Kerkorde PKN (2004) Ord. 2

Ordinantie 2 De gemeenten

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2.I.

Ordinantie 2 De gemeenten

 

I. Wie tot een gemeente behoren

Artikel
1-5

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-1-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

I. Wie tot een gemeente behoren

Artikel 1.

Algemeen

Lid
1

Een gemeente is de gemeenschap die, geroepen tot eenheid, getuigenis en dienst, samenkomt rondom Woord en sacramenten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-2-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

I. Wie tot een gemeente behoren

Artikel 2.

De leden van de gemeente

Lid
1

Tot een gemeente behoren
als doopleden:
- zij die in een gemeente van de kerk de doop hebben ontvangen of die in een andere kerk de doop hebben ontvangen en naar de Protestantse Kerk in Nederland zijn overgekomen
- en die als zodanig zijn ingeschreven in het register van deze gemeente;
als belijdende leden:
- zij die in een gemeente van de kerk belijdenis van het geloof hebben gedaan of die de doop hebben ontvangen, belijdenis van het geloof hebben gedaan in een andere kerk en naar de Protestantse Kerk in Nederland zijn overgekomen
- en die als zodanig zijn ingeschreven in het register van deze gemeente.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-2-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

I. Wie tot een gemeente behoren

Artikel 2.

De leden van de gemeente

Lid
2

De leden zijn — behoudens toepassing van het in artikel 5-3 bepaalde — ingeschreven in het register van de gemeente, binnen welker grondgebied zij hun vaste woonplaats hebben.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-3-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

I. Wie tot een gemeente behoren

Artikel 3.

Gastleden

Lid
1

Tot een gemeente behoren — naast de in artikel 2 bedoelde leden van de gemeente — tevens zij die in het register van deze gemeente als gastlid zijn ingeschreven.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-3-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

I. Wie tot een gemeente behoren

Artikel 3.

Gastleden

Lid
2

In het register van een gemeente kunnen als gastlid worden ingeschreven leden van kerken waarmee de Protestantse Kerk in Nederland bijzondere betrekkingen onderhoudt, alsmede van andere kerken ten aanzien waarvan de generale synode dit heeft bepaald, onder overeenkomstige toepassing van artikel 2-2.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-3-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

I. Wie tot een gemeente behoren

Artikel 3.

Gastleden

Lid
3

Het gastlidmaatschap wordt nader geregeld bij generale regeling.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-4-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

I. Wie tot een gemeente behoren

Artikel 4.

Zij die met de gemeente verbonden zijn

Lid
1

Tot de gemeenschap van een gemeente worden — naast de in artikel 2 bedoelde leden van de gemeente en de in artikel 3 bedoelde gastleden — voorts gerekend de niet-gedoopte kinderen van gemeenteleden alsmede degenen die blijk geven van verbondenheid met de gemeente.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-5-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

I. Wie tot een gemeente behoren

Artikel 5.

Verhuizing en overschrijving

Lid
1

Bij verhuizing worden de leden ingeschreven in het register van een gemeente binnen welker grondgebied zij hun vaste woonplaats hebben,
een en ander met inachtneming van het hierna bepaalde:
a. Zij die ingeschreven waren in het register van een protestantse gemeente, worden ingeschreven in het register van de protestantse gemeente in de plaats van vestiging.
Is in de plaats van vestiging geen protestantse gemeente, dan ontvangen zij bericht vanwege de generale synode dat zij zullen worden ingeschreven in het register van de daartoe — volgens een door de classicale vergadering te maken regeling — aangewezen gemeente in de plaats van vestiging,
onder vermelding van de andere tot de kerk behorende gemeenten ter plaatse.
Indien betrokkenen binnen een maand  geen voorkeur kenbaar maken, worden zij ingeschreven in de door de classicale vergadering aangewezen gemeente.
b. Zij die ingeschreven waren in het register van een hervormde gemeente respectievelijk een gereformeerde kerk, worden ingeschreven in het register van de hervormde gemeente respectievelijk de gereformeerde kerk in de plaats van vestiging.
Is in de plaats van vestiging geen hervormde gemeente respectievelijk gereformeerde kerk, dan vindt de inschrijving plaats in het register van de protestantse gemeente in de plaats van vestiging.
c. Zij die ingeschreven zijn in het register van de evangelisch-lutherse leden als bedoeld in artikel 10, worden ingeschreven in het register van de evangelisch-lutherse gemeente in de plaats van vestiging dan wel van de protestantse gemeente die door vereniging met een evangelisch-lutherse gemeente is ontstaan.
d. Indien er in een plaats van vestiging meer dan één protestantse gemeente respectievelijk hervormde gemeente respectievelijk gereformeerde kerk respectievelijk evangelisch-lutherse kerk is, dan ontvangen betrokkenen bericht vanwege de generale synode dat zij zullen worden ingeschreven in het register van de daartoe — volgens een door de classicale vergadering te maken regeling — aangewezen gemeente in de plaats van vestiging, onder vermelding van de andere tot de kerk behorende gemeenten ter plaatse.
Indien betrokkenen binnen een maand geen voorkeur kenbaar maken, worden zij ingeschreven in de door de classicale vergadering aangewezen gemeente.

 

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-5-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

I. Wie tot een gemeente behoren

Artikel 5.

Verhuizing en overschrijving

Lid
2

Indien er op een bepaald grondgebied meer dan een tot de kerk behorende gemeente is, kunnen de leden die in het register van een van deze gemeenten zijn ingeschreven zich op hun verzoek laten overschrijven naar het register van een van de andere in hetzelfde gebied gelegen gemeenten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-5-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

I. Wie tot een gemeente behoren

Artikel 5.

