenschappelijk onderwijs

Lid
4

De leden van de raad van toezicht worden benoemd voor een periode van vier jaar en kunnen eenmaal voor een aansluitende periode van vier jaar worden herbenoemd. Een lid van de raad van toezicht kan om gewichtige redenen worden geschorst en — zonodig — tussentijds worden ontslagen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13.II.

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

II. De door de kerk gestichte instellingen voor theologisch wetenschappelijk onderwijs

Artikel
4-9

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-4-1

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

II. De door de kerk gestichte instellingen voor theologisch wetenschappelijk onderwijs

Artikel 4.

Het college van curatoren

Lid
1

Een door de kerk gestichte instelling voor theologisch wetenschappelijk onderwijs wordt bestuurd door een college van curatoren.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-4-2

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

II. De door de kerk gestichte instellingen voor theologisch wetenschappelijk onderwijs

Artikel 4.

Het college van curatoren

Lid
2

Het college van curatoren van de instelling is belast met het bestuur van de desbetreffende instelling in haar geheel en het beheer daarvan, onverminderd de bevoegdheden van de raad van toezicht voor het theologisch wetenschappelijk onderwijs en rekening houdend met het eigen karakter van de instelling,
een en ander met inachtneming van het bepaalde in de generale regeling voor de opleiding en vorming van predikanten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-4-3

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

II. De door de kerk gestichte instellingen voor theologisch wetenschappelijk onderwijs

Artikel 4.

Het college van curatoren

Lid
3

Een college van curatoren bestaat uit ten minste vijf en ten hoogste negen leden, die worden benoemd uit de belijdende leden van de kerk.
De leden van een college van curatoren worden — met inachtneming van het bepaalde in de generale regeling voor de opleiding en vorming van predikanten — benoemd, geschorst en ontslagen door de kleine synode, op aanbeveling van de raad van toezicht voor het theologisch wetenschappelijk onderwijs, een en ander met dien verstande dat — indien de aanbeveling een lid van het college van curatoren van het Evangelisch-Luthers Seminarium betreft — de raad van toezicht daarover tevoren overeenstemming heeft bereikt met de evangelisch-lutherse synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-4-4

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

II. De door de kerk gestichte instellingen voor theologisch wetenschappelijk onderwijs

Artikel 4.

Het college van curatoren

Lid
4

De leden van een college van curatoren worden benoemd voor een periode van vier jaar en kunnen eenmaal voor een aansluiende periode van vier jaar worden herbenoemd. Een lid van een college van curatoren kan om gewichtige redenen worden geschorst en — zonodig — tussentijds worden ontslagen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-5-1

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

II. De door de kerk gestichte instellingen voor theologisch wetenschappelijk onderwijs

Artikel 5.

Rectorium

Lid
1

Het college van curatoren stelt een rectorium in, dat wordt belast met de dagelijkse leiding van de desbetreffende instelling. De leden van het rectorium worden benoemd door het college van curatoren.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-6-1

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

II. De door de kerk gestichte instellingen voor theologisch wetenschappelijk onderwijs

Artikel 6.

De door de generale synode benoemde hoogleraren en docenten

Lid
1

De benoeming en het ontslag van hoogleraren en docenten bij de door de kerk gestichte instellingen voor theologisch wetenschappelijk onderwijs geschiedt door de generale synode op voordracht van de raad van toezicht voor het theologisch wetenschappelijk onderwijs, met inachtneming van hetgeen overigens ter zake in de orde van de kerk is bepaald.
Een voordracht voor benoeming bevat — bij voorkeur — twee namen, in volgorde van voorkeur.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-6-2

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

II. De door de kerk gestichte instellingen voor theologisch wetenschappelijk onderwijs

Artikel 6.

De door de generale synode benoemde hoogleraren en docenten

Lid
2

Tot hoogleraar of docent bij de in lid 1 bedoelde instellingen zijn benoembaar belijdende leden van de kerk, die ten minste vier jaar als predikant de kerk hebben gediend, behoudens door de generale synode van deze voorwaarden te verlenen ontheffing.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-6-3

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

II. De door de kerk gestichte instellingen voor theologisch wetenschappelijk onderwijs

Artikel 6.

De door de generale synode benoemde hoogleraren en docenten

Lid
3

Degene die naar het bepaalde in dit artikel tot hoogleraar of docent is benoemd, belooft voorafgaand aan het tijdstip waarop die benoeming ingaat, ten overstaan van het moderamen van de generale synode dat betrokkene bij de arbeid aan de opleiding en vorming van de predikanten zich naar artikel I van de kerkorde zal beweging in de weg van het belijden van de kerk, het opzicht van de kerk aanvaardt, zich zal onderwerpen aan de regelen van de orde van de kerk en zal medewerken aan de opbouw van de kerk als gestalte van de ene heilige, apostolische en katholieke of algemene christelijke Kerk.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-6-4

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

II. De door de kerk gestichte instellingen voor theologisch wetenschappelijk onderwijs

Artikel 6.