Verhuizing en overschrijving

Lid
3

a. Als lid van een gemeente kunnen — op hun schriftelijk en gemotiveerd verzoek en met instemming van de kerkenraden van de betrokken gemeenten — in het register van een gemeente ook worden ingeschreven de in artikel 2-2 bedoelde leden van de kerk die hun vaste woonplaats hebben in een andere tot de kerk behorende gemeente.
Voor de gedoopte en niet-gedoopte kinderen beneden de leeftijd van 18 jaar wordt het verzoek tot inschrijving in een andere gemeente dan de woongemeente ingediend door de ouders of verzorgers.
b. Weigert een van de betrokken kerkenraden de gevraagde instemming, dan kunnen betrokkenen een beslissing ter zake vragen aan het breed moderamen van de classicale vergadering van de classis, waartoe de gemeente waarbinnen zij hun vaste woonplaats hebben, behoort.
Alvorens een beslissing te nemen, hoort dit breed moderamen — indien de gemeente waarbij de inschrijving wordt verzocht, tot een andere classis behoort — het breed moderamen van de classicale vergadering van die andere classis.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-5-4

Ordinantie 2 De gemeenten

 

I. Wie tot een gemeente behoren

Artikel 5.

Verhuizing en overschrijving

Lid
4

Bij verhuizing naar het buitenland kan een verklaring van lidmaatschap of een attestatie als bedoeld in ordinantie 14-4-3 worden afgegeven, met inachtneming van het bepaalde in ordinantie 6-4-3.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2.II.

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel
6-10

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-6-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 6.

De registers van gemeente en kerk

Lid
1

Ten behoeve van het leven en werken van gemeenten en kerk worden de volgende registers bijgehouden:
a. het register van de gemeente dat bestaat uit
 - het register van de gemeenteleden
 - het register van de niet-gedoopte kinderen van gemeenteleden en van degenen die blijk geven van verbondenheid met de gemeente;
b. het register van de leden van alle gemeenten van de Protestantse Kerk in Nederland;
c. het register van de evangelisch-lutherse leden.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-6-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 6.

De registers van gemeente en kerk

Lid
2

Het doel van de registratie is het kunnen beschikken over persoonsgegevens ten behoeve van het functioneren van het kerkelijk leven en werken in de ruimste zin van het woord.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-6-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 6.

De registers van gemeente en kerk

Lid
3

De in lid 1 bedoelde registers worden ingericht en bijgehouden naar regels bij generale regeling vastgesteld.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-6-4

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 6.

De registers van gemeente en kerk

Lid
4

Ieder die in een register als bedoeld in lid 1 is opgenomen heeft recht op inzage van hetgeen omtrent betrokkene is geregistreerd en op correctie van onjuistheden in de geregistreerde gegevens.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-6-5

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 6.

De registers van gemeente en kerk

Lid
5

Van de gegevens van de registers wordt geen gebruik gemaakt dan met voorafgaande toestemming van de houder van het register, behalve voor het verstrekken van gegevens voor de kerkvisitatie of voor de tenuitvoerlegging van andere bij of krachtens ordinantie voorgeschreven werkzaamheden. Ten aanzien van het gebruik van gegevens van de door of vanwege de kerkenraad bijgehouden registers kan de in dit lid bedoelde toestemming alleen worden gegeven door deze kerkenraad.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-7-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 7.

Het register van gemeenteleden

Lid
1

Ten behoeve van het leven en werken van de gemeente wordt door of vanwege de kerkenraad een register van gemeenteleden ingericht en bijgehouden, alsmede in een gemeente met wijkgemeenten een register van de leden van de wijkgemeente. In deze registers worden ingeschreven de doopleden en de belijdende leden die tot de (wijk)gemeente behoren.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-7-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 7.

Het register van gemeenteleden

Lid
2

Allen die als leden zijn ingeschreven in het register van een gemeente blijven tot haar behoren zolang zij niet
- in een andere gemeente worden opgenomen door verandering van woonplaats,
- ingeschreven worden in een andere gemeente van de kerk,
- metterwoon zich vestigen in het buitenland,
- tot een andere kerkgemeenschap overgaan,
- zichzelf onttrekken aan de gemeenschap van de kerk door middel van een uitdrukkelijke verklaring aan de kerkenraad.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-7-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 7.

Het register van gemeenteleden

Lid
3

Bij vertrek dan wel overschrijving van een lid van een gemeente naar een andere gemeente worden de desbetreffende gegevens uit het register van gemeenteleden toegezonden aan de gemeente van inschrijving.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-7-4

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 7.

Het register van gemeenteleden

Lid
4

Op hun verzoek kunnen leden van een andere kerk door of vanwege de kerkenraad in het register van gemeenteleden als gastlid worden ingeschreven, een en ander naar regels bij generale regeling vastgesteld.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-8-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 8.

Het register van de niet-gedoopte kinderen van gemeenteleden en van degenen die blijk geven van verbondenheid met de gemeente

Lid
1

Ten behoeve van het leven en werken van de gemeente wordt voorts door of vanwege de kerkenraad een register bijgehouden van degenen die de gemeente tot haar gemeenschap rekent.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-8-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 8.

Het register van de niet-gedoopte kinderen van gemeenteleden en van degenen die blijk geven van verbondenheid met de gemeente

Lid
2

In dit register worden ingeschreven de niet-gedoopte kinderen van gemeenteleden en zij die blijk geven van verbondenheid met de gemeente, tenzij daartegen door of namens betrokkenen of hun wettelijke vertegenwoordigers bezwaar wordt gemaakt.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-8-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 8.

Het register van de niet-gedoopte kinderen van gemeenteleden en van degenen die blijk geven van verbondenheid met de gemeente

Lid
3

Van de inschrijving van niet-gedoopte kinderen van gemeenteleden en van degenen die blijk geven van verbondenheid met de gemeente worden betrokkenen of hun wettelijke vertegenwoordigers binnen vier weken op de hoogte gesteld. Voor deze ingeschrevenen is het bepaalde in artikel 7-3 van toepassing.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-9-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 9.

De landelijke ledenregistratie

Lid
1

Ten behoeve van de continuïteit van de registratie van de leden van de gemeenten en van de onderlinge uitwisselbaarheid van de verzamelde gegevens doet de generale synode een registratie onderhouden van de leden van alle gemeenten van de Protestantse Kerk in Nederland.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-9-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 9.

De landelijke ledenregistratie

Lid
2

De gemeenten zijn gehouden ten behoeve van de landelijke ledenregistratie alle mutaties op het ledenbestand van de gemeente die haar ter kennis komen, aan de generale synode ter beschikking te stellen, terwijl de gemeenten een opgave ontvangen van de in de landelijke ledenregistratie aangebrachte mutaties die hun gemeente betreffen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-9-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 9.

De landelijke ledenregistratie

Lid
3

Het in dit artikel bepaalde is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het register als bedoeld in artikel 8 van deze ordinantie.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-10-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 10.

Het register van evangelisch-lutherse leden

Lid
1

De evangelisch-lutherse leden van de kerk worden tevens ingeschreven in een daartoe door de evangelisch-lutherse synode bijgehouden register.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-10-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

II. De registers

Artikel 10.

Het register van evangelisch-lutherse leden

Lid
2

In het register van de evangelisch-lutherse leden worden opgenomen
- zij die als dooplid of belijdend lid zijn ingeschreven in het register van een evangelisch-lutherse gemeente en
- zij die als dooplid of belijdend lid in het register van een andere tot de kerk behorende gemeente zijn ingeschreven en − op een daartoe strekkend verzoek − zijn ingeschreven door de evangelisch-lutherse synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2.III.

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel
11-19

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-11-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 11.

Algemeen

Lid
1

Elke gemeente heeft haar door de kerk vastgestelde grenzen en wordt aangeduid als respectievelijk de Protestantse gemeente te ...., de Hervormde gemeente te ...., de Gereformeerde kerk te ...., de Evangelisch-Lutherse gemeente te ....,
waar nodig met een bijzondere aanduiding om haar kerkordelijk, postaal en in het rechtsverkeer te onderscheiden van de andere plaatselijke gemeente(n).

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-11-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 11.

Algemeen

Lid
2

De protestantse gemeenten, de hervormde gemeenten — waartoe ook gerekend worden de Waalse, de Presbyteriaans-Engelse en Schotse gemeenten in Nederland —, de gereformeerde kerken en de evangelisch-lutherse gemeenten, alsmede de hervormde, de gereformeerde en de evangelisch-lutherse wijkgemeenten van een protestantse gemeente worden opgenomen in een door de generale synode bijgehouden register van de gemeenten van de Protestantse Kerk in Nederland.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-11-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 11.

Algemeen

Lid
3

De aanduiding en de naam van de gemeente worden door de kerkenraad niet gewijzigd dan nadat de leden van de gemeente daarin gekend en hierover gehoord zijn. Bedoelde wijziging kan alleen plaatsvinden met medewerking en goedvinden van de classicale vergadering, die in daarvoor in aanmerking komende gevallen de evangelisch-lutherse synode hoort.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-11-4

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 11.

Algemeen

Lid
4

De grenzen van de gemeenten worden vastgesteld en gewijzigd door de classicale vergadering, die de kerkenraden van de betrokken gemeenten en — in daarvoor in aanmerking komende gevallen — de evangelisch-lutherse synode hoort en de betrokken leden van de kerk in de gelegenheid stelt hun oordeel kenbaar te maken.
Indien het grenzen betreft met een gemeente die behoort tot een andere classis geschiedt deze vaststelling en wijziging in overleg met de betreffende classicale vergadering.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-11-5

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 11.

Algemeen

Lid
5

De kerkenraden van gemeenten waarvan het gebied geheel of gedeeltelijk samenvalt zijn gehouden elkaar op de hoogte te stellen van de werkzaamheden die door of vanwege de gemeente worden verricht, met name waar deze werkzaamheden de missionaire, diaconale en pastorale arbeid en het jeugdwerk van de gemeente betreffen, en op deze terreinen te zoeken naar samenwerking.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-11-6

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 11.

Algemeen

Lid
6

De in het vorige lid bedoelde gemeenten kunnen op verschillende terreinen van het kerkelijk leven nauw samenwerken.
Een besluit tot zulk een samenwerking, waarin vastgelegd dient te worden welke arbeid geheel of gedeeltelijk onder gemeenschappelijke verantwoordelijkheid zal worden verricht, wordt genomen door de kerkenraden van de betrokken gemeenten, nadat de leden van de gemeenten daarin gekend en daarover gehoord zijn.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-11-7

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 11.

Algemeen

Lid
7

Op de samenwerking als bedoeld in lid 5 en 6 zijn de bepalingen van de generale regeling voor samenwerking en federatie van toepassing.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-11-8

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 11.

Algemeen

Lid
8

Waar in de ordinanties of generale regelingen sprake is van gemeente respectievelijk kerkenraad wordt in het geval van een gemeente met wijkgemeenten steeds de wijkgemeente respectievelijk de wijkkerkenraad bedoeld, tenzij nadrukkelijk anders wordt vermeld of uit de bepaling blijkt dat kennelijk de gemeente als geheel respectievelijk de algemene kerkenraad wordt bedoeld.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-12-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 12.