De door de generale synode benoemde hoogleraren en docenten

Lid
4

Aan de door de generale synode benoemde hoogleraren en docenten is opgedragen — naast het onderwijs en onderzoek in de hun toevertrouwde vakken — bijzondere zorg te besteden aan de vorming tot het ambt van predikant. Aan hen is in dat kader mede toevertrouwd het betonen van geestelijke zorg aan hen die verlangen toegelaten te worden tot het ambt van predikant.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-6-5

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

II. De door de kerk gestichte instellingen voor theologisch wetenschappelijk onderwijs

Artikel 6.

De door de generale synode benoemde hoogleraren en docenten

Lid
5

De door de generale synode benoemde hoogleraren en docenten zijn geroepen naar vermogen een bijdrage te leveren aan de theologische arbeid van de kerk, wanneer zij daartoe door of vanwege de meerdere ambtelijke vergaderingen worden uitgenodigd.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-6-6

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

II. De door de kerk gestichte instellingen voor theologisch wetenschappelijk onderwijs

Artikel 6.

De door de generale synode benoemde hoogleraren en docenten

Lid
6

De door de generale synode benoemde hoogleraren en docenten worden, als zij beroepbaar zijn als predikant van de kerk, door de generale synode tevens beroepen tot predikant met een bijzondere opdracht.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-7-1

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

II. De door de kerk gestichte instellingen voor theologisch wetenschappelijk onderwijs

Artikel 7.

De Theologische Universiteit te Kampen

Lid
1

De Theologische Universiteit te Kampen is een door de kerk gestichte instelling voor theologisch wetenschappelijk onderwijs, die zorg draagt voor de opleiding tot predikant, en heeft — als zelfstandig onderdeel van de kerk — rechtspersoonlijkheid.
Aan de Theologische Universiteit is tevens opgedragen het verrichten van theologisch wetenschappelijk onderzoek.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-7-2

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

II. De door de kerk gestichte instellingen voor theologisch wetenschappelijk onderwijs

Artikel 7.

De Theologische Universiteit te Kampen

Lid
2

De benoeming en het ontslag van hoogleraren en docenten bij de Theologische Universiteit geschieden op voordracht van de raad van toezicht voor het theologisch wetenschappelijk onderwijs.
De raad van toezicht hoort, voordat een voordracht aan de generale synode wordt gedaan, het college van curatoren dat — alvorens advies uit te brengen — het oordeel inwint van het college van hoogleraren en het rectorium.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-7-3

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

II. De door de kerk gestichte instellingen voor theologisch wetenschappelijk onderwijs

Artikel 7.

De Theologische Universiteit te Kampen

Lid
3

De inrichting en werkwijze van de Theologische Universiteit worden geregeld in een bestuurs- en beheersreglement, dat — met inachtneming van het bepaalde in deze ordinantie en in de generale regeling voor de opleiding en vorming van predikanten — wordt vastgesteld door het college van curatoren.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-8-1

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

II. De door de kerk gestichte instellingen voor theologisch wetenschappelijk onderwijs

Artikel 8.

Het Theologisch Wetenschappelijk Instituut

Lid
1

Het Theologisch Wetenschappelijk Instituut is een door de kerk gestichte instelling voor theologisch wetenschappelijk onderwijs ten behoeve van de kerkelijke opleiding bij de theologische faculteiten aan de door de kerk aangewezen universiteiten als bedoeld in artikel 2-2 sub b.
Aan het Theologisch Wetenschappelijk Instituut is tevens opgedragen het verrichten van theologisch wetenschappelijk onderzoek.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-8-2

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

II. De door de kerk gestichte instellingen voor theologisch wetenschappelijk onderwijs

Artikel 8.

Het Theologisch Wetenschappelijk Instituut

Lid
2

De benoeming en het ontslag van de kerkelijke hoogleraren en docenten bij het Theologisch Wetenschappelijk Instituut geschieden op voordracht van de raad van toezicht voor het theologisch wetenschappelijk onderwijs.
De raad van toezicht hoort, voordat een voordracht aan de generale synode wordt gedaan, het college van curatoren dat — alvorens advies uit te brengen — het oordeel inwint van het college van kerkelijke hoogleraren en docenten en de theologische faculteit waaraan de te benoemen hoogleraar of docent werkzaam zal zijn.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-8-3

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

II. De door de kerk gestichte instellingen voor theologisch wetenschappelijk onderwijs

Artikel 8.