De vorming van protestantse gemeenten

Lid
1

Een protestantse gemeente wordt gevormd door vereniging van twee of meer tot de kerk behorende gemeenten waarvan het gebied geheel of gedeeltelijk samenvalt.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-12-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 12.

De vorming van protestantse gemeenten

Lid
2

Een besluit tot vereniging wordt genomen door de kerkenraden van de betrokken gemeenten, nadat de leden van de gemeenten daarin gekend en daarover gehoord zijn.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-12-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 12.

De vorming van protestantse gemeenten

Lid
3

Een besluit tot vereniging kan, indien het betreft de vereniging van gemeenten waartoe een of meer wijkgemeenten behoren, niet genomen worden dan nadat
- de wijkkerkenraden zijn gehoord en
- de leden van de wijkgemeenten daarin gekend en door de wijkkerkenraden daarover gehoord zijn.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-12-4

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 12.

De vorming van protestantse gemeenten

Lid
4

Vereniging van twee of meer gemeenten tot een protestantse gemeente kan alleen plaatsvinden met medewerking en goedvinden van de classicale vergadering.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-12-5

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 12.

De vorming van protestantse gemeenten

Lid
5

Een voorstel tot vereniging gaat gepaard met een voorstel voor de vaststelling van de grenzen van de te vormen protestantse gemeente respectievelijk voor de wijziging van de grenzen van de andere betrokken gemeenten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-12-6

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 12.

De vorming van protestantse gemeenten

Lid
6

Indien het voor een gemeente niet mogelijk is door vereniging een protestantse gemeente te vormen, hetzij omdat er geen andere tot de kerk behorende gemeente ter plaatse is, hetzij omdat door de andere gemeente(n) te kennen is gegeven niet bereid te zijn tot vereniging te komen, kan de classicale vergadering, gehoord de kerkenraad van de andere gemeente, de eerstgenoemde gemeente op haar verzoek aanmerken als protestantse gemeente.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-12-7

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 12.

De vorming van protestantse gemeenten

Lid
7

Het bepaalde in de leden 1 tot en met 6 is van overeenkomstige toepassing op wijkgemeenten die deel uitmaken van een protestantse gemeente, met dien verstande dat in dat geval de vereniging plaatsvindt met medewerking en goedvinden van de algemene kerkenraad.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-12-8

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 12.

De vorming van protestantse gemeenten

Lid
8

Indien er bij de vereniging van gemeenten die tezamen een protestantse gemeente gaan vormen op hetzelfde gebied een hervormde gemeente, een gereformeerde kerk of een evangelisch-lutherse gemeente blijft bestaan kan de classicale vergadering op verzoek van de kerkenraden van de betrokken gemeenten besluiten de grenzen van de op hetzelfde gebied naast elkaar bestaande gemeenten te wijzigen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-12-9

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 12.

De vorming van protestantse gemeenten

Lid
9

Indien de vorming van een protestantse gemeente betreft een vereniging van gemeenten waartoe een of meer wijkgemeenten behoren die redenen hebben om niet zelf tot zulk een vereniging met een andere wijkgemeente over te gaan, worden de betrokken wijkgemeenten op verzoek van de desbetreffende wijkkerkenraden aangemerkt als respectievelijk hervormde, gereformeerde of evangelisch-lutherse wijkgemeente van de protestantse gemeente.
Voor zulke wijkgemeenten gelden — voorzover in de orde van de kerk niet anders is bepaald — dezelfde bepalingen als voor andere wijkgemeenten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-12-10

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 12.

De vorming van protestantse gemeenten

Lid
10

Indien de vorming van een protestantse gemeente betreft een vereniging van gemeenten waartoe een of meer wijkgemeenten behoren die zwaarwegende bezwaren hebben tegen de vorming van de desbetreffende protestantse gemeente, kan de classicale vergadering — met inachtneming van het bepaalde in artikel 13 — ten behoeve van de tot deze wijkgemeente behorende gemeenteleden overgaan tot de vorming van respectievelijk een hervormde gemeente, een gereformeerde kerk of een evangelisch-lutherse gemeente naast de protestantse gemeente.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-13-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 13.

De vorming van nieuwe gemeenten

Lid
1

De vorming van een nieuwe gemeente geschiedt — hetzij op verzoek van belanghebbende leden van de kerk die in een bepaald gebied woonachtig zijn, hetzij op verzoek van een of meer kerkenraden van de betrokken gemeenten — door de classicale vergadering.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-13-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 13.

De vorming van nieuwe gemeenten

Lid
2

Een daartoe strekkend verzoek dient, als het wordt gedaan door leden van de betrokken gemeenten, ingediend te worden bij de kerkenraad van hun gemeente, die het verzoek met een advies ter zake doorzendt naar de classicale vergadering.
Is het verzoek afkomstig van een kerkenraad van een van de betrokken gemeenten, dan wordt het verzoek ingediend bij de classicale vergadering.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-13-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 13.

De vorming van nieuwe gemeenten

Lid
3

Voordat een besluit tot vorming van een nieuwe gemeente wordt genomen, wordt het advies ingewonnen van de betrokken kerkenraden, voorzover het verzoek daartoe niet van zulk een kerkenraad zelf afkomstig is, en worden de betrokken leden van de kerk in de gelegenheid gesteld hun oordeel kenbaar te maken.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-13-4

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 13.

De vorming van nieuwe gemeenten

Lid
4

De classicale vergadering kan tot vorming van een nieuwe gemeente besluiten als daartoe een zodanig aantal gemeenteleden zal behoren, dat de te vormen gemeente in staat geacht mag worden een kerkenraad te vormen en de in de orde van de kerk aangegeven taken van een gemeente te verrichten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-13-5

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 13.

De vorming van nieuwe gemeenten

Lid
5

De classicale vergadering kan — op verzoek en ten behoeve van leden van de kerk die in een bijzondere situatie verkeren en gehoord de kerkenraden van de betrokken gemeenten — deze leden samenbrengen in een gemeente van bijzondere aard.
Voor deze gemeente gelden — voorzover in de orde van de kerk niet anders is bepaald — dezelfde regels als voor andere gemeenten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-13-6

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 13.

De vorming van nieuwe gemeenten

Lid
6

Indien het verzoek tot vorming van een nieuwe gemeente betreft de vorming van een nieuwe gemeente naast een ter plaatse reeds bestaande gemeente dan wel de vorming van een nieuwe hervormde gemeente, gereformeerde kerk of evangelisch-lutherse gemeente, kan een classicale vergadering daartoe eerst besluiten na tevens het advies ingewonnen te hebben van het regionale college voor de visitatie en — in daarvoor in aanmerking komende gevallen — van de evangelisch-lutherse synode.
Dit besluit behoeft de goedkeuring van de generale synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-14-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 14.

Samenvoeging van gemeenten

Lid
1

Twee of meer aangrenzende gemeenten dan wel twee of meer gemeenten die in een zelfde gebied gelegen zijn, waaronder ten minste een gemeente van bijzondere aard, kunnen — op verzoek van de kerkenraden van de betrokken gemeenten en nadat de leden van de betreffende gemeenten de gelegenheid hebben gekregen hun oordeel kenbaar te maken — door de classicale vergadering worden samengevoegd tot een nieuwe gemeente.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-14-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 14.

Samenvoeging van gemeenten

Lid
2

In bijzondere omstandigheden kan de classicale vergadering een gemeente, indien aan het regionale college voor de visitatie en — in daarvoor in aanmerking komende gevallen — aan de evangelisch-lutherse synode is gebleken dat deze gemeente geen mogelijkheid meer heeft om zelfstandig te blijven bestaan, samenvoegen met een andere gemeente. Het besluit daartoe kan eerst genomen worden nadat de betrokken kerkenraden zijn gehord en de betrokken gemeenteleden de gelegenheid hebben gekregen hun oordeel kenbaar te maken.
Dit besluit behoeft de goedkeuring van de generale synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-15-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 15.

Combinatie van gemeenten

Lid
1

Twee of meer gemeenten kunnen een combinatie van gemeenten vormen. In een combinatie van gemeenten is de predikant verbonden aan de gemeenten gezamenlijk.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-15-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 15.

Combinatie van gemeenten

Lid
2

Een combinatie komt tot stand door een daartoe strekkend besluit van de classicale vergadering op verzoek van de kerkenraden van de betrokken gemeenten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-15-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 15.

Combinatie van gemeenten

Lid
3

Bij de vorming van een combinatie worden de betrokken gemeenten, zo dit nog niet het geval is, ingedeeld bij een zelfde classis.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-15-4

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 15.

Combinatie van gemeenten

Lid
4

In bijzondere omstandigheden kan de classicale vergadering een gemeente, indien aan het regionale college voor de visitatie en — in daarvoor in aanmerking komende gevallen — aan de evangelisch-lutherse synode is gebleken dat deze gemeente geen mogelijkheid meer heeft om zelfstandig te blijven bestaan, samenbrengen in een combinatie met een of meer andere gemeenten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-15-5

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 15.

Combinatie van gemeenten

Lid
5

Een besluit tot samenbrengen van gemeenten in een combinatie bevat tevens de voorzieningen die zijn getroffen ten aanzien van de verdeling van de kerkdiensten, de indeling van het pastorale werk, het aandeel van elke gemeente in de keuze van de predikant en het aandeel van elke gemeente in de kosten, die uit de combinatie voortvloeien,
en kan eerst genomen worden nadat
- de kerkenraden van de betrokken gemeenten en de betrokken predikant daarover zijn gehoord en
- de leden van de betrokken gemeenten de gelegenheid hebben gekregen hun oordeel daaromtrent kenbaar te maken.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-15-6

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 15.

Combinatie van gemeenten

Lid
6

De kerkenraden van de gemeenten die met elkaar een combinatie vormen komen ten minste eenmaal per jaar bijeen om de zaken te bespreken die hen gezamenlijk raken.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-15-7

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 15.

Combinatie van gemeenten

Lid
7

Wijzigingen in de in lid 5 bedoelde voorzieningen kunnen worden aangebracht onder overeenkomstige toepassing van het in dat lid bepaalde.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-15-8

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 15.

Combinatie van gemeenten

Lid
8

Een combinatie kan worden beëindigd op verzoek van een of meer betrokken kerkenraden, indien naar het oordeel van de classicale vergadering daartoe gegronde redenen bestaan en een redelijke oplossing is gevonden ten aanzien van de pastorale verzorging van de betrokken gemeenten en ten aanzien van de predikant die aan de combinatie van gemeenten is verbonden.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-16-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 16.

Gemeenten met wijkgemeenten

Lid
1

Indien aan een gemeente meer dan twee predikanten voor gewone werkzaamheden zijn verbonden wordt de gemeente in de regel ingedeeld in wijkgemeenten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-16-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 16.

Gemeenten met wijkgemeenten

Lid
2

Een gemeente met wijkgemeenten heeft een algemene kerkenraad; de wijkgemeenten hebben elk een wijkkerkenraad.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-16-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 16.