Het Theologisch Wetenschappelijk Instituut

Lid
3

De aan het instituut verbonden kerkelijke hoogleraren en docenten vormen tezamen het college van kerkelijke hoogleraren en docenten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-8-4

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

II. De door de kerk gestichte instellingen voor theologisch wetenschappelijk onderwijs

Artikel 8.

Het Theologisch Wetenschappelijk Instituut

Lid
4

De generale synode stelt, gehoord de raad van toezicht voor het theologisch wetenschappelijk onderwijs, vast welke vakken door de kerkelijke opleiding worden verzorgd en deel uitmaken van het kerkelijk examen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-8-5

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

II. De door de kerk gestichte instellingen voor theologisch wetenschappelijk onderwijs

Artikel 8.

Het Theologisch Wetenschappelijk Instituut

Lid
5

De raad van toezicht voor het theologisch wetenschappelijk onderwijs stelt, gehoord het college van curatoren en het college van kerkelijke hoogleraren en docenten, de voorwaarden voor de toelating tot het kerkelijk examen vast.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-8-6

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

II. De door de kerk gestichte instellingen voor theologisch wetenschappelijk onderwijs

Artikel 8.

Het Theologisch Wetenschappelijk Instituut

Lid
6

Tot het kerkelijk examen worden toegelaten de leden van de kerk die zijn ingeschreven in het album van de kerk en met goed gevolg een examen in de godgeleerdheid dat toelating geeft tot het kerkelijk examen, hebben afgelegd aan een van de in artikel 2-2 genoemde universiteiten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-8-7

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

II. De door de kerk gestichte instellingen voor theologisch wetenschappelijk onderwijs

Artikel 8.

Het Theologisch Wetenschappelijk Instituut

Lid
7

De inrichting en werkwijze van het Theologisch Wetenschappelijk Instituut worden geregeld in een bestuurs- en beheersreglement, dat — met inachtneming van het bepaalde in deze ordinantie en in de generale regeling voor de opleiding en vorming van predikanten — wordt vastgesteld door het college van curatoren.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-9-1

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

II. De door de kerk gestichte instellingen voor theologisch wetenschappelijk onderwijs

Artikel 9.

Het Evangelisch-Luthers Seminarium

Lid
1

Het Evangelisch-Luthers Seminarium is een door de kerk gestichte instelling voor theologisch wetenschappelijk onderwijs bij de theologische faculteit aan de Universiteit te Utrecht ten behoeve van de kerkelijke opleiding.
Het Seminarium draagt bij aan het bewaren en aan de gehele kerk dienstbaar maken van de lutherse traditie en verzorgt in dat kader onderwijs en onderzoek ten behoeve van de opleiding en bijscholing van predikanten, alsmede ten behoeve van de vorming en toerusting van gemeenteleden.
Het beheer van de bibliotheek van het Evangelisch-Luthers Seminarium is opgedragen aan het college van curatoren van het Evangelisch-Luthers Seminarium.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-9-2

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

II. De door de kerk gestichte instellingen voor theologisch wetenschappelijk onderwijs

Artikel 9.

Het Evangelisch-Luthers Seminarium

Lid
2

De benoeming en het ontslag van de kerkelijke hoogleraren en docenten bij het Evangelisch-Luthers Seminarium geschieden op voordracht van de raad van toezicht voor het theologisch wetenschappelijk onderwijs, met dien verstande dat de raad van toezicht daarover tevoren overeenstemming heeft bereikt met de evangelisch-lutherse synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-9-3

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

II. De door de kerk gestichte instellingen voor theologisch wetenschappelijk onderwijs

Artikel 9.

Het Evangelisch-Luthers Seminarium

Lid
3

De kerkelijke hoogleraren en docenten worden benoemd met het oog op het geven van — nader aangegeven — vakken, die aan het seminarium worden gedoceerd. Het staat de kerkelijke hoogleraren en docenten vrij, behoudens goedkeuring van het college van curatoren van het Evangelisch-Luthers Seminarium, het onderwijs bedoeld in lid 4 te doen verzorgen door hoogleraren en docenten van de theologische opleiding aan een van de in artikel 2 genoemde universiteiten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-9-4

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

II. De door de kerk gestichte instellingen voor theologisch wetenschappelijk onderwijs

Artikel 9.

Het Evangelisch-Luthers Seminarium

Lid
4

De generale synode stelt, gehoord de raad van toezicht voor het theologisch wetenschappelijk onderwijs en de evangelisch-lutherse synode, vast welke vakken door het seminarium worden verzorgd en deel uitmaken van het kerkelijk examen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-9-5

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

II. De door de kerk gestichte instellingen voor theologisch wetenschappelijk onderwijs

Artikel 9.