Gemeenten met wijkgemeenten

Lid
3

Indien in een niet in wijkgemeenten ingedeelde gemeente de behoefte bestaat tot vorming van wijkgemeenten, kan de kerkenraad daartoe besluiten met inachtneming van het in lid 4 bepaalde ten aanzien van elk van de te vormen wijkgemeenten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-16-4

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 16.

Gemeenten met wijkgemeenten

Lid
4

De algemene kerkenraad kan — hetzij op verzoek van belanghebbende leden van de gemeente, hetzij op verzoek van een of meer kerkenraden van de betrokken wijkgemeenten — tot vorming van een nieuwe wijkgemeente besluiten, als daartoe een zodanig aantal gemeenteleden zal behoren dat de te vormen wijkgemeente in staat geacht mag worden een wijkkerkenraad te vormen en de in de orde van de kerk aangegeven taken van een wijkgemeente te verrichten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-16-5

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 16.

Gemeenten met wijkgemeenten

Lid
5

De algemene kerkenraad kan ten behoeve van een goede vervulling van de missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de gemeente — nadat de betrokken wijkkerkenraden zijn gehoord en de leden van de betrokken wijkgemeenten de gelegenheid hebben gekregen hun oordeel daarover kenbaar te maken — ook eigener beweging overgaan tot de vorming van (nieuwe) wijkgemeenten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-16-6

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 16.

Gemeenten met wijkgemeenten

Lid
6

Het aantal en de grenzen van de wijkgemeenten worden, nadat de betrokken wijkkerkenraden zijn gehoord en de leden van de betrokken wijkgemeenten de gelegenheid hebben gekregen hun oordeel kenbaar te maken, vastgesteld en gewijzigd door de algemene kerkenraad.
Vaststelling en wijziging van het aantal wijkgemeenten kan alleen plaatsvinden met medewerking en goedvinden van de classicale vergadering.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-16-7

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 16.

Gemeenten met wijkgemeenten

Lid
7

De algemene kerkenraad kan eigener beweging, en gehoord de betrokken wijkkerkenraden, dan wel op verzoek van de betrokken wijkkerkenraden twee of meer wijkgemeenten samenbrengen in een combinatie van wijkgemeenten ten behoeve waarvan een predikant verbonden wordt of is aan de gemeente,
nadat tussen de betrokken wijkkerkenraden en de algemene kerkenraad overeenstemming is verkregen over een regeling van de kerkdiensten, de indeling van het pastorale werk en het aandeel van elke wijkgemeente in de keuze van de predikant.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-16-8

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 16.

Gemeenten met wijkgemeenten

Lid
8

De algemene kerkenraad kan — op verzoek en ten behoeve van leden van de gemeente die in een bijzondere situatie verkeren en gehoord de kerkenraden van de betrokken wijkgemeenten — deze leden samen brengen in een wijkgemeente van bijzondere aard. Een besluit tot vorming van een wijkgemeente van bijzondere aard behoeft de goedkeuring van de classicale vergadering, die daarover het advies inwint van het regionale college voor de visitatie.
Voor deze gemeente gelden — voorzover in de orde van de kerk niet anders is bepaald — dezelfde regels als voor andere wijkgemeenten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-16-9

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 16.

Gemeenten met wijkgemeenten

Lid
9

a. Tot een wijkgemeente behoren zij die in het ten behoeve van de wijkgemeente bij te houden register van leden van de wijkgemeente zijn ingeschreven.
b. In het register van de wijkgemeente worden — behoudens toepassing van het in artikel 5-3 bepaalde — ingeschreven de leden van de gemeente die binnen het grondgebied van de wijkgemeente hun vaste woonplaats hebben.
c. Als lid van een wijkgemeente kunnen — op hun schriftelijk en gemotiveerd verzoek en met instemming van de kerkenraden van de betrokken wijkgemeenten — in het register van de wijkgemeente ook worden ingeschreven de leden van de gemeente die hun vaste woonplaats hebben binnen een andere tot dezelfde gemeente behorende wijkgemeente.
Weigert een van de betrokken wijkkerkenraden de gevraagde instemming, dan kunnen betrokkenen een beslissing ter zake vragen aan de algemene kerkenraad.
d. Tot de gemeenschap van een wijkgemeente worden gerekend — naast de onder b en c bedoelde leden van de wijkgemeente en de in artikel 3 bedoelde gastleden — de niet-gedoopte kinderen van de leden van de wijkgemeente alsmede degenen die blijk geven van verbondenheid met de wijkgemeente. Het bepaalde in artikel 8 is van overeenkomstige toepassing.
e. Het bepaalde in artikel 5-1 en 2 is van overeenkomstige toepassing.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-16-10

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 16.

Gemeenten met wijkgemeenten

Lid
10

De vorming en inrichting van een gemeente met wijkgemeenten wordt verder geregeld in een door de algemene kerkenraad na overleg met de wijkkerkenraden vast te stellen regeling.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-17-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 17.

Streekgemeenten

Lid
1

Een streekgemeente is een gemeente bestaande uit twee of meer binnen een classis gelegen gemeenten,
waarin de verzorging van de gemeenschappelijke belangen is opgedragen aan een streekkerkenraad, een streekcollege van kerkrentmeesters en een streekcollege van diakenen.
De predikanten zijn verbonden aan de streekgemeente.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-17-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 17.

Streekgemeenten

Lid
2

Bij de vorming van een streekgemeente worden de betrokken gemeenten, zo dit nog niet het geval is, ingedeeld in eenzelfde classis.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-17-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 17.