Het Evangelisch-Luthers Seminarium

Lid
5

De raad van toezicht voor het theologisch wetenschappelijk onderwijs stelt, gehoord het college van curatoren en de kerkelijke hoogleraren en docenten van het Evangelisch-Luthers Seminarium, de voorwaarden voor de toelating tot het kerkelijk examen aan dit seminarium vast.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-9-6

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

II. De door de kerk gestichte instellingen voor theologisch wetenschappelijk onderwijs

Artikel 9.

Het Evangelisch-Luthers Seminarium

Lid
6

Tot het kerkelijk examen worden toegelaten leden van de kerk die zijn ingeschreven in het album van de kerk en met goed gevolg een examen in de godgeleerdheid dat toelating geeft tot het kerkelijk examen, hebben afgelegd aan een van de in artikel 2-2 genoemde universiteiten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-9-7

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

II. De door de kerk gestichte instellingen voor theologisch wetenschappelijk onderwijs

Artikel 9.

Het Evangelisch-Luthers Seminarium

Lid
7

De inrichting en werkwijze van het Evangelisch-Luthers Seminarium worden geregeld in een bestuurs- en beheersreglement, dat — met inachtneming van het bepaalde in deze ordinantie en in de generale regeling voor de opleiding en vorming van predikanten — wordt vastgesteld door het college van curatoren.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13.III.

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

III. De door de kerk gestichte instelling voor nadere voorbereiding en nascholing

Artikel
10

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-10-1

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

III. De door de kerk gestichte instelling voor nadere voorbereiding en nascholing

Artikel 10.

Het Theologisch Seminarium Hydepark

Lid
1

Het Theologisch Seminarium Hydepark is de door de kerk gestichte instelling voor de nadere voorbereiding op het predikantschap en de nascholing van predikanten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-10-2

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

III. De door de kerk gestichte instelling voor nadere voorbereiding en nascholing

Artikel 10.

Het Theologisch Seminarium Hydepark

Lid
2

Het Theologisch Seminarium Hydepark wordt bestuurd door het bestuur van de dienstenorganisatie, dat bevoegd is een commissie in te stellen waaraan het bestuur en beheer van het theologisch seminarium wordt opgedragen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-10-3

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

III. De door de kerk gestichte instelling voor nadere voorbereiding en nascholing

Artikel 10.

Het Theologisch Seminarium Hydepark

Lid
3

De dagelijkse leiding van het Theologisch Seminarium Hydepark berust bij een rector, die zijn werk verricht onder verantwoordelijkheid van het bestuur van de dientenorganisatie.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-10-4

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

III. De door de kerk gestichte instelling voor nadere voorbereiding en nascholing

Artikel 10.

Het Theologisch Seminarium Hydepark

Lid
4

De rector wordt door de generale synode benoemd, op voordracht van de raad van toezicht voor het theologisch wetenschappelijk onderwijs.
De raad van toezicht hoort, voordat een voordracht aan de generale synode wordt gedaan, het bestuur van de dienstenorganisatie en de colleges van curatoren van de door de kerk gestichte instellingen voor theologisch wetenschappelijk onderwijs.
Het bepaalde in artikel 6-3 is van overeenkomstige toepassing.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-10-5

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

III. De door de kerk gestichte instelling voor nadere voorbereiding en nascholing

Artikel 10.

Het Theologisch Seminarium Hydepark

Lid
5

De benoeming en het ontslag van de docenten aan het Theologisch Seminarium Hydepark geschieden door de kleine synode op aanbeveling van de raad van toezicht voor het theologisch wetenschappelijk onderwijs.
De raad van toezicht hoort de rector van het theologisch seminarium, voordat een aanbeveling aan de kleine synode wordt gedaan.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-10-6

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

III. De door de kerk gestichte instelling voor nadere voorbereiding en nascholing

Artikel 10.

Het Theologisch Seminarium Hydepark

Lid
6

Tot rector of docent zijn benoembaar belijdende leden van de kerk, die ten minste vier jaar als predikant de kerk hebben gediend, behoudens door de generale synode van deze voorwaarden te verlenen ontheffing.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-10-7

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

III. De door de kerk gestichte instelling voor nadere voorbereiding en nascholing

Artikel 10.

Het Theologisch Seminarium Hydepark

Lid
7

De rector en docenten worden, als zij beroepbaar zijn als predikant van de kerk, door de generale synode tevens beroepen tot predikant met een bijzondere opdracht.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-10-8

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

III. De door de kerk gestichte instelling voor nadere voorbereiding en nascholing

Artikel 10.