Streekgemeenten

Lid
3

De tot een streekgemeente behorende gemeenten behouden een beperkte zelfstandigheid.
Tot de door de streekgemeente te verzorgen aangelegenheden behoort in elk geval het coördineren van de missionaire, diaconale en pastorale arbeid in de gemeenten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-17-4

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 17.

Streekgemeenten

Lid
4

a. Een huisgemeente is een tot een streekgemeente behorende gemeente die niet in staat is alle in de orde van de kerk aangegeven taken van een gemeente te verrichten.
b. Een huisgemeente wordt gevormd door de kerkenraad van een streekgemeente op verzoek van de kerkenraad van de betreffende gemeente nadat de leden van deze laatstgenoemde gemeente de gelegenheid hebben gekregen hun oordeel kenbaar te maken.
c. In bijzondere omstandigheden kan de streekkerkenraad — onder goedkeuring van het breed moderamen van de classicale vergadering en nadat de kerkenraad en de leden van de betreffende gemeente de gelegenheid hebben gehad hun oordeel kenbaar te maken — besluiten een gemeente die deel uitmaakt van de streekgemeente, aan te merken als huisgemeente.
d. Een besluit tot vorming van een huisgemeente bevat een regeling betreffende de taken die door de huisgemeente in overleg met en onder verantwoordelijkheid van de kerkenraad van de streekgemeente worden verricht.
e. De kerkenraad van de streekgemeente wijst voor het contact met de huisgemeente uit zijn midden ten minste een van zijn leden aan.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-17-5

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 17.

Streekgemeenten

Lid
5

Twee of meer gemeenten kunnen — op verzoek van de kerkenraden van de betrokken gemeenten en nadat de predikanten daarover zijn gehoord en de leden van de betreffende gemeenten de gelegenheid hebben gekregen hun oordeel daaromtrent kenbaar te maken — door de classicale vergadering worden samengebracht in een streekgemeente.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-17-6

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 17.

Streekgemeenten

Lid
6

In bijzondere omstandigheden kan de classicale vergadering een gemeente, indien aan het regionale college voor de visitatie en — in daarvoor in aanmerking komende gevallen — aan de evangelisch-lutherse synode is gebleken dat deze gemeente geen mogelijkheid meer heeft om zelfstandig te blijven bestaan, samenbrengen in een streekgemeente met een of meer andere in de classis gelegen gemeenten.
Het besluit daartoe kan eerst genomen worden nadat de kerkenraden van de betrokken gemeenten en de betrokken predikanten daarover zijn gehoord en de leden van de betreffende gemeenten de gelegenheid hebben gekregen hun oordeel daaromtrent kenbaar te maken.
Dit besluit behoeft de goedkeuring van de generale synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-17-7

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 17.

Streekgemeenten

Lid
7

Het besluit tot vorming van een streekgemeente bevat een regeling ten aanzien van
- de verdeling van de werkzaamheden over enerzijds de streekgemeente en anderzijds de tot de streekgemeente behorende gemeenten,
- de samenstelling en bevoegdheden van de streekkerkenraad, het streekcollege van kerkrentmeesters en het streekcollege van diakenen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-17-8

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 17.

Streekgemeenten

Lid
8

Een voor een streekgemeente geldende regeling kan worden gewijzigd dan wel een streekgemeente kan worden opgeheven op verzoek van een of meer kerkenraden van de tot de streekgemeente behorende gemeenten,
indien naar het oordeel van de classicale vergadering daartoe gegronde redenen bestaan en een redelijke oplossing is gevonden ten aanzien van de missionaire, diaconale en pastorale arbeid van de betrokken gemeenten en ten aanzien van de predikant(en) die aan de streekgemeente is (zijn) verbonden.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-18-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 18.

Gemeenten in bijzondere missionaire, diaconale en pastorale omstandigheden in grootstedelijke gebieden

Lid
1

De classicale vergadering is bevoegd ten behoeve van het werk van een (wijk)gemeente of van een (wijk)gemeente van bijzondere aard, gelegen in een grootstedelijk gebied, die naar het oordeel van de door de generale synode daartoe aangewezen organen van de kerk in bijzondere missionaire, diaconale en pastorale omstandigheden verkeert, in het kader van een op die bijzondere omstandigheden gericht beleid — het regionale college voor de visitatie gehoord — voorzieningen te treffen, als daar zijn:
a. het verlenen van een of meer in overleg met de betrokken gemeente daartoe aangewezen ouderlingen of diakenen van de bevoegdheid om in deze (wijk)gemeente bij ontstentenis van de predikant ambtswerkzaamheden van een predikant te verrichten, waaronder het voorgaan in de kerkdiensten en de bediening van de sacramenten, een en ander onder supervisie van een daartoe aangewezen predikant;
b. andere maatregelen die de betrokken organen van de kerk wenselijk dan wel noodzakelijk achten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-18-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 18.

Gemeenten in bijzondere missionaire, diaconale en pastorale omstandigheden in grootstedelijke gebieden

Lid
2

De classicale vergadering neemt het besluit tot het treffen van voorzieningen op verzoek van de desbetreffende (wijk)gemeente of van leden van de kerk die in een dergelijke bijzondere situatie verkeren.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-18-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 18.

Gemeenten in bijzondere missionaire, diaconale en pastorale omstandigheden in grootstedelijke gebieden

Lid
3

De classicale vergadering hoort, voordat zij een besluit als bedoeld in lid 2 neemt,
- de kerkenraad van de betrokken (wijk)gemeente, indien het verzoek niet van hemzelf afkomstig is en
- de algemene kerkenraad.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-18-4

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 18.