Het Theologisch Seminarium Hydepark

Lid
8

De raad van toezicht voor het theologisch wetenschappelijk onderwijs stelt, gehoord het bestuur van de dienstenorganisatie en de rector, het instellingsplan en het curriculum voor het Theologisch Seminarium Hydepark vast, een en ander met inachtneming van de vastgestelde beleidsmatige en financiële randvoorwaarden voor de gehele dienstenorganisatie.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-10-9

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

III. De door de kerk gestichte instelling voor nadere voorbereiding en nascholing

Artikel 10.

Het Theologisch Seminarium Hydepark

Lid
9

De taken en bevoegdheden van het Theologisch Seminarium Hydepark ter zake van de nadere voorbereiding op het predikantschap en de nascholing van predikanten alsmede van de verplichtingen van de toekomstige en dienstdoende predikanten in dezen, worden nader geregeld in de generale regeling voor de opleiding en vorming van predikanten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13.IV.

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

IV. Zij die de opleiding tot predikant volgen

Artikel
11-12

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-11-1

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

IV. Zij die de opleiding tot predikant volgen

Artikel 11.

Het album van de kerk en het onderzoek naar de geschiktheid

Lid
1

Zij die verlangen tot predikant in de Protestantse Kerk in Nederland opgeleid en gevormd te worden, dienen vanaf de aanvang van hun studie ingeschreven te zijn in het album van de kerk, van welke bepaling door de raad van toezicht voor het theologisch wetenschappelijk onderwijs ontheffing kan worden verleend op door haar te stellen voorwaarden.
Betrokkenen dienen in de regel gedurende ten minste vier jaar ingeschreven te zijn in het album van de kerk.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-11-2

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

IV. Zij die de opleiding tot predikant volgen

Artikel 11.

Het album van de kerk en het onderzoek naar de geschiktheid

Lid
2

De kerk draagt bijzondere zorg voor de vorming tot het ambt van predikant van degenen die ingeschreven zijn in het album van de kerk.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-11-3

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

IV. Zij die de opleiding tot predikant volgen

Artikel 11.

Het album van de kerk en het onderzoek naar de geschiktheid

Lid
3

Zij die ingeschreven zijn in het album van de kerk verlenen hun medewerking aan onderzoek naar de geschiktheid voor het ambt van predikant.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-11-4

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

IV. Zij die de opleiding tot predikant volgen

Artikel 11.

Het album van de kerk en het onderzoek naar de geschiktheid

Lid
4

De generale synode bepaalt, gehoord de generale raad van advies, door wie en op welke wijze het onderzoek plaatsvindt naar de geschiktheid voor het ambt van predikant van hen die verlangen toegelaten te worden tot het predikantschap in de kerk en bepaalt daarbij tevens op welke wijze — indien een verklaring inzake de geschiktheid tot het ambt van predikant niet wordt afgegeven — daartegen bezwaar kan worden gemaakt.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-12-1

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

IV. Zij die de opleiding tot predikant volgen

Artikel 12.

Bevoegdheid tot het leiden van kerkdiensten tijdens de opleiding

Lid
1

Aan belijdende leden van de kerk die
− te kennen hebben gegeven toegelaten te willen worden tot het ambt van predikant,
− de theologische opleiding volgen bij of aan een van de in artikel 2 genoemde universiteiten en seminaria en
− naar het oordeel van de betrokken hoogleraren en docenten voldoende homiletische en liturgische bekwaamheid hebben,
kan in de eindfase van de opleiding door of vanwege de kleine synode voor een tijdvak van telkens ten hoogste één jaar een consent worden verleend om — met gebruikmaking van een van de orden uit het dienstboek van de kerk en met inachtneming van het in of krachtens ordinantie 5-5-2 bepaalde — een kerkdienst te leiden.
Dit consent wordt uitgereikt, nadat de aanvrager de belofte heeft afgelegd, die in de generale regeling voor het verlenen van consent tot het leiden van kerkdiensten is voorgeschreven.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-12-2

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

IV. Zij die de opleiding tot predikant volgen

Artikel 12.

Bevoegdheid tot het leiden van kerkdiensten tijdens de opleiding

Lid
2

Dit consent vervalt tussentijds als betrokkene niet toegelaten mocht worden tot het ambt van predikant in de kerk.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13.V.

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

V. Andere wegen tot het ambt van predikant

Artikel
13-16

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-13-1

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

V. Andere wegen tot het ambt van predikant

Artikel 13.

Zij die de theologische wetenschappelijke opleiding elders begonnen zijn

Lid
1

Zij die elders in binnen- of buitenland een theologische wetenschappelijke opleiding volgen en verlangen tot predikant in de Protestantse Kerk in Nederland opgeleid en gevormd te worden, zijn gehouden hun opleiding voort te zetten bij of aan een van de in artikel 2 bedoelde universiteiten of seminaria.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-13-2

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

V. Andere wegen tot het ambt van predikant

Artikel 13.

Zij die de theologische wetenschappelijke opleiding elders begonnen zijn

Lid
2

De raad van toezicht voor het theologisch wetenschappelijk onderwijs bepaalt, gehoord de hoogleraren en docenten van de instelling waar de theologische opleiding wordt voortgezet, in hoeverre de reeds bereikte studieresultaten gelding kunnen behouden.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-13-3

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

V. Andere wegen tot het ambt van predikant

Artikel 13.

Zij die de theologische wetenschappelijke opleiding elders begonnen zijn

Lid
3

De in lid 1 bedoelde verandering van opleidingsinstituut dient in de regel ten minste twee jaar voor het te verwachten tijdstip van het met goed gevolg afronden van de opleiding tot predikant te hebben plaatsgevonden.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-13-4

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

V. Andere wegen tot het ambt van predikant

Artikel 13.

Zij die de theologische wetenschappelijke opleiding elders begonnen zijn

Lid
4

Betrokkene dient vanaf de aanvang van de studie aan een van de in artikel 2 bedoelde universiteiten en seminaria ingeschreven te zijn in het album van de kerk, waarbij het bepaalde in artikel 11-2 en 3 van overeenkomstige toepassing is.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-14-1

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

V. Andere wegen tot het ambt van predikant

Artikel 14.

Zij die bij een andere kerk als predikant of geestelijke werkzaam zijn geweest of tot het ambt van predikant of geestelijke zijn toegelaten

Lid
1

Indien iemand die bij een andere kerk in of buiten Nederland als predikant of geestelijke dienst heeft gedaan dan wel in deze kerk is toegelaten tot het ambt van predikant of geestelijke, toelating tot het ambt van predikant in de Protestantse Kerk in Nederland verlangt, beoordeelt de kleine synode, gehoord de raad van toezicht voor het theologisch wetenschappelijk onderwijs inzake de kwaliteit van de ontvangen opleiding en nadat een onderzoek naar de geschiktheid als bedoeld in artikel 11 is ingesteld, of, en zo ja, onder welke voorwaarden de weg naar het colloquium voor betrokkene kan worden geopend.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-14-2

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

V. Andere wegen tot het ambt van predikant

Artikel 14.

Zij die bij een andere kerk als predikant of geestelijke werkzaam zijn geweest of tot het ambt van predikant of geestelijke zijn toegelaten

Lid
2

De raad van toezicht voor het theologisch wetenschappelijk onderwijs stelt vast of een bijzonder kerkelijke examen nodig is en zo ja, welke de vereisten zijn voor dit bijzonder kerkelijke examen, dat door betrokkene moet worden afgelegd bj of aan een van de in artikel 2 bedoelde universiteiten en seminaria.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-15-1

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

V. Andere wegen tot het ambt van predikant

Artikel 15.

Bijzondere omstandigheden

Lid
1

De kleine synode kan in bijzondere omstandigheden en van geval tot geval — onder overeenkomstige toepassing van het in artikel 14 bepaalde — toestemming geven de weg naar het colloquium te openen,
indien van iemand die elders een theologische wetenschappelijke opleiding met goed gevolg heeft gedaan en toelating tot het ambt van predikant in de Protestantse Kerk in Nederland verlangt, naar het oordeel van de kleine synode in redelijkheid niet kan worden gevraagd te voldoen aan de in artikel 13 voorgeschreven vereisten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-16-1

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

V. Andere wegen tot het ambt van predikant

Artikel 16.

Singuliere gaven

Lid
1

Van de regel dat een theologisch wetenschappelijke opleiding vereist is om toegelaten te worden tot het colloquium, kan alleen worden afgeweken indien op overtuigende wijze blijkt dat een belijdend lid van de kerk singuliere gaven zijn geschonken voor het ambt van predikant.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-16-2

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

V. Andere wegen tot het ambt van predikant

Artikel 16.

Singuliere gaven

Lid
2

De beoordeling of zulks het geval is geschiedt door of vanwege de kleine synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-16-3

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

V. Andere wegen tot het ambt van predikant

Artikel 16.

Singuliere gaven

Lid
3

Blijkt uit het onderzoek dat de in deze bepaling bedoelde gaven aanwezig zijn, dan stelt de raad van toezicht voor het theologisch wetenschappelijk onderwijs vast of een bijzonder kerkelijk examen nodig is en zo ja, welke de vereisten zijn voor dit bijzonder kerkelijk examen, dat door betrokkene moet worden afgelegd bij of aan een van de in artikel 2 bedoelde universiteiten of seminaria.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13.VI.