Gemeenten in bijzondere missionaire, diaconale en pastorale omstandigheden in grootstedelijke gebieden

Lid
4

De classicale vergadering kan ten behoeve van het werk van een (wijk)gemeente, die niet gelegen is in een grootstedelijk gebied als bedoeld in lid 1, maar die naar het oordeel van de door de generale synode daartoe aangewezen organen van de kerk eveneens in bijzondere missionaire, diaconale en pastorale omstandigheden verkeert, met inachtneming van het overigens in dit artikel bepaalde, besluiten tot het treffen van voorzieningen als bedoeld in lid 1.
Dit besluit behoeft de goedkeuring van de generale synode, het generale college voor de visitatie gehoord.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-19-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 19.

Vermogensrechtelijke aspecten van gemeentevorming

Lid
1

Alle besluiten tot
- vereniging, vorming, samenvoeging of splitsing van gemeenten;
- het vormen van een gemeente met wijkgemeenten;
- het samenbrengen van gemeenten in een combinatie van gemeenten of in een streekgemeente;
- de vorming van een huisgemeente binnen een streekgemeente dan wel
- het beëindigen van een combinatie of het opheffen van een streekgemeente
voorzien ook in een regeling van de daaruit voortvloeiende rechtsgevolgen alsmede de gevolgen voor het gemeentelijk leven. Daarbij wordt in ieder geval een regeling getroffen ten aanzien van de positie van de betrokken predikant(en) en kerkelijke medewerkers alsmede van de diaconale en andere vermogensrechtelijke aangelegenheden van de betrokken gemeenten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-19-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 19.

Vermogensrechtelijke aspecten van gemeentevorming

Lid
2

De classicale vergadering wint, alvorens een besluit te nemen inzake de regeling als bedoeld in lid 1, het advies in van het regionale college voor de behandeling van beheerszaken of, in daarvoor in aanmerking komende gevallen van de evangelisch-lutherse synode en — indien een van de betrokken gemeenten behoort tot een andere classis — van de andere betrokken classicale vergadering.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-19-3

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 19.

Vermogensrechtelijke aspecten van gemeentevorming

Lid
3

Indien twee of meer rechtspersoonlijkheid bezittende onderdelen van de kerk op basis van deze ordinantie worden samengevoegd of verenigd in een rechtspersoonlijkheid bezittend onderdeel — niet zijnde een combinatie van gemeenten of een streekgemeente — vervalt de rechtspersoonlijkheid van de samengevoegd of verenigde onderdelen, behalve voorzover een daarvan de verkrijgende rechtspersoon is.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-19-4

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 19.

Vermogensrechtelijke aspecten van gemeentevorming

Lid
4

Het door samenvoeging of vereniging ontstane onderdeel verkrijgt onder algemene titel het vermogen van de andere bij de samenvoeging en vereniging betrokken onderdelen zoals bedoeld in artikel 3:80 en artikel 2:309 Burgerlijk Wetboek.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-19-5

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 19.

Vermogensrechtelijke aspecten van gemeentevorming

Lid
5

Bij de vorming van een nieuw onderdeel van de kerk dat rechtspersoonlijkheid toekomt wordt — mits dat onderdeel eerder onzelfstandig deel uitmaakte van een rechtspersoonlijkheid bezittend onderdeel — krachtens het besluit tot vorming van het zelfstandige onderdeel, een deel van het vermogen van het voor de vorming van het nieuwe onderdeel reeds bestaande onderdeel, overeenkomstig een beschrijving, verkregen door het nieuw gevormde onderdeel op de wijze zoals aangegeven in artikel 2:334a e.v. Burgerlijk Wetboek.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-19-6

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 19.

Vermogensrechtelijke aspecten van gemeentevorming

Lid
6

Bij generale regeling worden regels gesteld met betrekking tot de procedure die moet worden gevolgd als van de in lid 3 en 5 geboden mogelijkheid gebruikt wordt gemaakt. De generale regeling voorziet in ieder geval in publicatie van het voornemen tot fusie of splitsing in een daartoe geëigend medium, in ter inzage legging van de relevante documenten en financiële jaarstukken, in de mogelijkheid van crediteuren om daartegen bezwaar te maken en in de verplichting om bij de uiteindelijke besluitvorming te verantwoorden in hoeverre die bezwaren zijn ondervangen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-19-7

Ordinantie 2 De gemeenten

 

III. Vormen van gemeente-zijn

Artikel 19.

Vermogensrechtelijke aspecten van gemeentevorming

Lid
7

De samenvoeging, vereniging of splitsing die op voet van lid 3 of 5 wordt gerealiseerd, geschiedt bij notariële akte en wordt van kracht met ingang van de dag na die waarop de akte is verleden. Artikel 2:318 Burgerlijk Wetboek is van overeenkomstige toepassing.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2.IV.

Ordinantie 2 De gemeenten

 

IV. Kerkelijke indeling

Artikel
20

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-20-1

Ordinantie 2 De gemeenten

 

IV. Kerkelijke indeling

Artikel 20.

Indeling in classes en regionale verbanden

Lid
1

De gemeenten worden samengebracht in classes en de classes in regionale verbanden door de kleine synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 2-20-2

Ordinantie 2 De gemeenten

 

IV. Kerkelijke indeling

Artikel 20.

Indeling in classes en regionale verbanden

Lid
2

Wijzigingen in de kerkelijke indeling worden niet aangebracht dan op verzoek van of na overleg met de kerkenraden van de betrokken gemeenten, de brede moderamina van de classicale vergaderingen en — in daarvoor in aanmerking komende gevallen — de synodale commissie van de evangelisch-lutherse synode.