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

VI. Toelating tot het ambt van predikant

Artikel
17-19

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-17-1

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

VI. Toelating tot het ambt van predikant

Artikel 17.

Het generale college voor de toelating tot het ambt van predikant

Lid
1

De toelating tot het ambt van predikant in de Protestantse Kerk in Nederland wordt — na een colloquium — verleend door het generale college voor de toelating tot het ambt van predikant.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-17-2

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

VI. Toelating tot het ambt van predikant

Artikel 17.

Het generale college voor de toelating tot het ambt van predikant

Lid
2

De leden van het generale college worden benoemd door de kleine synode uit de ambtsdragers van de kerk en wel zo dat er nagenoeg evenveel predikanten enerzijds als ouderlingen en diakenen anderzijds, worden benoemd.
De kleine synode stelt, voordat tot benoeming wordt overgegaan, de algemene classicale vergaderingen en de evangelisch-lutherse synode in de gelegenheid aanbevelingen in te dienen voor de benomeing van leden van dit generale college.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-17-3

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

VI. Toelating tot het ambt van predikant

Artikel 17.

Het generale college voor de toelating tot het ambt van predikant

Lid
3

Het generale college vormt uit zijn midden een aantal delegaties voor het houden van colloquia.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-17-4

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

VI. Toelating tot het ambt van predikant

Artikel 17.

Het generale college voor de toelating tot het ambt van predikant

Lid
4

Voor het colloquium van hen, die verlangen predikant te worden bij een Waalse gemeente, wijst de Commission Wallonne voor elk geval afzonderlijk drie gedelegeerden voor de toelating tot het ambt van predikant aan, die tezamen met de voorzitter en secretaris dan wel twee andere daarvoor aangewezen leden van het generale college, het colloquium houden.
De gedelegeerden van de Commission Wallonne kunnen desgewenst een colloquium bijwonen van één van de delegaties als bedoeld in lid 3.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-18-1

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

VI. Toelating tot het ambt van predikant

Artikel 18.

De aanvraag van en de vereisten voor de toelating tot een colloquium

Lid
1

De aanvraag van een colloquium moet worden ingediend bij de secretaris van het generale college voor de toelating tot het ambt van predikant.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-18-2

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

VI. Toelating tot het ambt van predikant

Artikel 18.

De aanvraag van en de vereisten voor de toelating tot een colloquium

Lid
2

Bij de aanvraag moeten worden overgelegd:
a. een verklaring over belijdenis en wandel, afgegeven door de kerkenraad van de gemeente(n) tot welke de betrokkene als belijdend lid de afgelopen twee jaar heeft behoord,
b. een bewijs dat met goed gevolg de opleiding tot predikant is gevolgd bij of aan een van de in artikel 2 bedoelde universiteiten en seminaria, vergezeld van een verklaring omtrent de geschiktheid tot het ambt van predikant
dan wel een verklaring van de raad van toezicht voor het theologisch wetenschappelijk onderwijs dat voldaan is aan de vereisten voor het afleggen van het colloquium alsmede
c. een preek over een door de aanvrager gekozen Schriftgedeelte, vergezeld van een orde van de dienst met de daarbij gekozen Schriftlezing(en) en liederen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-18-3

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

VI. Toelating tot het ambt van predikant

Artikel 18.

De aanvraag van en de vereisten voor de toelating tot een colloquium

Lid
3

Indien de bescheiden als bedoeld in lid 2 sub b ouder zijn dan vier jaar kan het generale college nadere eisen stellen voor de toelating tot het colloquium.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-19-1

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

VI. Toelating tot het ambt van predikant

Artikel 19.

Het colloquium

Lid
1

Het colloquium wordt gehouden op een door het generale college voor de toelating tot het ambt vast te stellen datum, die in de regel ligt binnen drie maanden na het indienen van de aanvraag.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-19-2

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

VI. Toelating tot het ambt van predikant

Artikel 19.

Het colloquium

Lid
2

Het colloquium, bedoeld als gesprek over de roeping van betrokkene en het ambt van de predikant in het geheel van het leven en werken van de kerk, vindt voornamelijk plaats aan de hand van de door de betrokkene ingezonden preek en orde van de dienst.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-19-3

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

VI. Toelating tot het ambt van predikant

Artikel 19.

Het colloquium

Lid
3

Is het oordeel van de delegatie gunstig, dan wordt betrokkene voor vier jaar bevoegd verklaard als proponent te staan naar het ambt van predikant en wordt aan de betrokkene daartoe een testimonium uitgereikt.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-19-4

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

VI. Toelating tot het ambt van predikant

Artikel 19.

Het colloquium

Lid
4

Het testimonium wordt uitgereikt nadat betrokkene de volgende belofte heeft afgelegd en ondertekend:
Aanvaardt u de roeping tot de openbare prediking van het evangelie, de bediening van de sacramenten en de herderlijke zorg, en bent u bereid in al het ambtelijk werk te getuigen van het heil in Jezus Christus?
Belooft u daarbij te blijven in de weg van het belijden van de kerk in gemeenschap met de belijdenis van het voorgeslacht,
(waaraan, als betrokkene daarom verzoekt, wordt toegevoegd:
daarbij in het bijzonder verbonden met de belijdenisgeschriften van de gereformeerde traditie, of:
daarbij in het bijzonder verbonden met de belijdenisgeschriften van de lutherse traditie)?
Belooft u zich te houden aan de regels, gesteld in de orde van de kerk?

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-19-5

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

VI. Toelating tot het ambt van predikant

Artikel 19.

Het colloquium

Lid
5

De bevoegdheid om als proponent te staan naar het ambt van predikant kan telkens voor een periode van vier jaar door de kleine synode worden verlengd.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-19-6

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

VI. Toelating tot het ambt van predikant

Artikel 19.

Het colloquium

Lid
6

Proponenten hebben de bevoegdheid om — met gebruikmaking van een van de orden uit het dienstboek van de kerk en met inachtneming van het in of krachtens ordinantie 5-5-2 bepaalde — een kerkdienst te leiden.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-19-7

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

VI. Toelating tot het ambt van predikant

Artikel 19.

Het colloquium

Lid
7

Vindt de delegatie het resultaat van het colloquium niet bevredigend, dan wordt dit op verzoek van betrokkene bij een latere gelegenheid voortgezet.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-19-8

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

VI. Toelating tot het ambt van predikant

Artikel 19.

Het colloquium

Lid
8

Is de delegatie daarna van oordeel dat tegen de toelating van betrokkene onoverkomelijke bezwaren bestaan, dan deelt zij dit onder opgave van de redenen schriftelijk mee.
Betrokkene kan zich terzake van deze beslissing binnen vier weken beroepen op de kleine synode die in dezen een eindbeslissing geeft.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13.VII.

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

VII. Voortgezette vorming

Artikel
20

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-20-1

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

VII. Voortgezette vorming

Artikel 20.

De voortgezette vorming van de predikanten

Lid
1

De predikanten zijn geroepen om de theologische wetenschap te blijven beoefenen, waartoe de kerkenraden met medewerking van de gemeente ervoor zorgen dat de predikanten voldoende gelegenheid voor studie hebben.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-20-2

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

VII. Voortgezette vorming

Artikel 20.

De voortgezette vorming van de predikanten

Lid
2

De kerk bevordert dat de in artikel 2-5 en 6 bedoelde instellingen nascholingsactiviteiten voor predikanten organiseren ten dienste van de voortgezette theologische studie en, in samenwerking met het bestuur van de dienstenorganisatie van de kerk, ten dienste van de toerusting tot het ambt van de predikanten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-20-3

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

VII. Voortgezette vorming

Artikel 20.

De voortgezette vorming van de predikanten

Lid
3

Een predikant die voor de eerste maal als zodanig is bevestigd, is gehouden voor het einde van de eerste vier jaar na deze bevestiging deel te nemen aan een door de generale synode vast te stellen aantal studieweken, die met het oog op de begeleiding van beginnende predikanten worden belegd door het Theologisch Seminarium Hydepark.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-20-4

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

VII. Voortgezette vorming

Artikel 20.

De voortgezette vorming van de predikanten

Lid
4

De predikanten worden in het kader van het in lid 1 bepaalde bovendien eenmaal per vijf jaar gedurende een periode van drie maanden vrijgesteld van de vervulling van hun dienstwerk.
De predikant doet tevoren aan het breed moderamen van de classicale vergadering mededeling over de invulling van dit studieverlof.
Het studieverlof wordt nader geregeld in de generale regeling voor de predikantstraktementen en de generale regeling voor de opleiding en vorming van de predikanten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13.VIII.

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

VIII. Mentoraat

Artikel
21

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-21-1

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

VIII. Mentoraat

Artikel 21.

Mentoraat

Lid
1

De predikant ontvangt, nadat deze als zodanig voor de eerste maal is bevestigd, gedurende een door de generale synode vast te stellen periode werkbegeleiding door een mentor die, na overleg met de betreffende predikant, wordt aangewezen uit de ambtsdragers van de kerk, bij voorkeur uit de predikanten.
De mentoren worden aangewezen door of vanwege de kleine synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 13-21-2

Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

VIII. Mentoraat

Artikel 21.

Mentoraat

Lid
2

Een predikant kan ook in een later stadium werkbegeleiding ontvangen, indien betrokkene daarom verzoekt dan wel daarmee instemt.